Hersenschimmen

Samenvatting:

Het boek van J.Bernlef “Hersenschimmen” verscheen voor het eerst in 1984.

De hoofdpersonage, Maarten Klein, vertelt zijn verhaal, die zich in verbazingwekkende snelheid heeft ontwikkeld. Daarbij speelt de vreselijke ziekte een grote rol – de dementie. Deze ziekte is niet de pretigste onderwerp voor een boek, maar Bernlef durft aan om een verhaal vanuit dementerende persoon te schrijven. Hij behoort tot een bijzonder soort schrijvers, die kunnen heel mooi een taboe bespreken en als bewijs van dat kunnen we nu het boek “Hersenschimmen” lezen

Een Nederlander, Maarten Klein, is 71 oud jaar en woont in een dorpje aan Amerikaanse oostkust met zijn vrouw. Een lang periode van zijn leven werkte hij voor een visserijorganisatie en nu is hij met pensioen gegaan. Sindsdien wandelt Maarten elke dag met zijn hond Robert door natuurgebieden en geniet ervan. 

Het verhaal begint met een dagelijks situatie van Maarten: Hij kijk uit het raam en ziet de schoolkinderen niet.

Opgegeven moment krijgt hij er meer last van de vergetelheid: Maarten husselt de verleden en heden dooreen. Bijvoorbeeld hij denkt dat hij naar de vergadering moet en zoekt de notulen van de vergadering op zijn bureau. Daarnaast wil hij de hond gaan uitlaten, terwijl die al naar buiten geweest is. Of denkt Maarten dat hij aan het bureau van zijn vader zit, als klein kindje, maar zijn vader is al lang dood.

Maar het is zondag en dat betekent dat de kinderen niet zullen komen. Deze kleine vergissing was het begin van de ziekte. De dementie groeit te heel snel en daardoor vergeet Maarten te snel zijn hele leven.

Opgegeven moment krijgt hij meer last van de vergetelheid: Maarten husselt de verleden en heden dooreen. Bijvoorbeeld hij denkt dat hij naar de vergadering moet en zoekt de notulen van de vergadering op zijn bureau. Daarnaast wil hij de hond gaan uitlaten, terwijl die is al naar buiten geweest is. Of denkt Maarten dat hij aan het bureau van zijn vader zit, als klein kindje, maar zijn vader is al lang dood.

De last van vergetelheid krijgt niet alleen Maarten, maar ook zijn vrouw Vera. Aan het begin van het verhaal merkte ze nog er niks van. Zij denkt dat Maarten een beetje in de war is. Maar langzamerhand begint Vera aan het bel te trekken – er is iets mis met haar man. De kloof tussen Maarten en Vera wordt steeds groter. Steeds vaker maakt Maarten onbegrijpelijke dialogen met zijn vrouw en ze wordt natuurlijk verdrietig van. Voor Vera is het te moeilijk om te zien hoe haar man de weg kwijtraakte. De momenten waarop Klein nog in staat om helder te denken, komen steeds minder voor in het. Uiteindelijk is het niet meer mogelijk om Maarten thuis te hebben en wordt hij naar een zorginstelling meegenomen. De ziekte ontwikkelde zich in hoog tempo, waardoor de gedachten van Maarten onnavolgbaar worden. Het verhaal eindigt met losse stukken die te moeilijk om te volgen zijn, want uiteindelijk overwint de ziekte Maarten.

Naarmate de ziekte overwint Maartens, gaan zijn gedachten steeds vager te worden. De zinnen worden korter en onbegrijpelijk. Daarin laat Bernlef zien die verlies van het taal van de hoofdpersoon.

Mening:

Voor mij, als de lezer, zorgt deze manier van het schrijven dat ik met Maarten meeleefde. Zelfs kreeg ik het gevoel dat ik de verteller ben, ik ben die arme Maarten, die langzamerhand zijn leven gaat vergeten. Daarbij speelde het feit dat het boek vanuit ik-persoon geschreven is.

De schrijfstijl die de auteur gebruikte is beeldend voor het verhaal. De korte zinnen en de makkelijke woorden zorgen voor dat het verhaal voorbij jouw ogen vliegt. De dementerende persoon gaat waarschijnlijk niet in moeilijke worden of zinnen denken en dat maakt het verhaal voor mij, als de lezer, boeiend en geloofwaardig. Bovendien is de schrijfstijl niet dramatisch, terwijl je dat niet van tevoren verwacht had. Dat heeft te maken met de herinneringen uit verleden en tegenwoordige tijd. Bijvoorbeeld de herinneringen uit de tijd, wanneer Maarten als kleine jongetje aan het bureau van zijn vader zat, geeft alleen maar warme gevoel. De inhoud en de vorm zijn goed op elkaar afgestemd. Het gebruik van nieuwe alinea, wanneer Maartens gedachten weg zakken, zorgde voor het gevoel dat je een nieuw verhaal begon te lezen. En dat klopt, want in elke alinea is Maarten iets aan het vergeten of juist iets het herinneren.

Bernlef laat zien dat hij niet alleen maar goed kan schrijven, maar ook dat hij net als dementerende persoon kan denken. Dat is te zie je bij de dialogen tussen Maarten en andere personages. Bijvoorbeeld toen Maarten helemaal niet wist wie dat blond meisje is.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>