HET GOUDEN EI- Tim Krabbe

Algemene informatie: 
Titel: Het gouden ei
Auteur: Tim Krabbe

Samenvatting 

Rex Hofman en Saskia Ehlvest, een stelletje, zijn onderweg naar een vakantiehuisje in de heuvels boven de Middellandse Zee bij Hyères. Omdat de kilometerteller al een tijdje kapot is, moet de kilometerstand met de hand bijgehouden worden, zodat Saskia en Rex weten wanneer ze moeten tanken, dit om te voorkomen dat ze ergens langs de weg zonder benzine komen te staan. Ook deze reis is dit weer het geval, en na de kilometerstand een tijdje bijgehouden te hebben vindt Saskia het tijd om weer te gaan tanken. Ze wil het tenslotte niet nog een keer meemaken om alleen zonder benzine langs de kant te staan, terwijl Rex lopend naar een ver benzinestation moet.

Als ze bij een TOTAL-benzinestation zijn, gaan ze tanken en daarna vindt Saskia het tijd om te ontspannen. Daarom gaat ze wat drankjes halen en besluit om haar angst daarna te overwinnen: zij gaat de rest van de rit rijden zodat Rex wat kan rusten. Nadat ze haar rijbewijs heeft gehaald heeft ze nooit meer gereden, dus ze vindt het eng om te gaan rijden.

Als ze drankjes gaat halen in het benzinestation komt ze niet meer terug. Rex gaat haar zoeken maar nergens in het benzinestation is ze te vinden. Daarom besluit hij om naar binnen te gaan en aan het personeel te vragen of ze haar gezien hebben.

Ze hebben haar wel gezien en ze is zelfs met drankjes uit het benzinestation gelopen, maar daarna hebben ze haar niet meer gezien. Rondom het benzinestation is Saskia ook niet te vinden en als Rex met de chef gepraat heeft en weer terug naar de auto gaat ziet hij iets opmerkelijks: de fietsen zijn van het dak van de auto weg.

Acht jaar later is Rex met Lieneke op vakantie, een vrouw die één jaar jonger is dan Saskia. Ze vinden elkaar wel leuk en praten veel over gevoelens en ook daar komt Saskia weer naar boven. Ze is nog steeds kwijt en niemand weet wat er met haar aan de hand is en waar Saskia op dat moment is.

Na een tijdje meldt iemand zich bij Rex thuis: een Frans sprekende man die beweert dat hij Raymond Lemorne heet. Hij vertelt aan Rex dat hij meer weet over de verdwijning van Saskia en hij vraagt of Rex mee wil gaan, zodat hij aan Rex uit kan leggen wat er is gebeurd. Dan krijgt Rex te horen dat Saskia dood is en dat hij de rest alleen te weten krijgt als hij hetzelfde ondergaat. Omdat Rex graag wil weten wat er is gebeurd, besluit hij om mee te gaan.

Bij het TOTAL-benzinestation blijkt dat Saskia daar in de auto is gegaan. Meer krijgt Rex niet te weten, want hij krijgt een slaapmiddel en wordt een tijd later ergens alleen wakker. Het blijkt dat hij ergens alleen onder de grond op een matras ligt. En dan beseft hij het zich: Saskia is levend begraven.

Lieneke hoort verder helemaal niks meer van Rex en voor iedereen zijn Rex en Saskia voor altijd verdwenen.

Uiteindelijk blijkt dat Lemorne de ontvoerder en moordenaar is. Hij probeerde al een tijdje vrouwen te kidnappen en heeft op allerlei manieren geprobeerd om vrouwen mee te krijgen. Op een dag kwam hij bij het TOTAL-tankstation en daar zag hij Saskia: een vrouw die hem aan zijn dochter deed denken. Nadat ze wat gepraat hadden over geld wisselen, zag Saskia zijn sleutelhanger van zijn autosleutels en ze vond deze zo mooi dat ze er ook eentje wilde hebben.

Lemorne beweerde dat hij handelde in zulke sleutelhangers en vroeg of ze mee naar zijn auto wilde om er eentje van hem over te nemen. Toen ze bij zijn auto was kreeg ze een klap waardoor ze op de achterbank viel en gelijk meegenomen kon worden.

Personages

Lieneke

Lieneke is een vriendin van Rex nadat Saskia ontvoerd is. Ze hebben het leuk als ze samen zijn, maar verder gebeurt er weinig tussen hen.

Rex

Rex is een vriendelijke man die veel voor anderen over heeft. Hij wilt bijvoorbeeld weten wat er met Saskia is gebeurd en dat moet hij zelf bekopen met de dood. Daarnaast is hij een doorzetter, hij laat zich niet snel iets vertellen en zet altijd door totdat hij zijn eindpunt bereikt heeft. Over het uiterlijk van Rex krijg je niks te weten in het verhaal.

Saskia

Saskia is een vriendelijke roodharige vrouw die een relatie met Rex heeft. Ze is ijdel en wil er altijd goed uit zien en vindt het fijn om haar zaakjes op orde te hebben.

Raymond Lemorne

Raymond Lemorne is een 41-jarige Franse man die als scheikundeleraar op een school werkt met middelbare scholieren. Hij heeft een vrouw en twee kinderen. Het is een gewelddadige man met aparte gedachten die daar apart mee om gaat. Hij denkt niet zo vaak aan anderen. Het liefste ziet hij mensen pijn hebben en hij vindt het dan ook niet erg om mensen pijn te doen.

 

Thematiek

Dood van een geliefde

Het thema is de dood van een geliefde. Saskia en Rex zijn een stel op vakantie wanneer Saskia opeens verdwijnt. Lange tijd is ze vermist en weet Rex niet wat er aan de hand is. Dit komt pas later uit wanneer Rex met zijn nieuwe liefde op vakantie gaat.

Als de dader zich bij Rex meldt blijkt hoeveel hij van Saskia houdt: hij komt er alleen achter wat er met Saskia is gebeurd als hij hetzelfde ondergaat en dat doet hij uiteindelijk. Dit moet Rex ook met de dood bekopen.

Motieven

Misdaad

Misdaad: de dader van Rex en Saskia, Raymond Lemorne, is zeer gewelddadig. Hij heeft zelfs een wapen gekocht waar hij eventueel iemand mee kan vermoorden. In de tijd dat hij bezig was heeft hij veel slachtoffers gemaakt.

vermissing

Saskia is vermist en niemand weet wat er met haar is gebeurd. Hierdoor kan haar geliefde ook niet echt rouwen want misschien leeft ze nog wel.

Titelverklaring:
De titel ‘Gouden Ei’ slaat op een droom van Saskia. Toen ze klein was droomde ze dat ze opgesloten zat in een gouden ei, dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd moeten zitten en ze kon niet doodgaan.

Dit slaat op de eenzaamheid die ze toen in haar droom voelde en ook het ‘opgesloten’ zitten in bepaalde gedachtes of gevoelens. In dit boek voelt Rex zich ook wel eens zo: als Saskia niet meer bij hem is voelt hij zich alleen en weet hij niet meer wat hij moet doen. Het liefste wil hij weten wat er met Saskia aan de hand is. In het verhaal wordt dan ook een aantal keer terug verwezen naar de droom over het gouden ei van Saskia.

HET WITTE MET HET ZWARTE HART- Arthur Japin

Algemene informatie:
Titel: Het witte met het zwarte hart
Auteur: Arthur Japin
Aantal pagina’s: 600

Samenvatting 
De zwarte met het witte hart bestaat uit vijf delen. In deel één en twee is zowel het heden en het verleden beschreven, in de rest van het boek gaat het vooral over het verleden.

Deel één
In 1900 woont Kwasi Boachi al bijna een halve eeuw op het eiland Java. Hij is dan bijna 73 jaar oud. Hij slijt zijn dagen in het district Buitenzorg waar een van de oude slaven voor hem zorgt, namelijk Ahim. Adeline Renselaar wil zijn jubileum vieren, maar hier ziet Kwasi tegenop. Toch wekken haar plannen gedachten op het verleden die hij vervolgens beschrijft in zijn dagboeken. Uiteindelijk stemt hij toch in met de plannen om zijn jubileum te vieren, ondanks dat hij het geen prettig idee vindt. Allereerst vertelt Kwasi dat hij in Goudkust is geboren, opgevoed werd in Delft en nu op Java woont. Daarbij leeft hij nu voor zijn drie kinderen die uit de vrouwen zijn geboren die bij hem op de plantage werken.

Het is 1836 wanneer er een handelsdelegatie aanwezig is in de stad Kumasi, dit ligt in de Goudkust. Kwasi en Kwame zijn dan 10 jaar oud. De prinsen zijn onafscheidelijk sinds de broers van Kwasi zijn meegegeven aan een Engelse gazent. Van Drunen, de adjunct-commissaris van de Nederlandse zending, beschrijft in zijn reisverslag hoeveel moeite het kost om de vader van Kwasi, namelijk Kwaku Dua te spreken. Verveer is hierbij ook aanwezig. Er wordt hier een contract opgesteld: in ruil voor vuurwapens voor Ashanti, krijgt Holland ieder jaar duizend mannelijke rekruten. Terwijl deze onderhandelingen bezig zijn, vermaken de prinsjes zich met spelletjes. Al vrij snel blijkt dat Kwaku hen naar Nederland stuurt als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering. De opdracht is om ‘witte kennis mogen gaan vergaren’, maar zij dienen alles achter te laten. Op 24 april 1837 vertrekken Kwasi en Kwame per schip met de Hollandse handelsdelegatie naar Nederland.

Deel twee
Wanneer Kwasi en Kwame in Nederland aankomen, leven zij eerst in een kazerne te Hellevoetsluis. In het najaar worden zij ondergebracht op de kostschool van Van Moock in Delft. Hier maken ze intensief kennis met het Nederlandse leven en cultuur. Kwasi wil nergens voor onderdoen in vergelijking met zijn Nederlandse leeftijdsgenootjes. Kwame ergert zich ongelofelijk aan de veranderingen ten opzichte van zijn thuis. Meneer Van Moock geeft de neefjes dagelijks bijles, zodat ze gauw hun taalachterstand wegwerken. Echter is dit niet genoeg om aan de sluiten bij Kwasi’s en Kwame’s leeftijdsgenootjes, want zij vormen een front tegenover hen. Kwasi wordt gedwongen door klasgenoot Verheeck op de vraag ‘Wat ben je?’ te antwoorden: ‘Ik ben een domme, vieze, vuile zwartjakker’. De enige vriend die Kwasi wel heeft, is Cornelius de Groot. Hij wil helpen om de prinsen te verdedigen tegenover de pesterijen. Kwasi wil hier iets niets van weten, maar als hij erachter komt dat Kwame ook wordt lastiggevallen, schakelt hij de hulp van Cornelius in.

In de tijd dat Kwasi en Kwame op de kostschool zitten, wordt er een schilderij van hen met Verveer in het midden gemaakt, bestemd voor Kwaku. Tijdens een van de sessies, komt grootvorstin Anna Paulowna langs samen met haar dochter Sophie. Kwasi en Kwame worden uitgenodigd voor een Sinterklaasviering en de verjaardag van de kroonprins in Scheveningen. Het feest is echter niet echt een succes, hoewel Kwasi en Sophie wel vrienden worden. Ook leidt het ertoe dat de jongens zich nog meer terugtrekken vanwege jaloezie van hun klasgenoten. Kwasi wordt tevens ziek, waarna bronchitis wordt geconstateerd.

Deel drie
De band tussen Kwasi en Kwame wordt steeds slechter, aangezien Kwame het enkel wil hebben over hun vaderland. De prinsjes hebben nog veel contact met Sophie, die erg geïnteresseerd is in hun verhalen. Als Sophie’s broer Willem III gaat trouwen, en haar moeder daar niet bij wilt zijn, houdt zij haar moeder thuis gezelschap. Ze nodigt de neefjes uit, ook omdat ze dan (voor het eerst) Kwame’s verjaardag kunnen vieren. Kwame gedraagt zich echter verschrikkelijk, waar Kwasi zich voor schaamt. Na een bezoek aan het circus waar blijkt dat er zwarte mensen worden getoond ‘in hun natuurlijke toestand’. Hierna zondert Kwame zich nog meer af van Kwasi (en Sophie), zeker als Kwasi accepteert om zwarte piet te spelen op sinterklaasfeesten. Kwasi en Kwame slapen vanaf dit moment ook niet meer samen. Kwasi ontwikkelt daarna gevoelens voor Sophie die hij tevens uit naar haar. Ze reageert hier niet echt op, maar later blijkt dat zij is uitgehuwelijkt aan de Erfgroothertog van Saksen-Weimar. Op 8 oktober zwaaien beide prinsen Sophie uit.

In september wordt Kwasi samen met medestudenten overvallen en ‘gegijzeld’. Hun belagers laten ze vernederende handelingen uitvoeren. In plaats van Cornelius dat te laten doen, doet Kwasi het voor hem. Hun band verbetert hierdoor echter niet. Wanneer Kwame een jaar na Kwasi ook wordt toegelaten tot de Koninklijke Akademie, gaan beide prinsjes met vrienden naar een bordeel waar zij zich niet op hun gemak voelen. Onderweg naar huis komen zij Cornelius tegen die ruzie maakt met een prostituee en Kwasi springt tussen beide. Dit wordt hem niet in dank afgenomen, waarop enkele dagen Kwasi op een ruwe manier wordt beroofd en mishandeld door Cornelius en zijn vrienden. Kwame treedt uiteindelijk toe tot de Militaire Akademie tot ieders verbazing. Kwasi wordt verkozen tot het nieuwe erelid van het dispuut De Vijf Kolommen. Met zijn speech maakt hij Kwame totaal overstuur, aangezien Kwasi een negatief beeld van zijn oude volk schetst. Die avond krijgt Kwasi ook zijn portret. Hij komt erachter dat er, afhankelijk van de lichtinval, twee jongemannen te zien zijn: een blanke met een zwarte schaduw en een donkere met een witte zielenschim.

Deel vier
In dit deel wordt weergegeven dat Kwame terugkeerde naar West-Afrika. In brieven van 31 oktober 1847 tot 21 februari 1850 die hij schreef naar Kwasi, wordt duidelijk hoe zijn visie is en wat hij meemaakt. Kwasi was op dit moment aan het studeren in de buurt van Sophie, namelijk in Freiberg in Weimar. Kwame is ontzettend blij om terug te zijn in zijn vaderland en het liefst zou hij hebben dat Kwasi ook terug zou keren. Kwame verblijft in hetzelfde kamertje in fort Elmina waar zij ook sliepen op de nacht voor hun vertrek naar Nederland. Het portret van de twee prinsjes hangt in de eetzaal, omdat Kwaku hem heeft teruggestuurd. Wanneer Kwame zijn aankomst in het Nederlands aankondigt, krijgt hij bericht terug van Kwaku dat hij niet welkom is zolang hij het Twi niet meer beheerst. Helaas is er niemand die Kwame die taal weer goed aan kan leren.

Dan bereikt Kwame het bericht dat in Kumasi de christenen gruwelijk vervolgd werden: een offensief tegen de westerse wereld. Aangezien Kwame en Kwasi in Nederland gedoopt zijn, en dus christen zijn, wordt Kwames situatie uitzichtlozer. Hij leeft wel weer op als hij een ontmoeting met zijn moeder heeft, waarvan niet helemaal duidelijk is of dit nou echt zo was of niet. Dan krijgt hij bericht dat Kwasi’s vader een van zijn jongere broers als troonopvolger heeft aangewezen. Hoewel zijn Twi erop vooruit gaat, is zijn hoop vervlogen: Kwame pleegt op 22 februari 1850 in zijn slaapkamer zelfmoord met het jachtgeweer. Op het moment dat hij zelfmoord pleegt, weet hij ook dat hij Kwasi niet meer terug zal zien.

Deel vijf
Na afronding van Kwasi’s studie, keert hij terug naar Delft. Echter doet de dood van Kwame hem besluiten om een aanstelling op Indië aan te vragen als ingenieur. Kwasi stapte op 9 september 1850 aan wal te Bavaria. Hertog Bernard van Saksen, commandant in het Oost-Indische Leger, had logies voor hem geregeld, maar de plotseling opgedoken Cornelius de Groot gooide roet in het eten: de grillige Cornelius bleek Kwasi’s baas te zijn en wilde dat hij als zijn secretaris op zijn erf kwam wonen. Cornelius wilde dat Kwasi sliep in een simpele kamer en at met de bedienden. Later kwam hij bij een Duitse familie in en vroeg hij om overgeplaatst te worden, maar de Nederlandse regering liet niets van zich horen. De familie behandelde hem zeer hoffelijk.

Met Cornelius maakte Kwasi tal van inspectiereizen door mijndistricten. Op een van die reizen, in juni 1852 naar Amboina, nam hij het op voor Ahim, de brutale inlandse bediende van de assistent-resident, waarbij hij zijn hand verwondde. Ondanks de vernederingen ontstond er toch een bijna vriendschappelijke band met Cornelius. Aan Kwasi’s positie veranderde echter niets en op zijn verzoeken om zelfstandigheid kwam geen antwoord. Op 24 mei 1856 vertrok hij daarom naar Holland om zijn zaak bij Willem III te bepleiten. Onder de passagiers bevond zich de afgetreden gouverneur-generaal Duymaer van Twist, met wie Kwasi al eerder enkele keren had gepraat over Cornelius’ brute optreden. Duymaer van Twist had ervoor gezorgd dat Kwasi vanaf april 1854 zeven maanden van het jaar werd vrijgesteld om zelfstandig onderzoek te doen. In die maanden schreef hij wetenschappelijke artikelen, maakte hij dagboeknotities en blies hij zijn correspondentie met Sophie nieuw leven in. In augustus 1856 trok Kwasi opnieuw bij Van Moock in, hoewel haar man intussen was overleden. Zijn talloze brieven aan Willem III werden niet beantwoord, dus gaf hij het na een jaar op. Op uitnodiging van Sophie woont hij een onthulling van een standbeeld. Tevens praat hij die avond met haar. Zij weet hem te vertellen dat Raden Saleh al jaren informant was voor de Nederlandse regering en negatief over Kwasi gerapporteerd had. Kwasi besloot hierna huur op landerijen te Java op te eisen als schadevergoeding voor het onrecht dat hem werd aangedaan. In 1858 keerde hij terug in Bavaria, maar in 1862 kreeg Kwasi pas een stuk land toegewezen. Hier wordt maanden hard aan gewerkt, ook door Kwasi zelf. Wanneer de werkers te hoge eisen stellen, biedt Ahim zijn diensten aan. Cornelius ontmoette Kwasi slechts nog eenmaal.

Op 3 augustus 1900 neemt Adeline Renselaar Kwasi mee naar het kantoor van haar man in Batavia omdat daar documenten liggen over Kwasi. Van Drunen blijkt ontslag te hebben genomen aangezien de Nederlandse regering de carrière van Kwasi heeft gedwarsboomt. Een verzoek van zijn vader om naar Kumasi terug te keren hebben ze nooit doorgegeven aan Kwasi. Van Drunen brengt hem later, op Kwasi zijn jubileum op 9 september, een bezoek. Tijdens dit bezoek vertelt Van Drunen over zijn wederwaardigheden: hij had zich altijd verantwoordelijk gevoeld voor Kwasi en Kwame. Hij wilde hun lot verbeteren, maar had hier geen kans toe. Uit het document dat hij Kwasi overhandigt, bleek echter dat de Nederlandse staat Kwasi tegengewerkt had omdat hij tot het zwarte, inferieure ras behoorde.

Personages

Sophie

Sophie is een prinses in Nederland, zij behoort toe tot de familie van Oranje. Wanneer Kwasi en Kwame een keer het koningshuis bezoeken, ontmoeten zij haar. Kwasi ontwikkelt een mooie vriendschap met Sophie. Hij wordt zelfs verliefd op haar, maar het was uit den boze dat een zwarte en een blanke een relatie hadden met elkaar in die tijd. Sophie wordt uiteindelijk uitgehuwelijkt en komt in Weiner te worden. Toch houden Kwasi en Sophie veel contact per brief. Af en toe zien zij elkaar nog. Sophie heeft altijd voor Kwasi klaar gestaan als hij haar nodig had. Zo heeft ze ook verschillende verzoeken gedaan aan haar familie om Kwasi bepaalde privileges te geven.

Cornelius

Cornelius de Groot is één van de studenten die samen met Kwasi en Kwame naar school gaat. Wanneer hij merkt dat Kwasi wordt gepest door klasgenoten, zorgt hij ervoor dat het stopt. Sterker nog, hij helpt Kwasi om van zich af te bijten. Echter verandert dit wanneer Kwasi mee mag in een koets om ergens heen te gaan en hij niet. Vanaf dat moment wil Cornelius geen vrienden meer zijn met Kwasi. Dit blijkt ook uit hoe Cornelius Kwasi behandelt wanneer Kwasi aan het werk gaat in Nederlands-Indië. Cornelius is zijn werkgever en hij laat Kwasi allemaal vervelende klusjes doen.

Kwame

Kwame Poku, oftewel Quame zoals hij in Nederland wordt genoemd, is de neef van Kwasi. Hoewel het verhaal in principe gaat over twee Afrikaanse prinsjes die worden meegegeven aan Hollanders als onderpand van de slavenhandel, komt het leven van Kwame niet tijdens het gehele verhaal aan bod. Kwame en Kwasi hebben een hechte vriendschap als kind opgebouwd, maar deze komt in het geding zodra zij arriveren in Nederland. Kwame vecht namelijk om zijn Afrikaanse identiteit te behouden, in tegenstelling tot Kwasi. Om deze reden lijkt er een afstand tussen de neefjes te worden ontwikkeld, aangezien zij niet met dezelfde dingen bezig zijn. Hoewel de strijd van Kwame duidelijk wordt terwijl Kwasi aan het woord is, worden de redenen hiervoor pas weergegeven in de brieven die Kwasi van Kwame ontvangt. Hierin staan de gedachten en gevoelens van Kwame weergegeven. Uiteindelijk pleegt Kwame zelfmoord doordat hij niet meer wordt toegelaten tot zijn geboortestad in West-Afrika en hij weet dat hij Kwasi niet meer zal zien.

Kwasi

Kwasi Boachi is de hoofdpersoon in het boek. In het boek wordt hij ook wel Aquasi genoemd, de naam die hij kreeg toen hij in Nederland arriveerde. Als jongen van 10 jaar werd hij als onderpand voor de illegale slavenhandel geschonken aan de Nederlandse regering samen met zijn neefje Kwame, omdat zij hecht zijn. Wanneer Kwasi en Kwam aankomen in Nederland, probeert Kwasi zich uit alle macht aan te passen aan de cultuur in tegenstelling tot Kwame. Hij leert de taal snel aan en blijkt al snel een excellente student te zijn, iets wat zijn neef niet kan waarderen. Helaas worden de inspanningen van Kwasi niet door iedereen gewaardeerd. Door verschillende medestudenten wordt hij gepest. Cornelius de Groot helpt Kwasi zichzelf te verdedigen tot op het moment dat Kwasi een privilege vanuit de Nederlandse staat lijkt voorgetrokken te worden. Dit blijkt ook uit wanneer Kwasi na zijn opleiding voor Cornelius komt te werken, hoewel de Nederlandse staat tegen die tijd heeft besloten dat een zwarte niet een hoge functie mag hebben. Om deze redenen kunnen vroegere vrienden van Kwasi uit Nederland hem niet helpen. Cornelius behandelt hem als oud vuil. Kwasi heeft tijdens zijn verblijf in Nederland niet door dat hij wordt gediscrimineerd vanwege zijn uiterlijk, ondanks dat hij zich wel een echte Hollander voelt. Kwasi vermoed tijdens de dienstperiode bij Cornelius wel dat er iets aan de hand is, maar komt er pas achter wat het is wanneer hij zijn dagboeken schrijft.

Thematiek

Discriminatie en Racisme

Hoewel Kwasi en Kwame dienden opgevoed te worden volgens de Nederlandse normen en waarden, zijn zij nooit volledig geaccepteerd door de maatschappij in Nederland. Kwame heeft dit gevoeld vanaf het moment dat zij arriveerden en verzette zich dus om zich te acclimatiseren. Kwasi doet er daarentegen alles aan om zich aan te passen, maar helaas zonder resultaat. Hij wordt namelijk voortdurend gezien als de zwarte. Dit blijkt uit de pesterijen die binnen de kostschool plaatsvinden, maar voornamelijk wanneer Kwasi zijn diploma heeft gehaald en in dienst van Cornelius de Groot is. Op zijn verzoeken voor promotie en/of onderzoek wordt ontwijkend gereageerd, want immers: een zwarte kan onmogelijk meer macht hebben dan een blanke. In de Gouden Eeuw was dit nog een duidelijk statement, ook in verband met de slavenhandel.

Motieven

Familie

Kwasi en Kwame zijn neefjes van elkaar. Naast dat zij familie van elkaar zijn, zijn zij ook beste vrienden. De vriendschap heeft pieken en dalen, maar uiteindelijk hebben ze wel grote steun aan elkaar. Nadat Kwasi en Kwame uit West-Afrika met de Nederlanders vertrekken, hebben zij amper contact meer met hun familie. Kwame heeft na zijn terugkeer wel contact met zijn oom, dus de vader van Kwasi, maar alleen via een tussenpersoon en brieven.

Machtsverhoudingen

Hoewel Kwasi en Kwame beiden van Koninklijke stand zijn, hetzij dan wel in West-Afrika, hebben zij vrijwel geen privileges zodra zij in Nederland aankomen. Uiteraard worden de jongens goed opgevangen op een kostschool, maar eigenlijk wordt hun leven door de Nederlandse regering bepaald. Wanneer Kwasi ouder wordt, merkt hij dat zijn verzoeken niet worden ingewilligd en dat zijn opleiding er eigenlijk niet toe doet zodra hij aan het werk gaat als ingenieur. Kwame wil hier zo snel mogelijk uitkomen en keert daarom terug naar West-Afrika zodra dat mogelijk is.

Heden en verleden

Kwasi vertelt het verhaal van Kwame en zichzelf in zijn dagboeken die hij in 1900 schrijft. Hoewel het verhaal van de Afrikaanse prinsjes voornamelijk gaat over hun avontuur en ervaring, beschrijft Kwasi ook hoe zijn leven er momenteel uit ziet.

Cultuurverschillen

Wanneer Kwasi en Kwame als onderpand voor de slavenhandel worden meegegeven naar Nederland, moeten zij eerst acclimatiseren op het gebied van taal en cultuur. In de periode dat de Afrikaanse prinsjes net aan zijn gekomen in Nederland, worden de verschillende culturen beschreven. In de tijd dat Kwame weer terugkeert naar het geboorteland, komt hij erachter dat hij de taal en gewoonten is verleerd. Hij moet zich opnieuw aanpassen, terwijl Kwame er altijd voor heeft gevochten Afrikaan te blijven.

Identiteitsverlies

Kwame is bang om zijn identiteit als Afrikaan te verliezen en vecht tegen alle principes van Nederland. Toch is hij de taal en de gewoontes zo verleerd wanneer Kwame weer terugkeert naar Afrika, dat hij niet meer wordt toegelaten tot zijn oude woonplaats. Bij Kwasi geldt identiteitsverlies evenzogoed, aangezien hij zijn Afrikaanse identiteit steeds meer verliest naar mate hij zich meer Nederlander voelt. Echter is dit alleen voor Kwasi zijn gevoel, want de Nederlanders zien hem als zwarte.

Titelverklaring
Kwasi, degene waar het boek over gaat en vanuit wie het verhaal is geschreven, is een Afrikaanse jongen die wordt vervoerd naar Nederland samen met zijn neefje Kwame als offer van zijn vader. Kwasi doet zijn best om zich aan te passen, maar Kwame wil er niets van weten. Dit wordt ook duidelijk voor andere mensen, aangezien er wordt opgemerkt: ‘De buitenkant is nog uit Afrika, maar binnenin zit Holland al’ en ‘Jij, zwarte met je witte hart’. De titel gaat dus over de verandering die Kwasi doormaakt. Ook herkent Kwasi het bij zichzelf, zeker wanneer hij een schilderij ziet hangen waarop hij zichzelf ziet met twee verschillende identiteiten.

Structuur & perspectief
Doordat het verhaal in dagboekvorm is, wordt er vanuit de ik-vorm geschreven. Degene die aan het woord is, is Kwasi. Hij schrijft zijn ervaringen op vanuit zijn invalshoek. De gedachten en gevoelens van andere personages komen eigenlijk vrijwel niet naar voren, tenzij dit duidelijk in het gedrag of houding van degene is te zien vanuit het oogpunt van Kwasi. Een voorbeeld: ‘maar Kwame was erdoor beledigd en dacht dat het haar niet kon schelen dat wij vonden omdat wij maar Afrikanen waren.’ (p. 164). Het enige deel in het boek waarin een ander aan het woord is, is deel vier. Hierin vertelt Kwame vanuit zijn optiek in brieven aan Kwasi, waardoor in dit stuk eigenlijk pas duidelijk wordt wie Kwame precies is en waarvoor hij staat. Hoewel het verschil in acclimatiseren tussen Kwasi en Kwame eerder wel wordt beschreven, komt hier pas aan de orde wat erachter zit bij Kwame.

Het boek is opgedeeld in vijf delen. Ieder deel beschrijft een bepaalde levensfase van Kwasi en Kwame in een bepaalde plek op de wereld, waarbij deel één en deel twee ook in het heden plaatsvinden. Het heden is hierbij het jaar waarin Kwasi de dagboeken heeft geschreven, namelijk 1900. In het eerste deel wordt beschreven wat de procedure is geweest van het onderpand voor de illegale slavenhandel waarbij Kwasi en Kwame aan koning Willem I worden geschonken. Het tweede deel gaat over het acclimatiseren in Nederland waar Kwasi en Kwame worden ondergebracht in een kostschool en het derde deel hoe het leven na de kostschool er voor Kwasi in Nederland uit zag. Het vierde deel gaat vervolgens over het leven van Kwame in de tijd dat hij terugkeerde naar West-Afrika tot zijn dood. In het laatste deel wordt beschreven hoe Kwasi zijn leven was toen hij in dienst van Cornelius de Groot was. In dit deel wordt tevens duidelijk gemaakt hoe het kwam dat zijn carrière gedwarsboomd werd door Nederland, de rode lijn van het verhaal.

Decor 

Het verhaal speelt zich af in de 19e eeuw. Dit is te merken aan de jaartallen die worden weergegeven als tijdlijn door het boek heen, maar ook aan de inhoud van het boek. Zo worden er verschillende onderwerpen uit die tijd benoemd, zoals de Koninklijke familie en de (slaven)handel. Deze twee thema’s zijn tevens van belang voor het verhaal van Kwasi en Kwame, aangezien hun leven hierdoor werd bepaald. Het leven van Kwasi wordt verteld vanaf 1836 tot 1900, met een onderbreking van 1863 tot 1899. Op deze manier kan de lezer de geschiedenis van Kwasi volgen vanaf dat hij een jongen van 10 jaar was totdat hij een adolescent van 26 jaar was. Tevens vertelt Kwasi in zijn dagboeken over het heden, waarin hij bijna 73 jaar is. Overigens is het boek gebaseerd op echte gebeurtenissen met de twee Afrikaanse prinsen, waardoor de periode waarin het verhaal zich af speelt ook niet gewijzigd kan worden.

Het leven van Kwasi, maar ook zijn neef Kwame, speelt zich af in meerdere delen van de wereld. De verschillende plaatsen staan allemaal weergegeven in de inhoudsopgave en zodoende ook bij de hoofdstukken zelf. Het gaat hierbij om Java, West-Afrika, Delft, Nederlands-Indië en Weimar. Java is de plek waar het verhaal over Kwasi zijn verleden eindigt, omdat hij daar zijn leven verder op gaat bouwen. Op 64-jarige leeftijd vertelt hij in dagboeken vanaf Java zijn verleden en wat er momenteel in zijn leven speelt. West-Afrika is de plek waar Kwasi en Kwame hebben gewoond totdat zij als 10-jarigen naar Nederland werden gestuurd. Daar verbleven zij in Delft. Op 21-jarige leeftijd keerde Kwame terug naar West-Afrika, maar werd niet toegelaten tot zijn geboorteplaats Kumasi. In Weimar woonde Sophie, een vriendin van Kwasi die hij daar op zocht. In Nederlands-Indië verbleef Kwasi toen hij in dienst van Cornelius de Groot was.

Stijl 

Hoewel het boek over de Gouden Eeuw gaat, is in de schrijfstijl niet terug te vinden dat de auteur het taalgebruik van toen heeft toegepast. Alleen bij documenten zoals reisverslagen en brieven wordt ouderwets taalgebruik gebruikt, wat logisch is gezien het historische stukken zijn. Dit niet alleen: er worden in deze documenten ook lange zinnen gebruikt waardoor de context onduidelijk kan zijn voor de lezer. Volgens Jeroen Louis zijn deze stukken uit het boek wijdlopig. Er hadden delen geschrapt kunnen worden waardoor de vaart in het verhaal behouden zou worden.

In het verhaal worden vrij veel bekende namen uit de geschiedenis rondom de Gouden Eeuw gebruikt, zoals Oranje, Hans Christian Andersen en Michiel de Ruyter. Hoewel enkele namen ook qua personages terugkwamen in het boek, worden historische figuren veel genoemd waarbij het niet echt op zijn plaats is. Verder komen er veel wijsheden in allerlei varianten voor, voornamelijk in de eerder genoemde documenten, zoals: ‘Onze bagage bestaat uit niets dan een herinnering. Die valt lichter te dragen naarmate wij haar meer waarde toelichten’ (p. 173).

Mening

Het thema van het boek sprak me aan. Ik was wel benieuwd naar het verhaal van de prinsjes, voornamelijk op het gebied van acclimatiseren in Nederland. Dit komt echt pas na een flink aantal bladzijden aan bod en daardoor komt voor mijn gevoel het verhaal pas laat op gang. Ook vind ik het einde erg abrupt en onverwacht, er is niet echt een conclusie gevormd. Ik had hier meer van verwacht, omdat er wel spanning in het boek wordt opgebouwd rondom het complot wat betreft de carrière van Kwasi. Hoewel het thema eromheen duidelijk is, had ik een beter antwoord verwacht op de vraag waarom alles wordt gedwarsboomd. Daarbij vond ik het verwarrend dat een deel van het boek ineens is geschreven vanuit het perspectief van Kwame, terwijl dit niet duidelijk wordt vermeld. Het gaat om de brieven die Kwame aan Kwasi schreef, maar hier moet je als lezer zelf achter komen.

ELCKERLIJC

Algemene informatie:
Titel: Elckerlijc
Auteur: Onbekend
Uitgever: Wolters-Noordhoff
Jaar van eerste druk: 1495
Aantal Bladzijden: 125 blz

Samenvatting
Elckerlijc leeft in zonde, god ziet dit en besluit hem tot zich te roepen. Elckerlijc vreest god en zoekt steun bij de tot dan toe voor hem waardevolle mensen in zijn omgeving. Hij vraagt hen mee te gaan op zijn reis naar god maar de een na de ander weigert. Uiteindelijk vindt Elckerlijc steun bij de mensen die hij eerder waardeloos achtte. Zij vergezellen zij hem op zijn reis en Elckerlijc ondergaat zijn lot.

Titelverklaring
De volledige titel luidt Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc. Elckerlijc is het hoofdpersonage. De spiegel wordt in de proloog aangehaald door de auteur. Hiermee wil hij de lezer aansporen naar zichzelf te kijken met in het achterhoofd hebbende de morele les die uit het verhaal van Elckerlijc kan worden getrokken. Verder verwijst Elckerlijc naar de naam van de hoofdpersoon, maar het betekend ook ‘iedereen’! Hiermee wil de schrijver laten zien dat iedereen het voorbeeld van Elckerlijc de hoofdpersonage volgt.

Tijd
De verhaalinzet is ab ovo. De tijd verloopt chronologisch. Niets in het verhaal duidt op een jaartal waarin het verhaal zich afspeelt. Het is een tijdsloze fabel. Aan het taalgebruik en de datering van het boek is het aan te nemen dat het verhaal zich afgespeeld zou moeten hebben halverwege de 15e eeuw. Er is geen sprake van tijdverdichting of tijdsprongen in het verhaal, de vertelde tijd zal naar alle waarschijnlijkheid een dag tot een week bedragen.
Ruimte
Het verhaal begint en eindigt in de hemel. Het grootste deel speelt zich echter op aarde af. De plaats heeft geen invloed op het verhaal en wordt ook maar één keer aangehaald.
regel 489 Int Huys der Salicheyden
Het Huys de Salicheyden is de kerk waar Kenisse Elckerlijc mee naar toeneemt voor de biecht.

Thema
Leef zo dat je zonder zonden voor god verschijnt. Ieder mens moet eens sterven en dan kan alleen de deugd hem kracht geven; alles verdwijnt een keer, behalve de deugd.

Motieven
Religie, de dood, boetedoening, trouw en moraal.
-een ‘pelgrimagie gaen’ (een pelgrimstocht maken, dat wil zeggen: sterven). Zie regel 253
In de middeleeuwen was het op pelgrimtocht gaan een gangbare straf, die bij een niet te ernstig misdrijf afgekocht kon worden. Sterven werd vaak voorgesteld als een reis naar een onbekend land. In Elckerlijc wordt de dood niet als iets afschrikwekkends gezien, maar van de zakelijke, zelfs positieve kant bekeken.
- spiegel-motief: het stuk is lerend en ook tot doel mensen aan te zetten tot beter leven. Het stuk dient als een spiegel voor de mens.
-bijbelse motieven (rechtvaardig tegenover onrechtvaardig leven, berouw, inkeer) en godsdienstige elementen (met name Rooms-katholieke, zoals biecht, sacramenten, hoofdzonden en goede werken).

Personages
Alle personages staan voor een element uit het leven:
Elckerlijck = eenieder
Tgoet = bezittingen
Duecht = deugd
Kenisse = kennis
Maghe, Neve = familieleden
Gheselschap = vrienden
Vroetscap = wijsheid
Cracht = kracht
Scoonheyt = schoonheid
Vijf Sinnen = zintuigen

Opbouw
Epiloog
In de epiloog is de auteur aan het woord. Hij geeft kort aan hoe hij het boek geschreven heeft en dat het verhaal begint bij God.

Middenstuk
Het middenstuk is opgebouwd uit dialogen met uitzondering van het eerste stuk waarin God zich in een monoloog beklaagt over het aardse leven.
De auteur eindigt het verhaal met ‘AMEN’.

Proloog
In Die Naeprologhe spreekt de auteur weer rechtstreeks tot de lezer. Hij geeft een korte samenvatting van het verhaal en trekt daar lering uit.

Mening
Ik vond dit een leuk boek om te lezen, omdat het anders is dan de boeken in onze tijd. Het is al wat gedateerd maar de les is tijdloos. Het doel en de hoofdgedachte is meteen duidelijk. In Elckerlijc heeft de auteur veel Middeleeuwse termen en gezegdes gebruikt. Hierdoor is het moeilijk iedere zin te begrijpen zoals de auteur hem bedoeld heeft, maar omdat de kracht van de boodschap zo duidelijk is vormt het geen direct obstakel.

HET BEHOUDEN HUIS- Willem Grederik Hermans

Algemene info: 
Titel: Het behouden huis
auteur: Willem Frederik Hermans
niveau: 4

Samenvatting
Een Nederlander heeft zich aangesloten bij het partisanenleger. Dit is een mengelmoes van mensen uit allerlei landen die tegen de Duitsers vechten. De hoofdpersoon heeft wel een groot probleem want hij verstaat eigenlijk niemand in het leger. Er is een Spanjaard die een paar woorden Frans spreekt en waarmee hij dus wat woorden kan uitwisselen. Als ze weer een stadje veroverd hebben, krijgt de Nederlander een bevel van de kolonel. Hij kan de kolonel niet verstaan en vangt alleen het woord boobytrap op. Kennelijk is het de bedoeling dat hij het stadje op boobytraps gaat controleren. Hij gaat alleen het stadje in en vindt een behouden huis, een huis dat van binnen en van buiten nog helemaal intact is. Er staat zelfs een pan soep te pruttelen. Hij vermoedt dat er nog iemand in het huis is en op de bovenverdieping is een kamer op slot. In het huis neemt hij een bad en spoelt het vuil van de oorlog van zich af. Hij doet zijn vieze uniform niet meer aan, ook niet als hij overal om hem heen bommen hoort vallen. Als de bel gaat, staat er een Duitse soldaat voor de deur die aanneemt dat de Nederlander de bewoner van het huis is. Het stadje is heroverd en er zullen Duitse officieren in het huis ondergebracht worden. De Nederlander staat hem vriendelijk te woord en haast zich daarna om zijn vieze partisanenuniform op te bergen. Hij besluit zich voor te blijven doen als de bewoner van het huis.

De Duitse officieren wonen bij hem in en gedragen zich prima. Uit het stadje heeft de Nederlander een kat bevrijd die hij nu als huisdier heeft. De kat wil echter heel erg graag de gesloten kamer in en de Nederlander weet nog steeds niet wat daar inzit. Hij is bang dat de Duitsers zullen merken dat hij zelf de kamer niet in kan waaruit ze zullen concluderen dat hij niet de man des huizes is.

Op een dag komt de echte eigenaar van het huis terug. Hij is verbaasd om de Nederlander in zijn kleding rond te zien lopen. De Nederlander wil in het huis blijven en vermoordt daarom de man, maar dan duikt ook de vrouw van de eigenaar op. Hij doodt haar ook. Het lichaam van de man is uit het raam in de struiken gevallen en dus niet te zien. Het lichaam van de vrouw legt hij in zijn bed.

Maar er is nog een man in het huis. de gesloten kamer is geopend en daarin blijken allemaal aquaria te staan. Het is een oude man die de Nederlander niet lijkt te horen. De oude man vertelt over zijn bijzondere vissen en pleit dat zij voer moeten krijgen. Ondertussen beginnen er weer bommen te vallen en de Nederlander weet niet wat hij moet doen met de oude man. Dus sluit hij hem op in de kamer met de vissen.

De bommen en het geweervuur dat hij hoorde, was de herovering van het stadje door de partisanen. Een Duitse kolonel komt hem dat vertellen. De Nederlander neemt de kolonel als krijgsgevangene en probeert de oude man duidelijk te maken dat de andere partij in de stad is en dat hij dus op zijn woorden moet letten.

De oude troep partisanen waar de Nederlander ook bij hoorde, heeft de stad weer ingenomen en wanneer de Spanjaard vraagt waar hij al die tijd is geweest, zegt hij dat hij gevangen werd gehouden door de Duitsers, maar dat de Duitsers vluchtten en hij daardoor kon ontsnappen. Hij vertelt ook dat hij een Duitser als krijgsgevangene heeft. De partisanen plunderen het huis en doden de kolonel en de oude man. Ook de vissen overleven het niet. Voor de troep waarbij de Nederlander zich weer aangesloten heeft het stadje verlaat, gooit de Nederlander een handgranaat in het huis waardoor alle ramen springen.

Personages
De hoofdpersoon van het verhaal krijgt geen naam of deze wordt niet genoemd. De hoofdpersoon is een Nederlander die, voor de oorlog begon, op de technische school zat. Hij is na wat spionagewerk door de Duitsers gevangen genomen voor drie jaar, maar ontsnapte op weg van de ene gevangenis naar de andere. Daarna kwam hij in het concentratiekamp Strellwitz. Daar is hij weer vandaan gevlucht en opnieuw werd hij opgepakt, maar hij sprong uit een trein en daardoor kwam hij vlakbij de Zwitserse grens weer vrij. En daarna is hij aldoor naar het Oosten gelopen en heeft zich aan gesloten bij de partisanen.

Thema
Escapisme →De hoofdpersoon probeert te ontsnappen aan de oorlog, aan zijn vieze kleding en ongeschoren gezicht. Hij vindt het behouden huis en probeert meerdere malen de oorlog als een hersenspinsel een verzinsel aan zichzelf uit te leggen. Hij probeert zich voor te doen als de eigenaar van het huis om er te kunnen blijven wonen. Aan het einde is zijn vertrek uit het huis opnieuw een vlucht, hij blaast het huis op waardoor zijn verblijf daar niet te achterhalen is, opnieuw is het een vlucht maar nu om weer met anderen mee te kunnen.

 Motieven

Eenzaamheid→ De hoofdpersoon is het hele boek eigenlijk alleen. Bij de partisanen kan hij niemand verstaan en dus met niemand praten en later bij de Duitsers moet hij ook zo min mogelijk contact met hen zoeken omdat hij zichzelf anders kan verraden.

Tweede Wereldoorlog→ Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en bij alle gebeurtenissen moet dan ook rekening gehouden worden met die oorlog. Dingen die normaal onacceptabel zouden zijn of niet zouden kunnen, kunnen nu wel.

Judasmotief → De hoofdpersoon verraadt zijn eigen troepen en kiest voor zichzelf door zichzelf voor te doen als een bewoner. Hij voelt hier echter geen spijt over.

Mening
Achteraf vond ik boek leuker leuk dan ik aan het begin had verwacht. Het boek las gemakkelijk door makkelijk taalgebruik, maar het was echter moeilijk te doorgronden. Vaak werden zinnen zo kort gemaakt dat je het vaker moest lezen om te zien of je het echt begreep. Het verhaal vond ik echt een verrassende wending hebben. Ik had dat maakte het eigenlijk het leukste. Ik kwam ondanks het korte verhaal snel in een andere wereld.

EEN VLUCHT REGENWULPEN- Maarten ‘t Hart

Algemene informatie
Titel: Een vlucht regenwulpen
Auteur: Maarten ‘T Hart
Uitgegeven: 1978
Aantal pagina’s: 163 blz
Uitgeverij: De arbeiderspers, Amsterdam

Auteur
<img src="http://nrcboeken.vorige.nrc.nl/files/images/auteur/afbeelding2/VPbanMaartentHart.jpg" alt="VPbanMaartentHart.jpg" title="VPbanMaartentHart.jpg" width="341" height="512" class="imagefield imagefield-field_au_image_2" />
Maarten ‘t Hart is een schrijver en bioloog. Hij is geboren in Maassluis en heeft hier zijn hele jeugd doorgebracht. Na zijn middelbare schooltijd besloot hij om biologie aan de universiteit van Leiden te gaan studeren. Vervolgens is Maarten gaan werken als etholoog: een onderdeel van biologie waarin gedrag centraal staat. Inmiddels heeft Maarten ‘t Hart al vele verschillende boeken geschreven waarvoor hij ook verschillende prijzen in ontvangst heeft mogen nemen. Het boek ‘Een vluchtregenwulpen’ is enkele jaren na uitgave zelfs verfilmd. Naast een vlucht regenwulpen zijn er ook nog andere boeken van hem verfilmd.

 

Samenvatting
Maarten weet al vanaf de kleuterklas wat hij wil worden: bioloog. Zijn vader is tuinder en staat erop dat Maarten na schooltijd hem moet helpen. Maarten weigert dit en staat erop dat hij na zijn school een studie mag gaan doen. De vader van Maarten is helemaal niet blij met Maarten zijn keuze voor een studie. Het gezin van Maarten is streng gelovig waardoor ze een wetenschappelijke studie als biologie eigenlijk helemaal niet zien zitten.

Maarten groeit op in een dorpje waar verder weinig andere mensen zijn. Van zijn verleden voor zijn basisschoolperiode weet hij bijna niks meer. Het enige wat hij weet is dat hij zijn amandelen moest laten knippen op het dorpsplein. Hij was nog nooit op het plein geweest en wist niet eens wat een plein was en zijn eerste ervaring met het plein was dan ook een slechte ervaring.

Al vanaf de kleuterklas leidt Maarten een eenzaam leven. Het liefste is hij alleen bezig met zijn eigen zaken en heeft hij het liefste dat anderen niet met hem bemoeien. Zijn hele basisschoolperiode brengt hij dan ook praktisch eenzaam door.

Als hij naar de middelbare school gaat verandert er nog niet erg veel in zijn leven aangezien hij nog net zo eenzaam is als eerst. Toch verandert er één klein ding: Maarten wordt verliefd op zijn klasgenoot Martha. In zijn ogen is Martha een onbereikbaar meisje met wie hij toch nauwelijks contact kan leggen, dus hij houdt haar zoveel mogelijk op afstand. Ondanks de afstand fantaseert Maarten wel regelmatig over haar en ziet hij al een leven met haar voor zich.

Na zijn middelbare school gaat hij biologie studeren met de richting celbiologie. Zijn vader is dan nog in leven, maar vlak na zijn toelatingsexamen overlijdt zijn vader. De vader van Maarten is nog steeds niet blij met de studiekeuze en geeft Maarten het gevoel dat hij zijn studie toch niet gaat halen. Aangezien Maarten helemaal klaar is met de kerk en het grote onzin vindt, besluit hij om toch zijn studie biologie te gaan doen. Vervolgens gaat Maarten bij zijn moeder wonen die vervolgens ook weer overlijdt aan keelkanker. Vanaf dan is Maarten wees en staat hij er alleen voor. De enige personen die hij nog in zijn leven had zijn gestorven waardoor Maarten zich alleen maar eenzamer gaat voelen.

Maarten blijft nog een lange tijd met de dood van zijn ouders zitten en krijgt zelfs een dwanggedachte over de dood. Een gedachte vertelt hem dat hij nog maar twee weken te leven heeft. Maarten probeert er in die laatste weken nog alles in te halen wat er in zit en probeert zoveel mogelijk leuke dingen te doen.

Om afleiding te zoeken besluit hij om naar zijn laboratorium te gaan. Hier wil hij uitzoeken of hij een kloon van mensen kan maken. Voor Maarten is het een teken van strijd: Maarten is helemaal klaar met het geloof en de kerk en wil iets doen wat tegen de gewoontes van de kerk is. Hij staat er dus op om van één klein celletje een heel mens te kunnen kloneren.

In die twee weken wordt Maarten ook uitgenodigd op een congres in Bern. Hij besluit naar Zwitserland te vertrekken en bij zijn collega’s Ernst en Adriana in te trekken. Hij heeft het erg naar zijn in Bern, totdat Ernst en Adriana besluiten om een wandeltocht door de bergen te maken. Tijdens deze wandeltocht valt Maarten en zit hij naar zijn idee op de rand van de dood. Met veel bloedingen weet hij er uiteindelijk goed vanaf te komen.

Tijdens een schoolreünie voordat hij naar Zwitserland vertrok heeft Maarten nog de zus van Martha ontmoet. Hij vond de zus van Martha onwijs veel op Martha lijken en dacht eerst dat het Martha zelf was. Omdat Martha nog steeds zijn grote liefde is, hoopte hij via contact met de zus van Martha uiteindelijk met Martha contact te krijgen. Maarten had dan nog ook een afspraak met de zus van Martha staan. Via een ansichtkaart laat hij de zus van Martha weten dat hij de afspraak af wil zeggen.
Die nacht heeft Maarten koorts en droomt hij in zijn koortsbui over Martha. Hij ziet Martha voor zich en wordt er helemaal blij van. Tijdens die droom besluit Maarten dat hij niet meer moet proberen om zijn isolement te doorbreken en gewoon te doen wat hij wil doen: zijn isolement voortzetten en alleen voortleven. Dit houdt in dat hij verder alleen zal leven met weinig contact met anderen.

Titelverklaring
Maarten zijn moeder is ziek en heeft niet lang meer te leven. Net voordat zijn moeder zal overleden, ziet hij een vlucht regenwulpen voorbij vliegen. Regenwulpen zijn vogels die erg zeldzaam zijn. Omdat Maarten zo gek op de natuur is, is hij ook erg gefascineerd door de vogels die hij op dat moment ziet. Dat geeft gelijk de waarde aan dat hij had voor zijn moeder.

Personages
Jakob→ Jakob is de enige vriend die Maarten heeft. Jakob heeft ook iets in de biologie gedaan waardoor Maarten en Jakob erg veel over biologie praten. Daarnaast probeert Jakob Maarten altijd te pushen om een vriendin te zoeken.

Adrienne →Adrienne is een collega van Maarten. Als Maarten naar Bern in Zwitserland gaat, komt hij haar tegen en moet hij met haar samenwerken. Adrienne woont in Zwitserland en praat dan ook Duits.

Ernst→Ernst is net zoals Adrienne een collega van Maarten. Maarten ontmoet hem als hij naar Bern in Zwitserland gaat. Ernst houdt erg veel van bergbeklimmen in Zwitserland en is erg heldhaftig door de gevaarlijke dingen die hij tijdens het bergbeklimmen doet.

Vader →De vader van Maarten is een strenge en norse man. Tenminste, die indruk krijg je als je het verhaal leest. Hij sterft al snel en Maarten zit er helemaal niet zo mee dat zijn vader is overleden. De vader van Maarten houdt ook van de natuur. Hij is een kweker en wil het liefste dat Maarten zijn druivenkwekerij overneemt.

Martha →Martha is de onbereikbare liefde van Maarten. Maarten vindt haar al vanaf haar jeugd leuk maar hij durft geen stappen te ondernemen. Over Martha is vrijwel niks bekend.

Moeder → De moeder van Maarten is een lieve en zorgzame vrouw doordat ze zo goed mogelijk voor haar zoon Maarten probeert te zorgen. Over de moeder van Maarten is vrijwel niks bekend, alleen dat ze erg zorgzaam is. Daarnaast is ze al vroeg in het verhaal gestorven.

Maarten →Maarten is de hoofdpersoon en verteller van dit verhaal. Hij is enig kind en woont met zijn ouders in een dorpje waar erg veel natuur is. Maarten is iemand die erg eenzaam is en nauwelijks vrienden heeft. Meestal vindt hij het heerlijk om alleen zijn eigen ding te doen zonder mensen. Toch vindt hij het af en toe wel vervelend dat hij geen vriendin of vrienden heeft met wie hij zijn leven kan delen. Maarten is een intelligente jongen maar mag eigenlijk van zijn vader niet doorstuderen. Toch krijgt Maarten voor elkaar dat hij mag gaan studeren en rondt hij jaren later de studie biologie af. Maarten is heel erg geïnteresseerd in de biologie en besluit om een eigen laboratorium op te gaan zetten waarin hij kan werken.

Thematiek
Eenzaamheid en Isolement:Isolement is het thema. In dit verhaal komt naar voren hoe eenzaam Maarten in zijn eigen leven is. Maarten is hier zelf de oorzaak van omdat hij eigenlijk helemaal geen contact met andere mensen wil. Toch beseft hij zich af en toe dat zijn leven één en al eenzaamheid is en dat hij bijna niemand om zich heen heeft. Hij isoleert zich in alles en sluit zich het liefste in zijn eigen laboratorium op om dingen te bepalen.

Daarnaast is Maarten ondanks zijn isolement heel erg op zoek naar volwassenheid. Hij is al eeuwig verliefd op een meisje van vroeger: Martha. Hij blijft naar haar op zoek en blijft eigenlijk naar een relatie op zoek terwijl hij weet dat hij niet geschikt is voor een relatie. Dat geeft hij later in het verhaal ook aan: hij weet zeker dat hij niet geschikt is voor een relatie en nooit een vrouw zal vinden.

Motieven
Eenzaamheid: Maarten is in dit verhaal vrijwel altijd eenzaam. Als hij naar school gaat wordt duidelijk hoe weinig vrienden hij heeft en hoe erg hij buiten de klas valt. Ook thuis heeft hij weinig vrienden waardoor hij zich vaak alleen in de natuur vermaakt.

Relaties: Maarten kijkt al jaren niet meer naar vrouwen omdat hij in zijn jeugd een leuk meisje, Marta, ontmoet heeft. Hij is nog steeds in de waan dat zij ooit een relatie zullen krijgen en vindt het vanzelfsprekend dat hij niks met andere vrouwen aanpapt.

ChristelijkMaarten vindt het gereformeerde milieu waar hij vandaan komt verschrikkelijk. Heel veel van dit verhaal draait om het geloof en de hoofdpersoon Maarten laat zijn twijfels over het geloof duidelijk kenbaar maken.

Natuur: Maarten vindt de natuur onwijs belangrijk. Hij is dan ook van jongs af aan altijd in de natuur te vinden. Daarnaast weet Maarten ontzettend van de natuur af en heeft een grote passie voor vogels.

Ziekte: Ziekte is ook een belangrijk motief in dit verhaal. Maarten is bijvoorbeeld beide ouders verloren aan de ziekte kanker. Het verhaal draait mede om het verlies van Maarten zijn ouders en hoe Maarten hiermee omgaat.

God: De ouders van Maarten zijn heel erg gelovig. Maarten komt dan ook uit een christelijk milieu. Altijd wordt er van hem verwacht dat hij naar de kerk gaat, terwijl hij het op latere leeftijd helemaal niet leuk vindt. Het geloof en hoe Maarten met het geloof gaat is een belangrijk motief in het verhaal.

Zodra Maarten ouder wordt en biologie gaat studeren komt hij erachter dat hij het geloof en alles om het geloof heen, helemaal niks vindt. In het verhaal is de afkeer van Maarten tot het geloof heel erg duidelijk te merken.

Structuur & perspectief
Voor het verhaal is een ik-persoon gebruikt. Alles wordt vanuit één persoon, de ik-verteller, geschreven. In dit verhaal wordt alles door de ogen van Maarten verteld. Het verhaal begint met een opening-in-de-handeling: het verhaal zelf begint terwijl de handelingen al zijn begonnen. Je krijgt dus niet eerst een uitleg van de personages, maar je zit gelijk in het verhaal. Ondanks de uitleg van de personages, wordt er door middel van een biografie wel kennis gemaakt met Maarten. Het verhaal eindigt met een open einde. Niet alles is duidelijk en de lezer blijft ook nog met vragen zitten. Zo weet je bijvoorbeeld niet of Maarten ooit nog Martha zal zien. Of wat er in de rest van zijn leven al gaan gebeuren. Het verhaal is opgedeeld in hoofdstukken die te herkennen zijn met een kopje aan één of meerdere woorden. Deze woorden zijn motieven van het deel wat volgt.

Decor
Het verhaal speelt zich op verschillende plaatsen af. Het is niet precies bekend in welke plaatsen het verhaal zich afspeelt. Sowieso ergens bij een dorp en polder waar erg veel rietvelden zijn. Maarten houdt al van kleins af aan van de natuur en bevindt zich eigenlijk altijd in de natuur. Het zal dus geen grote stad zijn waar het verhaal zich afspeelt. Het einde van het verhaal speelt zich af in Bern, stad in Zwitserland. Er is in dit verhaal wel gebruik gemaakt van een belangenruimte. Een belangenruimte is een ruimte waarin de gevoelens van de personages overeen komen met de gebruikte ruimte. Maarten voelt zich bijvoorbeeld heel erg eenzaam. Hij heeft nauwelijks vrienden en als hij volwassen is heeft hij ook geen relatie. Dit weerspiegelt met de ruimtes waarin Maarten zich elke keer bevindt: eenzaam in een laboratorium, eenzaam in de rietvelden, eenzaam in de polder en in verlaten dorpjes waar bijna niemand is. Als je leest over een rietveld waar niemand is, krijg je automatisch al een eenzaam gevoel en dat is precies wat de schrijver Maarten ‘t Hart voor elkaar wil krijgen. Het verhaal speelt zich in het voorjaar en de zomer van 1971 af. Dit staat ook op de laatste bladzijde van het verhaal.

Mening
Een vlucht regen wulpen vond ik persoonlijk niet echt boeiend. Er is nauwelijks gebruik gemaakt van een spanningsboog, waardoor het verhaal niet als spannend te benoemen is. Je moet ook van de motieven (voornamelijk de natuur en biologie) houden om door dit boek heen te kunnen komen. Het is belangrijk om je aandacht bij het verhaal te houden omdat je anders verdwaalt in de lange zinnen die hij weet te schrijven. Tijdens het lezen haakte ik erg vaak af waardoor ik steeds weer in het verhaal moest komen. Het duurde mij ook veel langer om dit boek te lezen dan ik eigenlijk nodig zou hebben. Aan begin vond ik nog beetje interessant, toen hij probeerde in contact te komen met mensen en vooral zijn “geliefde”. Maar hoe dichter ik bij het einde kwam, hoe oninteressanter het werd. Het enige wat mij op een of ander manier aansprak was het fragment waar Maartens moeder overleed en de vlucht regenwulpen voorkwam. Misschien door de link met de titel en het gevoel van enigszins medelijden met de jongeman Maarten. Over zijn schrijfstel heb ik een andere mening. Ik vond het mooi dat de schrijver veel gebruik maakte van emotie en ruimtes. Verder was zijn schrijfstijl niet moeilijk, waardoor het wel te begrijpen was. Een nadeel vond ik wel dat hij heel diep ging op details. Dat had zeker minder gemogen.

DE ZOMER HOU JE OOK NIET TEGEN- Dimitri Verhulst

Algemene info
Titel: De zomer hou je ook niet tegen
Auteur: Dimitri Verhulst
Uitgegeven: 2015
Aantal pagina’s: 94 blz

Auteur 
Dimitri Verhulst, geboren op 2 oktober 1972, is een Belgisch schrijver en dichter. Zijn eigenlijke debuut verscheen in 1992 en heeft als titel Assevrijdag. Deze vrij obscure publicatie was een eigen uitgave voor enkele vrienden en bekenden. Zijn ‘officiële’ debuut was de verhalenbundel De kamer hiernaast die genomineerd werd voor de NRC-prijs. Hij publiceerde verhalen en gedichten in verschillende literaire tijdschriften, waaronder Nieuw Wereldtijdschrift, De Brakke Hond en het tijdschrift Underground, waarvan hij redacteur is. In 2001 verscheen de roman Niets, niemand en redelijk stil. In 2003 publiceerde hij Problemski Hotel, dat vertaald werd in het Duits, Deens, Engels, Frans, Hebreeuws, Sloveens, Italiaans, Pools en Hongaars.

Samenvatting
Pierre Vantoren (64 jaar) rijdt met zijn “zoon” Sonny, die geestelijke gehandicapt, naar het zuiden van Frankrijk. Daar heeft hij met Sonny’s moeder oprechte harsttocht beleeft. Normaal gesproken verblijft Sonny in een tehuis in Amsterdam, maar doordat Sonny de volgende dag zestien jaar zal worden, wil Pierre een passend geschenk geven: een vertelling hoe het in zijn leven is vergaan en hoe Pierre en de moeder van Sonny elkaar hebben gekend.
Pierre nam het niet zo nauw met de liefde. Hij had een vrouw waarmee hij een dochter had. Hun relatie was echter niet diepgaand. Toen hij op een colloquium in Amsterdam de moeder van Sonny ontmoette veranderde zijn leven compleet. Doordat het erg laat was geworden vroeg de jonge pianist (de moeder van Sonny) of zij bij hem kon slapen. De volgende dag zou ze vroeg naar vliegveld moeten gaan omdat ze steeds moest reizen voor haar optredens. Pierre vond dat niet erg en had een fantastische avond gehad met de moeder van Sonny. Nadat ze vertrokken was, merkte hij dat hij voor het eerst echt verliefd was. Maar zijn nieuwe geliefde was twaalf jaar jonger (32 tegenover 45). Echter verlaat hij zijn vrouw en dochter en creëert een relatie met wie hij echt van houd, mede ook omdat de moeder van Sonny het graag zelf wil. Ze wonen samen en leiden een avontuurlijk bestaan.

Maar zijn jonge partner heeft een grote kinderwens en daaraan wil Pierre niet voldoen. Hij gooit het er een keer uit en dat betekent meteen een scheiding van de geliefden. Drie maanden later is  zijn ex-geliefde zwanger, maar ze heeft geen relatie. Pierre is bij de bevalling en zorgt ook goed voor Sonny. Na zeven jaar sterft zijn geliefde aan een kwaadaardig melanoom. Hij neemt de zorg voor Sonny op zich, gaat vaak wandelen met zijn rolstoel en de omgeving denkt dat hij de biologische vader is.  Dit hele verhaal vertelt hij aan zijn “zoon” Sonny en eindigt precies wanneer Sonny jarig is.

Personages
Sonny →Over de jongen valt eigenlijks niet te zeggen. Hij is zwaar gehandicapt en hij reageert op niets wat Pierre met hem doet of tegen hem zegt. Hij is alleen toehoorder, maar je weet niet eens of hij het begrijpt wat tegen hem wordt gezegd. Waarschijnlijk niet.

Grote Liefde →Vreemd genoeg wordt haar naam niet genoemd. Ze is twaalf jaar jonger dan Pierre, een gezondheidsfreak, daarnaast actrice en een ideale partner. Ze is intellectueel, kunstzinnig en geen zeur vrouw. Wat wil je nog meer? Jammer voor Pierre dat ze een kinderwens heeft. Dat wil hij namelijk niet. Maar zij zet door en moet dat bekopen met een gehandicapt kind. Dat gebeurt nu eenmaal. De zomer hou je ook niet tegen.

Pierre → Pierre is 64 jaar en je weet als lezer niet wat hij doet. Wel wordt bekend dat zestien jaar daarvoor hij zijn grote liefde heeft ontmoet. Daarvoor maakt hij een potje van zijn leven en hij pleegde regelmatig overspel. Wanneer hij zijn Grote Liefde ontmoet, is dat over. Die heeft echter een kinderwens en daarvan wordt Pierre heel nerveus. Hij wil ook al omdat hij twaalf jaar ouders is, geen kind. Op een avond gooit hij het eruit, en dan is het gedaan. Hun wegen scheiden zich en zijn ex-geliefde wordt zwanger. Toch laat hij haar dan niet in de steek. Hij heeft zelfs een schuldgevoel omdat de jongen geestelijk zwaar gehandicapt is, wat hij had kunnen voorkomen als hij haar zelf een kind had geschonken. Als ze aan kanker sterft, zorgt hij af en toe voor de jongen door hem uit het tehuis te halen en hem rond te leiden.

Titelverklaring
De fraaie titel komt letterlijk voor in de novelle en wel op blz. 59. De grote geliefde van Pierre antwoordt op zijn opmerking dat het toch heel bijzonder is dat ze elkaar weer ontmoeten met de prachtige oneliner : “De zomer hou je ook niet tegen.”
(Oftewel de dingen krijgen nu eenmaal hun beloop zoals het hoort.)
J’ aime l’homme incertain de ses fins comme  l’ ést, en avril, l’arbre fruitier. (René Char)
Letterlijk:   Ik hou van de mens die niet zeker is van zijn bedoelingen, zoals dat ook het geval is met de fruitboom in april.

Thematiek
Dood van een geliefde: Pierre vertelt op de verjaardag van zijn ersatzzoon hoe groot zijn liefde was voor Sonny’s moeder, die helaas aan kanker gestorven is. Uit alles blijkt hoeveel hij van haar hield. Hij voelt zich bovendien schuldig aan haar lot, omdat hij haar geen kind wilde geven. Dat had ze zo graag gewild en daarom komt het tot een scheiding. Later baart ze dus het gehandicapt zoontje Sonny.

Motieven
Kind-ouderrelatie: De relatie tussen Pierre en zijn dochter is niet geweldig. Hij heeft de moeder van haar in de steek gelaten en hij ziet haar af en toe als een weekendvader. Ze heeft wel trekjes van hem in haar genen: ze leidt een wat wilder seksueel leven. Pierre verwacht dat hij wel eens snel grootvader zou kunnen worden. In een gesprek verwijt ze Pierre dat hij geen goede vader voor haar is geweest.

Iets anders is het met zijn “zoon” Sonny. Hij heeft zijn geliefde nooit een kind willen geven en daarna is ze wel zwanger geraakt van een andere man. Wanneer zijn geliefde sterft, neemt hij de zorg voor de jongen op zich. Hij is trouwens al bij de geboorte geweest, waarbij de verpleging denkt dat hij de biologische vader is. Hij haalt Sonny uit het tehuis op om met hem te gaan wandelen. Hij neemt hem mee naar Frankrijk om hem daar over zijn moeder te vertellen. Het verhaal heeft een open einde, maar Pierre zal Sonny niet in de steek laten uit liefde voor diens moeder.

psychische afwijkingen: Sonny heeft echt een psychische afwijking wat blijkt uit het boek. Hij reageert ook niet op wat er tegen hem gezegd wordt. Normaal gesproken zou hij niet ouder worden dan 15 jaar: maar die leeftijd heeft hij wel gehaald.

Liefdesrelatie: problemen/echtscheiding

Omdat Pierre niet op de wens van zijn geliefde wil ingaan (hij is twaalf jaar ouder en wil absoluut geen kinderen meer maken) scheiden hun wegen in de liefde. Ook de verlating van zijn vrouw en dochter komt dit motief terug.

Dood

De niet bij name genoemde moeder van Sonny sterft binnen drie maanden aan een ongeneeslijke kanker. Die begint als melanoom onder haar oksel. Pierre vindt dat bizar omdat zijn liefdespartner extreem veel aandacht aan haar gezondheid besteedde en hij juist niet. (Roken, drinken, eten)

kinderwens

De geliefde van Pierre had ene grote kinderwens, maar Pierre Vantooren wilde geen vader meer worden. Dat veroorzaakt een scheiding tussen de geliefden, hoewel ze elkaar blijven zien.

Schuld(gevoel)

Pierre koestert later schuldgevoelens over de dood van zijn geliefde. Als hij haar een kind had gegeven zoals ze wilde, zou het allemaal niet zo gelopen zijn. Ook zou de debiele Sonny niet bestaan hebben: een vegetatieve potplant.

Structuur & perspectief
Het verhaal heeft de structuur van een vertelling. Pierre de hoofdfiguur maakt met zijn “zoon ” Sonny een reis naar Frankrijk om hem daar op zijn zestiende verjaardag te vertellen wat er met zijn moeder en de verteller is gebeurd. Het is een reis van twee dagen en Pierre heeft Sonny stiekem meegenomen.  Op een berghelling vlakbij Avignon begint hij het verhaal te vertellen aan Sonny. Dat gebeurt in korte hoofdstukjes die met een typografisch teken (vruchtjes van een fruitboom) van elkaar worden gescheiden. Hij vertelt vanuit het heden over het verleden van zestien jaar geleden.
Er is eigenlijk een alwetende verteller die af en toe te bespeuren valt in enkele zinnen, maar omdat Pierre bijna alles in de ik-vorm vertelt aan de zoon van zijn geliefde, lijkt het vaak of je een ik-verhaal aan het lezen bent.  De alwetende verteller vertelt in de o.v.t. en dat doet Pierre zelf ook. Er is dus ook sprake van een achterafverteller en die kan dus vooruitwijzen naar wat er later is gebeurd. (bijv. vooruitwijzingen naar de dood van de geliefde)

Een voorbeeld van de alwetende verteller: “(blz. 30) Dat de lokale overheden voor bosbranden hadden gewaarschuwd kon Pierre niet weten. Maar makkelijk te bedenken was het uiteraard wel. Kurkdroog stond de grond”. 

Decor
Het decor is de streek waar Pierre met zijn geliefde vaak naar toe ging. Dat was de wijnstreek in  de buurt van Avignon.  Hij heeft haar ontmoet in Amsterdam en een relatief wild leven met haar achter de rug, dat ineens stopte omdat Pierre geen kinderen bij haar wilde.
Het is heet in Frankrijk en Sonny wordt daar jarig: hij is een Kreeft en dat houdt in dat het verhaalheden zich afspeelt in juli.  Maar het wordt uit de tekst niet duidelijk in welk jaar dat is. In ieder geval is het een actueel verhaal (er is een gps in het verhaal). Het moet ook in ieder geval de zomer van 2011 of later zijn, want Pierre geniet op de berg van een heerlijke Chateauneuf du Pape 2010 (wijn).

Mening
Het verhaal van ‘De zomer houd je ook niet tegen’ vond ik niet echt een spanning hebben, maar eerder iets ontroerends. Vooral de liefde die Pierre had voor de moeder van Sonny en de zorg voor Sonny, die boven die van zijn eigen dochter ging, raakte me het meest. De schrijfstel is: venijnig, humoristisch en sarcastisch. Vooral Pierre is erg cynisch in zijn taalgebruik, maar ook hier lijkt dat een manier om zijn ware gevoelens te verbergen. Hierdoor krijgt je niet direct een hekel aan hem en zijn gedrag. Wat ik mooi vond in dit verhaal is dat de schrijver een punt legt bij de geestelijke gezondheidszorg. ‘Sonny zat al heel zijn leven in een rolstoel,’ observeert Pierre. ‘Mogelijkerwijs voor het gemak van het instellingspersoneel, wie weet.’ Later wordt de vraag opgeroepen of alle medicatie Sonny echt helpt of hem juist in een vegetatieve toestand houdt. In een samenleving waar steeds meer pillen geslikt worden en de gezondheidszorg voor velen een belangrijk onderwerp is, zijn dat vragen die resoneren.” Met deze fragmenten laat hij zijn mening uiten dat hij niet mee eens is hoe de zorg met geestelijke gehandicapten omgaan. Zelf ben ik het daar ook deels mee eens. Het verhaal op zich vond ik niet erg bijzonder, maar meer de achterliggende gedachten.

HET DINER- Herman Koch

Algemene informatie:
Titel: Het diner
Auteur: Herman Koch
Uitgegeven : 2009
Aantal pagina’s: 300 blz
Uitgever: Anthos

Auteur
Herman Koch is geboren in 1953 in Arnhem en verhuisde al snel naar Amsterdam. Hij is bekend geworden als televisiemaker (vooral van Jiskefet), columnist (de Volkskrant en Esta) en romanschrijver.

Nadat hij van de middelbare school was gestuurd heeft hij een tijdje Russisch gestudeerd en heeft hij op een boerderij in Finland gewoond. Zijn romans werden zonder uitzondering lovend ontvangen. Na zijn debuutroman Red ons, Maria Montanelli (1989) verschenen onder meer Eten met Emma (2000), Odessa star (2003) en Denken aan Bruce Kennedy (2005). Het diner is de eerste roman van Herman Koch die bij uitgeverij Anthos verschijnt. Het boek kreeg de NS Publieksprijs in 2009.

Samenvatting van de inhoud 
Aperitief (ho 1-7)
Paul Lohman gaat op uitnodiging van zijn broer Serge Lohman (een bekend politicus en waarschijnlijk de nieuwe minister-president bij de volgende verkiezingen) met zijn echtgenote Claire en schoonzus Babette eten in een restaurant om over hun kinderen te praten. Die hebben samen iets uitgehaald wat hun toekomst kan verwoesten.  Het kind van Paul en Clair heet Michel en is 15 jaar. Serge en Babette hebben ook een vijftienjarige zoon Rick en bovendien hebben ze een zoon uit Burkina Faso geadopteerd, wat zijn imago als politicus heeft verbeterd. Paul mag Beau niet heel erg en irriteert zich soms aan hem.
Paul en Claire zijn voor de afgesproken tijd bij het restaurant aangekomen, waardoor ze eerst iets drinken in een naburig café. Daar vraagt Clair hem of hij de laatste tijd iets aan hun zoon Michel heeft gemerkt. Paul moet dan terugdenken aan het bericht dat hij vlak voor ze weggingen op de mobiel van zijn zoon heeft gezien. Als Serge en zijn vrouw uiteindelijk arriveren in het restaurant drinken ze met zijn vieren een aperitief: een roze champagne van maar liefst 10 € per glas. Ook dit wordt door Paul belachelijk gemaakt. Hij ziet bovendien dat Babette betraande ogen heeft, en vraag zich af wat er aan de hand is.

Voorgerecht (ho 8-15)
De beide paren bestellen een voorgericht, dat ook al heel duur is. Paul ergert zich tijdens deze eerste fase aan van alles: de opzichtig acterende gerant met zijn culinaire praatjes over achterlijk kleine maar dure porties, de flauwe grappen die er verteld worden, de te dure chablis, de anekdote over het vakantiehuisje van Serge in de Dordogne, waar ze in het verleden een barbecue met andere Nederlanders organiseerden en Paul van mening is dat zijn broer en schoonzus “Frankrijkje speelden.” Paul wil even weg van tafel en hij gaat naar de wc waar hij een man ontmoet die aan hem vraagt of zijn dochter een foto zou mogen maken van de politicus. Paul denkt dat het wel mag. Wanneer hij terugkeert naar de tafel, ziet hij dat de vrouwen weg zijn gegaan. Serge zegt dat ze over hun kinderen moeten praten.

Hoofdgerecht (ho 16-35)
De vrouwen zijn nog steeds niet terug, maar het hoofdgerecht wordt door de gerant opgediend. Serge wil alvast aan zijn tournedos beginnen. Paul gaat vervolgens de vrouwen zoeken en hij denkt daarbij terug aan het fotomoment met de dochter van de wc-man. Op dit moment komt de man en vraagt om een foto. Serge vind het goed en is aan begin erg aardig. Maar wanneer de man blijft “plakken” wordt hij toch ongeduldig en wat onbeleefder. Hij doet dan net of zijn mobiel afgaat en breekt het gesprek af.
Dan gaat ineens ook een mobiel bij Paul af: het is die van Michel die hij per ongeluk in zijn zak heeft gestoken. Op het toilet bekijkt hij wie het is. Het is Michel zelf die zijn mobiel mist en hem graag wil terug hebben. Maar Paul bekijkt op het toilet nog een keer naar de mobiele video die erop staat en die hij al eerder die dag heeft gezien. Het is een opname van een vrouwelijke zwerver die bijna een jaar geleden door Rick en vooral Michel is afgetuigd. Ze lag in het hokje van een pinautomaat toen de beide jongens geld wilden pinnen om nog een biertje te nemen. Ze gooien van alles naar de vrouw en op het laatst nog een lege jerrycan, waarin nog benzinedampen zaten. Een aansteker zorgt ervoor dat het hele hokje in brand vlied en de vrouw overlijd. Het filmpje is op “Opsporing verzocht” geweest met het commentaar van een verloederde samenleving. De beelden zijn niet zo erg helder geweest, waardoor Rick en Michel (Beau deed niet mee) niet zo goed te herkennen waren geweest. Toch had Paul hen toen al herkend, en volgens hem zijn vrouw Claire niet.

Hij heeft zijn zoon in principe in bescherming genomen en hij herinnert zich dan een fraaie flashback van een voorval met Michel toen hij 8 jaar was. Die had met voetballen een ruit van een naburige fietsenhandelaar ingeschopt. Toen hij met Michel wilde gaan betalen was de man boos uitgevallen, waardoor Paul met een fietspomp de man had bedreigd.

Michel wil zijn mobiel ophalen en hij zal naar het restaurant komen. Paul zal hem buiten opwachten. Het blijkt dat Michel wordt gechanteerd door Beau, die 3000 euro. Er zal die avond iets gaan gebeuren waarvan Claire wel op de hoogte is en Paul niet. Blijkbaar heeft Claire ook alles vanaf het begin geweten. Michel komt inderdaad naar het restaurant waar Paul buiten op hem wacht. Hij wordt toch betrapt door Claire en dan zegt Paul dat Michel 50 euro kwam ophalen die hij ooit van hem had geleend. Ze gaan samen weer terug naar de dinertafel.

Op dat moment wordt een nieuwe flashback ingebouwd. Paul is geschiedenisleraar geweest op een school voor voortgezet onderwijs. Op een gegeven moment was Paul vreemde dingen gaan doen en onacceptabele dingen gaan verkondigen, waardoor hij doorverwezen werd naar schoolpsycholoog.
Die spreekt over een genetische afwijking en Paul is bang voor een tweede kind dat mogelijk zijn genetische eigenschappen zou kunnen erven. Hij wordt ontslagen. Clair wordt kort hierna erg ziek en komt in het ziekenhuis terecht. Nadat Claire een tijdje in het ziekenhuis heeft gelegen, komen Babette en Serge bij hem op bezoek. Ze vinden dat ze tijdelijk op Michel moeten passen (het blijkt dat Claire dit achter zijn rug heeft gevraagd) Paul wordt woedend (hij krijgt weer zo’n driftaanval) en slaat een pan op het hoofd van Serge. Die valt gewond neer.

Nagerecht (ho 36-39)
Tijdens het nagerecht gedraagt Babette zich onfatsoenlijk. Ze doet kleinerend tegenover de gerant over haar gekozen nagerecht en wil dat hij het weghaalt. Serge krijgt gevoelens van plaatsvervangende schaamte, want de andere gasten kijken naar hen. Paul en Claire vinden het voorval wel vermakelijk. Ze heeft tijdens het diner enkele keren gebeld met Michel, zodat hij een alibi voor die avond heeft. Ze vraagt Babette nadrukkelijk naar de tijd, waarop ze belt. Maar Michel is helemaal niet thuis: hij moet die avond immers een “karweitje” opknappen.
Eindelijk komt het hoge woord op tafel. Serge wil praten over de gebeurtenis met Rick en Michel. Hij zegt dat Rick eronder lijdt en dat mag niet gebeuren. Daarom wilde hij zich terugtrekken in zijn politieke carrière en publiek maken wat er gebeurd is met de jongens. Babette is daar echter niet mee eens en roept daarom de hulp in van Claire en Paul om dat te voorkomen. Claire en Paul zien problemen voor hun zoontjes toekomst en ze willen Serge overhalen. Serge laat zich echter niet overhalen en heeft al een persconferentie geregeld.

Digestief (ho 40- 45)
In dit deel van het diner is er  een flashback waarin Paul aangeeft dat Michel recent een werkstuk over de doodstraf had moeten maken voor school. Volgens zijn vader was zijn verslag geweldig, maar Paul werd geroepen door de director van de school van Michel, omdat hij hier andere ideeën over had. Er ontstaat een discussie over dit onderwerp. Ineens slaat Paul de rector hard in het gezicht. Dan opent hij het raam en zwaait naar Michel op het schoolplein.

Serge en Babette gaan alvast naar het café waar de persconferentie zal worden gehouden, want hij moet nog een en ander regelen. Claire zegt dat hij Serge moet weerhouden een persconferentie te houden door hem in zijn gezicht te slaan of zijn arm te breken. Hij wil dat niet, waardoor Claire besluit dat zij het zal doen. Wanneer zij weggaat, wacht Paul nog even. Niet lang daarna ziet hij politieauto’s en ambulances rijden naar het bewuste café. Wanneer hij dichterbij komt, ziet hij dat Serge gewond geraakt is in zijn gezicht, dat Babette bij hem in de ambulance stapt en dat Claire wordt afgevoerd door de politie.

Fooi (ho 46)
Wanneer hij aan de ober vraagt om de rekening zegt deze dat de heer Lohman die al betaald heeft. Als fooi geeft Paul nu 450 euro aan de gerant met de mededeling dat hij hem en zijn zoon nooit in de tuin van het restaurant heeft zien staan. Dan volgt zijn opsomming van wat er is gebeurd. Serge heeft de verkiezingen niet gewonnen. Zijn steeds veranderende imago zal de oorzaak zijn geweest. Serge heeft geen aanklacht ingediend tegen Claire. Ook Beau was sinds die avond spoorloos verdwenen. Ze denken dat hij naar zijn geboorteland is teruggegaan, maar Paul weet dat dit niet zo is. Michel zag er namelijk enigszins beschadigd uit op de avond van het diner en hij vertelt wat hij gedaan heeft.
Op die zelfde avond even daarvoor was Paul erachter gekomen dat Claire voor de geboorte van Michel toch een vruchtwateronderzoek had ondergaan. Ze had de uitslag nooit tegen hem verteld. Op het formulier van het onderzoek had hij trouwens nog andere dingen gelezen. Was hij overigens wel de vader van Michel?

Titelverklaring
Het gehele verhaal speelt zich af tijdens een diner waarbij twee broers met hun echtgenoten een afspraak moeten maken over een kwestie waarbij hun kinderen zijn betrokken. 

Thematiek
Goed en Kwaad (loyaliteit van ouders ten opzichte van hun kind): dilemma van ouders staat centraal waarin die kunnen komen te verkeren wanneer hun kinderen onheil veroorzaken. Michel en Rick hebben in een bui van onbezonnenheid een zwerfster gedood.

Hoever mogen ouders gaan in de bescherming van hun kinderen, wanneer die een misdaad hebben gepleegd? Met dat probleem worstelen de vier ouders die bovendien nog een familieband met elkaar hebben. Het meest ligt de nadruk op de ouders van Michel. Het liefst stopt Paul en Claire alles in de doofpot. Vandaar dat de flashbacks met de fietshandelaar en met de rector op school nuttig zijn omdat ze de kern van de thematiek aangeven.
Uit de discussie van Paul met de rector is het volgende citaat op blz. 262/263 :
Ik stond voor het dilemma waarvoor iedere ouders zich vroeg of laat geplaatst ziet: je wilt uiteraard je kind verdedigen, je komt voor je kind op , maar je moet dat niet al te krachtig doen.

Motieven
Familiegeheim: Van de vier ouders is misschien Serge nog de betrouwbaarste. Hij wil zich namelijk uit de politiek terugtrekken, waardoor zijn zoon kan bekennen. Alleen weet je niet zeker wat hem diep van binnen beweegt, omdat je namelijk van de verteller te horen hebt gekregen dat Serge een perfecte toneelspeler is in de publieke ruimte. De scène met de man die in het restaurant een foto van de a.s. minister-president wil maken, is daarbij illustratief. Babette wil niet dat hij opgeeft, zodat zij de kans misloopt om ook bekend te worden. Claire en Paul denken vooral aan de toekomstige belangen van Michel. Grappig is ook nog dat Claire en Paul geheimen voor elkaar hebben. Zo heeft Claire achter zijn rug om gevraagd aan Babette of ze tijdens haar ziekte Michel willen weghalen bij Paul. Ook hebben ze hun kennis over het zwerfster-incident voor elkaar verzwegen en op de avond van het diner komt Paul er ook nog achter dat Claire voor de geboorte van Michel ook een vruchtwateronderzoek heeft laten doen en ze al op de hoogte was dat ze een zoon kregen. Als laatste zegt Paul nog dat hij iets in het verslag heeft gelezen wat hij niet wil vertellen, daarbij suggererend hij dat Michel zijn biologische zoon wel eens niet zou kunnen zijn.

Het andere familiegeheim (de verdwijning van de geadopteerde Beau, waarin Michel zeker de hand heeft gehad en waarvan zijn moeder vooraf en zijn vader na afloop op de hoogte zijn geweest) wordt in de familie doodgezwegen.

Structuur & perspectief
De roman heeft een opzet in hoofdstukken die in relatie worden gezet met het opdienen van een vijfgangendiner in een duur restaurant. De delen waarin de roman is verdeeld, verwijzen naar de onderdelen van zo’n diner, namelijk:
- Aperitief (ho 1-7)
- Voorgerecht (ho 8-15)
- Hoofdgerecht (ho 16-35)
- Nagerecht (ho 36-39)
- Digestief (ho 40- 45)
Daarna is er een soort epiloog die ook ruim na de dag van het diner wordt verteld. Dit hoofdstuk heet “De fooi.” (ho 46)
Doordat de maaltijd uit vijfgangen bestaat denk je bij de structuur automatisch aan de opbouw van een klassieke tragedie met de klassieke indeling van een expositie, intrige, climax (het hoofdgerecht) catastrofe (de ondergang van Serge) en de peripetie. Het hoofdstuk “Fooi” doet dienst als epiloog, waarin Paul na een aantal maanden de boel voor de lezer op een rijtje zet.
Bovendien kun je in de roman ook de drie Aristoteliaanse eenheden herkennen:

- de eenheid van tijd (alles moet binnen 24 uur worden afgehandeld) In de vijf hoofdstukken is er sprake van een vertelde tijd van enkele uren.
- de eenheid van plaats: er zijn geen decorwisselingen: alles speelt zich af in het restaurant
- eenheid van handeling: één thema staat centraal: hier de loyaliteit van ouders tegenover hun kinderen.
De structuur van deze roman is bijzonder hecht. Paul Lohman kondigt iets in een onbelangrijke passage aan in een hoofdstuk en je weet dan dat het element later zal worden ingevuld. De belangrijkste gebeurtenissen worden inderdaad in het hoofdstuk Hoofdgerecht verteld. De verteller is Paul Lohman die in de ik-vorm het verhaal en vertelt het verhaal in de o.v.t..

Decor
Het is een actueel verhaal, hoewel uit de verhaalgegevens niet direct duidelijk wordt in welke maand en in welk jaar zich alles afspeelt. Maar in de tekst wordt enkele keren gesproken over George Bush als president van Amerika, de oorlog in Irak, de rekening in euro’s. Je kunt dus aannemen dat het verhaal na 2004 speelt. Ook wordt de huidige minister-president op Jiskefetachtige wijze geschilderd waarbij de vergelijking met bekende politici aan de lezer wordt opgedrongen. Kortom, het is een actueel verhaal dat speelt in de tijd waarin het boek is uitgegeven.

De topografische plaats van handeling is een restaurant in Amsterdam. De plaats van handeling kunnen we afleiden uit de naam van het metrostation in de buurt waarvan de wandaad van de jongen plaatsvindt. (Slotervaart)

Stijl
De stijl van Herman Koch is in deze roman geestig, ironisch en humoristisch. Zo krijgt de handelwijze van de Nederlandse politicus kritiek, maar zeker ook de keuken van een trendy restaurant, dat belachelijk hoge prijzen vraagt voor heel kleine porties voedsel.

Mening
“Het diner” van Herman Koch vond ik een goed boek in verschillende opzichten. Zo vond ik de stijl waarmee hij geschreven heeft echt passend bij het verhaal. Het gaf namelijk een groter beeld van het dilemma waarvoor de ouders stonden en vooral Paul. Hierdoor kreeg ik een sterk beeld van de karakter van Paul. Het verhaal heeft bovendien een mooi opgebouwde structuur van het vijf gangen diner, en al eerder gezegd, een link met klassieke tragedie. Dit zorgde voor spanning in het verhaal. Het is een boeiend verhaal waarbij verzwegen familiegeheimen, zinloos geweld, eigenaardige liefdesrelaties, eigenbelang en veinzen centraal wordt gesteld. Tegelijkertijd gebruikt Koch dit verhaal om de spot uit te drukken in vijfsterren restaurants en het naturalistische gegeven dat erfelijkheid determinerend is.

VAN DEN VOS REYNAERDE- een dierenepos

Feitelijke gegevens
Titel: Van den vos Reynearde
Auteur: onbekend  
Verschijningsdatum 1e druk: 1985
Aantal bladzijden: 127
Uitgeverij: Taal & Teken leewarden.


Samenvatting 

In het bos houdt Koning Nobel een hofdag. Alle dieren komen daar naartoe, behalve één, namelijk Reinaert de vos. Die blijft met zijn vrouw en kinderen in zijn burcht. Alle dieren die wel zijn gekomen, beklagen zich bij de koning over wat Reinaert hen allemaal aangedaan heeft. Hij heeft kinderen doodgebeten, etensvoorraden opgegeten en dingen kapot gemaakt. Hoewel zijn neef voor hem pleit en zegt dat Reinaart een boetekleed draagt en al een jaar geen vlees heeft gegeten, zijn de dieren heel boos op hem. Als de koning dit allemaal hoort, wordt Reinaert ontboden (iemand laten weten dat zij of hij bij je moet komen) op het hof.
→Bruun de beer is de eerste die op hem af gestuurd wordt. Hij komt bij Reinaert aan en als Reinaert hem ziet bedenkt hij direct een list om van hem af te komen. Hij maakt gebruik van Bruuns gulzigheid en vertelt hem dat er een boom is waar heel veel honing in zit. Bruun heeft daar wel oren naar en kruipt in de boom. Hij komt vast te zitten in de boom. Helaas ontdekt een boer hem en samen met iedereen uit het dorp slaan ze erop los. Bruun weet te ontkomen maar verliest daarbij wel het vel van zijn snuit, oren en poten.  Hij komt gehavend terug bij de koning.
→Dan wordt Tybeert de kater erop af gestuurd. Tybeert heeft al geen zin meer als hij Bruun ziet, maar gaat toch. Ook hem weet Reinaert in de val te lokken. Hij zegt hem dat hij vette kuikentjes heeft gezien op een boerderij. Die zijn er ook echt, alleen Reinaert weet dat er een val staat. Helaas trapt Tymbeert erin en zit hij gevangen. De pastoor komt naakt naar beneden en slaat erop los. Tymbeert springt op hem af en bijt één van zijn ballen eraf.
→Als laatste wordt Grimbeert op Reinaert af gestuurd. Op zijn uitnodiging gaat hij wel in en hij komt voor de koning. Die besluit hem op te laten hangen. De vrienden van de koning, waaronder de wolf Izengrijn, gaan op weg de galg te halen.

Ondertussen bespeelt Reinaert de koning en zijn vrouw met zijn beste list. Hij vertelt dat Izengrijn, zijn eigen vader en Bruun de beer de koning willen afzetten en een schat hebben gevonden. Hij vertelt dat hij de schat heeft gestolen en als enige weet waar die ligt. Hoewel de koning hem eerst niet gelooft, haalt zijn vrouw hem over. Ze laten Reinaert vrij en hij geeft aan dat hij op pelgrimstocht wil. Er wordt een tas voor hem gemaakt uit het vel van de rug van Bruun (die inmiddels vastgebonden is) en hij krijgt schoenen van de huid van de poten van Izengrijn en zijn vrouw Hersinde. Als hij weggaat worden Cuwaert en Belijn met hem meegestuurd. Hij neemt Cuwaert mee naar binnen in zijn hol als hij zijn vrouw gaat halen. Daar bijt hij hem dood. Hij stopt zijn hoofd in de pelgrimstas en geeft die aan Belijn. Hij zegt dat hij er niet in mag kijken maar hem aan de koning moet geven en zeggen dat er een brief in zit die hij zelf opgesteld heeft. Belijn geeft de tas en ze komen erachter dat Cuwaert is vermoord. De koning betreurt het erg dat hij in de val is getrapt en biedt zijn excuses aan, aan zijn vrienden Izengrijn en Bruun. Ze besluiten dat ze Reinaert ten alle tijden mogen aanvallen als ze hem zien. Reinaert is echter vertrokken met zijn familie.

Personages
Tybeert de kater → laat zich liever leiden door zijn eetlust dan door de opdracht die hij heeft gekregen van de koning. Hij trapt hierdoor ook in de val van Reinaert.
Bruun de beerBruun is een voorbeeld van kracht maar geen kennis. Hij is een sterk dier maar laat zich makkelijk in de val lokken door Reinaert. Hij kan zich niet inhouden als hij hoort van de honing en zet de taak om Reinaert naar het hof te brengen opzij om eerst zijn honger te stillen. Hij denkt niet na over de locatie van de honing en de gevolgen die het zou kunnen hebben als hij niet eerst zijn taak uitvoert.
GrimbeertDit is de neef van Reinaert en denkt hem wel over te kunnen halen. Dit lukt hem ook, maar niet perse omdat hij dat wil maar omdat Reinaert dat wil. Grimbeert accepteert het als Reinaert zijn zonden belijdt. Ook dit is een fout van hem, want Reinaert is erg vals en weet ook zijn neef te bespelen door te doen alsof hij zich bekeert.
Koning NobelIn dit verhaal merkt je dat de koning erg beïnvloedbaar is door wat hem vertelt wordt. Hij luistert te veel naar zijn vrouw en trapt daardoor ook in de val van Reinaert. Hij denkt niet genoeg na om de val van Reinaert te doorzien.
ReynaerdeReinaert de vos is een sluw dier. Hij weet veel van alle dieren af en zet zijn kennis in om hen te misleiden. Hij gebruikt hun eigen zwakheden om die tegen hen in te zetten. Zo weet hij bijvoorbeeld dat de beer van honing houdt en daarvoor wel zal zwichten. Ook weet hij dat Tybeert de kuikentjes niet zal kunnen laten gaan. Reinaert is dus een heel slim dier. Hij weet wat boetedoening voor de bevolking van het dierenrijk betekent en zet ook dit in om te ontkomen aan de dood. Hij is een hele slimme maar doortrapte vos.

Thematiek
List, leugens en bedrog:De leugens en het bedrog van Reinaert is het belangrijkste thema. Reinaert is erg slim en weet deze slimheid in te zetten om alles te doen wat hij wil en ondertussen te ontkomen aan de straf die hij daarvoor verdient. Daarvoor bedriegt hij iedereen die hij kent. Hoewel de andere dieren weten dat hij een sluwe vos is, trappen ze toch elke keer weer in de val.Binnen het thema van list, leugens en bedrog worden verschillende maatschappelijke problemen aan de kaak gesteld.

Motieven
mens en dier: Binnen het boek worden menselijke eigenschappen toegeschreven aan de dieren en wordt er een manier gevonden om deze eigenschappen te verbinden aan de eigenschappen van de dieren. Veel mensen vonden vroeger dierenverhalen leuk, en nog steeds. Mensen kunnen zich in dit verhaal vinden in de dieren doordat ze namen hebben en eigenschappen hebben die mensen ook kunnen hebben. Als lezer kun je jezelf misschien herkennen in één van de dieren. Ze hebben allemaal menselijke eigenschappen die net iets sterker zijn uitgedrukt in het boek.

Maatschappijkritiek: Voor de schrijver was dit verhaal een goed middel om zijn kritiek op de maatschappij te uiten. In het verhaal zitten verschillende symbolische verwijzingen naar de adel, de geestelijkheid en het volk.

Titelverklaring
Het boek heet ‘van den vos Reynaerde’. Het boek is zo genoemd omdat het verhaal over Reynaerde gaat, de sluwe vos die iedereen in het rijk misleidt. Hij is de hoofdrolspeler in het verhaal.

Structuur & perspectief
Het verhaal van Reinaert is op rijm geschreven. Het loopt aan een stuk door, maar er zijn wel verschillende delen in te onderscheiden. Zo begint de schrijver met een korte inleiding van waarom hij dit verhaal heeft geschreven en hoe hij ertoe kwam. Dan volgt het deel waar de dieren zich beklagen bij de koning, ze vertellen allemaal hun verhaal. Daarna volgen de delen waarin Bruun en Tybeert de dupe zijn. Als laatste het deel waarin Reinaert zijn meest gelikte smoes bedenkt en waardoor hij kan ontkomen.

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de alwetende verteller maar af en toe spreekt de schrijver de lezer aan, bijvoorbeeld in regel 40: Wel, luister nu hoe ik mijn verhaal begin).

Decor
Het verhaal speelt zich af in het bos en de omgeving daarvan. Alle dieren uit dat bos komen bij elkaar als koning Nobel een hofdag houdt. Daarnaast is de burcht Maupertuus ook een belangrijke locatie; omdat Reinaert daar een aantal van de dieren in de val laat lopen. De tijd die verloopt van het begin tot het eind van het verhaal is maar één dag; de hofdag van koning Nobel.
De tijd waarin dit verhaal is geschreven is in de periode van 1100 tot 1200. Deze tijd is ook erg belangrijk om de diepere laag in het verhaal te begrijpen. In de middeleeuwen was er een duidelijke verdeling tussen de adel, geestelijkheid en het volk zelf. In dit boek zijn er vele verwijzingen naar deze bevolkingsgroepen. De schrijver stelt in dit verhaal de adel voor als incompetent, de geestelijkheid als mensen die zich niet aan hun belofte houden en het volk als dom. De schrijver van dit epos gebruikte zijn boek om te laten zien hoe incompetent de adel was. Deze mensen werden geboren als adel en bestuurden automatisch het land. Dit, terwijl vele van hen hier helemaal niet toe in staat waren. Zo zie je in het boek dat de vrouw van koning Nobel enorm goedgelovig is en overal in meegaat. Hij stelt de maatschappelijke problemen aan de kaak met deze dierenverhaal. Er was een duidelijke verdeling tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De adel bleef de adel en zorgde hier ook goed voor. Belangrijke functies werden gegeven aan anderen die ook van adel waren, zonder dat ze hier perse voor geschikt waren. De adel bleef rijk en de armen bleven arm. Ook de geestelijkheid verdiende veel geld aan het gebruiken van hun kerkelijke macht. Ook zij hielden de armen arm. Doordat de armen niet zelf konden lezen, konden ze hen alles wijsmaken en hen overal voor laten betalen.

Stijl
Doordat het verhaal op rijm is geschreven, zit er een ritme in de tekst. Het is geschreven met veel symboliek in de zinnen die je leest. Er zitten mooie metaforen en vergelijkingen in die verwijzingen zijn naar de werkelijkheid. Het verhaal zit vol verwijzingen naar de werkelijkheid waarin de mensen leefden. Niet alleen in de gebeurtenissen maar ook in de namen. In het verhaal komt de pastoor met zijn vrouw en kind naar de schuur om Tybeert klappen te geven. Dit laat zien dat de pastoor zich niet aan zijn celibaar hield; hij namelijk een vrouw en een kind. Tybeert bijt één bal van de pastoor eraf, wat werd gezien als het verdiende loon voor deze pastoor. Als Bruun de beer achterna gezeten wordt door het volk, komen ze achter hem aan met al het mogelijke wat ze konden vinden om mee te slaan. Hierin vind je een verwijzing naar de domheid van het volk. Daarnaast wordt ook naar de adel verwezen; bijvoorbeeld als Reinaert de koning overhaalt om hem te geloven wat betreft de verborgen schat. Hij is erg gemakkelijk over te halen als het gaat om geld. Als je kijkt naar bijvoorbeeld de naam van Cuwaert heeft dat ook een diepere betekenis. Cuwaert zou gelinkt kunnen worden aan het Engelse woord voor lafaard: coward. Ook bijvoorbeeld de naam van Hersinde (haar zint het) verwijst naar de verhouding die de vrouw van Izengrijn had met de vos. Door deze diepere laag die in het grootste deel van het verhaal te lezen is, kun je je in de tijd van de middeleeuwen verdiepen en deze beter begrijpen.

Mening
Ik vond het Van den vos Reynaerde geen slecht boek. Ik werd nieuwsgierig naar wat er ging gebeuren met Reyneard. Verder was, doordat het niet een verhaal is die in deze tijd gelezen word, interessant en gaf weer een nieuwe indruk. Als laats is het altijd leuk om die linkt te zetten van wat je leest naar de oude maatschappij van wanneer het boek geschreven is.
Ook de schrijfstijl was duidelijk  en fijn te lezen (het vertaalde gedeelte).

ERIK OF HET KLEIN INSECTENBOEK- Godfried Bomans

Feitelijke gegevens
Titel: ERIK of het klein insectenboek
Auteur: Godfried Bomans
Verschijningsdatum 1e druk: 1940
Aantal bladzijden: 136
Uitgeverij: Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam, augustus 2013 (Dit was een geschenkboek)

Auteur
Goldfried Jan Arnold Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913 en overleed op 22 december 1971. Hij was een Nederlandse schrijver, columnist en mediapersoonlijkheid. Bomans was vele jaren de meest gelezen schrijver van Nederland. Hij heeft meer dan 60 boeken en vele andere geschriften op zijn naam staan. Hij heeft tijdens zijn leven weinig officiële erkenning gekregen, in ieder geval niet in de vorm van een literaire prijs. De literaire kritiek weet nog altijd niet goed wat ze met hem aan moet. Godfried Bomans werd bij het grote publiek vooral populair door zijn roman Erik of het klein insectenboek en na de Tweede Wereldoorlog met de strip Pa Pinkelman in de Volkskrant en weer wat later met zijn columns op de voorpagina van de Elsevier.

Samenvatting
Erik Pinksterblom is 9 jaar en ligt op een avond in zijn bed. Hij heeft de volgende dag een toets en heeft alles uit zijn hoofd geleerd over insecten. Daar heeft hij het boek ‘Solms beknopte natuurlijke historie’ voor gebruikt. Hij heeft het gevoel dat er iets bijzonders gaat gebeuren en opeens ziet hij dat het schilderij van zijn overgrootvader geen gewoon schilderij is. Alle personen in de schilderijen op zijn kamer beginnen te leven. Ze praten met hem en met elkaar. Dan zegt Erik dat hij wel zou willen weten wat er in Wollewei gebeurt. Het is het schilderij dat naast zijn bed hangt en hij zelf zo genoemd heeft. Opeens wordt hij zó klein dat hij in het schilderij kan stappen. Daar wordt hij nog veel kleiner, kleiner dan menig insect. Het eerste dier dat hij ontmoet is een wesp, waarvan hij de naam niet kan uitspreken (weps). Deze neemt hem mee naar zijn huis en familie en Erik mag daar eten. De wespen maken hem duidelijk dat het erg belangrijk is van adel te zijn en een angel te hebben. Helaas kiest Erik ervoor een gedicht voor te dragen over ‘de nijvere bij’ (waar wespen erg op neerkijken) en bespeelt hij een bromvlieg zo driftig, tijdens het muziekuurtje van de familie, dat de vlieg overlijdt. Daarmee verliest hij zijn aanzien en trekt verder. Hij vliegt op de rug van een hommel, die zelf zegt filosoof te zijn, naar een hotel. Het hotel is een groot oud slakkenhuis en er wonen veel verschillende dieren. De eigenaar is een slak. De dieren hebben veel interesse voor hem en komen erachter dat Erik veel van hen af weet. Dit heeft hij natuurlijk allemaal geleerd uit ‘Solms’ boek. Het gaat zelfs zo ver dat de dieren aan Erik gaan vragen wat ze moeten doen, waarop hij antwoord dat ze moeten vertrouwen op hun instinct. Gewoon doen wat ze altijd hebben gedaan. Na een tijd daar gewoond te hebben vertrekt Erik op de rug van een pas ontpopte vlinder weer de weide wereld in. Helaas wordt die vlinder verliefd en trouwt, na het voordragen van een gedicht dat hij samen met Erik gemaakt heeft, met een vlindervrouwtje. Erik staat weer alleen. Hij loopt alleen verder en gebruikt een dennennaald als wapen, want de insecten zijn niet zo aardig meer tegen hem. Hij heeft zijn wapen hard nodig als hij een zwarte weduwe tegenkomt en haar web kapotmaakt. Gelukkig herkent hij de manier waarop zij aanvalt en steekt de dennennaald in haar lijf. Erik overleeft het en de spin niet. Dan ontmoet hij de doodgravertjes die de spin begraven en Erik ook bijna hadden begraven. Hij mag bij één van hen eten. Daar komt hij erachter dat de doodgravertjes weten waar de lijst van het schilderij is. Ze noemen het ‘den dam’. Ondertussen legt het doodgravertje nog haarfijn uit aan Erik dat de hele wereld draait om doodgravertjes. In zijn tocht om weer naar de oppervlakte te komen ontmoet Erik een worm. Deze kan niet zien en zegt dit ook helemaal niet te hoeven kunnen, wormen zijn veel beter omdat ze alles kunnen zonder te zien. Echter, de worm raakt in de knoop en heeft toch Erik’s ogen nodig om eruit te komen. Een langslopende mier biedt zijn hulp aan. Deze mier neemt hem mee naar zijn kolonie. Erik wil graag mee want hij heeft gehoord dat al het werk stil ligt omdat de dieren zich afvragen of het wel in ‘Solms’ staat wat ze doen. Hij probeert ervoor te zorgen dat iedereen weer aan het werk gaat en laat ondertussen de worm ophalen door de mieren. Helaas hebben ze hem niet helemaal begrepen en brengen ze hem in wel honderd stukjes voor zijn voeten. Dan stelt Erik voor om samen de lijst te zoeken. De mieren mogen dan bij hem logeren. Dat vinden de mieren een goed idee en met elkaar trekken ze eropuit. Helaas komt Erik terecht in een enorme veldslag met een ander mierenleger. Net op het moment dat er iets in zijn ogen gespoten wordt en hij dat eruit wil wrijven merkt hij dat hij weer in zijn bed zit. Hij kleed zich aan en loopt naar beneden, maar niets is veranderd. Op school maakt hij de toets met de kennis die hij heeft maar de juf vindt het maar raar wat hij allemaal opschrijft, waardoor hij zelfs moet nablijven. Erik heeft nooit meer meegemaakt dat de schilderijen gingen leven. Maar in het dagelijks leven vergelijkt hij veel mensen met de verschillende insecten die hij heeft ontmoet.

Titelverklaring
Het boek gaat over Erik maar is in zichzelf eigenlijk ook een klein insectenboek, net zoals het boek van ‘Solms’. Daarom heet het boek ‘Erik of Het klein insectenboek’. ‘Het klein insectenboek’ is een soort ondertitel, waarbij ERIK de hoofdtitel is.

Personages
Erik → Erik is een nieuwsgierige en dappere jongen. Hij houdt het meer dan drie weken vol in een land waar hij niemand echt kent en waar hij zelf moet overleven. Dit, terwijl hij onderweg heel wat fouten maakt en dieren beledigd. Toch weet hij terug thuis te komen en zet al zijn kennis in op zijn toets. Helaas kan de juf niet weten dat Erik meer weet dan in ‘Solms’ staat. Erik begrijpt dat hij dit voor zichzelf moet houden en als hij ouder is gebruikt hij zijn kennis om mensen te vergelijken met de insecten. Hij weet alles te relativeren omdat hij als het ware boven zichzelf uit kan kijken, hij kent het grotere geheel nu hij als kleinste wezen heeft geleefd.
De wesp → was in eerste instantie erg aardig tegen Erik. Hij nodigde hem thuis uit en vroeg direct of hij van adel was, want dat vond de wesp heel belangrijk. Toen uiteindelijk bleek dat Erik dit waarschijnlijk niet was, was hij niet meer zo aardig.
De hommel → was een echte nadenker en gaf zei dat hij erg slim en een echt filosoof was.
De slak → De slak was erg traag, in het vooruitkomen maar ook in denken. Hij was erg aardig tegen Erik maar was ook erg eigenwijs. Hij vond het moeilijk Eriks raad aan te nemen.
De vlinder → vrolijk persoon, zin in het leven
De worm → erg eigenwijs en vond dat hij anderen niet nodig had (echter had hij ze wel nodig). Ogen waren voor de mindere dieren, dus waren ze minder van waarde.
De doodgravertjes → vonden dat alles om hen draaide. Dieren gingen door voor hen.
De mieren → waren erg ijverig.

Thema
Fantasie en Werkelijkheid: In dit boek wordt er een duidelijk verband gelegd tussen de fantasiewereld van Erik en de werkelijkheid. Zo leert hij in de fantasiewereld alle insecten en hun specifieke kenmerken kennen en kan dit in de echte wereld, de werkelijkheid, koppelen aan de verschillende mensen die hij leert kennen. De juf van zijn school kan alleen maar zeggen dat hij fantaseert over de insecten terwijl het voor Erik wel degelijk werkelijkheid is geweest.
Motieven
mens en dier: De overeenkomst tussen de eigenschappen van de dieren en de eigenschappen van mensen worden in dit boek heel mooi weergegeven. Erik leert ze kennen en kan later mensen koppelen aan insecten.
Dromen: Erik heeft de droom om iets moois mee te maken, iets bijzonders. De schilderijen in zijn kamer zorgen er wel voor dat dit gebeurt.

Structuur & perspectief
Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de alwetende verteller. Bomans heeft het verhaal verdeeld over dertien hoofdstukken. Wat bijzonder is aan dit boek is dat aan het begin van elk hoofdstuk een korte samenvatting weergegeven wordt van wat er in dat hoofdstuk gaat gebeuren.

De tijdlagen van het verhaal & het decor van de handeling
Het verhaal speelt zich korte tijd af in de kamer van Erik; het moment dat hij moet gaan slapen en het moment dat hij net weer terug is uit Wollewei. Het speelt zich aan het einde van het verhaal ook af op school, waar hij een toets moet maken en moet nablijven. De rest van het verhaal speelt zich af in de wereld van Wollewei. Van het begin tot het eind van het verhaal verlopen er ongeveer 4 weken of één nacht. Erik is iets meer dan drie weken in het schilderij Wollewei maar in werkelijkheid is dat maar één nacht.

Mijn mening
Godfried Bomans heeft een prachtige schrijfwijze waarbij hij veel gebruik maakt van mooie omschrijvingen en veel woorden die te maken hebben met sfeer of uitstraling. Het beeldend geschreven en het gebruik van de ‘oude taal’ maakt het verhaal leuk. Het grappige is, is dat de kleine Erik door zijn schrijfwijze erg deftig, aardig en slim overkomt. Het maakt hem een lieve en schattige jongen. Een kind dat ieder ouder wel zou willen. Het verhaal heeft niet echt spanning, maar is eerder een soort sprookje. Wat leuk was is dat je de ontwikkeling van de kleine Erik meemaakt. Van een jongen die eerst verbaast en onwetend is, naar een jongen die met andere zicht op de maatschappij kijkt. Al gaat het alleen om iets simpels als insecten.

DE OOGGETUIGE – Simone van der vlucht

Feitelijke gegevens
Titel: De ooggetuige 
Auteur: Simone van der Vlugt 
Verschijningsdatum 1e druk: 1 juni 2012
Aantal bladzijden: 92
Uitgeverij: “De ooggetuige” is een uitgave in het kader van de Maand van het Spannende boek 2012.

      

Biografie auteur
 
Simone van der Vlugt (Hoorn, 1966) is een van Nederlands grootste thrillerschrijfsters. Van haar thrillers werden in totaal twee miljoen exemplaren verkocht. Haar boeken verschijnen over de hele wereld, van Duitsland tot China en van Groot-Brittannië tot Australië.
Haar thrillerdebuut De reünie verscheen in 2004. Daarna volgden Schaduwzuster, Het laatste offer, Blauw water, Herfstlied, Op klaarlichte dag en In mijn dromen. Voor de Maand van het Spannende Boek 2012 schreef ze het geschenkboekje De ooggetuige. Bij het schrijven van De ooggetuige is zij niet over één nacht ijs gegaan. Ze heeft zich uitvoerig laten informeren bij KoninklijkeVisio, het expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen. Die extra kennis en inzichten maken dat je de belevingswereld van de hoofdpersoon van binnenuit meemaakt en zelf ook binnentreedt in de schimmige wereld van angst en spanning.
In 2012 is Simone van der Vlugt een nieuwe weg ingeslagen met de thrillerreeks waarin rechercheur Lois Elzinga de hoofdrol speelt. Hiervan zijn inmiddels de eerste twee delen, Aan niemand vertellen en Morgen ben ik weer thuis, verschenen.
Sinds 2009 schrijft Simone van der Vlugt historische romans voor volwassenen. Eerst verscheen Jacobadochter van Holland en begin 2012 kwam Rode sneeuw in december uit. Eerder schreef Van der Vlugt historische jeugdboeken die bij uitgeverij Lemniscaat verschenen.
Daarnaast maakt Simone van der Vlugt reissfeerboeken samen met haar man Wim van der Vlugt. Samen reisden zij door Portugal wat resulteerde in Fado e Festa. Simone schreef de teksten en Wim maakte de prachtige foto’s. Voorjaar 2014 verschijnt Friet en Folklore.
Simone van der Vlugt studeerde Nederlands en Frans aan de lerarenopleiding in Amsterdam. Tegenwoordig woont ze met haar man en kinderen in Alkmaar.

Samenvatting
Manon Jonker is 22 jaar. Op een dag is ze vlak voor sluitingstijd ooggetuige van een brutale roofoverval op een juwelierszaak in Nijmegen. Eigenaar Rob is een goede vriend van haar en ze is op het ogenblik dat de mannen binnenkomen even naar de wc. Daarna vertelt de eigenaar tegen de mannen dat ze blind is, terwijl ze alleen slechtziend is. Hierdoor laten de jongens haar in leven, terwijl de eigenaar meegenomen wordt naar achter in zijn zaak en hij wordt daar doodgeschoten. Als de daders weg zijn, belt Manon de politie. Ze gaat naar huis: ook haar vier jaar oudere zus Bibi komt naar haar toe. Op televisie wordt het bericht verspreid dat ze niet blind maar slechtziend is. Daarmee loopt ze ineens wel gevaar. Ze bezoekt met haar geleidehond Max haar ouders die ook niet erg gerust zijn op een goede afloop. Wanneer Manon met haar vrienden  de volgende dag de kermis bezoekt, wordt ze van achteren benaderd door de stem van een man die zegt dat ze haar mond moet houden tegenover de politie, omdat ze anders in de problemen komt. Toch geeft ze telefonisch aan de politie door dat ze is bedreigd. De politie kan op dat moment niet veel doen.

De volgende dag staat er een artikel in de regionale krant waaruit je zou kunnen opmaken dat Manon de vrouw is om wie het draait. Er komen veel reacties, maar Bibi houdt alles af. Manon gaat met haar hond Max naar haar werk: op haar kamer is een schoonmaker bezig die er eigenlijk niet hoort. Ze wordt weer nerveus. Ze is gemeenteambtenaar, haar collega’s leven erg mee en één wil haar wel naar huis begeleiden, maar op het laatste moment moet hij zijn kind uit het dagverblijf halen. Dat is fataal voor Manon, die op het zebrapad met opzet wordt aangereden en naar het ziekenhuis moet worden vervoerd. Ze heeft namelijk een flinke hoofdwond.

Wanneer ze thuiskomt, zegt Bibi huilend dat het allemaal haar schuld is. Toen ze zes jaar was heeft ze Manon in struiken met stekels geduwd waardoor ook haar goede oog het zicht verloren heeft. Manon schrikt daar erg van, want ze had dat verhaal nog nooit gehoord. Daarom kampt Bibi met een enorm schuldgevoel, waardoor ze altijd voor Manon is blijven zorgen. Manon wil het haar vergeven. Dan wordt de verjaardag van Bibi gevierd. Allerlei vrienden komen er een feestje vieren en tijdens het feestje raakt Manon er steeds meer van overtuigd dat een van hen, Rutger, iets met de overval te maken heeft. Ze herkent zijn stem. Hij blijft ook na afloop hangen en Bibi lijkt dronken op de bank te liggen. Rutger komt voor de misdaad uit en hij is van plan nu ook Manon om te brengen.

Titelverklaring 
Manon Jonkers is getuige van een roofoverval op de plaatselijke juwelier. Die wordt doodgeschoten. De daders weten niet beter dan dat Manon blind is en daarom laten ze haar leven. Wanneer de politie echter het bericht verspreidt dat ze niet blind maar slechtziend is, komt de spanning voor Manon terug. Ze loopt nu wel degelijk gevaar, omdat ze van blinde getuige “ooggetuige” wordt.

Genre
“De ooggetuige”is een korte literaire thriller.
Ook is er sprake van een whodunit → is een subgenre van detectiveverhalen, waarin de nadruk geheel ligt op het proberen te achterhalen wie de dader is van een moord of ander misdrijf. Vaak krijgt de lezer door het verhaal heen al kleine aanwijzingen, waarmee hij/zij nog voor de officiële ontknoping kan achterhalen wie de dader is.

Uitgewerkte thematiek en motieven
Enkele motieven  die in dit korte verhaal worden uitgewerkt:
- De roofoverval : drie mannen plegen een roofoverval op een juwelier
- Whodunit: het is niet duidelijk wie de moord heeft gepleegd
- De getuige van de overval moet uit de weg geruimd worden.
- Relatie tussen zussen: Bibi is de oorzaak van het slechte gezichtsvermogen van Manon.
- Schuldgevoel: Bibi is schuldig aan de slechtziendheid van Manon en voelt zich daar schuldig over.

Structuur & perspectief 
Er is een ik-verteller, de 22-jarige Manon. Ze vertelt in de o.t.t. wat ze heeft meegemaakt en “gezien.”Er zit geen onderverdeling in het verhaal; er zijn ook geen hoofdstukken. De vertelling is grotendeels chronologisch. Sommige dagen worden van elkaar gescheiden door een witregel. Het verhaal heeft een gesloten einde: de whodunit is uitgekomen.

De tijdlagen van het verhaal & het decor van de handeling
Uit het verspreide persbericht kun je opmaken dat de roofoverval heeft plaatsgevonden in Nijmegen. Maar net als in de meeste boeken kun je uit de tekst niet opmaken wanneer het verhaal speelt. Wel kun je uit gegevens opmaken dat het een actueel verhaal is. Bibi legt de bekentenis van Rutger namelijk vast op haar IPhone.

Mijn mening
Naar mijn mening stelt het verhaal van ‘De ooggetuige’ eigenlijk niet veel voor: een roofoverval met moord. Daarnaast een ingelast motief van een zusje dat twintig jaar geleden haar zusje heeft geduwd. Er wordt niet goed uitgewerkt, waarom ze dat heeft gedaan. Toch lees je dit boek heel snel uit door de spanning, of beter gezegd, de neiging om zelf achter te willen komen wie de dader is. Door aanwijzingen die tussen het verhaal voorkomt probeer je van alles te linken om erachter te komen, maar lukt uiteindelijk niet. Hierdoor is het boek ook niet zo voorspelbaar en wordt het verhaal niet saai. Er is geen enkel moment in het verhaal dat je van het verhaal wegvloeit. De schrijfstijl vond ik fijn. Het was zeker niet moeilijk geschreven en heel duidelijk. Verder vond ik het dat het voor een zeer grote publiek geschreven is. Voor zowel tieners als volwassen is het een leuk boek om te lezen. Ik zou mensen zeker aanraden om dit boek te gaan lezen!