IV: statelijk spannend

Let op: Deze recensie gaat over IV met de nieuwe ontknoping.

Afbeeldingsresultaat voor IV lubach

  • 314 blz.

  • Schrijver: Arjen Lubach

  • Publicatiedatum: 2013

  • Uitgever: Uitgeverij Podium B.V.

I, II, III, IV. Wie is die IV? Dat is wat je je de hele tijd afvraagt in het boek IV, een spannende pageturner die gaat als een rollercoaster. Een thriller à la Dan Brown, geschreven door Arjen Lubach van Zondag met Lubach… Van dit schooljaar mijn favoriete boek.

Elsa Ruys is een wiskundestudent. Met haar vriendje en hun kind zijn ze op vakantie in Frankrijk. Dan krijgt ze een belletje: Een inspecteur wilt haar spreken in Nederland. Haar vader is vermoord. Dat het niet zomaar een moord is, ontdekt ze bij de inspecteur in de auto. Vader Ruys had een raadsel achtergelaten. Een raadsel dat haar op het spoor zet naar iets groots. Staatsgeheimen die op de één of andere manier met oude geschriften te maken hebben en met IV. IV wilt niet dat zij weet hoe. Wat volgt? Een spel van kat en muis, een achtervolging van 24 uur door heel Amsterdam. Een zaak van leven en de doden…

Toen ik ontdekte dat Arjen Lubach schreef, besloot ik meteen om iets van hem te gaan lezen. Waarom? Het gebeurt niet vaak dat ik een schrijver al ken voor ik een boek van hem of haar lees. Arjen Lubach kende ik als de presentator van Zondag met Lubach en mocht ik wel. Ik ontdekte dat hij een thriller had geschreven. Het was zijn eerste, maar door vele critici geloofd en zelfs een Nederlandse Dan Brown genoemd. Goed moest IV dus wel zijn. Ik mocht het lezen voor de lijst en ging van start. Het was eens tijd om te zien wat die Arjen Lubach schrijven kon…

Ik begrijp de positieve reactie van de critici.

Dit boek was goed.

Als ik dan moet vertellen waarom, dan begin ik met het plot. Vergelijk het met een glibberige slang (als je crocodile dundee bent): Net als je denkt dat je er grip op hebt, alles begint te snappen, glipt hij doodleuk de andere kant op. Het bijt zich in je vast en wanneer het pas los laat? Na de laatste zin op de laatste bladzijde. Het plot is er één met vele draaien en twists en staat als een huis, blijft dat tot en met de laatste zin.

Dat komt door de karakters. Ze zijn slim, hebben allemaal een eigen reden om er te zijn, hebben allemaal een functie in het plot. Je leeft met ze mee, Elsa Ruys, oy wat een pech zij niet heeft, Jacob… why did I cry? Het punt is, de karakters zijn goed uitgedacht. Allemaal zijn ze anders, de slechten zijn niet alleen maar slecht, de karakters zijn diep, en allemaal zijn ze aan elkaar gewaagd. Het resultaat? Van hun kat-en-muis werd ik hartstikke blij.

Dat allemaal wordt begeleid door een tegenwoordige derde persoon met Elsa Ruys, Robin, Jacob, de politie en zo nu en dan iemand anders (not too much spoiling) die er zoals vaker voor zorgt dat je altijd meer weet van de situatie dan de karakters zelf. Toch weet je niet alles. Iemand heeft een afspraak en het lijkt totaal ongerelateerd met de geheimen? Zeg dat niet te vroeg. Wacht maar tot een ander karakter een paar hoofdstukken verderop een nieuwsbericht ziet. Oh, maar wacht, daar blijkt dan dat je voorgevoel van eerder toch wel klopte. IV strikes again indeed… En dan lees je hoe een karakter zich daaruit probeert te redden, maar ondertussen het grote staatsgeheim blijft proberen te ontrafelen. Of de manier van vertellen ervoor zorgt dat je dat grote staatsgeheim al weet? Nee, maar dat maakt het nou juist zo leuk. Dat, samen met een no nonsense vlugge schrijfstijl, maakt het boek tot zo’n pageturner.

Men zegt alleen dat IV dan een Nederlandse Dan Brown is. Dat klinkt natuurlijk goed, maar helemaal waar is het niet. Goed, je hebt de raadsels, de mysteriën, hun betrekking tot de geschiedenis, maar maakt dat het een Nederlandse Dan Brown? Nee. Het lijkt erop, maar het is het niet, ligt in dezelfde hoek, maar voelt anders. Waarom weet ik niet zo goed. Mogelijk aan het feit dat de locatie in Dan Brown’s boeken meer beschreven worden en meer gebruikt? Robert Langdon zoekt in de duomo naar antwoorden en blijft in Vaticaanstad. Elsa Ruys gaat daarentegen de stad uit en gaat in plaats van de nieuwe kerk in Amsterdam naar een redactie met een computer. IV is geen Nederlandse Dan Brown: Het is een Groningse Arjen Lubach. Goede kans dat zijn inspiratie komt van Dan Brown, maar het verhaal is toch echt van hemzelf. Of dat slecht is? Natuurlijk niet. Dat iets anders is maar over hetzelfde onderwerp gaat, betekent niet dat het één beter is dan het andere. Het is niets meer dan een kwestie van smaak.

Toch heb ik wel één minpuntje. Elsa Ruys heeft namelijk de neiging om vaak naar het verleden te kijken. Nu is dat niet erg, de flashbacks zijn leuk om te lezen, maar het haalt onnodig wat snelheid uit het verhaal en past er naar mijn idee niet heel goed bij. Eén of twee flashbacks is genoeg om de goede band van Elsa en haar vader duidelijk te maken. Drie of vier is ietwat overbodig. Vooral als het alleen gaat over hoeveel zijn vader van geschiedenis af wist, of over zijn goede band met haar dochter: Geef mij in die flashbacks subtiele hints naar wat hij ontdekt had! Tuurlijk ben ik blij voor Elsa dat ze een goede band had met haar vader had, tuurlijk vind ik het leuk dat haar vader graag over geschiedenis vertelde, maar ik las het boek om een geheim te ontrafelen. Die flashbacks hielpen daar niet in. Jammer… Gelukkig maakt de rest van het boek een hoop goed.

Met een sterk plot, vele plot twists, goed uitgedachte karakters en een over het algemeen snel geschreven verhaal, is dit boek een zekere aanrader. Houd je van thrillers, actie, histoire en een schandaal van een staatsgeheim? IV wacht op je…

4 / 5

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een dagboek dat ieder lezen mag: Het geheime dagboek van Hendrik Groen

Pogingen iets van het leven te maken

  • 327 blz.

  • Schrijver: Hendrik Groen

  • Publicatiedatum: 2014

  • Uitgever: Meulenhoff

Een bejaarde man die op zijn eigen leuke manier met zijn leven in het bejaardentehuis omgaat, dat is Hendrik Groen in zijn dagboek. In Pogingen iets van het leven te maken: Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar leest u over zijn 2013 en alles wat hij daarover te zeggen heeft. Of het een aanrader is? Als u tegen het lezen over de ietwat gevoeligere onderwerpen in het leven kan, jazeker.

Pogingen iets van het leven te maken: Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar gaat dus over het 2013 van Hendrik Groen. Hendrikus Gerardus Groen, een bejaarde in een bejaardenhuis in Noord-Amsterdam die niet van klagen, zuchten en steunen houdt: Alles wat veel van zijn medebewoners wel doen. Gelukkig is hij beleefd en bewaart hij zijn meningen voor zijn dagboek. Ook zijn belevenissen van de dag schrijft hij op, zoals zijn bezoekjes aan zijn vriend Evert en de komst van Eefje, maar ook de oprichting van de Oud-maar-niet-dood club en die welverdraaide vissenmoord. Hij heeft het er maar druk mee… Toch is het niet alleen maar dolle pret. Het bejaardenhuis is namelijk zijn eindstation, ook hij weet dat dat zo is, en soms is dat niet altijd even makkelijk. U zult lezen over hoe hij daarmee omgaat, maar maakt u zich geen zorgen: Hendrik Groen is dan wel oud, maar nog lang niet dood.

Dit boek was een fijne lees, Hendrik Groen aangenaam om te ontmoeten. Wat er op de flaptekst staat, is waar: Aan het einde van het boek is het inderdaad moeilijk om afscheid te nemen. Hendrik Groen is grappig, aardig en weet de dingen leuk te brengen. Het is dan wel zijn dagboek, erin meelezen doe je graag. Om eerlijk te zijn zag ik hem zelfs als een soort rolfiguur. De manier hoe hij met ouder worden omgaat, zo zou ik zelf oud willen worden. Grappen, zo min mogelijk klagen, er het beste van maken. In het boek raakte ik dan ook bevriend met hem. Het resultaat? Ik heb in geen lange tijd zo erg meegeleefd met een boekpersonage. Was hij ziek? Ik hoopte maar dat hij snel beter werd. Had hij het lastig met zijn leeftijd? Het liefst zou ik het boek in willen hebben gedoken om hem te helpen. Was er iets met zijn vrienden? Ik mopperde dat ik hem niet troosten kon.

De reden dat ik al deze emoties had om Hendrik Groen, is mijn volgende pluspunt van dit boek: Het is ontzettend realistisch geschreven. Hoe dit verhaal gebracht is, had voor mij dan ook niet beter gekund. De titel liegt niet. Het is een dagboek en zo leest het ook. Heeft hij iets leuks gemaakt? Het verhaal van die dag is lang. Is hij ziek? Dan slaat de schrijver een paar dagen over. Voelt hij zich ellendig? Dan lees je die ellende, maar ook hoe hij toch de eventuele lezers van zijn dagboek probeert op te vrolijken. Het grootste pluspunt van dit boek voor mij? Hendrik Groen leeft, net zoals zijn vrienden, alles wat zij meemaken is ook echt gebeurd. Tenminste, zo voelt het. Het boek is en blijft fictief…

Interessant is in dit boek dat je het jaar 2013 bekijkt vanuit het perspectief van een verzorgingstehuis. Neem bijvoorbeeld de kroning van de koning. Ouderen gingen wild! Ook de dood van verschillende oud-bn’ers kwam wel eens voorbij, Syrië of het kiezen van de nieuwe paus. Het is een soort herleving van 2013, maar dan vanuit de ogen van Hendrik Groen in het verzorginstehuis. Eigenlijk is dat wel heel apart. Ik mag het wel.

Toch is er ook iets waar ik moeite mee had. Lag dat in de techniek van de schrijver, de sterkte van het verhaal, een verkeerde opmerking? Nee, natuurlijk niet. Het lag aan mij: Ik ben hooggevoelig. De reden dat ik u dat vertel, is omdat er een aantal tragische stukken in Groen’s 2013 zaten. Hij wordt ouder, zijn vrienden worden ouder en niet alles wordt dan even gezellig meer. Wat zal ik u niet vertellen. Wel dat het boek niet voor niets onder het drama-genre valt. Let op, het valt ook onder de komedie en weet je te ontroeren, meestal is het lachen, maar… Dit boek valt onder de genres van het leven. Alle genres (tenzij je leeft in een spookstad of een detective/inspecteur bent, maar daar ga ik nu even niet vanuit).

 

Gevoelige lezers onder ons, wees gewaarschuwd.

 

Dat gezegd hebbende, is het tijd voor de grote vraag. Is Pogingen iets van het leven te maken: Het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar wat voor jou? Ja. Het boek valt voor iedereen aan te raden, dus ja. Humor, drama, het leven, het zit er allemaal in, en je bekijkt het vanuit een perspectief waar je als iemand op de middelbare school waarschijnlijk niet bij stil staat. Het boek leest prettig weg en, met hoofdstukken van meestal niet langer dan een pagina, is handig om even snel op te pakken. Het leuke?

https://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/p/tip-pogingen-iets-van-het-leven-te-maken/

Inderdaad, het is een officieel boek voor de lijst. En het is geen saaie literatuur. Daarom zeg ik, laat er geen grijze baard over groeien, geef jezelf geen denkrimpels, lees het voor je lijst. Of voor jezelf.

4 / 5

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Erik of het klein insectenboek: Groots of kleiner dan een bromvlieg?

Gerelateerde afbeelding

  • 143 blz.

  • Schrijver: Godfried Bomans

  • Publicatiedatum: 1941

  • Uitgever: Het Spectrum

Het is een satire in een sprookjesstijl, een boekje over al dat klein is, jawel, het is Erik of het klein insectenboek. Het volgt de reis van kleine Erik Pinksterblom door de Wollewei, een weiland vol met pratende insecten, die Erik later als hij groot is, met de mensheid kan vergelijken. Of het leuk is om te lezen? Ik zocht het voor u uit.

De reis begint in Erik’s slaapkamer. Het fantasierijke jongetje kan niet slapen, want hij heeft binnenkort een toets over insecten. Hij wilt dat er wat bijzonders gebeurt en daar hoeft hij niet lang voor te wachten: De schilderijen in zijn kamer van zijn inmiddels gestorven grootouders komen te leven. Ze vertellen hem dat hij in een schilderij klimmen kan, waarna hij zonder twijfel het schilderij van een weiland inklimt, genaamd de “Wollewei”. Eindelijk zal hij erachter komen wat er zich in dat schilderij afspeelt, maar als hij krimpt en blijft krimpen totdat een grasspriet voor hem de lengte van een flatgebouw krijgt, wordt hij geïntroduceerd aan de wereld van insecten. Insecten die kunnen praten, en allemaal zo hun eigen karakteristieke trekjes hebben. Neem de wespen, die volgens hen boven de bijen staan of de vlinder die hopeloos verliefd wordt, de slak die zich voordoet als koppige hoteleigenaar, of de regenworm die in zijn blinde gevoel van voorrecht zichzelf in de knoop legt, Erik ontmoet ze allemaal. Een praktisch probleem? Hij weet niet hoe terugmoet…

Als men denkt aan Lezen voor de Lijst, dan denkt men meestal aan serieuze literatuur waar geen enkele fantasie in te bekennen valt. Dan vertel ik u echter, Erik of het klein insectenboek is dat zonder twijfel niet. Het boek is luchtig, vol fantasie, en daarnaast niet al te dik. Kortom, wilt u nog een oude klassieker voor de lijst en wilt u niet mopperen van de beschreven ellende, dan is dit boek u zeker aan te raden.

Over originaliteit gesproken, heeft u ooit iemand de mensenwereld zien vergelijken met insecten? Lees dit boek en u zegt hoe dan ook ja. Dit boek is namelijk één en al symbolisme. Elk insect dat Erik tegenkomt, beeldt een ander negatief trekje van de mensheid uit. Bekaktheid in de wespen, het remi zijn in de doodgravers, een superieurscomplex in de regenworm, om zo maar een paar voorbeelden te noemen. Wel zal niet alle symboliek meteen opvallen. Ikzelf viel sommige dingen pas op nadat ik het op internet had opgezocht. Toegegeven, dit zou kunnen komen van het feit dat ik niet vaak buiten ben, maar toch. De eigenschappen die ik echter wel zag, toverde een lach op mijn gezicht. Daar is deze satire leuk door: Je herkent mensen in een hommel of een slak.

De vertellende schrijfstijl geeft het boek de uitstraling van een sprookje. Hoewel het verhaal hierdoor makkelijk weg te lezen is, zorgt het er helaas wel voor dat het boek soms ietwat kinderachtig over kan komen. Zou er daarom een andere schrijfstijl moeten zijn? Nee, want ergens hoort het er toch wel een beetje bij. Het verhaal met haar pratende insecten in de Wollewei is nou eenmaal sprookjesachtig en zo wordt het ook aan u gepresenteerd. Dat het verhaal daardoor ietwat kinderachtiger wordt, is echter jammer.

Dan iets waar ik minder over te spreken ben: Aan het begin van elk hoofdstuk krijg je een korte samenvatting van alles wat er in dat hoofdstuk gebeuren gaat. Nu is dit handig voor een geheugensteuntje bij mondelingen, maar niet als je gewoon lekker aan het lezen bent. Op dat moment zijn ze expres binnen een boek neergezette spoilers. Deze kan je natuurlijk overslaan, dat deed ik ook, maar toch. Als lezen met racen te vergelijken valt, voelt overslaan als een gat in de weg waar je niet omheen rijden kan. Dat wil je voorkomen. (Mijn excuses als dit overkwam als geklaag…)

Dan, is dit boek iets voor u? Ja, zolang u een luchtige klassieker wilt lezen die een satire op de mensheid is. Ook als u een fantasylezer bent en nog een boek voor uw lijst zoekt, is dit een boek dat u niet zou moeten missen. Vindt u echter actie een belangrijk element van een verhaal, dan raad ik u dit verhaal af: Op een spin, een mol en een mierenkolonie na zal geen enkel ander dier u veel actie kunnen bezorgen.

Is Erik of het klein insectenboek een groots verhaal? Voor de lijst jazeker. Wie samen met Erik door het schilderij naar de Wollewei stapt, vindt in de insecten een leuke, luchtige satire die veel lezers wel zullen waarderen.

3,5 / 5

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

De man achter het raam, de lezer ernaast

Afbeeldingsresultaat voor de man achter het raam

  • 125 blz.
  • Schrijver: Gerrit Krol
  • Publicatiedatum: 1983
  • Uitgeverij: Querido

Als men denkt aan kunstmatige intelligentie, dan zal deze waarschijnlijk denken aan robots die de samenleving zouden moeten helpen, robots zonder emotie, of die uiteindelijk in hun wraaklust de wereld overnemen. Gerrit Krol denkt daar anders over. In zijn boek De man achter het raam introduceert hij u aan Adam, een automaat geprogrammeerd door zijn makers om menselijk te worden. Of dit iets slechts betekent? Zeker niet. Het is het begin van zijn leertocht van emotieloze robot naar metalen mens. Of u hem in deze tocht zou moeten volgen? Hangt ervanaf wie u bent.

Zowel ik dus al vertelde, gaat De man achter het raam over Adam. Vanuit het ik-perspectief kijkt u met hem mee in zijn gedachten over alles dat hij leert en meemaakt. U leest over zijn leven, over hoe zijn makers Rudy en Wessel constant weer een verbetering bij hem aanbrengen, over hoe zij hem leren om te gaan met alles wat er zo dagelijks is, over de glorie van zijn eerste glimlach, zijn gedachten over Plato of over het leven an sich. De automaat zal u flink aan het denken zetten, vragen proberen te beantwoorden als, “Waarom heeft men een lichaam nodig?” of, “Wat maakt iets tot materie, hetgeen waar hijzelf uit bestaat?”, maar u ondertussen steeds meer laten zien dat hij het mens zijn steeds meer begrijpt. Hij leert zijn lezer te ontroeren en op het laatst, als u herinnerd wordt aan het feit dat hij niets meer dan een experiment had moeten zijn, raakt hij u hard. U moet de man achter zijn raam alleen laten, en ziet hoe ieder ander dat ook doet.

Er wordt niet duidelijk aangegeven of het boek chronologisch is. Wel is duidelijk dat het begin het begin is, en het einde het eind, maar alles wat daartussen in zit? Niet helemaal een willekeurige volgorde, maar ook niet een duidelijke “fase 1” of “fase 2”. Ieder hoofdstuk kent wel één thema, bijvoorbeeld schaken of een nieuwe aanpassing aan zijn uiterlijk. Je leest hierover in chronologische korte verhalen. Stel hoofdstuk 10 gaat over verliefd zijn, dan zal 10.1 kunnen gaan over dat hij samen met Wessel nadenkt over wat verliefd zijn is, waarop hij in 10.2 afvraagt of hij zelf verliefd zou kunnen zijn en zo ja, op wie? Dan komt 10.3 en is hij werkelijk verliefd en in 10.4 leert hij daarmee omgaan.

Dat is voor mij meteen één van de sterkste punten van dit boek: Het feit dat een geprogrammeerd mechaniek mij kon raken zoals Adam dat deed en dat deed in niet meer dan 125 pagina’s. Het frustreert me bijna, al helemaal omdat ik zelf niet bepaald voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie ben. Toch ben ik geraakt. Waarom? Omdat ik die automaat een metalen mens heb zien worden die het einde van zijn verhaal ontmoette, daarom. Zoals je leest wat hij denkt over zijn begin en zijn leven, zo lees je ook over wat hij denkt van zijn “dood”. U doet dat vanuit zijn perspectief en gelooft u mij, dat raakt.

Een ander sterk punt kan gevonden worden in de titel: De man achter het raam. In feite is dit een samenvatting van het hele boek, want de beschreven man is Adam. Heeft u ooit het leven willen bekijken zoals een automaat dat doet? Het leven willen bestuderen alsof u een man achter het raam bent dat zijn onderwerp probeert te begrijpen en daar stukje bij beetje steeds meer in slaagt? Dat is wat Adam doet. Hij levert u een ander perspectief van de meest dagelijkse dingen, en doet dat met gedachten zoals alleen een automaat die heeft: Abstract, kort, veel details die een mens nooit zou benoemen, of juist wel, en kunnen in zijn poging tot begrip behoorlijk filosofisch zijn. Toch kan hij u ook laten lachen: Vraagt Wessel hem bijvoorbeeld of hij boos kan worden, dan bekent hij dat hij de week daarvoor zijn neus had weggegooid omdat hij verkouden was. Adam’s gedachten zijn anders dan je die zal lezen bij de meeste andere hoofdpersonages in boeken en maakt het boek ontzettend origineel.

Een nadeel van Adam’s denkstijl is echter dat het boek soms moeilijk te bevatten is. Wilt u dit boek lezen, dan zult u er toch echt even voor moeten zitten. Vaak gebeurde het dat ik bepaalde alinea’s wel las, maar toch twee keer moest lezen om te begrijpen wat er nou eigenlijk gezegd werd. Adam maakt de 125 pagina’s behoorlijk zwaar. Zelf ervaarde ik dit echter niet als storend. U hoeft de filosofie niet per se te begrijpen om het verhaal te kunnen volgen en het verhaal is an sich interessant genoeg om er moeite in te steken, maar dan moet u dat er wel echt voor over hebben.

Verder wordt er niet duidelijk aangegeven of het boek chronologisch is. Wel is duidelijk dat het begin het begin is, en het einde het eind, maar alles wat daartussen in zit? Niet helemaal een willekeurige volgorde, maar ook niet een duidelijke “fase 1” of “fase 2”. Ieder hoofdstuk kent wel één thema, bijvoorbeeld schaken of een nieuwe aanpassing aan zijn uiterlijk. Je leest hierover in chronologische korte verhalen. Stel hoofdstuk 10 gaat over verliefd zijn, dan zal 10.1 kunnen gaan over dat hij samen met Wessel nadenkt over wat verliefd zijn is, waarop hij in 10.2 afvraagt of hij zelf verliefd zou kunnen zijn en zo ja, op wie? Dan komt 10.3 en is hij werkelijk verliefd en in 10.4 leert hij daarmee omgaan. Noem dit een nadeel, noem dit een voordeel, noem dit wat u wilt, maar als u het mij vraagt vertel ik u dat het anders was en voor een keer wel leuk. Immers, voor het verhaal zelf maakt het niet veel uit en het maakt het makkelijk om het boek even snel erbij te pakken, een paar minuten te lezen en dan toch een stuk uitgelezen te hebben.

Over het algemeen is dit boek een goede leeservaring, maar alleen als u er de tijd voor neemt en zin hebt in wat anders dan anders. Houdt u van filosofie en wilt u lezen over hoe een automaat leert menselijk te worden, dan raad ik u aan om de man achter het raam op te pakken en zeker over Adam’s schouder mee te gluren.

3,5 / 5 

Geplaatst in Jaar 5, Recensies | Een reactie plaatsen

Welke boeken ga ik lezen in leerjaar 5?

Als eerste boek dit jaar, zal ik De man achter het raam lezen. Deze is geschreven door Gerrit Krol en heeft 125 pagina’s. Volgens Hebban gaat het over het volgende,

In wat misschien wel Krols beste roman tot dusver is, laat hij een computer de behoefte voelen mens te worden. Adam heet de automaat en hij krijgt een lichaam, gaat zelfs een vrouw liefhebben, maar wordt ten slotte toch ontmanteld. Door hem als hoofdpersoon te kiezen heeft Krol zich in staat gesteld om de mensen en de wereld te bekijken vanuit een ongebruikelijk standpunt, het standpunt van de computer. Aangezien de intelligentie van de computer, z’n inzicht, geprogrammeerd wordt door mensen (zelfs Adams menswording is in het programma inbegrepen) levert zijn kijk op de dingen niet iets onmenselijks op, maar juist iets heel ontroerends.

Adam doorziet gebeurtenissen, bewegingen in de werkelijkheid en denkprocessen, alsof hij vanuit de absolute stilstand het diepgaandste oordeel heeft over wat er in het domein van de beweging geschiedt. ‘Ik ben dood en daarom denk ik,’ zegt hij ergens. Door het hele boek heen speelt de metafoor met het schrijven; het is namelijk de schrijver zelf die door alle kieren (regels wit) in dit proza heen hoorbaar is.

De man achter het raam is intelligent, beeldend, humoristisch, spannend. Gerrit Krol neemt een volstrekt eigen plaats in in de Nederlandse literatuur, door zijn combinatie van alfa- en bèta-elementen, waarbij het geheel zich in elk detail weerspiegelt. In 1986 werd hem de Constantijn Huygensprijs toegekend.

Bron: https://www.hebban.nl/boeken/de-man-achter-het-raam-gerrit-krol

Afbeeldingsresultaat voor de man achter het raam

Het volgende boek wordt Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Het boek heeft 143 pagina’s. Lees hieronder de beschrijving van Lezen voor de Lijst:

De negenjarige Erik Pinksterblom ligt in bed en kan niet slapen. Hij heeft het gevoel dat er ‘iets groots’ gaat gebeuren. Hij besluit om in afwachting van de grote gebeurtenis nog een beetje te leren voor een proefwerk dat hij de volgende dag heeft over het hoofdstuk ‘Insecten’ uit Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie.
Boven Eriks bed hangt een schilderij dat hij ‘Wollewei’ noemt en waarop alle insecten staan afgebeeld. Als hij verzucht dat hij daar zo graag eens zou zijn, gebeurt het wonder: Erik wordt piepklein en is opeens in het schilderij. Daar beleeft hij allerlei avonturen; hij is onder meer te gast bij de wespenfamilie Vliesvleugel, logeert een tijdje in hotel Het Slakkenhuis en hij sluit vriendschap met een vlinder. Ondergronds probeert hij een worm uit de knoop te halen en ontmoet hij een doodgraver die niet kan wachten tot Erik doodgaat en hem in afwachting van het heugelijke feit probeert vet te mesten. In de insectenwereld gonst het inmiddels van de geruchten over Erik, dat rare insect dat maar twee benen heeft en alles lijkt te weten wat voor de dieren zelf een raadsel is. Als Erik een mier ontmoet die hem meeneemt naar de mierenkolonie, wacht hem dan ook een warm onthaal. Erik besluit zijn ware aard te onthullen en de mieren in te schakelen om terug te keren naar de mensenwereld.

Bron: https://www.lezenvoordelijst.nl/zoek-een-boek/nederlands-15-tm-19-jaar/e/erik-of-het-klein-insectenboek/

Gerelateerde afbeelding

Ook ga ik Pogingen iets van het leven te maken. Het geheime dagboek van Hendrik Groen lezen. Het is geschreven door Hendrik Groen en heeft 327 pagina’s. Waar het over gaat? Zie de beschrijving van Hebban:

Hendrik Groen is wel oud maar niet dood, en niet van plan zich eronder te laten krijgen. Toegegeven: zijn dagelijkse wandelingen worden steeds korter omdat de benen niet meer willen en hij moet regelmatig naar de huisarts. Technisch gesproken is hij bejaard. Maar waarom zou het leven dan alleen nog maar moeten bestaan uit koffiedrinken achter de geraniums en wachten op het einde? In korte, ogenschijnlijk luchtige, maar vooral openhartige dagboekfragmenten laat Hendrik Groen je een jaar lang meeleven met alle ups en downs van het leven in een bejaardentehuis in Amsterdam-Noord. Op de laatste dag van het jaar zal het nog moeilijk zijn om afscheid te nemen van dit charmante personage…

Bron: https://www.hebban.nl/boeken/pogingen-iets-van-het-leven-te-maken-hendrik-groen

Afbeeldingsresultaat voor Pogingen iets van het leven te maken. Het geheime dagboek van Hendrik Groen

 

Verder ga ik Arjen Lubach’s IV lezen. Deze thriller van 314 pagina’s, die ietwat lijkt op de thrillers van Dan Brown, is geschreven door dezelfde persoon die je kent van het tv-programma Zondag met Lubach: Arjen Lubach. Geprezen met de Crimezone Debuutprijs 2013, is dit waar het over gaat:

Elsa op haar vakantieadres van de politie hoort dat haar vader is vermoord, neemt ze het eerste vliegtuig terug naar Nederland. Haar vriend en pasgeboren zoontje laat ze achter in Zuid-Frankrijk.

Terug in Amsterdam ontdekt zij dat haar vader, een emeritus hoogleraar middeleeuwse schriftcultuur, op het spoor was van de ontrafeling van een groot staatsgeheim, waarvan het uitlekken onvoorstelbare gevolgen zou hebben. Al snel blijkt dat Elsa zelf verdacht wordt van de moord. Dan besluit ze door te gaan waar haar vader gebleven is. Met hulp van Robin, een studente met een bijbaan in de archieven van de universiteit, en Maarten van Eck, de beroemde televisieprofessor, probeert ze een antwoord te vinden op een aantal belangrijke vragen. Wie heeft haar erin geluisd? Is de politie wel te vertrouwen? Wat hebben de geschriften van Cicero ermee te maken? En wie is toch de mysterieuze IV? Op de hielen gezeten door politie én moordenaars, volgt er een ijzingwekkende achtervolging van 24 uur door Amsterdam, via de duinen bij Heemskerk naar Zuid-Frankrijk. Elsa concludeert in wanhoop: gisteren rond deze tijd was er nog niets aan de hand.

Afbeeldingsresultaat voor IV lubach

 

 

Geplaatst in Jaar 5, Mijn leeslijst | Een reactie plaatsen

Hex: Stap mee met de Wylerheks en gruwel met de Bekenaren

Let op: Dit is een recensie over de Hex-versie met een alternatief einde (de nieuwe versie).

Gerelateerde afbeelding

Stefan de Graaf kwam juist op tijd om de hoek van het parkeerterrein achter de Nico de Witt-supermarkt gerend om te zien hoe Katharina van Wijler werd overreden door een antiek draaiorgel.

Dit is hoe Thomas Olde Heuvelt je in de wereld van Beek introduceert, oftewel de wereld van Hex. Vorig jaar in De Wereld Draait Door, bekend over heel de wereld in niet alleen Nederlands en Engels, maar ook Japans en Chinees en door Stephen King “Briljant en volstrekt origineel” genoemd, zou je haast wel eens mogen denken dat het een goed boek is. Met de verfilming onderweg, vond ik het dan ook eens tijd om het zelf eens te gaan lezen. Is het boek net zo goed als doet geloven? We zullen eens zien.

 

Mocht je het verhaal niet kennen, laat me je er dan even bekend mee maken. Hex gaat over het Nederlandse Beek en haar inwoners. Beek, een klein stadje van zo’n drieduizend mensen, horend bij de gemeente Nijmegen, lijkt op het eerste oog een heerlijke plek om te wonen. Gezellige mensen, mooie omgeving, leuke internetverbinding… oftewel, een mooie setting voor een horrorboek. De mensen van Beek hebben namelijk een probleem: Ze kunnen niet weg en zijn gedoemd er tot hun dood te blijven. Enig, vooral als je hoort dat er een 350 jaar oude heks door de straten waart van wie haar mond en ogen zijn dichtgenaaid. Ze staat aan je bed, of staart je een  ‘goede’ morgen in de keuken, maar niemand haalt het in zijn of haar hoofd om haar te verplaatsen. Want haar ogen, die mogen hoe dan ook nooit geopend worden. Het zou een zaak worden, op leven en dood, en is daarom de reden dat de mensen van Beek er van alles aan doen om haar geheim te houden.

Totdat een groep jongeren besluit dat het tijd voor verandering is. Ze willen de vrijheid om te gaan en staan waar ze willen en besluiten viral te gaan met de Wylerheks. Als het dan uit de hand loopt,  ontketent zich een serie van gebeurtenissen die het dorp voor eeuwig  veranderen zal. Mensen zoals jij en ik, raken in paniek en glijden langzaam maar zeker af naar middeleeuwse praktijken…

Dus ja, welkom in Beek, een modern vredig stadje dat eindigt in middeleeuwse horror!

 

En dat laatste, het verwerken van de middeleeuwen in het moderne tijdperk, dat is meteen een mooi voorbeeld voor mijn eerste punt: De originaliteit, want daar barst het van. Hex is in staat je te verwelkomen in de wereld zoals wij die kennen, maar laat je zien dat ook zo’n wereld compleet in kan storten. Het brengt zijn karakters angst en verdriet en laat zien wat zulke emoties uiteindelijk kunnen brengen. De grootste horror misschien dan ook wel? Niet de heks of de dingen die ze doet, maar hoe de mensen er hun gevoel van realiteit in verliezen en langzaam maar zeker in waanzin tuimelen. We weten dat de middeleeuwen geen prettige tijden waren, maar zien het als een tijd ver voorbij. Heuvelt herinnert je eraan dat dat helemaal niet het geval hoeft te zijn en laat je zien dat mensen eigenlijk nog geen haar veranderd zijn. Het gevoel dat het oproept, is vreemd en lastig te beschrijven, maar om je dan toch een klein beetje het idee ervan te geven, moet je je maar eens voorstellen dat je je buurman, die je vader wel eens helpt met klussen, nu liever de rol van een meedogenloze beul speelt. Denk daarna aan je buurvrouw met die tweeling waar je wel eens voor oppast, die zichzelf probeert te redden door haar kinderen op te offeren aan de heks. Als laatste, denk dan aan je schoolgenoten, die opeens over de gangen rennen en schreeuwen, elkaar vertrappend en verpletterend, omdat er zojuist is opgeroepen dat er op de A een pestuitbraak is begonnen en iedereen weet dat de deuren naar buiten zijn afgesloten. Dit soort dingen zijn de dingen die er in Beek zullen gebeuren en het is ontzettend angstaanjagend en dan vooral als je eerst leest hoe het was en hoe het zo aan het worden is. Daarom is Heuvelt’s horrorverhaal zo eng en daarom is het zo verschrikkelijk goed.

Hoe hij dit voor elkaar krijgt, heeft onder andere te maken met zijn schrijfstijl. Het is snel, op een prettige manier, en past bij het genre. In derde-persoon verleden tijd laat hij zien hoe verschillende mensen met de situatie om gaan, maar Heuvelt heeft slim gebruik gemaakt van het feit dat één van deze mensen een videoblogger is. Door sommige gebeurtenissen te vertellen door middel van blogposts, weet je in korte tijd én wat er gebeurd is én wat de blogger erover denkt. Ook maakt Heuvelt gebruik van zijn GoPro en vertelt hij sommige gebeurtenissen aan de hand van die beelden, zonder ook maar één perspectief toe te passen. Dit uitzoomen op gebeurtenissen doet hij wel vaker, niet alleen als de videoblogger of de GoPro erbij is, en geeft je de kans om nou eigenlijk even zelf te bedenken wat je ziet. Later in het boek, als één van de karakters langzaam zijn verstand aan het verliezen is, haalt hij er nog een andere techniek bij, namelijk het herhalen van eerder in het boek gezegde woorden. Deze woorden drukt hij schuin, zodat de woorden extra opvallen, net zoals bij een aantal van de ongezegde gedachtes van de gek-in-wording. Het resultaat mag er wezen, want je ziet hem gek worden, voelt het zelfs, en doet dat alsof je er zelf bij bent.

Iets wat ik ook zeker nog even wil benoemen, is het plot. Het is een achtbaan in het donker (maar dan zo eentje in rollercoaster tycoon, waarvan de rails op een gegeven moment ontbreken), zoveel plot twists zitten erin. Het spannende verhaal is onvoorspelbaar en, hoewel je weet dat het langzaam mis gaat lopen, je hebt geen flauw idee waar het naartoe gaat. Ondertussen pakt het je in zijn greep, houdt het je vast en kan het je pas weer loslaten als je het al een tijdje uit hebt. Je denkt na over het einde, waarin alle losse flarden van het boek tot de volste finesse zijn samengekomen, neemt de grote indruk van het verhaal in je op en probeert het verhaal langzaam los te laten. Lukt dat eindelijk, dan laat het verhaal op een bijzondere manier een sterke boodschap achter die ik hier niet kan vertellen zonder te spoileren. Kortom, de uitwerking van het concept is net zo mooi als het concept zelf.

Nu vraag je je misschien af, is dit boek wat voor mij? Het ligt eraan of je van horror houdt. Er gebeuren namelijk best wel wat akelige dingen in het boek, zo is er een lynchpartij en gaat iemand binnen één paragraaf van het beginstadium van de pest naar het laatste stadium, en het hangt ervan af of je daartegen kunt. Ben je wel een lezer van horror, maar niet zo van het bovennatuurlijke, omdat je er bijvoorbeeld nogal sceptisch over bent, dan zou ik dit boek desondanks aan je aanraden. Zoals je namelijk misschien al eerder duidelijk is geworden, de horror ligt meer dan alleen in het bovennatuurlijke.

 

Dus, is het boek net zo goed als doet geloven? Ja, dat is het en ja, dat is het zeker. Heuvelt wist wat hij deed, toen hij de middeleeuwen en het hedendaagse Nederland in de blender gooide en daar zijn kruiden van het alle-kanten-op kronkelende plot en verrassende manier van vertellen bij sprenkelde. Het recept is bitterzoet en smaakt naar meer. Kom maar op met die verfilming, Warner Bros!

 4,5/5
Handig om te weten:
352 pagina’s;
Oorspronkelijk verschenen in 2016 (met alternatief eind);
Uitgegeven bij Luitingh-Sijthoff B.V., Uitgeverij;
ISBN 9789024573349.
Afbeeldingsresultaat voor hex boek
Fun fact: Beek is een echt Nederlands dorpje. Locaties in het boek, zoals Cafe ‘t Wittecke en de Hubertus sporthal, zijn dus  echte locaties. De omgeving van het echte Beek kent veel spookverhalen, wat je bijvoorbeeld terugziet in de Duivelsberg en zijn bijnaam rond carnaval, “De Heksenketel”. Later ontdekte Heuvelt dat zijn beek en het échte Beek een overeenkomst hadden: Waar in het boek rond Allerheiligen avond een grote stropop wordt verbrand, wordt dat in het échte Beek aan het eind van de carnavalstijd gedaan.
Mocht je zelf een kijkje in Beek willen werpen, klik dan even op de link hieronder.
Geplaatst in Jaar 4, Recensies | Een reactie plaatsen

Van den Vos Reynaerde: Is het verhaal over die slinkse vos na 750 jaar nog steeds zo’n hoogtepunt?

Gerelateerde afbeelding

Van den vos Reynaerde. Je kent het vast wel van literatuurgeschiedenis of je Nederlands docent, maar wat is het nou eigenlijk? Willems’ dierenverhaal uit de dertiende eeuw, waarin hij zijn kritiek op de samenleving geeft. Is het nog steeds de moeite waard om het te lezen?

 

Maar goed, laat me je eerst verwelkomen in de middeleeuwse dierenwereld. Hier is leeuw Nobel de koning, zijn beer Bruun en kat Tibeert zijn vazallen en is vos Reynaerde hun dier die aan het oordeel moet komen. Van alle kanten wordt hij beschuldigd van stelen, bedriegen en moord en het is tijd voor gerechtigheid. “Veroordelen, die schurk!”, “Hang hem aan de galg!” dat is wat de dieren over hem roepen. Echter, de vos is sluw en weet wat hij doet. Zal hij in staat zijn om zichzelf uit de klauwen van de burgers te redden?

 

Laat ik eerst eens even zeggen, ik vind dat dit boek op een aparte manier kritiek geeft op de samenleving. In de positieve zin, want ik lees niet vaak boeken die kritiek leveren op de samenleving zoals Van den vos Reynaerde dat doet. Zo trappen de personages iedere keer weer in de listen van Reynaerde, simpelweg omdat ze zich laten leiden door hun hebzucht. Ook komt dit terug in het feit dat de pastoor een vrouw en een kind heeft, iets dat in die tijd een taboe was als je pastoor was. Op deze manieren weet Willem kritiek op de samenleving te leveren, zonder de samenleving direct te confronteren. Het is eens wat anders en dat mag ik wel.

Reynaerde de vos, man, wat is hij vals. Het dier maakt gebruik van de hebzucht van anderen om te krijgen wat hij wilt, wat je bijvoorbeeld terugziet in de stukken waarin hij de vazallen te slim af probeert te zijn. Echter, dit valt nog wel mee als je het vergelijkt met hoe hij er niet voor terugdeinst om anderen te laten lijden voor zijn eigen profijt. Dit zie je onder andere terug in de scène waarin hij zijn aartsvijanden liet martelen voor zijn eigen “pelgrim kleding”. Vreemd genoeg, heb ik toch sympathie voor hem. Reynaerde is namelijk niet de valsheid zelve: Hij heeft een gezin, waar hij alles voor doet om ze gelukkig te houden. Eigenlijk is die sluwe vos dus een echte antiheld. Ook moet ik toegeven dat ik er ergens toch wel een beetje bewondering voor hem heb, zoals hij zich uit elke situatie weet te werken, hoe lastig die ook is. Om deze redenen heb ik dan ook een beetje een liefde-haat relatie met Reynaerde en daarom is hij dan ook mijn favoriete personage.

Een duidelijk minpunt van het boek is zijn voorspelbaarheid. Dit zie je bijvoorbeeld in de manieren waarop Reynaerde de vazallen van zich af weet te schudden. Steeds weer maakt hij gebruik van hetzelfde en op een gegeven moment kun je zelfs een beetje gaan raden naar wat hij gaat doen. Wat daar niet echt bij helpt, is dat de verteller, die je Reynaerde’s verhaal vertelt, vaak de gebeurtenissen van te voren aankondigt. Zo gebeurt het een keer dat Reynaerde een vals verhaal heeft bedacht om zichzelf ergens uit te praten, maar weet je van te voren al waarom dat verhaal vals is. Vervelend, want je kunt zelf ook wel bedenken wat de vos aan het doen is en een beetje variatie wordt wel gewaardeerd.

Ook is het verhaal langdradig. Soms gebeurt het dat je een bladzijde lang de dialoog van één persoon aan het lezen bent, terwijl er voor de rest helemaal niets gebeurd. Dit wordt vooral duidelijk bij de stukken op het hof, bijvoorbeeld als Grimbeert de das het voor Reynaerde opneemt bij het hof. Bijna vier bladzijdes lees je over wat hij te zeggen heeft, maar daarbij wordt de das geen enkele keer onderbroken. Het maakt het verhaal saaier dan nodig is. Jammer, aangezien een hoger tempo het verhaal een stuk spannender zou kunnen hebben gemaakt.

Tot slot, is dit boek wat voor jou? Als je een boek wilt lezen met een hoge historische waarde, raad ik Van den Vos Reynaerde zeker aan. Het is een leuk middeleeuws dierverhaal, maar de oude schrijfstijl, langdradigheid en voorspelbaarheid zorgen er nou eenmaal voor dat ik dit boek niet lees om zijn literaire waarde. Niet dat het dat niet heeft, integendeel, maar de historische waarde is groter. Verder moet je ook wel tegen een stootje kunnen: De scènes waarin dieren gemarteld of in elkaar geslagen worden, zijn nou niet echt wat je noemt rooskleurig. De schrijver was namelijk niet te verlegen om even snel te vertellen dat er een oog wordt uitgeprikt, of dat er een lap huid wordt verloren. Dus, als je dit boek oppakt, denk daar dan even aan.

 

Met een aparte manier van het bekritiseren van de samenleving en het personage Reynaerde de vos zelf, kent het boek Van den Vos Reynaerde dus een aantal pluspunten. De voorspelbaarheid en langdradigheid van het verhaal maken het verhaal echter saaier dan het zou kunnen zijn. Moeten we deze minpunten zwaarder laten wegen dan de pluspunten en zeggen dat Van den Vos Reynaerde een boek is dat je zou moeten laten liggen? Ik zou zeggen van niet, want historische waarde betekent toch ook wel iets.

3/5

Handig om te weten:
104 pagina’s;
Oorspronkelijk verschenen in ca. 1260;
(Geen genoemd uitgever en ISBN doordat er een groot aantal verschillende versies van zijn).
Geplaatst in Jaar 4, Recensies | Een reactie plaatsen

Warenar: Een blijspel waar de munten bij rinkelen

Afbeeldingsresultaat voor warenar cover

Een gierigaard met een pot goud, een zwangere dochter die gehuwd moet worden en chaos en drama overal: P.C. Hoofts Warenar, een blijspel geschreven in 1617. Nou is de vraag, heeft Hoofts verhaal 400 jaar verandering kunnen doorstaan?

De komedie is vernoemd naar zijn hoofdrolspeler: Warenar. Warenar is een oude man en leeft samen met zijn dochter Claartje en zijn huisknecht Reym. Ze leven in de armoede van Amsterdam, maar ook met een verzwegen pot goud onder de vloer. Warenar weet er alles van, maar geld uitgeven doet de gierigaard niet. Hij is sterk van mening dat de schat alleen hem toebehoort en is daarbij zo achterdochtig dat iedereen dat meekrijgt. Reym bijvoorbeeld, wordt iedere dag minstens tien keer uit het huis geschopt, alleen maar omdat Warenar denkt dat zij zijn pot goud heeft gevonden. Niet zo’n goede huissfeer, zou je zeggen. Daarom weet de vader ook niet dat zijn dochter al negen maanden zwanger is, terwijl ze niet eens weet van wie. Als buurman Rijckert voor de deur komt en Warenar’s toestemming krijgt om met zijn dochter te trouwen, breekt er dan ook een hoop chaos los.

Het verhaal is geschreven als een toneelspel en daardoor anders dan ik gewend ben. Op een positieve manier, want het is wel eens leuk om een boek te lezen dat in een andere stijl geschreven is. Ook past de stijl goed bij de origine van het boek. Doordat je het leest als een toneelstuk, krijg je een goed beeld van hoe één van de bekendste toneelstukken in de Gouden Eeuw in die tijd werd opgevoerd.

Dit blijspel is een leuke komedie, zolang je maar van een beetje zwarte humor houdt. Houd je daar niet van, dan zal je wel lachen om het gerijm. Immers, een ruzie waarin iedereen loopt te rijmen met elkaar is nou eenmaal iets wat je niet serieus kan nemen.

Ook heeft het boek een interesserend plot. De chaos en hoe dat langzaam op zijn plaats valt, is boeiend genoeg om je door te laten lezen. Dat het boek dan vier eeuwen oud is, zou je bijna vergeten.

Toch heeft het boek zijn minpunten. Warenar is een achterdochtige gierigaard en daar wordt je vaak aan herinnerd. Te vaak, als je het mij vraagt. De eerste paar keer is het leuk om te lezen dat hij tegen iemand tekeer gaat, maar op een gegeven moment wordt het een béétje repetitief.

Ook het einde klopte niet helemaal naar mijn zin. Het was een vrolijk einde, daar is het dan ook een blijspel voor, maar er gebeurt ook iets dat bij mij een beetje uit de “Middle of nowhere” komt. Ik zal niet vertellen wat, maar het is vreemd.

Dit boek is een aanrader, zolang je maar literatuur uit de Gouden Eeuw wilt lezen. Het blijspel is kort, komisch, maar ook boeiend. Echter, houd je meer van moderne liefdesromannetjes, misdaadthrillers of fantasy, laat dit boek dan maar in de kast staan. Dit boek komt nou eenmaal uit de Gouden Eeuw en dat merk je aan de levensstijl van de personages, wat je bijvoorbeeld ziet aan het feit dat Warenar’s dochter uitgehuwelijkt wordt.

Terug naar de grote vraag: Heeft Hoofts verhaal 400 jaar verandering kunnen doorstaan? Dat heeft het blije toneelspel zeker. Ja, die gaat minstens nog wel een eeuwtje mee.

3/5

Handig om te weten:
96 pagina’s;
Oorspronkelijk verschenen in 1617;
(Geen genoemd(e) uitgever en ISBN doordat er een groot aantal verschillende versies van zijn).
Geplaatst in Jaar 4, Recensies | Een reactie plaatsen

Aan niemand vertellen, of misschien toch wel?

Afbeeldingsresultaat voor aan niemand vertellen simone van der vlugt

Het is laat in de avond, als je besluit de hond nog één laatste plas te laten doen. Je hoopt dat hij maar snel klaar is, maar ja, je weet wel beter met die snuffelaar. Ook nu is hij weer iets op het spoor, maar vandaag trekt hij zo vaak aan de lijn dat je geen andere keus hebt dan het gras in te stappen. Uiteindelijk stopt de snuffelaar bij een donker silhouet op de grond en staart hij je aan. Je vraagt je af wat je hond gevonden heeft en besluit er eens wat licht op te werpen met de zaklamp op je telefoon. Het licht onthult een man, met de hondenriem nog in zijn handen, en hij is dood.

Welkom in de wereld van Simone van der Vlugts misdaadthriller, Aan niemand vertellen, waarin niet alleen de “whodunnit?” en de “whydunnit?” wordt beantwoord, maar ook de levens van zowel misdadiger als rechercheur onder de loep worden genomen. Thema’s als struggles met het verleden en lust naar wraak, ze komen er allemaal in voor. Een thriller om in één keer uit te lezen, of om een plaats in de donkerste hoeken van de bibliotheek te geven?

Voordat we die vraag gaan beantwoorden, is het handig om eerst eens te weten waar dit boek nou eigenlijk over gaat. Laat mij je daarvoor introduceren aan de rechercheur Lois Elzinga. Ze woont in Alkmaar, in zo’n pand langs de gracht, en is in haar dertiger jaren. Haar vader heeft haar moeder jaren geleden verlaten voor iemand anders en haar moeder is gestorven in een auto ongeluk. Haar vriendje heeft haar verlaten voor zijn werk en nu stalkt ze hem op facebook. Haar werk is haar grootste tijdverdrijf, maar vanavond is ze vrijaf en zit ze op het feest van haar zus. Haar zus Tessa, die ze vroeger zo graag mocht, maar nu zo deftig is als een opgedofte kat met een strik die het schokkend vindt als je een “taartje” een “gebakje” noemt. Lois wilt weg van haar feest, zo graag dat ze er een moord voor zou willen plegen, maar houdt zich in. Dan wordt ze opgepiept: De politie heeft haar hulp nodig bij een
moord. De curieuze moord van David Hoogland, die meer naar boven zal gaan halen dan
iemand ooit had kunnen denken…

Het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven verteld. Niet alleen vanuit die van Lois, of die van een bijstander, maar ook die van de moordenaar. Je weet dus al vrij snel wie de moordenaar is, maar wie hij of zij nou écht is, dat weet je voor lange tijd niet. Van der Vlugt is
zuinig geweest met het weggeven van informatie. Voor lange tijd laat ze je in het duister tasten, maar ondertussen weet je wel dat er mensen zijn die meer van de moordenaar afweten. Wat ze weten, komt langzaamaan wel naar voren, maar voordat je echt weet wat er gaande is, ben je toch best wel een flink aantal bladzijdes verder. Dit is dan ook zeker één van de sterkere onderdelen van het boek. Verder zorgen de verschillende perspectieven voor een heerlijk poppenkast-effect. Een goed voorbeeld hiervan lees je als Lois besluit om een huis te betreden, waarvan je weet dat de moordenaar daarbinnen zit en haar op zit te wachten. Het poppenkast-effect geeft dit boek ook serieus wat spanning en doet dat op een manier die ik zeker mag.

Wat ook erg sterk is in dit verhaal, zijn de onverwachte wendingen die erin zitten. Dit zie je bijvoorbeeld terug bij de moordenaar. Je weet al vrij snel dat er iets is met hem of haar, maar wat dat dan werkelijk is, dat weet je pas veel later. Ik kan je vertellen dat het een enorme plot twist is, maar lees zelf maar wat er aan de hand is. Net zoals bij de andere plot twists, want spoilers moet je zelf maar aan anderen geven. Iets wat je al snel doet als je over dit boek praat, wat weer lastig kan zijn als je erover wilt babbelen. Toch is deze moeite het wel waard, want de vele plot twists zorgen voor een sterk, tweede element van spanning in dit boek en maken het een echte pageturner.

In dit boek heeft Van der Vlugt ervoor gekozen om in derde persoon tegenwoordige tijd te schrijven. Voor mij serieus jammer, want het zorgde ervoor dat ik me niet goed in kon leven in het verhaal. Ik wilde het wel, het is immers een sterk verhaal, maar verder dan een film in een luidruchtige zaal met een lang iemand in de stoel voor me kreeg ik het niet.

Het boek was kort, maar niet te kort voor het verhaal. Voor het einde daarentegen, valt het te vergelijken met een EA-game: Je hebt het begin van het verhaal, maar voor de rest zal je toch echt de DLC’s, de volgende delen van de trilogie, moeten kopen. Er zit namelijk een enorm open einde in het verhaal en het lijkt wel alsof de schrijver niet wist hoe ze een mooie cliffhanger kon maken. Iets wat je niet zou verwachten van één van de bekendere Nederlandse thrillerschrijvers, maar ook ontzettend jammer. Het zorgt ervoor dat je na het uitlezen van het boek niet nadenkt over de plot twist van de moordenaar, maar over het abrupte eind van het verhaal. Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met een open einde, maar ik vind niet dat je letterlijk op de laatste bladzijde nog wat laatste nieuwe plotlijnen in het verhaal moet gooien.

Dit boek is voor jou, zolang je maar van misdaadthrillers houdt en je in staat bent deel twee en deel drie van deze serie ook te lezen. Eén ding echter, vergeet niet om jezelf een aantal vragen te stellen. “Heb ik een sterke maag?” en “Kan ik tegen een stootje?”. Het verhaal is namelijk niet al te vriendelijk in zijn beschrijvingen van moord en de slachtoffers daarvan, maar heeft ook verkrachting, alcoholisme en zelfmoord als terugkerende thema’s in het boek
zitten. Beste lezer, u bent nu dus gewaarschuwd.

Aan niemand vertellen heeft dus zijn goede kanten, zoals het je voor lange tijd laat gissen en een sterk poppenkast-effect vertoont, maar ook zijn slechte kanten. Echter, moeten we door die afstandelijke schrijfstijl en dat abrupte eind het boek nou echt het donkerste hoekje van de bibliotheek gunnen? Nee. Tast in het duister van het verhaal, niet die van de stoffige  boekenkast.

3.5/5

Handig om te weten:
296 pagina’s;
Oorspronkelijk verschenen in 2012;
Uitgegeven bij Anthos Literaire Thrillers;
ISBN 9789026335587.
Geplaatst in Jaar 4, Recensies | Een reactie plaatsen

Welke boeken ga ik lezen?

Voor het eind van het schooljaar 4VWO zal ik drie recensies heb ik drie recensies geschreven. Deze gaan over de volgende boeken:

1. Aan Niemand Vertellen, geschreven door Simone van der Vlugt. Deze literaire thriller heeft 296 pagina’s.

Afbeeldingsresultaat voor aan niemand vertellen simone van der vlugt

Interesse in de recensie? Hier is de link: http://hpblogs.nl/gwenhattem/2017/07/29-aan-niemand-vertellen-of-misschien-toch-wel/

 

2. Warenar, geschreven door P. C. Hooft. Dit zeventiende-eeuwse blijspel heeft 96 pagina’s.

Afbeeldingsresultaat voor warenar cover

Interesse in de recensie? Hier is de link: http://hpblogs.nl/gwenhattem/2017/07/34-warenar-een-komedie-waar-de-munten-bij-rinkelen/

 

3. Van den Vos Reynaerde, geschreven door Willem die Madocke maecte. Deze zeven-en-een-halve-eeuw-oude satire heeft 104 pagina’s.

Gerelateerde afbeelding

Interesse in de recensie: Hier is de link: http://hpblogs.nl/gwenhattem/2017/07/41-van-den-vos-reynaerde-is-het-verhaal-over-die-slinkse-vos-na-750-jaar-nog-steeds-zon-hoogtepunt/

 

In de daaropvolgende zomervakantie heb ik een vierde recensie geschreven over het boek Hex. Deze Nederlandse fantasy-horror is geschreven door Thomas Olde Heuvelt en heeft 352 pagina’s.

Afbeeldingsresultaat voor hex boek cover

Interesse in de recensie? Hier is de link: http://hpblogs.nl/gwenhattem/2017/09/64-hex-stap-mee-met-de-wylerheks-en-gruwel-met-de-bekenaren/

Geplaatst in Mijn leeslijst | 2 Reacties