Checklist schrijfopdracht – Nakijken van een brief
De volgende stappen helpen je om fouten te vermijden en goede brieven te schrijven. Wat handig dat je docent dat hier nog een keertje op een rijtje zet. En wat aardig ook.
- Is het een persoonlijke of een formele brief? Het verschil zit o.a. in het gebruik van pronomina, de aanhef, wel of niet gebruik van het adres en in de afsluiting.
- Kijk na of je aan de (deel-)opdrachten voldoet en dat je het voorgeschreven aantal woorden haalt.
- Zorg ervoor dat de brief leesbaar en overzichtelijk is. Maak niet te lange zinnen, zet alinea’s als structurerend middel en switch niet middenin “to something completely different”.
- Ga in elke zin na of er Präpositionen in staan en check of je de juiste naamvallen hierbij gebruikt.
- Doe hetzelfde met bijvoegelijke naamwoorden. Kijk hiervoor na welk geslacht de zelfstandige naamwoorden hebben.
Bij gebruik van het woordenboek let je ook op de volgende punten:
- a) Kies niet het eerste en beste woord (een CV is niet altijd een Zentralheizung). Kijk naar de context en de woordsoort. Als je een werkwoord zoekt gebruik dan geen zelfstandig naamwoord in je zin. Vertaal in geval van twijfel ook liever niet letterlijk; een koophuis is geen Kaufhaus!
- b) Het woordenboek geeft het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Maak daar gebruik van.
- c) Bij werkwoorden en voorzetsels staan vaak ook grammaticale gegevens. Maak ook hier gebruik van.
Algemene beschouwingen:
- In een bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan (Ich hoffe, dass Uschi heute etwas lernen wird).
- Een derde naamval staat voor een vierde naamval (Ein Lehrer muss sein__ faul__ Schülern leider schlecht_ Noten geben).
- Sommige werkwoorden hebben vaste naamvallen (bijv. danken, helfen, geben, gratulieren).
- De persoon tot wie je je richt, wordt altijd met een hoofdletter geschreven.
- Ga na of het woordje dat voegwoord is. Zo ja, dan door daß vertalen; zo niet, door das.
- Zijn alle zelfstandige naamwoorden met hoofdletter geschreven?
So, dann viel Erfolg!