Twee koffers vol

Het boek is voor het eerst uitgegeven in 1993. In 1998 is het verfilmd door Jeroen Krabbé onder de titel ‘Left luggage’. Carl Friedmans debuut in 1991 met ‘Tralievader’. In dit boek vertelt ze over de traumatische oorlogservaringen van de vader van een gezin. Ook in haar tweede roman speelt de oorlog een belangrijke rol.
Het boek gaat over Chaja, een joodse filosofiestudente. Ze woont in de joodse wijk van Antwerpen. Chaja werkt bij een bedrijf dat rouwkransen maakt en als kindermeisje van een streng orthodox joodse familie met vijf kinderen, familie Kalman. Simcha, het jongste jongetje van bijna vier jaar wordt geplaagd door zijn oudere broers, maar Chaja ontwikkelt een enorme liefde voor hem. Met de jongste meisjes in de kinderwagen en Simcha aan de hand gaat Chaja vaak naar de eendjes in het park kijken, waar Simcha bezeten van is. Chaja’s ouders hebben allebei tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp gezeten en hebben daar traumatische ervaringen aan overgehouden. Haar ouders proberen dat op totaal verschillende wijzen te verwerken, haar vader probeert zijn verleden te verwerken door er nog veel aan te denken en herinneringen te zoeken, terwijl haar moeder het verleden wil wegstoppen. Zij stort zich juist op kleine nutteloze dingen zoals een cakerecept. Een typerende uitspraak van haar is: “Een mens is wie hij is, en niet wie hij is geweest.”
Het eind van het boek is nogal abrupt. De kleine Simcha verdrinkt in de sloot nadat hij daar alleen is heengelopen. De vader van Simcha geeft Chaja hiervan de schuld, maar mevrouw Kalman verwijt haar niets.