Taaldorp
Op 3 juni a.s. gaan we het taaldorp in. Om je daarop te kunnen voorbereiden vind je onder deze link een site met oefeningen voor taalmiddelen en idioom. Je kunt je concentreren op de onderwerpen cafe, ziekenhuis, hotel, reisbureau en kledingwinkel.
Het is wellicht handig om te weten wat je docenten qua voorbereiding nuttig vinden. Daarom hier een (verkort) overzicht:
• Besteed aandacht aan de specifieke woordenschat die vereist wordt in het taaldorp (bijvoorbeeld
via ‘word maps’ en WRTS) en aan relevante grammaticale onderwerpen.
• Laat leerlingen woorden en chunks uit het hoofd leren, en train ze in het combineren
daarvan (bijvoorbeeld door ze dialogen te laten bedenken voor situaties die sterk lijken
op die van het taaldorp).
• Besteed aandacht aan compensatiestrategieën: hoe zeg je dat je iets niet begrepen hebt,
hoe vraag je iemand om langzamer te spreken?
• Besteed ook aandacht aan de non-verbale aspecten van gesprekken; welke gewoontes,
omgangsvormen kenmerken het doeltaalland?
• Werk van klein naar groot, van gesloten naar meer open opdrachten.
• Twee, drie weken voor een groot taaldorp intensief oefenen geeft leerlingen wat houvast.
Maar als de eerste kennismaking met vrij spreken dan pas begint is dat aan de late kant
om leerlingen te helpen te stijgen in niveau.
• Oefen de leerlingen in het elkaar beoordelen en van feedback voorzien, juist van elkaar
leren ze veel, en het is voor veel (zwakkere) leerlingen veiliger dan steeds weer uitsluitend
feedback krijgen van een docent.
Mocht je vragen hebben, laat het me even weten. Succes ermee!