VVDU – Opzoekvaardigheden 1 en 2

Als proef op de som heb ik hier een aantal vragen voor jullie. Kijk maar of je de volgende vragen kunt beantwoorden en blijf bijhouden waar je op welke manier naar het antwoord hebt gezocht. Het is de bedoeling dat we dat met elkaar inventariseren en delen zodat iedereen een idee krijgt wat werkt en wat niet. Ga dan ook een soort logboek bijhouden aub. Succes en veel plezier ermee:

  1. Wat is dat: Huzarenmuts, Fisimatenten, Katheder, Schweinerippenstück, Katheter? Lever een vertaling naar het D/NL.
  2. Wie hoch ist der Eintritt pro Person im RedDot-Design Museum in Essen?
  3. Wie schwer ist der dort ausgestellte Mondstein?
  4. Bij digischool.nl wordt in het Duitsland-ABC een uitspraak van de ADFC (Allgemeiner Deutscher Fahrrad-Club) aangehaald. Volgens de ADFC doen meer dan ….. (getal) Duitsers jaarlijks een fietsvakantie. Hoeveel ook alweer?
  5. Das Haus der Geschichte hat drei Standorte in Deutschland, welche und warum?
  6. Onder www.duits.de vinden jullie informatie over de geschiedenis van de Duitse literatuur. Bij het thema Sturm und Drang wordt o.a. een toneelstuk van Schiller genoemd: Don Carlos (1787). Welke scene wordt een “mooi fragment uit Don Carlos“ genoemd? Waar gaat de scene over?
  7. Het Nederlandse woord “procureur” kent in de juridische terminologie vijf betekenissen. Welke?
  8. Na welke voorzetsels worden werkwoorden in het Duits zelfstandige naamwoorden en dus met een hoofdletter geschreven?
  9. Inzake keuzevoorzetsels ken je een makkelijke regel betreffende de naamvallen die moeten volgen: beweging  – x-de naamval, plaatsaanduiding x-de naamval.
  10. Als na “bis” een keuzevoorzetsel staat dan krijg je altijd de … naamval.
  11. Hoe heet de nieuwe CD van Wir sind Helden?
  12. Je schrijft een Duitse zin met twee voorwerpen, leidend en meewerkend. Welk “Objekt” moet je eerst noemen?
  13. Welk Duits-Nederlands stel is onlangs getrouwd?
  14. Iedereen kent Gummibärchen van Haribo. Maar wat betekend HARIBO eigenlijk en waar komt het vandaan?
  15. De werkwoorden danken, geben, helfen en gratulieren eisen een bepaalde naamval. Welke?
  16. Wat is een “Hauptschule”, wat een “Realschule” en wat is een “Gymnasium” in het Nederlands?