Beatrijs

Beatrijs is een sympathieke brave non in een klooster. Ze doet alles volgens de regels tot ze verliefd wordt. “verleidt door de duivel” vertrekken ze, en bouwen een nieuw leven op. Ze leven gelukkig voor 7 jaar en krijgen 2 kinderen. Ze hebben nooit geldproblemen gehad, maar na 7 jaar hield het op. De man vertrekt naar zijn geboorteland en laat zijn gezin achter. Omdat Beatrijs te trots was om te bedelen, werd ze prostituee. Na 7 jaar zonden besluit ze ermee te stoppen en gaat ze toch bedelen. Dan hoort ze een stem die haar vertelt dat ze terug moet keren naar het klooster. Ze gelooft het niet en vraagt God de stem nog 2 keer meer te laten horen, dan gaat ze terug. En ja hoor, ze hoort de stem totaal 3 keer en besluit terug te gaan. Haar kinderen blijven achter bij een weduwe, die ze later naar een ander klooster brengt. Beatrijs’ haar plek was doordat ze altijd is blijven bidden, ingenomen door Maria. Niemand had wat gemerkt. Maar toch zou ze pas helemaal vergeven worden als ze zou biechten. Dat deed ze.

Ik vond het boek vrij oppervlakkig, alles wat je verkeerd doet in je leven komt doordat je verleidt was door de duivel en zolang je maar blijft bidden komt alles goed. Het zal komen door de instelling van deze tijd, en hoe wij nu worden opgevoed. Ik kan me er totaal niet in verplaatsen.

 

Van den vos Reynaerde

Een boek uit de middeleeuwen, met een onbekende schrijver. Omdat het een dergelijk maatschappijkritisch boek is, heeft de schrijver er destijds zelf voor gekozen anoniem te blijven.

In het boek krijgen we al snel een indruk over de vos Reinaert, een sluwe boef. Hij vermoordt kinderen, hij steelt en hij vernielt. Koning Nobel verzoekt iedereen naar het hof te komen, en dat doen ze ook, op Reinaert na. Bruun de beer wordt erop af gestuurd en zo direct in de val gelokt. En zo ook Tibeert de kater en zijn bloedeigen neef: Grimbeert. Stuk voor stuk worden ze in de val gelukt. Wel lukt het Grimbeert Reinaert naar het hof te krijgen. Daar krijgt hij de doodstraf. Ondertussen vertelt Reinaert de koning dat Izengrijn, zijn vader en Bruun de koning willen afzetten met een schat. Hij vertelt dat hij de schat heeft en alleen hij weet waar die zich bevindt. Ze laten Reinaert vrij. Als hij weg gaat worden Cuwaert en Belijn met hem mee gestuurd. Hij onthoofdt Cuwaert en doet het hoofd in een tas, deze geeft hij aan Belijn om aan de koning te geven. Iedereen beseft de val en ze besluiten dat ze Reinaert altijd aan mogen vallen.

Persoonlijk vond ik het erg leuk om te lezen omdat er zo veel symboliek achter zit, zoveel kritiek op de maatschappij. De edelen worden bijvoorbeeld neergezet alsof ze alleen maar bezig zijn met eten en weinig intelligentie hebben. Ook zie je dat de koning makkelijk om te praten is, dat er veel sprake is van corruptie. Het is zo veel meer dan alleen een dierverhaaltje.

Bezonken Rood – Jeroen Brouwers

Titel: Bezonken Rood
Schrijver: Jeroen Brouwers

Bezonken Rood van Jeroen Brouwers uit 1981 kan met recht aangrijpend genoemd worden, naast bewondering riep het boek ook een mate van weerstand op. Brouwers verteld in deze autobiografische roman hoe hij met zijn moeder, oma en zijn zusjes probeerde te overleven in het interneringskamp Tjideng op Java. Ook lezen we over zijn leven na de oorlog, hoe de relatie met zijn moeder voorgoed kapot ging en hoe dat na al die tijd nog steeds invloed heeft op zijn leven.

Het verhaal begint met een telefoontje van de verpleging uit het verzorgingstehuis waar zijn moeder al jaren woont, ze is overleden. Brouwers besluit de crematie niet te bezoeken.

“Ik ben niet in mijn auto gesprongen om naar mijn dode moeder toe te rijden. Zo laf wilde ik niet zijn, nadat ik de laatste laren ook nooit naar haar toe ben gereden toen ze nog leefde.”

De dood van zijn moeder roept echter wel veel gedachten bij hem op, er komen allerlei herinneringen van vroeger naar boven. De indruk die het sadisme van de Japanners heeft gemaakt op de kleuter Jeroen, is enorm. Hij ziet hoe de Japanners vrouwen vernederen, hoe zijn moeder wordt uitgehongerd tot een hoopje botten. Gevangenen die misbruikt en geslagen worden voor de ogen van hun kinderen. Ook ziet hij langzaamaan zijn oma aftakelen.

“Soms overvalt mij de paniekangst: soms ben ik terug in dat kamp-”

Bezonken rood is een zeer aangrijpend verhaal over een stukje geschiedenis waar wij als westerlingen vaak niet veel vanaf weten. Brouwers schrijft afstandelijk en betrokken door de ervaring die hij als kleuter heeft gehad. Hij voelt zich verraden door zijn moeder die hem later op kostschool heeft gestuurd, dit heeft hun relatie voorgoed verbroken. En niet alleen die met zijn moeder, die met alle vrouwen. Indrukwekkend.

Schaduwkind- P.F. Thomése

Titel: Schaduwkind
Schrijver: P.F. Thomése

Verdriet kent meerdere gradaties, als kind je konijn overleden in zijn kooi vinden is hartbrekend, bombardementen in Syrië zijn zelfs hartverscheurend. Maar hoe ga je ermee om als je als schrijver je bloedeigen kind verliest? Thomèse beschrijft zijn intense verdriet in de autobiografische roman: Schaduwkind.

Voor de geboorte van zijn dochter zocht de hoofdpersoon wanhopig naar de zin van het leven, het voelde voor hem levenloos: alsof het allemaal geen zin meer had. Een gezin stond gelijk aan een gevangenis en eenzaamheid was niet meer uit zijn leven weg te denken. Toen hij ineens een vriendin kreeg, kwam zijn sombere leven tot een ommekeer. De geboorte van hun dochter Isa stond gelijk aan verliefdheid.

“Zo heeft de liefde ook geen naam nodig. Een naam zou haar onnodig inperken, ze is gewoon te veel voor één enkele naam.”

Al snel ontstond er een nare wending, met Isa ging het niet zoals het hoort. Met enorme snelheid ging het gezin snel weer terug naar het ziekenhuis, Isa werd in een couveuse gelegd en de pasgeboren baby kreeg infusen, slangen en elektroden. Nadat de ouders van de arts te horen kregen hoe ernstig hun kind eraan toe was en het niet zou gaan halen, bleken de nieuwe ouders verslagen. De hopeloosheid van de situatie wilde niet tot ze doordringen.

“Een steen was ik geworden, ik kon alleen nog breken”

Thomése uit zijn wanhoop in 49 kleine hoofdstukjes, hij begint zijn zoektocht naar betekenis van zowel zijn taalgebruik als van zijn toekomst zonder Isa. Al vechtend tegen de waarheid zal hij er langzaamaan toch aan moeten geloven dat Isa er niet meer is. Het geniale poëtische taalgebruik werkt vervreemdend op de lezer, je merkt dat Thomése afstand creëert door zijn superieure schrijfstijl. Door deze eigen manier van schrijven merk je het echte verdriet van Thomése die worstelt met taal en de dood. Een boek dat de lezer het zwijgen oplegt.