Fabriekskinderen

Schrijver: Jan Cremer

Samenvatting
Op een koude december morgen om 6 uur ’s ochtends werden de 3 jonge kinderen, Evert, Saartje en de Sander, door hun moeder gewekt. Ze moesten aan het werk, in de Leidsche wolfabriek. Ze hadden er totaal geen zin in, Sander viel zelfs weer in slaap.

Even later gingen ze weg. Het was nog steeds koud buiten. Sander werd meegenomen door Evert, Saartje liep al vooruit. Dit deed ze omdat ze hoofdpijn had en het koud had, ze wilde zo snel mogelijk in de warme fabriek zijn. Sander was nog erg moe en wilde alleen maar slapen. Toen beet hij in Everts hand toen die hem mee probeerde te trekken, Evert schrok, maar liep boos door, Sander liet hij achter.

Het was een heel donkere fabriek. Het was ook erg zwaar en gevaarlijk werk. Ze werden ook telkens “aangemoedigd” door een werkman. Evert en Saartje hadden het erg zwaar, zeker omdat Sander er niet bij was.

Sander was op de stoep in slaap gevallen, op de plek waar Evert hem achter had gelaten. Hij werd niet lang nadat hij in slaap was gevallen de jurist Willem, een man die aan de Leidsche academie jurist is en een goed hart. Hij nam Sander, die erg koud aan voelde maar nog wel in leven was, mee naar zijn studeerkamer. Daar aangekomen liet hij “chocoladewater” zetten en deed hij Sander in een warm bed. Ook deed hij hem zijn vieze kleren uit en deed hij iets aan dat warmer was.

Toen Sander wakker werd schrok hij van Willem, maar die schrik verdween snel toen e Willem hem een boterham gaf. Hij gaf hem ook lekkere broodjes, krentenbollen en warme waterchocolade. Willem vond het heel erg wat Sander allemaal overkomen was.

Opeens dacht Sander aan het feit dat hij in de fabriek moest zijn. Toen vroeg Willem of Sander naar school ging. Het antwoord van Sander was negatief. Dat was het moment voor Willem om Sander te adopteren, op te voeden en te onderwijzen.

Die nacht in het huis van Saartje en Evert hoorde niemand Saartje kreunen zoals normaal, ze vroeg om water en had ontzettende dorst. Ze had hoge koorts en was erg aan het zweten. Ze was had geen kracht meer om zelf water te halen. Iedereen sliep door waardoor enkele uren later Saartje aan koorts overleed.In de laatste drie alinea’s werd door de schrijver de situatie toegelicht waarin de vele duizenden fabriekskinderen leven.

1 Thema

Evert, Saartje en Sander waren fabriekskinderen. Sander werd geadopteerd door een man die medelijden met hem had. Saartje overleed aan koorts en Evert ging door met zijn rot leven.

Het verhaal bevatte veel beschrijvingen. Wat heel erg opvallend was, was dat tussen het verhaal door de verteller aan het woord was. Wat ook nog opviel was dat de tekst niet n het modern Nederlands was geschreven.

De titel Fabriekskinderen sloeg natuurlijk terug op de drie kinderen die elke dag in de fabriek werkten. Er was ook een ondertitel, “Een bede, doch niet om geld”. Dat hield in: een verzoek, maar niet om geld. Er werd dus niet om geld verzocht.

Er was geen proloog. Wel was er een epiloog waarin de schrijver vertelde dat fabriekskinderen een rot leven hadden en wat er tegen dit verschijnsel gedaan kon worden.Aangezien het een kort verhaal was, was het niet in hoofdstukken verdeeld. De opbouw was gewoon in alinea’s.

Saartje: Zij was elf jaar oud, maar doordat ze zoveel werkte leek ze wel op iemand van 10. Volgens mij was ze een best harde werkster.
Sander:Hij was 10 jaar, maar zag eruit als 7. Hij is het kleine broertje van Saartje. Hij was nog veel te jong
om te werken.
Evert: Hij was 13 jaar oud.Hij had zware taken. Hij moest namelijk o.a. vaak voor Sander zorgen.
Alle drie de kinderen hebben een vlak karakter.

Het verhaal speelde zich af rond 1860. Dit was te merken aan het feit dat de tekst een doel had voor de maatschappij van toen.

De plaats Leiden, waar het verhaal zich afspeelde, was tamelijk willekeurig gekozen.
Het verhaal duurde ongeveer een dag. Er zaten niet echt opvallende versnellingen of vertragingen in.
Het verhaal was in de grote lijnen chronologisch verteld.
Het verhaal werd auctoriaal verteld. Er waren geen bijzonderheden m.b.t. dit perspectief.

Hij heeft het boek met een bepaald idee beschreven:

-        Hij wilde de rijkere mensen laten zien in wat voor een hel deze kinderen leven.

-        Hij wilde met deze tekst pleiten voor sociale wetten in Nederland.

Het was een sociale roman, in de stroming van de verlichting.

Ik vond het verhaal wel indrukwekkend. Dit kwam doordat de schrijver erg goed de vervelende omstandigheden wist weer te geven. Er zat ook een goed idee achter het verhaal waardoor het goed en indrukwekkend wordt. Ook was het redelijk makkelijk te lezen. Niet alleen omdat het een kort boek is maar ook omdat het taalgebruik goed te volgen is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>