i-keuze
Omtrent de i-keuze heerst nogal wat onduidelijkheid, de informatie hieronder kan misschien helpen om het e.e.a. te verduidelijken.
i-keuze: plan van aanpak, bronnen, logboek, tijdpad en proces
Kies een onderwerp. Je bent vrij in het onderwerp met 1 voorwaarde: het onderwerp heeft tenminste één raakvlak met een Duitstalig land. Vervolgens meld je je onderwerp bij je docent aan.
Inlezen. Het eerste wat je nu doet is inlezen. Inspiratie vind je onder andere in de bibliotheek.
Je zoekt informatie ( boeken, internet, gesprekken) over je onderwerp en maakt daarover aantekeningen. Ook maak je samenvattingen van relevante teksten. Noteer de bronnen in een lijst. Uiteraard maak je gebruik van Duitse bronnen.
Stel een hoofdvraag op. Over je onderwerp stel je een hoofdvraag op. Dit doe je om meer gericht naar informatie te zoeken en ook om te voorkomen dat je verhaal een warrig geheel van losse feiten wordt. Een goede hoofdvraag geeft richting aan je werk. Wat wil je nu precies weten en schrijven? Een goede hoofdvraag hoeft niet direct te beantwoorden te zijn.
Stel ook deelvragen op. Op basis van je hoofdvraag stel je een aantal deelvragen op. Deelvragen zijn heel concrete vragen (die na enig onderzoek) wel te beantwoorden zijn. Stel minstens 5 deelvragen op.
Zoek informatie om de deelvragen te beantwoorden. Je hebt al veel gelezen. Ga nu kijken of je genoeg weet om je vragen te beantwoorden. Zeer waarschijnlijk zul je nog meer informatie moeten opzoeken. Maak aantekeningen bij alles wat je leest.
Noteer de bron. Beantwoord de hoofdvraag. Als het goed is kun je na het beantwoorden van de deelvragen nu ook de hoofdvraag beantwoorden.
Maak een indeling voor je eindverslag. Nadat je je vragen hebt beantwoord kun je een indeling ( inhoudsopgave) maken voor je verslag. Je ordent alles in een logische volgorde.
Schrijf alle paragrafen/hoofdstukken. Je kunt daarvoor al je aantekeningen gebruiken. Maak er goede kloppende zinnen van en let op je taalgebruik. Voeg zoveel mogelijk informatie toe en vermeld er achter waar je die info vandaan hebt ( citaten en bronnen juist weergeven).
Afwerking. Voeg toe; voorkant, inhoudsopgave, voorwoord, inleiding, bladzij- nummering, bronnen, relevante plaatjes en foto’s. Maak er een mooi verslag van. Je wordt ook beoordeeld op de afwerking. Verantwoord je bronnen! Neem nooit zomaar stukken tekst van internet/ boeken over. Schrijf in je eigen woorden en informeer je op tijd over plagiaat (welke vormen bestaan, hoe vermijd ik het, hoezo merkt mijn docent het, enz.). Plagiaat wordt bestraft (iudicium 1, niet herkansbaar). Kijk of je alles hebt en lever het verslag op tijd in.
N.B.: Voor deze i-keuze worden 10 (tien) studielasturen als minimumnorm gesteld. Dat betekend dat je met minder dan 8 bladzijdes (12 pt, TNR, regelafstand 1.5, marge 2 cm) zeker geen voldoende kunt halen (tenzij de inhoud van zodanig hoge kwaliteit is, dat er onmiddellijk een Spinoza-premie voor zou moeten worden uitgereikt).
De jaarlagen 4H en 4V mogen de i-keuze in het Nederlands inleveren mits er een Duitstalige samenvatting van minimaal 180 woorden mee wordt geleverd.