mentoropdrachten rondom werksfeer

Elke les kan gestart worden met een energizer / samenwerkingsopdracht. In deze opdrachten ervaren leerlingen dat ze elkaar nodig hebben en dat ze van invloed zijn op elkaar. Zie hiervoor bijvoorbeeld ‘Energize II’ van Erwin Tielemans, blz 140 t/m 156.

LES 1 introductie

K            Uitleg koppeling tussen werksfeer en resultaten.

G            Wat is er van invloed op de werksfeer?

K            Verzamelen op bord en evt. categoriseren. Denk aan categorieën zoals:

Wie zitten er om je heen

Wie staat er voor de klas

Motivatie

Concentratie

Lesactiviteit

Hoe reageer je op elkaar

Geef aan dat je de komende lessen met een aantal onderdelen samen met hen aan de slag gaat.

Les 2 t/m 10 is gericht op de groepjes van de klas, nog niet op de klas als geheel.

Les 11 t/m 13 is gericht op de klas als geheel.

LES 2 groepjes

Maak vooraf met een paar leerlingen een tafelgroepindeling. Leg uit dat je in een groepje je eigen invloed groot is op de werksfeer en dat ze daarmee verantwoordelijk zijn voor de werksfeer.

I            ieder bedenkt voor zich wat er nodig is om goed te kunnen werken.

G            Wissel in groepjes uit.

Maak afspraken voor een goede werksfeer in het tafelgroepje.

Eventueel kan er in die afspraken verschillende rollen opgenomen worden:

-       scheidsrechter: luistert en beslist bij onenigheden

-       voorzitter: mag hulp inschakelen van de docent.

-       Pretletter: bewaakt de positieve sfeer onderling

-       Tijdbewaker: houdt de tijd in de gaten die staat voor een opdracht of activiteit.  (als de docent daar geen richtlijnen voor geeft kan de groep dat zelf bepalen)

K            Elk groepje vertelt aan de hele klas de voor hen belangrijkste afspraak.

Het is goed de komende weken terug te komen op de afspraken. Je kunt ze hiervoor een thermometer bij laten houden. De thermometer loopt van 0% tot 100%. Elke week geven ze aan welk percentage van de tijd ze zich als complete groep aan de afspraken hebben gehouden. Hier kun je een wedstrijd van maken, wie haalt eerste de 100%. Of je kunt er een beloning opzetten als elk groepje in dezelfde week de 80% haalt.

LES 3 vaardigheden

Nodig: set vaardighedenkaartjes van het vaardighedenspel.

Verdeel de set over de groepjes.

G           Elk groepjes bekijkt de stapel kaartjes die ze hebben gekregen en halen daaruit de vaardigheden die belangrijk zijn voor de werksfeer.

Elke groepje heeft nu een andere stapel over. Deze stapels gaan rouleren tussen de groepen. De kaartjes met vaardigheden die niet of minder belangrijk zijn gaan terug in de doos.

G           Elke stapel wordt een groepje bekeken. Elke leerling geeft van de stapel aan in welke vaardigheid hij/zij het best is. De groepsgenoten mogen hier feedback opgeven.

Elke leerling bekijkt per stapel aan welke vaardigheid hij/zij nog niet beheerst. Ook dit wordt uitgewisseld in de groep.

I           Leerlingen leggen voor zichzelf vast welke vaardigheden beheerst worden en welke niet.

Verzamel als mentor de vaardigheden die volgens de leerlingen belangrijk zijn.

LES 4 vaardigheden

K           Houd een veiling van vaardigheden. Geef leerlingen iets waarmee ze kunnen bieden, bijvoorbeeld snoepjes of nepgeld. Geef elke leerling even veel. Laat leerlingen bieden op vaardigheden die zij belangrijk vinden, waar ze wat voor over hebben. Het bieden staat voor het beter willen leren van die vaardigheid.

Als er op vaardigheden niet geboden wordt, is de vaardigheid niet belangrijk genoeg of beheerst iedereen die al in voldoende mate.

LES 5 t/m 10 concentratie, zie module concentratie (achter les 14)

LES 11 beeld van de klas

G           Elk groepje maakt een tekening / beeld / portret van de klas. Voorbeelden zijn: kippenhok, speeltuin, bioscoop, wielrenploeg, …

K           Elk groepje presenteert hun tekening en geeft aan wat de voor- en nadelen zijn.

LES 12 doel van de klas

G            Maak als groepje een top vijf, van zaken of gebeurtenissen, die dit schooljaar een topjaar maken. Elk groepje hangt hun top vijf op in het lokaal.

I            Iedereen krijgt drie stickers. Iedereen plakt in stilte zijn/haar stickers bij de zaken die hij / zij het belangrijkst vindt. Ze mogen ook meerdere stickers bij een ding hangen.

K           Bepaal de vijf zaken met de meeste stickers. Hier gaat de klas als geheel aan werken.

LES 13 voorwaarden voor het behalen van het doel.

G           Ieder groepje maakt een tekening van een boom. De boom staat voor de top vijf belangrijkste zaken van de klas. De leerlingen geven in de tekening aan

in wat voor omgeving de boom het goed doet,

waardoor de boom voldoende water en voedsel krijgt om te kunnen groeien,

hoe de wortels van de boom stevig genoeg worden,

wie er voor de boom zorgt,

K            Ieder groepje presenteert zijn / haar boom.

LES 14 afspraken

G           elk groepje doet een voorstel voor een afspraak ten behoeve van een positieve werksfeer.

K           Van iedereen wordt de medewerking gevraagd voor de afspraken.

G           elk groepje bedenkt wat de mentor en de vakdocenten kunnen doen om de afspraken te laten slagen.

K           elk groepje mag een punt inbrengen.

Samen bepalen hoe de afspraken gecommuniceerd worden met de vakdocenten.

MODULE CONCENRATIE klas 3 HV

Doelen:

Je kunt benoemen hoe je concentratie kunt bevorderen.

Je kunt benoemen welke stappen je kunt zetten om je te concentreren.

Je kunt je eigen concentratie bevorderen.

Lesinhoud

Les 1:

Maak een T-kaart met de klas over concentratie, in de eerste kolom komt te staan wat je ziet aan een leerling die zich goed concentreert en in de tweede kolom wat je hoort bij een leerling die zich goed concentreert.

Maak met de klas een rubric over concentratie van minimaal drie kolommen.

Laat elke leerling voor zich invullen waar hij / zij staat in de rubric.

Laat elke leerling voor zichzelf een werkpunt benoemen met daarbij welke ondersteuning hij / zij daarbij kan gebruiken.

Les 2:

Herhaling van les 1 a.d.h.v de vraag: ‘’Hoe kun je concentratie bevorderen?”

Concentratie oefening bijvoorbeeld:

Ga in tweetallen zitten,

Bekijk elkaar gedurende twee minuten in stilte,

Draai je om verander iets kleins aan je uiterlijk,

Draai je weer naar je partner en benoem de verandering bij je partner.

Terugblik, hoe verliep de oefening, wat ging goed en wat was lastig.

Eventueel nog een oefening.

Les 3:

Stel met de klas een stappenplan op om tot concentratie te komen:

-       Neem een passende (werk)houding aan,

-       Zet oog- en oorkleppen op,

-       Zet afleidende gedachten opzij,

-       Kies een gericht doel

Hulpmiddelen hierbij zijn:

-       afleidende gedachten opschrijven en weg leggen

-       vragen stellen en aantekeningen maken

-       alleen de benodigde spullen op tafel leggen

Concentratieoefening bijvoorbeeld:

Kijk 5 minuten lang naar een plaatje

Doe het plaatje weg.

Teken het plaatje uit je hoofd na

Vergelijk het resultaat met het originele plaatje, let er hierbij op welke details zijn er wel /niet getekend.

Terugblik:

Individueel: welke van de vier stappen gingen goed en welke was lastig?

Groep: zijn er overeenkomsten?

Klas: wat is er lastig?

Les 4:

Combi met vaklessen:

Bij welke vakken lukt het goed om te concentreren en bij welke minder?

Hoe kan een vakdocent ondersteunen?

Combi met werksfeer:

Wat heeft concentratie met werksfeer te maken?

Maak een tekening van de klas. Zet je zelf in het midden van een vel papier. Alle medeleerlingen zet je om je heen. Degene waar je veel contact mee hebt dichtbij en waar je weinig contact mee hebt ver weg. Als het contact goed is voor je concentratie maak je dat contact groen, als het contact niet goed is voor je concentratie dan maak je dat contact rood. De opdracht individueel laten uitvoeren en duidelijk maken hoe je met deze vertrouwelijke informatie omgaat.

Les 5:

Terugblik op de rubric.

Afspraken maken met de klas over de werksfeer,met name hoe de leerlingen elkaar daarin kunnen helpen.

Eventueel terugblik op deze lessen.

Reacties zijn gesloten.