De Aanslag

Titel: De aanslag
Schrijver: Harry Mulisch
Uitgeverij+Plaats: De Bezige Bij, Amsterdam
Eerste druk: 1982

Samenvatting:

t is januari 1945. In Haarlem zit het gezin Steenwijk (moeder, vader, Anton en Peter) in de eetkamer van hun villa. De jongens maken ruzie, het is koud en er wordt besloten tot een spelletje mens-erger-je-niet voor het slapengaan. De rust wordt echter ruw verstoord door harde knallen op straat en vol ontzetting ziet het gezin hoe de NSB’er Fake Ploeg wordt doodgeschoten en door de buren Korteweg voor huize Steenwijk wordt gelegd.

Peter wil naar buiten om het lichaam weg te halen, maar wordt tegengehouden door de ouders. Het duurt niet lang voor de Duitsers aankomen en Anton en zijn ouders meenemen. Peter is erin geslaagd te vluchten. Anton wordt in een auto opgesloten, ziet zijn ouders verdwijnen.

Hij wordt naar het politiebureau gebracht en moet in een cel slapen, waar hij een aardige vrouw ontmoet die hem gerust stelt. Een uur later wordt Anton uit zijn cel gehaald en per motorfiets naar de plaatselijke bevelhebber gebracht. Deze weet niet waar zijn ouders zijn, maar als Anton vertelt over zijn oom en tante in Amsterdam, wordt besloten dat hij daarheen gaat. De vrachtwagen die hem wegbrengt, wordt onderweg getroffen door een luchtaanval, maar Anton komt toch veilig in Amsterdam aan.

Tweede episode: 1952
Na de bevrijding, horen Anton en zijn oom en tante dat zijn ouders en broer Peter op de avond van de aanslag gedood zijn. Anton blijft bij zijn oom en tante wonen en gaat medicijnen studeren. Op twintigjarige leeftijd, in 1952, keert hij terug naar Haarlem – op uitnodiging van een studiegenoot.

Het feest wordt gehouden in de buurt van zijn oude straat, en als er foute grappen worden gemaakt over de Korea-oorlog in vergelijking met WO II, verlaat Anton het feest. Hij komt weer in zijn oude straat en wordt gezien en binnengevraagd door zijn oude buurvrouw Beurner, wier man dement is geworden.

Ze vertelt Anton dat zijn ouders werden vermoord omdat ze de Duitsers aanvielen, dat de buren Korteweg zijn verhuisd en dat er op de plek waar eerst Antons huis stond, een monument is opgericht voor oorlogsslachtoffers. Als Anton erheen gaat, ziet hij dat de namen van zijn ouders er wel op staan, maar die van Peter niet. Thuis vraagt hij zijn oom en tante waarom ze hem nooit verteld hebben over het monument. Ze zeggen dat ze dat wel hebben gedaan maar dat hij er niet heen wilde.

Derde episode: 1956
Tijdens zijn studie gaat Anton op kamers wonen, een eindje bij zijn oom en tante vandaan. Hij specialiseert zich in de anesthesie. Ondertussen neemt het communisme wereldwijd toe en ook in Nederland breken relletjes uit. Anton houdt zich er verre van, maar op een avond is hij getuige van een geweldpleging door politie en tot zijn grote verbazing bevindt Fake Ploeg junior zich in de menigte – de zoon van de vermoorde NSB’er, zoveel jaren geleden.

Anton vraagt hem binnen en ze praten over hun veranderde levens. Fake, die destijds bij Anton in de klas zat op het lyceum en gepest werd met zijn vader, werkt nu in een huishoudzaak en is ervan overtuigd dat de communisten de oorlog veroorzaakten. Na de dood van zijn vader raakten zijn moeder en hij aan de bedelstaf. Hij weigert te geloven dat zijn vader een slecht mens was. Uit frustratie, woede en verdriet gooit Fake een steen door de kamer en vertrekt, maar komt even later terug en bedankt Anton omdat hij het op school altijd voor Fake opnam.

Vierde episode: 1966
Jaren gaan voorbij. Anton wordt arts-assistent en trouwt met Saskia de Graaff, met wie hij een dochtertje krijgt, Sandra – zijn oom is dan al overleden. Saskia’s vader, meneer De Graaff, heeft in de oorlog gediend als verzetsstrijder. Als een goede vriend van hem overlijdt, breekt er in een café na de begrafenis een discussie los over de ware redders van de oorlog: de Amerikanen of de Russen.

Tot zijn verbazing ontmoet Anton hier een zekere Cor Takes, de moordenaar van Fake Ploeg. Buiten praten zij met elkaar, en Cor vertelt dat hij Fake doodde omdat het moest, ongeacht de gevolgen. Anton komt erachter dat de vrouw met wie hij die nacht in de cel zat, de vriendin van Cor was die ook meedeed aan de moord – Truus Coster, die ook vermoord werd door de Duitsers. Er blijft één brandende vraag over: waarom werd het lichaam van Ploeg door de buren Korteweg voor Antons huis neergelegd?

Anton gaat met Sandra en Saskia naar het strand, waar hij ligt te denken over Truus. Thuis gebeurt ditzelfde, en bij het zien van een foto van Saskia beseft Anton dat hij zich Saskia en Truus hetzelfde voorstelt. De volgende dag gaat Anton weer naar Takes toe.

Er is dan veel media-aandacht voor de vrijlating van een oud-officier van de SS, die veel mensen vermoord heeft. Ook Takes en Anton zijn hierdoor van streek. In het souterrain van Takes’ appartementgebouw praten ze over Truus, die Fake de laatste twee schoten gaf en door hem zelf neergeschoten werd. Op een foto van haar ziet Anton dat ze op Saskia lijkt. Takes heeft nog steeds haar pistool.

Laatste episode: 1981
De tijd verstrijkt en Anton wordt ouder. Hij scheidt van Saskia en hertrouwt met Liesbeth, met wie hij een zoon krijgt: Peter. Hij brengt zijn vakanties door in Toscane en krijgt af en toe last van paniekaanvallen als hij ineens een flashback heeft van 1945. Als zijn dochter Sandra zestien is, neemt hij haar mee naar zijn oude straat.

Ze mogen binnen in het huis dat nu op de plek van Antons ouderlijk huis staat en ineens ziet Anton op het monument ook de naam Takes, waarmee waarschijnlijk Takes’ broertje bedoeld wordt. Samen met Sandra bezoekt Anton Truus’ graf.

In 1981 zijn er demonstraties tegen atoomenergie waar Anton zich niets van aantrekt, maar hij wordt gedwongen mee te doen als hij last krijgt van kiespijn en zijn tandarts alleen wil helpen als hij mee gaat demonstreren. Op die demonstratie treft Anton niet alleen zijn inmiddels negentienjarige zwangere dochter Sandra en haar niet zo fatsoenlijke vriend, maar tot zijn verbazing ook zijn oude buurvrouw Karin Korteweg, degene die samen met haar vader het lijk van Fake Ploeg bij Anton voor de deur sleepte.

Karin vertelt dat Peter die nacht bij hen naar binnen glipte, hen onder schot hield en even later doodgeschoten werd door een Duitser. Ook komt Anton erachter dat het lichaam van Ploeg bij hen op de stoep belandde omdat meneer Korteweg zijn geliefde hagedissenverzameling niet wilde opgeven.

Nadat Karin en haar vader zagen hoe Anton en zijn familie beschuldigd werden – na verhoor werden zijzelf vrijgelaten – kreeg haar vader een gigantisch schuldgevoel en vermoordde hij zijn hagedissen. Na de oorlog verhuisden ze, maar Karins vader pleegde in 1948 zelfmoord, uit angst dat Anton zich op hem zou komen wreken.

Tot slot vraagt Anton aan Karin waarom ze Fake juist voor zijn huis neerlegden en niet bij het bejaarde echtpaar Aarts. Karin antwoordt dat haar vader dat niet wilde omdat het echtpaar Aarts joden in huis had. Na deze ontdekking loopt Anton weg bij Karin en vervolgt samen met zijn zoon Peter de demonstratiestoet.

Oordeel:

Het was een heel leuk en spannend boek om te lezen, een klasgenoot zei dat dit een aanrader was en ik moet hem daar zeker in gelijk geven. Ik raad dit boek dan ook aan mensen aan die even snel een leuk boek willen lezen.

 

Bint

Titel: Bint
Auteur: Ferdinand Bordewijk
UItgeverij + Plaas: Nijgh & Van Ditmar
Eerste druk: 1934

Sammenvatting: 

Aan het begin van een nieuw schooljaar, i  rond het jaar 1934, begint meneer De Bree op een school als docent Nederlands. Meneer De Bree i gaat aan vier verschillende klassen les geven, waarbij i in alle vier de klassen de leerlingen zich verschillend gedragen. Meneer De Bree moet ook de meest beruchte klas, klas 4D, les geven. Deze klas staat bekend om zijn brutale en drukke leerlingen die niet op hun mondje gevallen zijn. Het is echter wel de favoriete klas van meneer Bint, aangezien ze de vorige docent Nederlands hebben weggepest.

Meneer De Bree vindt het erg fijn dat er onder strenge omstandigheden les wordt gegeven op school. Hij pakt zijn eigen klassen dan ook erg streng aan om te laten weten wie de baas is. Zijn manier van lesgeven blijkt al snel te werken: alle leerlingen uit alle vier de klassen luisteren netjes naar hem. Toch vinden de meeste leerlingen het naar om onder de strenge omstandigheden van meneer De Bree te werken. Ze vinden hem te streng, te boos en te afstandelijk. Op een gegeven moment vragen de leerlingen zelfs of hij vrede wil sluiten in de klas, zodat het iets gezelliger wordt. Aangezien meneer De Bree overtuigd is van zijn manier van les geven, gaat hij daar niet mee akkoord. Hij zal altijd zo streng en afstandelijk les geven zoals hij nu doet.

Een leerling, Van Beek, heeft tegenover het docententeam gedreigd met zelfmoord als hij een onvoldoende krijgt voor zijn schoolwerk. Tijdens een rapportvergadering komt dit ter sprake en het docententeam vindt dat Van Beek onvoldoende gewerkt heeft om een voldoende te krijgen. Van Beek wordt dus beoordeeld met een onvoldoende. Als Van Beek dit te horen krijgt pleegt hij eventjes later zelfmoord. De directeur Bint heeft hier gemengde gevoelens bij: hij wilde niet ingaan op het dreigement, maar is tegelijkertijd ook bang dat de zelfmoord van een leerling voor een hoop problemen zorgt.

Rond Pasen gaan de leerlingen met docenten op hun jaarlijkse schoolreisje. Ze reizen via Bergen op Zoom af naar België, en vervolgens naar Noord-Frankrijk.  Omdat een collega van meneer De Bree vader geworden is, moet meneer De Bree ineens mee op schoolreisje. Hij krijgt de taak om op de helft van de beruchte klas 4D letten. Onder het strenge regime van meneer De Bree verloopt het schoolreisje met klas 4D erg goed.

Nadat de leerlingen en docenten weer terug zijn op school, vraagt Bint aan meneer De Bree of hij nog een jaar langer op school les wil geven. Meneer De Bree was in de eerste instantie van plan om maar een jaartje les te geven. In de eerste instantie zegt meneer De Bree dat hij niet meer terug wil komen, maar later als hij thuis zit bedenkt hij zich toch en stuurt hij een briefje naar Bint met de mededeling dat hij toch nog een jaar les wil geven.

Als meneer De Bree het volgende schooljaar vol goede moed weer wil beginnen, blijkt dat Bint verdwenen is. Bint wilde namelijk niet meer langer als directeur op een school werken waar een leerling zelfmoord gepleegd heeft. Een collega, meneer Donkers, is de nieuwe directeur geworden.

Meneer De Bree probeert Bint thuis nog eens op te zoeken, maar keer op keer wordt hij aan de deur geweigerd. Bint doet alsof hij er niet meer is, en wil geen contact meer met anderen.

.

Oordeel: 

een leuk en interessant boek, maar wel een redelijk lastig boek. Het is heel interessant om het beeld van Bint over de school te zien. Ook kan je heel goed zien hoe dit boek de tijd waarin het is geschreven goed reflecteert, dit is heel knap gedaan door de schrijver.

Reinaart de vos

Titel: Reinaart de vos
Auteur: Willem die Madocke meacte
UItgeverij + Plaas: Tekst & Vertaling, onbekend
Eerste druk: 1985

Auteur:
Deze schrijver is een voor de rest anonieme schrijver, uit vermoedelijk Oost-Vlaanderen. Hij schreef van den vos Reynearde rond 1260. hij kwam vermoedelijk uit een stuk land tussen Gent en Hulst.

Sammenvatting: 

In het bos houdt Koning Nobel een hofdag. Alle dieren komen daar naartoe, behalve één. Reinaert de vos komt niet naar de hofdag maar blijft met zijn vrouw en kinderen in zijn burcht; Maupertuus.

Alle dieren die wel zijn gekomen, beklagen zich bij de koning over wat Reinaert hen allemaal aangedaan heeft. Hij heeft kinderen doodgebeten, etensvoorraden opgegeten en dingen kapot gemaakt. Hoewel zijn neef voor hem pleit en zegt dat Reinaart een boetekleed draagt en al een jaar geen vlees heeft gegeten, zijn de dieren heel boos op hem. Als de koning dit allemaal hoort, wordt Reinaert ontboden op het hof.

Bruun de beer is de eerste die op hem af gestuurd wordt. Hij komt bij Reinaert aan en als Reinaert hem ziet bedenkt hij direct een list om van hem af te komen. Hij maakt gebruik van Bruuns gulzigheid en vertelt hem dat er een boom is waar heel veel honing in zit. Bruun heeft daar wel oren naar en kruipt in de boom. Hij komt vast te zitten in de boom. Helaas ontdekt een boer hem en samen met iedereen uit het dorp slaan ze erop los. Bruun weet te ontkomen maar verliest daarbij wel het vel van zijn snuit, oren en poten.  Hij komt gehavend terug bij de koning.

Dan wordt Tybeert de kater erop af gestuurd. Tybeert heeft al geen zin meer als hij Bruun ziet, maar gaat toch. Ook hem weet Reinaert in de val te lokken. Hij zegt hem dat hij vette kuikentjes heeft gezien op een boerderij. Die zijn er ook echt, alleen Reinaert weet dat er een val staat. Helaas trapt Tymbeert erin en zit hij gevangen. De pastoor komt naakt naar beneden en slaat erop los. Tymbeert springt op hem af en bijt één van zijn ballen eraf.

Als laatste wordt Grimbeert op Reinaert af gestuurd. Op zijn uitnodiging gaat hij wel in en hij komt voor de koning. Die besluit hem op te laten hangen. De vrienden van de koning, waaronder de wolf Izengrijn, gaan op weg de galg te halen.

Ondertussen bespeelt Reinaert de koning en zijn vrouw met zijn beste list. Hij vertelt dat Izengrijn, zijn eigen vader en Bruun de beer de koning willen afzetten en een schat hebben gevonden. Hij vertelt dat hij de schat heeft gestolen en als enige weet waar die ligt. Hoewel de koning hem eerst niet gelooft, haalt zijn vrouw hem over. Ze laten Reinaert vrij en hij geeft aan dat hij op pelgrimstocht wil. Er wordt een tas voor hem gemaakt uit het vel van de rug van Bruun (die inmiddels vastgebonden is) en hij krijgt schoenen van de huid van de poten van Izengrijn en zijn vrouw Hersinde.

Als hij weggaat worden Cuwaert en Belijn met hem meegestuurd. Hij neemt Cuwaert mee naar binnen in zijn hol als hij zijn vrouw gaat halen. Daar bijt hij hem dood. Hij stopt zijn hoofd in de pelgrimstas en geeft die aan Belijn. Hij zegt dat hij er niet in mag kijken maar hem aan de koning moet geven en zeggen dat er een brief in zit die hij zelf opgesteld heeft.

Belijn geeft de tas en ze komen erachter dat Cuwaert is vermoord. De koning betreurt het erg dat hij in de val is getrapt en biedt zijn excuses aan aan zijn vrienden Izengrijn en Bruun. Ze besluiten dat ze Reinaert ten alle tijden mogen aanvallen als ze hem zien.

Oordeel: 

ik vind het boek een aanrader voor iedereen, omdat het een spannend en leerzaam boek is. Het is leuk om te lezen hoe reinaart zich elke keer weer uit de problemen praat. Ook is het interessant om te zien hoe de persoonlijkheid en het dier van de personage linken. Bijvoorbeeld: reinaart is sluw dus een vos.

 

Karel en de Elegast

Titel: Karel en de Elegast
Auteur: Onbekend
UItgeverij + Plaas: Amsterdam University Press, Amsterdam
Eerste druk: 1486

Auteur: de auteur van Karel en de elegast is niet bekend. Dit komt omdat het boek al redelijk oud is en niemand vertelde bij het verhaal wie het bedacht had.

Sammenvatting: 

Koning Karel ligt ’s avonds in bed in zijn Kasteel wanneer hij via een engel een boodschap van God krijgt: “Ga uit stelen of je verliest je leven.” Karel gaat hier niet op in omdat hij denkt dat hij misschien wel misleid wordt. Maar wanneer de engel driemaal aan hem is verschenen met dezelfde boodschap, besluit hij er toch naar te handelen. Hij trekt erop uit en wanneer hij in het donkere woud loopt denkt hij aan Elegast, een vazal die hij uit zijn land heeft verbannen. Op dat moment komt hij een compleet in het zwart geklede ridder tegen die zich niet kenbaar wil maken. Ze raken in een gevecht dat Karel wint en waarna de ridder zich bekend maakt als Elegast. Elegast is door omstandigheden gedwongen om dief te worden en Karel ziet hier zijn kans. Hij stelt zich voor als Adelbrecht, ook dief van beroep. Hij stelt voor om koning Karel – zichzelf – te gaan bestelen. Elegast ziet dit niet zitten omdat hij, ondanks zijn verbanning, nog steeds trouw is aan zijn koning. In plaats daarvan stelt hij voor om Eggeric, de kwaadaardige zwager van Karel, te bestelen. Ze gaan op weg naar het kasteel van Eggeric en onderweg vindt Adelbrecht (Karel dus) een ploegschaar. Hij stelt voor om deze mee te nemen om te gebruiken tijdens het inbreken, maar daarop begint Elegast te lachen; om in te kunnen breken heb je niks aan een ploegschaar.

Eenmaal aangekomen bij het kasteel van Eggeric gaat Elegast als eerst naar binnen. Binnen wordt hij gewaarschuwd door een haan, die zegt hem dat koning Karel in de buurt is. Hij kan deze haan verstaan door magische kruiden. Elegast keert hierna weer naar buiten en wil niet langer inbreken bij Eggeric. Adelbrecht haalt hem over om de operatie toch door te zetten. Elegast brengt alle bewoners van het kasteel in een diepe slaap met behulp van een toverspreuk. Alle sloten worden geopend en de buit wordt naar buiten gebracht. Karel vindt het zo wel mooi geweest en wil weer naar huis gaan, maar Elegast wil nog een heel kostbaar zadel stelen en gaat dus weer naar binnen. Dit zadel bevindt zich in de slaapkamer van Eggeric en door de geluiden die Elegast per ongeluk maakt wordt Eggeric wakker. Hij maakt zijn vrouw wakker maar die verzekert hem ervan dat er niets aan de hand is. Ze vraagt haar man wat hij van plan is en hij vertelt eerlijk dat hij zijn zwager, koning Karel, wil doden. Zij wordt hier woedend om, Karel is ten slotte haar broer. Eggeric smoort deze woede in de kiem door zijn vrouw een klap in haar gezicht te verkopen.

Ondertussen ligt Elegast onder het bed en hoort dit gesprek. Hij vangt het bloed van de bloedneus van de vrouw in zijn handschoen en keert terug naar buiten. Hij vertelt Adelbrecht over het plan van Eggeric en laat het bloed op zijn handschoen zien. Hij wil direct actie ondernemen en Eggeric om het leven brengen. Karel beseft waarom God hem de opdracht heeft gegeven om te gaan stelen. Hij stelt voor dat Elegast naar koning Karel gaat om hem te waarschuwen, maar dit wil Elegast niet omdat hij verbannen is. Adelbrecht biedt vervolgens aan om zelf de koning te gaan waarschuwen en Karel vertrekt dus weer naar zijn eigen kasteel.

De volgende dag wordt er hof gehouden en koning Karel geeft de verraders een warm ontvangst. Vervolgens beschuldigt hij ze van het samenzweren tegen hem, wat zij natuurlijk ontkennen. Koning Karel laat Elegast aan zijn hof verschijnen die met het bloed aan zijn handschoen kan tonen dat Eggeric schuldig is. Uiteindelijk wordt besloten dat Eggeric gedood zal worden door Elegast. Hij wordt weer in ere hersteld en trouwt met de weduwe van Eggeric, Karels zus.

Oordeel: 

Dit boek heb ik met de hele klas gelezen dit heeft invloed op hoe je het boek leest, toch vind ik het een heel leuk boek. Ik raad het sterk aan aan mensen die houden van avontuur boeken, want dit boek is een groot avontuur.

Warenaar

Titel: Warenar
Auteur: P.C. Hooft
UItgeverij + Plaas: uitgeverij taal & teken, leeuwarden
Eerste druk: 1617

Auteur: P.C. Hooft was een Nederlandse historicus, dichter en toneelschrijver. Hij is geboren op 16 maart 1581 in Amsterdam en gestorven op 21 mei 1647 in Den Haag. Hij was de drost van Muiden en de baljuw van Naarden. Hij was een erg belangrijk persoon tijdens de renaissance want hij introduceerde de renaissancistische vormen in de Nederlandse literatuur

Sammenvatting
Voorrede
Mildheid heeft zich voorgenomen de macht over te nemen in het huis van Warenar, waar haar doodsvijand Gierigheidt regeerde vanaf de tijd dat Warenars grootvader er woonde en in de haard een pot met goudstukken verborg. De vrek Warenar heeft op een dat die pot teruggevonden. Zijn dochter Klaertje verwacht een kind, maar er kan alleen van een huwelijk sprake zijn als Gierigheidt verdwijnt. Als deze met tegenzin de woning verlaten heeft, vertelt Mildheid dat het spel Pottery zal heten en dat zij de plaats inneemt van de huisgod, die bij plautus de voorrede uitspreekt.

Eerste bedrijf.
Warenar, die iedereen wantrouwt, jaagt zijn dienstmeid Reym de deur uit, omdat hij vreest dat ze zal merken dat hij een pot met goud in huis heeft. Reym snapt er niets van: wel tien keer per dag wordt ze het huis uitgejaagd en ‘s nachts staat Warenar wel vijftig keer op. Ze maakt zich zorgen, vooral ook omdat Klaertje, Warenars ongetrouwde dochter, een kind verwacht. Warenar kijkt of zijn pot er nog staat, laat Reym weer binnenkomen en gaat een boodschap doen.
De buren van Warenar, Rijckert en Geertruyd (broer en zus) praten over trouwen. Geertruyd vindt dat de welgestelde vrijgezel Rijckert maar eens moet trouwen en zij weet wel iemand: de veertigjarige Lobberich, weduwe van Klaesje Klik. Maar haar broer moet niets van dat ‘kreng’ hebben; wel heeft hij belangstelling voor hun achttienjarig buurmeisje Klaertje. Volgens Geertruyd komt die echter uit een veel te eenvoudig milieu.
Rijckert wil eens met Warenar gaan praten. Na een inleidend praatje vraagt hij om de hand van Klaertje. Warenar stemt toe en kijkt dan eerst nog even snel of de pot er nog is. Hij zegt dat hij zijn dochter geen bruidschat kan meegeven, maar Rijckert vindt dat niet erg. Warenar verbaast zich erover dat Rijckert zo snel toehapt. Hij geeft Reym opdracht het huis in orde te maken, want ‘s avonds zal er ter gelegenheid van het huwelijk een maaltijd gehouden worden, op kosten van Rijckert. Reym maakt zich zorgen over Klaertje, want het kind kan elk moment geboren worden.

Tweede bedrijf.
Rijckert stuurt zijn knecht Lekker erop uit om alles voor de bruiloft in gereedheid te brengen. Hoewel Teeuwes de kok en Casper de hofmeester het erg druk hebben, zijn ze toch bereid Rijckerts bruiloftsmaal te verzorgen. Ze verbazen zich erover dat de bruidegom voor de kosten moet opdraaien en vertellen enkele staaltjes van Warenars gierigheid (zeil over de schoorsteen leggen om geen warmte te verliezen, drie dagen gevast omdat hij bij Trijn ging eten, afgeknipte nagels bewaart enzovoort.) Lekker begeleidt hen naar Warenars woning. Warenar zelf is naar de vismarkt en vleeshal om inkopen te doen, maar alles is hem veel te duur. Net als hij thuiskomt, hoort hij Teeuwes zeggen: ‘deze pot is te klein’ en dan jaagt hij de ‘dieven met een stok de deur uit.

Derde bedrijf.
Warenar merkt al gauw dat hij Casper en Teeuwes ten onrechte heeft verdacht. Hij doet nu alsof hij zich bedreigd heeft gevoeld door het lange koksmes. Warenar denkt dat Rijckert de kerels ingehuurd heeft om zijn pot te stelen. Maar dan komt Rijckert op bezoek; hij prijst uitvoerig de zuinigheid en veroordeelt pronkende en verkwistende vrouwen. Dat stelt Warenar wat gerust en wekt zijn Sympathie op. Als Rijckert echter vragen begint te stellen over Warenars bruiloftskleding en de bruiloftswijn, komt zijn achterdocht weer terug: Rijckert weet natuurlijk waar de pot is, zal hem dronken voeren en de pot stelen! Hij besluit dan de pot met geld op het kerkhof van de ‘ellendigen’ te gaan begraven.

Vierde bedrijf.
In een monoloog vertelt Lekker, dat hij Ritsert, de neef van Rijckert, van het aanstaande huwelijk van zijn oom en Klaertje op de hoogte heeft gesteld. Ritsert is daar erg van geschrokken, want hij heeft Klaertje na een feestje in het huis van Warenar zwanger gemaakt. Lekker komt langs het kerkhof en ziet daar Warenar (die de pot net onder de grond heeft gestopt) rondscharrelen. Als Warenar wegloopt bedenkt hij dat er misschien wel iemand door het raam stond te kijken. Daarom gaat hij terug. Hij ontdekt Lekker. Hij denkt dat Lekker de pot al gevonden heeft, ranselt hem af, scheldt hem uit voor dief, fouilleert hem en vindt nog geld ook. Lekker beweert dat hij dat geld als kassier bij zijn baas Rijckert verdiend heeft. Als hij wegloopt, bedenkt hij dat Warenar weleens ergens geld verborgen kan hebben. Dat zou hij best kunnen gebruiken, want hij heeft de kas voor zo’n vijfhonderd gulden bestolen. Hij besluit Warenar stiekem te volgen.
Geertruyd roept haar zoon Ritsert ter verantwoording. Hij bekent wat hij gedaan heeft en verklaart dat hij bereid is met Klaertje te trouwen, hoewel Geertruyd lieven een meisje met geld had gezien, bijvoorbeeld Jannetjen Joosten of Weyntje Wispeltuers. Ritsert wil hier echter niets van weten. Een probleem is echter hoe de zaak met oom Rijckert geregeld moet worden.
Lekker heeft intussen de pot met goud gevonden, die Warenar onder een steiger bij de molenwerf begraven had. Als Warenar ontdekt dat zijn geld verdwenen is, begint hij luid te jammeren. Ritsert hoort dat en denkt dat hij zo te keer gaat vanwege Klaertje. Ritsert bekent dat hij de schuldige is, wat Warenar opvat als een bekentenis van de diefstal. Het misverstand wordt na een hevige scheldpartij van Warenars kant duidelijk en opgelost. Ritsert vraagt om de hand van Klaertje; zijn oom wil van het huwelijk afzien. Warenar gaat zijn huis binnen om zich te overtuigen van de waarheid van Ritserts woorden. Ritsert belooft hem te helpen zoeken naar de pot en gaat een straatje om.

Vijfde bedrijf.
Ritsert ontmoet Lekker, die tevergeefs probeert de pot me geld onder zijn mantel te verbergen. Ritsert zegt dat het geld van Warenar is, licht hem in over het aanstaande huwelijk en dwingt hem mee te gaan naar Warenar. Reym moet snel Geertruyd gaan halen om bij de bevalling te assisteren, die verhaast is, doordat Klaertje danig geschrokken is van het plan om haar met Rijckert te laten trouwen. Reym prijst uitvoerig de goede eigenschappen van Klaertje.
Ritsert en Lekker komen bij Warenar. Lekker geeft de pot met geld terug en Warenar is dolgelukkig. Maar hij heeft zijn lesje geleerd: hij geeft het geld als huwelijksgeschenk aan Ritsert. Dan komen Reym en Geertruyd met de pasgeboren zoon, een wolk van een jongen. Lekker maakt handig van de situatie gebruik door vijfhonderd gulden aan Ritsert te vragen om het kastekort aan te zuiveren en hij krijgt ze. Ritsert gaat naar de kraamvrouw kijken en Lekker besluit het stuk met een verzoek om applaus.

Oordeel: We hebben dit toneelstuk met de klas gelezen, dat is wat anders dan als je het alleen zou lezen. toch vind ik het een leuk boek.

je kan duidelijk lezen dat het een toneelstuk is en dat heeft zijn voor en nadelen, als nadeel dat niet alles vertelt wordt om het publiek in spanning te houden. Maar als voordeel dat het een stuk spanneder wordt

ik raad dit boek aan omdat het spannend is en niet heel erg moeilijk om te begrijpen.

 


Brían: Kaas

Titel: Kaas
Auteur: Willem Elsschot
UItgeverij + Plaas: Em. Querido’s Uitgeverij B.V., Amsterdam (Salamander)
Eerste druk: 1933

 

Auteur
Willem Elsschot is auteur en dichter uit de 18e en 19e eeuw en heeft meerdere boeken geschreven, één daarvan is Kaas. Willem is geboren op 7 mei 1882 en gestorven op 31 mei 1960.

Sammenvatting
Het boek begint wanneer Frans Laarmans’ moeder overlijdt. Op de begrafenis ontmoet Frans een vriend en klant van zijn broer, mijnheer Van Schoonbeke. Deze nodigt hem uit bij hem op bezoek te komen. Wanneer hij dit doet en Van Schoonbekes vrienden ontmoet, schaamt hij zich voor zijn maatschappelijke status. Frans is klerk bij ‘General Marine and Shipbuilding Company’. Van Schoonbeke vertelt Frans over een baan als vertegenwoordiger voor een grote Nederlandse firma. Hij kan deze baan voor hem regelen, als Frans dat wil.

Frans ziet een kans om zijn maatschappelijke status te vergroten en neemt, tegen het advies van zijn vrouw in, de baan aan. Hij is nu kaasgroothandelaar. Zijn vrouw zegt hem aan zijn oude baan niet op te zeggen. Dus regelt hij een doktersverklaring van zijn broer, waarin staat dat hij een zenuwziekte heeft. Zo kan hij drie maanden verlof krijgen, waarin hij zijn  kaashandel op orde kan krijgen.

Kort nadat hij de baan heeft aangenomen, arriveert twintig ton aan Edammers in de haven. Hij besluit ze in een patentkelder op te laten slaan tot hij zijn kantoor op orde heeft. Wanneer dit klaar is en hij zijn “bedrijf” Gafpa (General Antwerp Feeding Products Association) genoemd heeft, plaatst hij een advertentie voor vertegenwoordigers in België en Luxemburg. Dit is namelijk het gebied waar hij de kazen moet gaan verkopen. Twee weken nadat hij dertig agenten heeft aangesteld, begint hij zich af te vragen waar de bestellingen blijven. Om daar achter te komen gaat hij naar Brussel om zijn twee agenten op te zoeken. De ene woont niet op het opgegeven adres en de ander smijt de deur in zijn gezicht dicht.

Van Schoonbeke regelt hierna een positie voor Frans als vervangend voorzitter van de Vakbond van Belgische Kaashandelaren. Aangezien Frans nagenoeg niets afweet van kaas, wil hij deze positie niet. Uiteindelijk hoeft hij dit ook niet te worden, en gaat hij weer terug naar het verkopen van kaas.

Wanneer Frans te weten komt dat zijn baas (voor wie hij kaas verkoopt in zijn gebied) al gauw een bezoek komt brengen, raakt hij in paniek. Met nog vier dagen te gaan voor de aankomst van Hornstra (Frans’ baas), neemt Frans een verkoopcursus. Terug in Antwerpen probeert hij zijn nieuwe verkooptechnieken in praktijk te brengen, echter zonder enig succes.

De zoon van een notaris, een vriend van Van Schoonbeke, zegt dat zijn vader bereid is de Gafpa-onderneming te ‘commanditeren’. De zoon heeft een plan waarmee hij zijn vader kan oplichten. Frans neemt het aanbod niet aan en even later komt Hornstra naar zijn huis om met hem te praten. Als Hornstra bij zijn huis aankomt, doet Frans de deur niet open. Later schrijft Frans Hornstra een brief waarin staat dat hij de kazen wegens gezondheidsredenen niet kon verkopen. Drie dagen daarna ontvangt hij echter een bestelling van een van zijn agenten voor 4200 kilo Edammer, waar hij dus niets meer mee kan dan doorsturen naar Hornstra.

Frans bedenkt hoe hij in de hele kaascrisis terecht is gekomen en komt tot de conclusie dat hij de moed gewoon niet had om het aanbod van Van Schoonbeke af te slaan. Hij gaat weer werken als klerk en merkt dat hij het eigenlijk best leuk vindt. Ook ziet hij in hoe veel zijn familie voor hem betekent. Op het eind brengt Frans een bezoek aan zijn moeders graf en over kaas wordt thuis niet meer gesproken.

Oordeel

Kaas was niet heel erg leuk om te lezen, gelukkig was het een dun boek. Het boek was niet leuk om te lezen omdat door het aantal weinige bladzijde er geen spanningsopbouw was en het was daardoor heel zakelijk geschreven. Het verhaal werd dus ook niet leuk waardoor ik mijn aandacht er moeilijk bij kon houden.

Het onderwerp kaas vond ik wel leuk want ik vind het niet echt een voorde hand liggend onderwerp. Want kaas op zich zelf is natuurlijk niet zo interessant.

De gebeurtenissen volgen in dit boek elkaar logisch op er zijn geen flash of voorbacks. Hierdoor was het wel makkelijker te begrijpen.

De personages waren niet heel moeilijk te begrijpen dat komt mede doordat ze in het begin werden opgesomd .

Het taalgebruik is zeer zakelijk er komen niet echt moeilijke woorden in voor al is de schrijftaal wel anders dan die wij nu gebruiken.

Al met al was het wel een leuk boek, ik raad het aan voor mensen die een makelijk, zakelijk en kort boek willen lezen.

 

Bríans leesautobiografie

Ik heb vanaf groep 5 tot het einde van groep 8 erg veel boeken gelezen, vooral fantasy boeken. Ik vind lezen erg leuk omdat je ineens heel ergens anders bent. De schrijvers waar ik veel boeken van heb gelezen zijn, Christopher Paolini, J.R.R tolkien, J.K Rowling, Terry Goodkind en John Flanagan. Ik probeer nog steeds veel te lezen maar dat lukt niet altijd.