De aanslag

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Anton Steenwijk in Haarlem. Terwijl een groot deel van Nederland al feest vierde omdat zij bevrijd waren, leefden Anton en zijn familie nog in bittere armoede.
In Januari 1945 zat Anton (toen 12 jaar) met zijn ouders en zijn 17-jarige broer pater een spelletje te doen. Tot er plotseling zes schoten klonken. De NSB’er Ploeg lag dood voor het huis van de buren. Meneer Korteweg en Karin, de buren van de familie, kwamen hun huis uit en tilden het lijk voor hun huis vandaan en legden het voor het huis van de familie Steenwijk. Peter ging naar buiten om het lijk te verleggen, helaas lukte dit hem niet zonder gezien te worden door de Duitsers. Daarom vluchtte hij snel weg met het pistool van ploeg in zijn hand. De Duitsers vielen het huis van Anton in en staken het in brand. Van Peter hadden zij niets meer vernomen. Anton werd apart van zijn ouders vervoerd naar Heemstede en werd daar in een cel gestopt bij een ander jong meisje dat hem troostte. De daar op volgende maanden woont hij bij zijn oom in Amsterdam.
Na de bevrijding bleek dat Antons ouders en Peter diezelfde avond nog doodgeschoten waren. Anton bleef bij zijn oom en tante wonen. Hij dacht niet vaak meer aan de aanslag, hij had het ergens ver weg gestopt. In 1952 werd hij uitgenodigd voor een feestje in Haarlem, voor het eerst sinds de oorlog ging hij weer terug naar die stad. Hij liep nog even langs de plaats waar hun huis vroeger had gestaan en bezocht het monument dat aan het eind van de straat was opgericht. Ook de namen van zijn ouders stonden daarop. Voor het eerst voelde hij iets van angst. Hij wilde nooit meer in Haarlem terug komen.
Toen in 1956 meutes mensen alles vernielden wat met het communisme te maken had kwam hij tussen deze grote mensenmassa Fake Ploeg tegen. Fake was de zoon van Ploeg, (de doodgeschoten NSB’er). Anton vroeg hem even binnen te komen. Fake verdedigde zijn vader hartstochtelijk. Anton probeerde hem er van te overtuigen dat wat zijn vader had gedaan fout is geweest, maar dat dat nog geen reden was niet van hem te houden. Het lukte Anton echter niet en Fake liep woedend weg.
In 1961 trouwt Anton met Saskia. In 1962 werd hun dochtertje geboren. In 1966 was de begrafenis van een oud-verzetstrijder, die de vader van Saskia nog gekend heeft. Na de begrafenis werd er nog wat nagepraat en hoorde Anton plotseling iemand vertellen over schoten. Het was Takes, de man die Ploeg had doodgeschoten. Anton knoopt een gesprek aan met die man en het blijkt dat het meisje dat Anton die avond van de aanslag in de cel had getroost, samen met Takes die aanslag had gepleegd. Zij was later in de duinen geëxecuteerd. Anton begon te huilen, Voor zijn gevoel stierf het meisje nu pas. Hij had haar zijn hele leven al gezocht. Later op de avond ontdekt hij dat Saskia precies voldeed aan het beeld dat hij zich had gevormd van het meisje in de cel. (hij heeft haar nooit gezien, het was donker in de cel) Takes wilde alles weten wat Anton zich nog herinnerde van haar die nacht in de cel. Hij wist echter niets meer.
Anton was gescheiden van Saskia en hertrouwd met Liesbeth. Rond zijn veertigste kwam Anton in een crisis. Hij heeft de oorlog nooit echt goed kunnen verwerken.
In november 1981 deed Anton mee aan een vredesdemonstratie. Opeens kwam hij Karin Korteweg tegen (de buren die het lijk voor hun huis hadden gelegd). Ze vertelde dat zij en haar vader na de oorlog naar Nieuw-Zeeland waren geëmigreerd, dat haar vader geen rust meer had, bang dat Anton wraak zou komen nemen. Daar had haar vader later ook zelfmoord gepleegd. Ze hadden het lijk verplaatst om zijn hagedissen te redden. Later had hij ze allemaal doodgetrapt. Waarom voor Antons huis en niet voor dat van de familie Aarts? Bij de familie Aarts zaten Joden verborgen. Verward nam Anton afscheid van Karin. Hij had nu na al die jaren antwoorden op zijn vragen. Maar wie was er schuldig?? Of was iedereen schuldig en onschuldig?
Ik vond dit een leuk boek om te lezen, de stijl vond ik erg fijn. De stijl was niet te ingewikkeld, de zinnen waren niet te lang en zaten niet overvol met details. Het verhaal werd ook op een logische volgorde vertelt, waardoor je het gemakkelijk kon volgen. Dit is een (van de weinige) boeken die ik leuk vond om te lezen. Ik zal deze ook vast wel gekozen hebben om in mijn vrije tijd te lezen.

Fabriekskinderen

Kort samengevat:
Op een vreselijk koude, vroege winterochtend moeten Saartje, Evert en Sander zoals elke ochtend vertrekken naar de wolspinnerij, waar ze heel hard moeten werken in slechte omstandigheden. Saartje heeft al vanaf het opstaan een tikkend gevoel in haar hoofd en krijgt tijdens het werken koorts. Sander wordt door zijn grote broer Evert op straat achtergelaten wanneer hij niet meer verder wil en valt op de stoep in slaap. De jonge baron Willem van Hoogstadt vindt hem en neemt hem mee naar huis: hij geeft hem eten en kleren en laat hem vertellen over het miserabele leventje dat hij leidt. Daarna neemt de baron Sander in huis, zodat hij nooit meer arm hoeft te zijn. Intussen is Saartje weer thuis en zo vreselijk ziek dat ze ‘s nachts in haar bedje overlijdt.
De schrijver van dit verhaal is erg tegen kinderarbeid. Dit kun je zien omdat hij telkens zegt dat er wat gedaan moet worden om die arme kinderen te helpen. Het verhaal was erg beknopt geschreven, vond ik. Er werd niet veel achtergrond informatie gegeven en daardoor vind ik het moeilijk om een mening te geven. Wat ik wel vind is dat de schrijver gelijk heeft en dat kinderarbeid slecht is en gestopt moet worden. Vroeger hadden minder mensen deze mening, daarom vind ik het wel mooi dat de schrijver op deze manier het duidelijk maakt dat dit slecht is voor die arme kinderen.

Elckerlijc

Kort samengevat:
Vanuit de hemel ziet God dat de mensen zondig leven. Hij roept de Dood bij zich: Elckerlijc (Iedereen) moet verantwoording afleggen over zijn leven. De Dood gaat naar Elckerlijc en zegt hem dat hij een pelgrimstocht moet maken (dat wil hier zeggen: zal sterven). Hij probeert nu zonder succes de Dood om te kopen. Zonder uitstel moet hij op reis. Wel mag hij reisgenoten meenemen. Elckerlijc vraagt Gheselscap, Maghe, Neve (vrienden en familie) en Tgoet (Bezit) mee op reis, maar zo gauw ze door hebben wat de ware bestemming is, haken ze af. Dan ontmoet Elckerlijc De Doecht (Deugdzaamheid) maar hij is te zwak. Kennise (Zelfkennis), de zuster van Doecht, brengt Elckerlijc nu bij Biechte, en nadat hij boete heeft gedaan is Doecht weer aangesterkt. Nu vergezellen ook Scoenheit, Vroescap (Wijsheid), Cracht en Vijf Sinnen (Zintuigen) Elckerlijc op zijn tocht. Deze stelt zijn testament op en gaat naar een priester om de laatste sacramenten te ontvangen. Als hij ten slotte bij het graf aankomt laten alle reisgenoten Elckerlijc in de steek, met uitzondering van Doecht, die tot in de dood meegaat en hem zal aankondigen bij God. Een engel brengt de ziel van Elckerlijc naar de hemel. In de epiloog volgt de moraal: laten we bidden dat iedereen zonder zonden voor God verschijnt.
God staat centraal in dit verhaal (toneelstuk), net zoals in vele andere verhalen die uit de middeleeuwen komen. In dit verhaal gaat het erom dat ieder mens (elckerlijc) zonder zonde moet leven. Ook wordt er duidelijk gemaakt dat alleen de deugd je bijstaat bij de dood, de rest (vrienden en familie, bezit, schoonheid, kracht, wijsheid en je zintuigen) zal je verlaten als je dood gaat.
Ik vond dit een leuk stuk om te lezen. Het lijkt een beetje op een sprookje, omdat er een moraal aan het verhaal gebonden zit. Ook laat het zien dat je uiteindelijk toch alleen bent als je dood gaat, dat is misschien niet helemaal waar maar je kan het wel zo opvatten.

Tirza

Het boek is in drie delen verdeeld: De huur, Het offer en De woestijn.
Het verhaal gaat over Jörgen Hofmeester, vader van twee dochters: Ibi en Tirza. Hij heeft geen baan meer, alhoewel hij niet ontslagen is. Hij is te oud om ontslagen te mogen worden en doodt daarom zijn tijd met uitzwaaien van vreemden op Schiphol.
Ibi is al uit huis en heeft een bed&breakfast in Frankrijk. Jörgens vrouw heeft hem drie jaar geleden verlaten maar komt nu net weer opdagen in zijn leven. Hij noemt haar continu ‘de echtgenote’. Jörgen woont dus nog alleen met Tirza.
Het verhaal begint als Tirza haar eindexamen heeft gehaald en een groot feest geeft voor haar vrienden. Het is tegelijkertijd een afscheidsfeestje, omdat ze daarna met haar vriendje Choukri door Afrika zal gaan trekken.
Choukri doet Jörgen denken aan Mohammed Atta, een van de terroristen van 11 september. Jörgen haat hem direct. Eveneens omdat door de crisis na 11 september Jörgen al zijn gespaarde geld is kwijtgeraakt. Hij ziet Choukri dan ook als de verantwoordelijke persoon hiervoor, een terrorist en iemand die kwaad in de zin heeft. Daarbij komt dat zijn vrouw opnieuw in zijn leven verschijnt. Ze zijn nooit officieel gescheiden geweest maar ze heeft hem wel verlaten voor een jonger exemplaar. ‘De echtgenote’ wil ook niet graag naar Jörgen terug maar had geen andere plek om naartoe te gaan.
De familieverhoudingen zijn duidelijk niet normaal en bereiken ook op het feestje een hoogtepunt wanneer vader Jörgen seks in het tuinhuisje heeft met een van Tirza’s vriendinnen en ‘de echtgenote’ zoent met een vriend van Tirza.
Jörgen is zich bewust van deze vreemde ontwikkelingen. Volgens hem gedraagt zijn vrouw zich als een valse slet, hij heeft seks met een piepjong meisje en Tirza date een terrorist.
Toch zet hij zich eroverheen en besluit alvast Tirza en Choukri later naar Frankfurt te brengen, vanaf daar vertrekt hun vliegtuig naar Windhoek in Afrika. Maar voordat hij ze zomaar op het vliegveld zet, wil Jörgen graag nog een weekendje met ze doorbrengen in het huisje van zijn overleden ouders in de Betuwe. Hij staat erop.
Vanaf hier word je als lezer misleidt.
Hofmeester betrapt Choukri en Tirza als ze op de keukentafel seks hebben. Volledig uit zijn humeur gaat hij weg, om even later terug te komen met Chinees eten. Hij eet het echter allemaal alleen op, omdat Choukri en Tirza slapen. De volgende dag brengt hij ze naar het vliegveld.
Als hij weer terug in zijn auto zit, ziet hij Tirza’s iPod liggen. Hij probeert haar nog te bellen, maar krijgt altijd weer de voicemail. “Hoi , dit is Tirza. Ik ben er even niet. Maar laat maar een leuk berichtje achter.” Onderweg moet hij een aantal keer overgeven. Hij snapt niet wat hem aan de hand is. Een aantal keer zegt Jörgen dat hij aan het epiloog van zijn leven is begonnen.
Hij probeert haar nog eens te bellen, hij hoort namelijk de hele tijd niks van ze en is bezorgd om zijn dochter. Nooit wordt de telefoon beantwoord.
Hofmeester besluit om naar Namibië te vliegen en ze persoonlijk te gaan zoeken. Hij boekt een luxe hotelkamer en bedenkt een strategie om Tirza terug te vinden in Namibië. Hij heeft een foto van haar en vraagt allerlei mensen of ze haar toevallig hebben gezien. Jörgen is wanhopig om zijn zonnekoningin terug te vinden. Hij reist steeds verder Namibië in en houdt zijn vrouw op de hoogte van zijn zoektocht naar hun dochter. In een van de steden komt Jörgen Kaisa tegen, een klein meisje dat zich aanbiedt aan hem. Hij neemt haar mee op reis en noemt haar af en toe Tirza. Jörgen vertelt aan Kaisa zijn verhaal.
We gaan weer terug in de tijd en bevinden ons op het moment dat Jörgen zijn dochter met Choukri op de keukentafel aantreft. Hij gaat door het lint en slaat zijn dochter dood met een pook, hij ‘snoeit’ Choukri met een kettingzaag. Daarna begraaft hij ze in de tuin. Vervolgens gaat hij wel gewoon naar het vliegveld en neemt hij afscheid van wildvreemde mensen (net zoals hij dat al eerder deed in Nederland).
In Namibië houdt hij vast aan Kaisa zoals hij dat deed aan Tirza. Maar toch wordt hij op een ogenblik teruggeroepen naar Nederland. Het lijk is in de tuin gevonden en media wacht hem op…

Ik had dit boek gekozen omdat ik een boek wilde lezen met meer spanning. Dit boek heeft inderdaad meer spanning, maar alsnog vond ik het een vreselijk boek. Ik vond dat de hoofdpersonage, Jörgen, telkens met alles overdrijft en erg snel geïrriteerd is. Dat hij snel geïrriteerd is hoort bij zijn personage, daarom vond ik hem ook niet leuk als personage. Telkens als er wat gebeurde reageert hij er erg fel op en omdat hij bijna overal fel (soms een beetje over dramatisch) vond ik het na een tijdje irritant worden. Ik vond het ook moeilijk om het hele boek uit te lezen, maar ik ben wel blij dat ik het heb gedaan want aan het einde kom je er wel achter wat er nou is gebeurt met Tirza.

Een vlucht regenwulpen

Maarten, de hoofdpersoon, groeit op als enig kind in een streng gereformeerd gezin. Hij is een heel eenzaam kind, dat het liefst zich terugtrekt in de natuur. Vandaar dat hij vaak met zijn roeiboot door de rietlanden vaart om de verschillende soorten vogels en andere dieren te bewonderen. Er zijn geen andere kinderen om mee te spelen, maar hij is wel graag in het gezelschap van zijn moeder. De relatie met zijn vader is daarentegen niet geweldig want die is streng en geeft zijn zoon al voor het kleinste vergrijp regelmatig een pak slaag. Hij komt ook nooit buiten het gebied rond zijn huis. Zijn eerste contact met de buitenwereld is als hij in het dorp zijn amandelen moet laten knippen. Vanaf dat moment zal hij de rest van zijn leven pleinvrees hebben.

Korte tijd later gaat hij naar de lagere school. Ook daar kan hij geen contacten met leeftijdgenoten leggen en is hij altijd alleen. Zijn meester vindt hem een slim ventje en trekt hem voor boven de andere kinderen. Hij wordt in een apart kamertje gezet waar hij rustig vooruit kan werken. De reactie van de andere kinderen is natuurlijk negatief. Na school wordt hij dan ook achtervolgd door een aantal jongens, die hem het meeste pesten.
Maar Maarten is heel sterk en verweert zich door een van de jongens in een hoop koeienpoep te duwen en de andere drie hard te slaan. Sindsdien hebben de jongens Maarten nooit meer achtervolgd.

Als hij op de middelbare school komt wordt hij verliefd op Martha. Hij ontmoet haar bij de redactie van de schoolkrant waar hij in zit. Omdat hij nooit wat tegen haar durft te zeggen, geeft zijn enige vriend Johan Koster hem het advies in de schoolbibliotheek te gaan werken, want daar komt Martha vaak. Omdat Maarten duidelijk verliefd is op Martha, wordt hij op school gepest. Martha hoort daardoor ook al gauw dat Maarten verliefd op haar is en geeft de indruk bang te zijn voor hem. Op de dag van de diploma-uitreiking van het eindexamen komt Maarten te laat en hij mist daardoor Martha. Hij stelt zijn ouders voor dat hij naar een andere kerk gaat de komende zondag in de hoop dat hij haar daar zal zien. Zijn vader ontsteekt in woede bij dit voorstel en denkt dat de duivel in hem is gevaren. Zijn moeder begrijpt echter dat het om een meisje gaat en geeft hem toestemming om naar Martha’s kerk te gaan. Daar krijgt hij de schrik van zijn leven, want Martha leunt tijdens de dienst met haar hoofd op de schouder van een man. Hij gaat sterk twijfelen aan zijn geloof: “ Wat heeft het voor zin als je na de dood naar de hemel gaat terwijl je geliefde je niet ziet staan?”

Na zijn middelbare schooltijd gaat Maarten celbiologie studeren in Leiden. Eerst woont hij bij zijn oom en tante op kamers, maar als deze overlijden en zijn vader kort daarna ook overlijdt, trekt hij in bij zijn moeder. Hij houdt heel veel van zijn moeder en vindt het dan ook afschuwelijk als zijn moeder keelkanker krijgt. Omdat hij haar zo ziet lijden, raakt hij nog verder van zijn geloof af. Vlak voor de dood van zijn moeder komen er twee ouderlingen van de kerk op bezoek bij hen. Wanneer zij zeggen dat zijn moeder niet naar de hemel zal gaan door een zonde die zij zou hebben begaan en Maarten bovendien het verwijt krijgt dat hij de laatste tijd te weinig in de kerk komt, breekt hij uit in woede. Hij gooit de twee de deur uit en smijt er zelfs één in het water. Wederom ervaart hij het geloof als bedrog. De dag daarop overlijdt zijn moeder. Op het moment van haar overlijden ziet Maarten een vlucht regenwulpen overvliegen. Dit is een heel emotioneel moment voor hem.

Maarten woont nu als hoogleraar in de celbiologie alleen in zijn ouderlijk huis. Op het moment dat het boek begint, is hij druiven aan het plukken voor Jakob en Jacqueline, omdat zij gaan trouwen. Die druiven werden vroeger al door zijn vader en ooms geteeld, maar omdat dit zo bewerkelijk was, had zijn vader de druiventeelt vervangen door de kweek van nachtschaden. Maarten heeft de druivenkweek echter weer teruggehaald. Op de receptie van Jakob en Jacqueline ontmoet hij de zus van Martha. Hij praat een tijdje met haar en maakt een afspraak om met haar naar een concert te gaan. Later op die avond wordt hij opgeschrikt door een dwanggedachte dat hij nog maar veertien dagen te leven heeft. Hij rijdt een auto aan en ziet dit als een voorteken van zijn naderende dood. Dit gevoel wordt kort daarop nog versterkt doordat hij in zijn laboratorium zijn hand verwondt.

Een paar dagen later gaat hij naar een reünie van zijn oude middelbare school, in de hoop dat hij daar Martha weer ziet. Zij is inderdaad aanwezig en zegt hem zelfs goedendag. Ze is al getrouwd en heeft twee kinderen van wie ze foto’s laat zien. Maarten is heel blij met deze ontmoeting, maar het levert verder geen nader contact op.

Maarten gaat vervolgens naar een congres over weefselkweek in Bern en wordt daar ontvangen door een vrouwelijke Franse collega, die Adrienne heet. Samen met haar gaat hij uit eten. Ook al is ze tien jaar ouder dan hij, toch voelt hij zich tot haar aangetrokken. Hij houdt een lezing, waarna een feest plaatsvindt. Maarten heeft het niet naar zijn zin want hij ziet dat Ernst, een andere collega, en Adrienne het wel erg goed kunnen vinden met elkaar. De dag daarna gaan ze een tocht door de bergen maken en hierbij komt Maarten ten val. Hij ziet zichzelf dan al dood gaan. De nacht daarop ziet hij in een koortsvisioen het gezicht van Martha vervagen. Hij hield een vredig gevoel aan Martha over en hij besloot geen contact aan te gaan met anderen en niet meer te proberen zijn isolement te doorbreken, maar het juist te laten voortduren.

Het verhaal heeft vele flashbacks, die over zijn jeugd gaan. Die flashbacks worden vrijwel chronologisch verteld.
Wat ik jammer vond van dit boek, is dat er weinig spanning was. Ik vond het verhaal leuk om te lezen omdat ik zelf ook wel geïnteresseerd ben in de natuur en biologie. Ook de manier van vertellen, het ik-perspectief en de flashbacks, vond ik leuk. Ik vond het ook een raar boek om te lezen. In het begin van de flashbacks gaat Maarten voor het eerst naar het dorp. Zijn beschrijvingen van bepaalde dingen (zoals de schaduwen) waren erg raar.
Dit boek vond ik niet erg om voor de lijst te lezen, maar ik had dit boek niet gekozen om te lezen in mijn vrije tijd. Met de reden dat ik meer van spanning hou, dan van een beschrijving van iemands leven (dat bijna geen spanning bevat).

Het diner

Het boek gaat over een diner. Deelnemend aan het diner zijn Serge en Babette Lohman en Claire en Paul Lohman. Serge Lohman staat op het punt om de nieuwe minister-president van Nederland te worden, maar zijn zoon en de zoon van zijn broer hebben iets verschrikkelijks gedaan. Ze gaan dineren om dit te bespreken, dat is tenminste de bedoeling. De zoon van Paul, Michel, en de zoon van Serge, Rick, hebben een zwerver vermoord. Per ongeluk. De zwerver lag in een pinhokje en zij wilden pinnen. Ze werden kwaad en gooiden een lege jerrycan in het hokje, deze vatte vlam en zo verbrandde de zwerver. Tijdens het gesprek proberen ze het onderwerp steeds te ontlopen. Tussen het diner door verteld Paul steeds iets over zijn eigen leven dat te maken heeft met het gespreksonderwerp van dat moment. De geadopteerde zoon van Serge en Babette, Beau, heeft de ‘moord’ zien gebeuren en chanteert Rick en Michel ermee. Ze moeten veel geld aan hem geven, dan pas haalt hij alle filmpjes die hij van hen op internet heeft gezet eraf. Aan het einde wil Serge door het incident van Michel en Rick zich terugtrekken uit de campagne, maar Babette, Claire en Paul zijn het daar niet mee eens. Claire heeft bedacht dat als ze Serge zouden verwonden, hij niet de persconferentie zal geven de volgende dag, waarin hij zijn terugtrekking zou aankondigen. Beau verdwijnt op mysterieuze wijze en het gezin van Paul leeft hun leven ‘gewoon’ verder.

Het boek is verdeeld in meerdere delen:
- Aperitief
- Voorgerecht
- Hoofdgerecht
- Nagerecht
- Digestief
- Fooi
Deze delen zorgen ervoor dat je weet in welk deel van het diner je bent.
Ik vond dit boek erg langdradig en saai. Als je er eenmaal achter bent gekomen wat de zonen gedaan hebben, ben je al best ver in het boek. Er gebeurt (voor mij) voor de rest ook niet echt iets spannends. Het is inderdaad gewoon een diner met twee broers en hun vrouwen die praten over hun leven en wat ze ermee moeten doen. Nog een reden waarom ik dit boek niet echt leuk vond, was omdat de hoofdpersoon veel zeurde en omdat het uit het perspectief van die persoon verteld werd leek het alsof hij alleen maar aan het zeuren was. De manier waarop de tijd verdeeld wordt (de verschillende gerechten) maakte het voor mij ook niet leuker, het had niets met het verhaal te maken, behalve dan dat alles besproken werd tijdens dit diner. Dit verhaal had net zo goed vertelt kunnen worden zonder dat het tijdens een diner afgespeeld werd.

Ik had van een aantal mensen gehoord dat zij dit boek wel leuk of interessant vonden, maar uiteindelijk vond ik het erg saai.

De engelenmaker

Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Doktor Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen wordt hij toch geaccepteerd samen met zijn zoons, de spleten over hun gezichten blijken littekens van een hazenlip te zijn. De kinderen lijken sprekend op elkaar, en hebben veel weg van hun vader. De kinderen heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.Toch is er iets mis met de kinderen, ze blijven klein en zijn vaak ziek, en net als hun vader tonen ze weinig emoties. De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in. Frau Maenhout komt steeds meer te weten over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Hij wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt (maar wel over Jezus) en de kinderen mogen nooit naar buiten. Daarbij houdt de dokter veel afstand tot de kinderen, hij wil ook dat ze hem vader noemen i.p.v. pap of papa. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, die overigens erg schokkend blijkt te zijn, komt zij door een vreselijk ‘’ongeluk’’ om het leven.

In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd na zijn studie, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als ‘debiel’ in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en zij is dan ook de enige aan wie hij dat laat horen. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een internaat en daarna op de universiteit. Victor Hoppe heeft in die jaren bedacht dat men slecht of goed kon zijn, niet ertussenin. Hij zag God als het kwaad, omdat hij zijn zoon, Jezus, die in zijn ogen het goede was, in de steek liet toen hij aan het kruis werd gehangen. Victor Hoppe vergeleek zich dan ook veel met Jezus en merkte dat ze veel gelijkenissen hadden, maar hij blijkt een genie te zijn en studeert verder in embryologie. Hij verraste de wetenschap door jonge muizen te produceren die uitsluitend mannelijke of vrouwelijke ouders hadden. Hierna kreeg hij een baan op de universiteit in Aken, en daar kreeg hij geld om muizen te klonen, wat hem ook lukte, alleen later werd het project stopgezet nadat men op basis van zijn aantekeningen de kloning niet kon herhalen en Dokter Hoppe weigerde het te demonstreren. Daarna ging hij zelf verder en slaagde er uiteindelijk in zichzelf te klonen. Hier loog hij de draagmoeder voor, die hij een kind van zichzelf had beloofd. Rex Cremer, de stafarts van de universiteit, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet. Nadat de baby’s ter wereld waren gekomen, had Dokter Hoppe ze zelf meegenomen.

In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer weer opnieuw in aanraking met Doktor Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Doktor Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dit komt door een ’fout’ in hun chromosomen. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar ‘kinderen’ opzoeken, ze heeft spijt van haar beslissing ze niet te nemen. Maar als ze bij Doktor Hoppes huis aankomt is er al één dood, Michaël. Want dokter Hoppe heeft besloten ze niet meer eten te geven of nog aandacht aan hen te besteden, het experiment (het klonen) was immers mislukt en hij hield zich alweer met andere dingen bezig. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door, en als ze erachter komt dat de Dokter de kinderen, inmiddels was Rafaël ook al overleden, op sterk water had gezet had ze hem aangevallen en had hij haar uiteindelijk vermoord. Terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg (vlakbij het dorp) volgen, kruisigt Doktor Hoppe zichzelf. Hij eindigt aan het kruis (net zoals Jezus), terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt. Rex Cremer was ondertussen weer naar het huis van Dokter Hoppe teruggekeerd, en na het aanschouwen van de 3 jongens, Gabriël was nu ook gestorven, op het sterke water en de dode draagmoeder erbij niet aangekund. Hij had vervolgens het hele huis in brand gestoken, zodat niemand hier ooit achter kwam. Rex Cremer voelde zich namelijk verantwoordelijk voor het hele gebeuren. Toen hij zo snel als hij kon uit Wolfheim wegreed kreeg hij zelf een ongeluk waarbij ook hij om het leven kwam.

Dit boek vond ik leuk om te lezen vooral omdat ik erg geïnteresseerd ben in biologie. Het verhaal is in drie delen verdeelt. Ik vond het eerste deel moeilijker om te lezen dan de rest omdat ik toen telkens niet snapte waarom bepaalde dingen gebeuren. Dit wordt allemaal duidelijk gemaakt in het tweede deel, toen het verleden van de dokter werd verteld. Vanaf het tweede deel vond ik het dus leuker om te lezen. Meestal hou ik niet zoveel van boeken die veel met de Bijbel te maken hebben, maar in dit boek vond ik dat niet zo erg. Dit komt omdat de religie gekoppeld werd aan de wetenschap. En ik vind de wetenschap wel interessant. Tot nu toe vind ik dit het leukste boek die ik gelezen heb voor Nederlands.

Hersenschimmen

Dit boek gaat over een man, Maarten Klein, die dementeert. Maarten is een Nederlander die voor zijn werk naar Amerika is verhuisd. Het boek is vanuit zijn perspectief geschreven. In het begin vergeet hij telkens kleine dingen, zoals wat hout uit de schuur halen en binnen bij de open haard leggen. Als lezer lijkt het dus alsof je telkens een stukje tekst hebt overgeslagen, maar het blijkt dus dat Maarten het zelf gewoon vergeten is. Hoe verder je leest hoe meer dingen hij vergeet. Uiteindelijk vergeet hij hele ochtenden of avonden. Dit leest natuurlijk erg raar, alsof je gewoon hele pagina’s mist. Zo voelt het natuurlijk ook voor Maarten. Een ander personage in het boek is zijn vrouw, Vera. Doordat zij hem telkens herinnert dat hij bepaalde dingen moet doen, herinnert hij het zich weer. Maar dat wordt ook telkens minder. Uiteindelijk redt Vera het niet meer om voor hem te zorgen en huurt ze een vrouw, Phil, in om te helpen met opletten op Maarten. Maarten denkt af en toe dat het een vriendin is van zijn dochter, of zelfs dat het zijn dochter zelf is. De gedachtes van Maarten worden telkens rommeliger en hij vergeet steeds meer. De laatste paar bladzijdes zijn bijna niet te snappen. Het zijn willekeurige gedachtes die te maken hebben met wat hij ziet of hoort.

In het boek zijn ook flashbacks. Die flashbacks zijn herinneringen van Maarten, die flashbacks worden vaak opgeroepen door kleine dingen die Maarten ziet of hoort. Zoals een vrouw in de bar die erg lijkt op een van zijn vriendinnetjes van vroeger. Vera probeert ook vaak foto albums te laten zien aan Maarten om ervoor te zorgen dat hij nog zoveel mogelijk weet over zijn verleden. Als je verder in het boek bent, wordt Maarten hier alleen nog maar boos om, omdat hij niet vindt dat hij die geheugensteun nodig heeft en aan het einde herinnert hij zich bijna niks meer. Toen hielpen de foto’s ook niet meer.

Het boek vond ik erg interessant, niemand weet precies hoe het is om te dementeren, maar ik vind dat de schrijver er een goed beeld van heeft gegeven. Het grote minpunt voor mij was dat het (dichter bij het einde) bijna niet meer te lezen was. Ook al was dat denk ik de bedoeling, ik vond het toen niet meer een leuk boek om te lezen.

Karel ende Elegast

Samengevat:
Karel de Grote slaapt in zijn kasteel in Ingelheim aan de Rijn. Opeens komt er een engel aan zijn bed die hem beveelt uit stelen te gaan. Tot twee keer toe weigert hij maar de derde keer doet hij wat de engel hem zegt. God had gezorgd dat iedereen in het kasteel sliep, dus Karel kon gemakkelijk ontsnappen. Onderweg denkt hij aan Elegast, een leenman die hij vanwege diefstal heeft verbannen. Hij krijgt daar spijt van en hoopte dat Elegast die nacht zijn begeleider zou kunnen zijn. Onderweg ontmoet Karel in het bos een ridder die helemaal gekleed is in het zwart. Hij eist van Karel dat hij zegt wie hij is en wat hij hier kwam doen. De koning weigert hem dit te vertellen, hierna volgt een gevecht. De zwarte ridder verliest. Karel vraagt aan hem wie hij is. De zwarte ridder zegt dat hij Elegast heet en steelt van de rijken, maar niet van de armen. De koning zegt dat hij ook een dief is en Adelbrecht heet. Hij stelt voor de schat van koning Karel te stelen. Elegast weigert dit, omdat hij ondanks zijn verbanning trouw blijft aan zijn leenheer. Ze besluiten om in het kasteel van Eggeric van Eggermonde, de zwager van Karel te gaan stelen. Omdat Elegast niet zo veel vertrouwen heeft in de inbrekers kwaliteiten van ‘ Adelbrecht’, besluit hij alleen naar binnen te gaan. Als hij al veel heeft gestolen, wil hij ook nog het zadel van Eggeric stelen, want dat was heel kostbaar. In de slaapkamer hoort hij Eggeric aan zijn vrouw vertellen dat hij de volgende ochtend Karel gaat vermoorden. Zij is het er niet mee eens. Eggeric slaat haar dan recht in haar gezicht, zodat ze gaat bloeden. Elegast vangt het bloed op in zijn handschoen, als bewijs voor Karel. Hij vertelt aan Adelbrecht dat Eggeric Karel wil vermoorden. Adelbrecht belooft dit meteen tegen de koning te zeggen. De volgende dag zijn alle mensen in het kasteel voorbereid op de inval van Eggeric. Eggeric wordt gevangen genomen, maar hij ontkent alles. Dan laat de koning Elegast komen die de handschoen laat zien. Een gevecht tussen Elegast en Eggeric zou beslissen wie de waarheid sprak. Karel bad tot God, en toen versloeg Elegast Eggeric. De verbanning van Elegast werd opgegeven en hij mag trouwen met Eggerics vrouw.
Dit boek was, net zoals Beatrijs, erg kort en beknopt. Er wordt weinig uitgelegd en omschreven. Ik vond het niet erg interessant, vooral omdat het erg beknopt was maar ook omdat het verhaal mij niet echt aansprak. Ik hou niet echt van verhalen over ridders en ik ga dat soort boeken ook niet meer uitkiezen.

Beatrijs

Recensie Beatrijs

In het kort samengevat:
Het verhaal gaat over Beatrijs, een non die kosteres in een klooster is. Ze is al voor dat ze het klooster in ging verliefd op een vriend, en haar liefde voor de vriend is op een gegeven moment zo groot dat ze besluit ondanks haar plichtsbesef het klooster te verlaten. Ze laat haar kleren en sleutel achter bij het Mariabeeld. Ze vraagt haar vriend om naar de kloostertuin te komen. Onder de egelantier zal ze hem opwachten. Samen met haar vriend verlaat ze het klooster en gaat in een afgelegen stad wonen. Daar leven ze zeven jaren welvarend, ze trouwen en krijgen daarna twee kinderen. Maar dan breekt voor Beatrijs een moeilijke periode aan. Ze wordt arm, en haar man verlaat haar. Zeven jaren moet Beatrijs prostitueren om toch nog aan geld te komen, ze had geen andere keus. Na zeven jaar krijgt ze berouw van haar zonden. Ze besluit om weer terug naar het klooster te gaan. Onderweg overnacht ze bij een weduwe, die medelijden heeft met Beatrijs en haar kinderen. Ze laat haar kinderen bij die weduwe achter en krijgt ’s nachts een stem die haar verteld dat ze naar het klooster terug moet gaan. Maria bleek al haar taken gedaan te hebben. In het klooster biecht ze al haar zonden, en wordt ze weer kosteres als vanouds.
Dit verhaal is erg kort, er wordt niet veel beschreven. Aan de ene hand vond ik het fijn dat ik er in een keer snel doorheen kon lezen, maar aan de andere hand vond ik het wel erg beknopt. Ik had een iets langer verhaal leuker gevonden vooral als er dan ook meer beschreven en uitgelegd werd. Het verhaal vond ik wel interessant, ook al kreeg je niet heel veel details. Ik geef dit boek een 7.5, het was leuk maar het had wel wat uitgebreider gemogen.