8 boeken voor het mondeling

De 8 boeken die ik heb gelezen voor de mondeling boekbespreking zijn:

Een goede dag voor de ezel, door Tim Krabbé, niveau 2.

De klucht van de koe, door G.A. Bredero, niveau 3.

Het Gouden Ei, door Tim Krabbé, niveau 3.

Kinderjaren, door Jona Oberski, niveau 2.

De Renner, door Tim Krabbé, niveau 2.

Robinson, door Doeschka Meijsing, niveau 2.

Isabelle, Tessa de Loo, niveau 2.

Veertig. Drie verhalen, Kees van Kooten, niveau 2.

Recensie Robinson

Duivelskind

Boekrecensie Robinson

Het boek Robinson  is geschreven door Doeschka Meijsing (volledige naam: Maria Johanna Meijsing), geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947 en gestorven op 30 januari 2012 in Amsterdam. Dit boek is voor het eerst uitgegeven in 1976 door de uitgeverij Querido in Amsterdam. Het boek Robinson is een meeslepend verhaal met de genre psychologische roman. Soms is in het boek Robinson de verhaallijn niet uit het verhaal te pakken, maar op de een of andere manier kan je toch het verhaal in je opnemen. In het boek komen de hoofdpersonen: Robinson, Daniël Bierwolf, Johanna Freida, Robinson’s vader en Robinson’s moeder. In het boek word beschreven hoe het eerste school-/levensjaar van Robinson verloopt nadat ze net is verhuist, zonder ook maar echt afscheid te kunnen hebben nemen van haar oude buurt.

Robinson is een zeventienjarige middelbare scholier die onlangs verhuisd is van de hoofdstad naar een kleinere stad. Haar vader is kapitein op een schip terwijl haar moeder het huishouden verzorgt. Robinson begint twee weken te laat op haar nieuwe school en hier ontmoet ze Daniël Bierwolf, het neefje van de rector. Daniël schijnt nogal een onruststoker te zijn die al van verschillende scholen is afgetrapt. Hij wordt vrienden met Robinson die geopsendeerd is door de verhalen die Daniël zoal te vertellen heeft, deze verschillen van duivels tot heksen tot personen waar die dan fan van is. Mede om de reden dat Daniël nogal een onrustoker is hebben zowel de rector als Robinson’s moeder problemen met de vriendschap tussen Robinson en Daniël. De volgende dag worden ze beide bij de rector geroepen, waar ze de ruziënde lerares Duits (Johanna Freida) en de rector aantreffen. Johanna Freida heeft zo haar eigen wil wat met die van de rector botst.

Robinson merkt op dat er iets niet helemaal klopt in de gangen waarna Daniël op onderzoek uitgaat. Ze komen erachter dat het zo onrustig is doordat Johanna Freida steeds leerlingen de gang op stuurt. Robinson krijgt bewondering voor haar en ze besluiten haar vaker te opserveren.

Naast haar lerares Duits bewondert Robinson ook haar vader. Dit verandert echter als ze merkt dat haar vader verliefd is op Johanna Freida waardoor het huwelijk tussen haar ouders helemaal niets meer voorsteld. Ze probeert het geheim te houden door bepaalde zaken niet voor haar moeder te tonen, zoals het ijsmutsje van Johanna die ze is verloren toen ze samen schaatsten, maar wanneer Daniël Robinson vertelt dat haar vader en Johanna Freida een verhouding hebben, weet Robinson dat ze van haar vader en Johanna Freida niet veel meer hoeft te verwachten.

Op school gaat het steeds slechter met Robinson: ze voelt zich buitengesloten en ze kan zich niet meer goed op haar schoolwerk concentreren. Haar cijfers zakken naarmate lager dan een vijf waardoor ze twee herexamens moet doen, één in wiskunde en één in natuurkunde. In een gesprek met de rector krijgt ze te horen dat ze geen last meer van Daniël zou hebben, hij is blijven zitten en moet van school af. Ook Johanna Freida moet van school af, omdat ze een verhouding heeft met Robinson’s vader en dit voor de rector genoeg reden was om de opstandige docente te ontslaan. Robinson had dit eigenlijk al verwacht nadat Daniël op een boottochtje met hun vieren zei dat Johanna Freida zou worden ontslagen. In de zomervakantie moet ze van haar moeder vier dagen in de week studeren in de leeszaal, maar Robinson weet allang dat ze haar herexamens niet gaat halen. Ze kan haar nergens op concentreren, ze weet dat niets meer hetzelfde zal zijn zoals het was. Tegen het einde van de middag in de bibliotheek hoort Robinson muziek. Ze gaat naar huis en de muziek verwijdert zich van haar ‘in een richting die ook zij zo graag was gegaan.’

Toen ik de titel van het boek las dacht ik gelijk aan het televisie programma Expeditie Robinson en dit zoiets had ik dan ook in het boek verwacht te lezen. Niks is echter minderwaar naarmate het bleek dat het om een 17-jarige meid gaat. Toch vond ik het verhaal realistisch en meeslepend. Ik vind Robinson een realistisch boek, omdat in het boek er veel verschillende gebeurtenissen opdoen die je ook in het dagelijks leven kan meemaken, zoals het verliefd worden van Robinson’s vader op Johanna Freida, maar ook het schoolleven wat Robinson hiernaast meemaakt kan heel goed ook bij iemand in de realiteit gebeuren. Ik vind het boek een meeslepend boek, omdat je als je het boek leest je heel goed in de gedachten van één van de hoofdpersonen (Robinson) kan storten. Door al haar gedachten duidelijk op papier te zetten kan je je inleven in het verhaal en zo word je meegetrokken in haar droevigheid, maar ook vrolijke momenten.

Robinson is dus samengevat een realistisch en meeslepend verhaal wat je zeker is een keer gelezen moet hebben helemaal als je is wilt kijken wat er in het hoofd van een 17-jarige omgaat.

Bronnen:

Recensie Isabelle

Schoonheid is niet alles

Boekrecensie Isabelle

Het boek Isabelle  is geschreven door Tessa de Loo, geboren in Bussum op 15 oktober 1946. Dit boek is voor het eerst uitgegeven in 1989 door de uitgeverij (BV Uitgeverij) De Arbeiderspers in Amsterdam. Het boek Isabelle is een realistisch boek met de genre psychologische roman en is verschillende malen verfilmd. Isabelle is een geheel en duidelijk verhaal, met als hoofdpersonen: Isabelle, Bernard en Jeanne. In het boek word Isabelle gevangengenomen door Jeanne, iedereen geeft na een tijdje de zoektocht op, maar Bernard zet door, hij zal Isabelle vinden.

Op een dag verdwijnt de beroemde actrice Isabelle Amable. Er wordt in de bossen van de Auverge zeer nauwkeurig naar haar gezocht,  maar zonder resultaat. Er worden verschillende personen ondervraagt, maar het gesprek met de lelijke Jeanne Bitor wordt zo snel mogelijk afgehandeld. Zij woont in een bouwvallig huis en werkt in het dorpscafé ‘La Truite Dorée’. Jeanne houd ervan om het verloop van het leven te schilderen, van bloei naar verval naar dood. Voor haar nieuwe werk heeft ze bedacht om de mooie Isabelle te schilderen, zij is de schoonheid zelve en Jeanne zal laten zien dat ook zij lelijk kan worden. Jeanne zal haar ontvoeren en verval van de mens schilderen. Jeanne heeft dit plan eigenlijk bedacht, omdat ze jaloers is, zij is lelijk en Isabelle is de godin van de schoonheid. Jeanne laat Isabelle verhongeren en waardoor deze uitgeput raakt. De aandacht voor Isabelle zakt weg en de zoektocht wordt uiteindelijk gestaakt.

Isabelle probeert het vertrouwen van Jeanne te winnen door geïnteresseerd in Jeanne te zijn. Jeanne voelt zich gevleid, ze word in vertrouwen genomen door de schoonheid zelve. Isabelle vertelt over de moeilijkheden waar zij door haar schoonheid tegenaan loopt. Zij vertelt over vernederende huwelijksrelaties en het misbruik door haar stiefvader. Jeanne krijgt medelijden met Isabelle. Haar ideeën over schoonheid kloppen niet!

Terwijl iedereen de hoop om Isabelle ooit weer levend terug te zien heeft opgegeven is er één man die vastberaden is om Isabelle terug te brengen naar de maatschappij, deze man is Bernard Buffon. Bernard is onderwijzer in het dorp waar Isabelle werd ontvoerd. Bernard had een schildklieraandoening waardoor hij dik was, hiermee werd hij veel gepest. Deze pesterijen liepen zo uit de hand, dat zijn klasgenoten hem toen in een waterton geduwd hebben. Isabelle en haar vader hebben hem uit deze ton weten te krijgen en sindsdien is hij geobsedeerd van de actrice. Doordat hij onderwijzer is weet hij erachter te komen dat de moeder van één van zijn leerlingen een jeugdvriendin van Isabelle is. Deze vertelt hem dat zij een gelukkige jeugd heeft gehad en verloofd is met Jean-Pierre, ze zal voor de eerste keer gaan trouwen.

Als Bernard op een dag naar het dorpscafé gaat merkt hij dat Jeanne steeds vrolijker wordt en aanwezig begint te worden in het café. Dit vindt hij verdacht, Jeanne is altijd heel schuw, als een schaduw die door niemand word opgemerkt. Hij besluit met haar over Isabelle te praten. Jeanne vertelt wat Isabelle haar vertelde over haar jeugd en leven zonder ervoor te zorgen dat ze verdacht wordt van de ontvoering van Isabelle. Bernard vertelt Jeanne dat dit helemaal niet klopt waardoor Jeanne ontdekt dat Isabelle over haar privé leven gelogen heeft. Ze lijdt helemaal niet onder haar schoonheid! Bij thuiskomst besluit Jeanne om weer strengere regels door te voeren en zich niet meer te laten verleiden door Isabelle. Isabelle acteert huilbuien en smeekbedes, maar Jeanne is niet onder de indruk. De volgende ochtend gaat Jeanne naar haar kelder om Isabelle te wekken waarna ze ziet dat Isabelle zichzelf heeft opgehangen. Geschokt door het verlies van haar ‘vriendin’, verbrandt ze alle gemaakte schilderijen van Isabelle en loopt weg.

Op dat moment besluit Bernard het huis van Jeanne in te gaan om deze is te onderzoeken. Hier ontdekt hij Isabelle. Hij denkt dat ze dood is maar dan ziet hij dat Isabelle haar hand beweegt en heel zachtjes iets tegen hem zegt. Het blijkt dat Isabelle haar ophanging heeft geacteerd, dit had ze een keer voor een film moeten doen. Het is mogelijk als het maar niet te lang duurt. Toen Jeanne binnenkwam hadden haar twee pitbulls de kisten waarop Isabelle stond omgegooid. Hierdoor was ze bijna doodgegaan. Bernard bevrijdt haar. Isabelle wil niet dat Jeanne gestraft wordt en Bernard kan dit niet begrijpen. Na de bevrijding is zijn verering voor Isabelle verdwenen waarna hij besluit een zoektocht naar Jeanne te starten. Hij is gefascineerd door haar lelijkheid en wil weten waarom ze Isabelle heeft ontvoerd.

Ik vind het boek Isabelle een realistisch en zielig boek. Ik vind Isabelle een realistisch boek, omdat het zo is geschreven dat je je echt kan inleven op de hoofdpersonen. Hoe ze zich voelen, maar ook hoe hun gedachtegang is. Hiernaast kom je op de laatste pagina van het boek erachter dat het verhaal echt gebeurt is. Ik vind het boek een zielig boek, omdat twee van de hoofdpersonen (Jeanne en Bernard) heel veel onrecht is aangedaan in hun leven. Bernard werd in zijn kindertijd achterna gezeten door zijn klasgenoten die van alles met hem uithaalden en Jeanne is zo lelijk dat niemand ook maar iets met haar te maken wilde hebben waardoor ze als het waren werd verstoten uit de samenleving.

Isabelle is dus samengevat een realistisch en zielig boek wat je zeker is een keer gelezen moet hebben om is goed een kijkje te kunnen nemen in de gedachtegang van een ontvoerder, maar ook van een gijzelaar.

Bronnen:

Recensie Veertig. Drie Verhalen

Oh nee! Veertig!

Boekrecensie Veertig. Drie Verhalen

Het boek Veertig. Drie Verhalen  is geschreven door Kees van Kooten (volledige naam: Cornelis Reinier van Kooten), geboren in Den Haag op 10 augustus 1941. Dit boek is voor het eerst uitgegeven in 1982 door de uitgeverij De Bezige Bij in Amsterdam. Het boek Veertig. Drie Verhalen is een realistisch boek met de genres autobiografisch proza en verhalen. Veertig. Drie Verhalen is opgebouwd uit drie verhalen die allen iets vertellen over het leven van Kees van Kooten. Met als hoofdpersoon: Kees van Kooten. Hiernaast komen ook verschillende andere personen en plaatsen in het verhaal voor met verzonnen namen om deze personen/plaatsen niet te benadelen of juist te verhemelen.

De drie verhalen zijn getiteld: L’écrivain, Prostatitis en Willem.

L’écrivain
Kees van Kooten wil is ongestoord in alle rust twee weken kunnen schrijven. Daarom vertrekt hij voor twee weken naar Frankrijk. Zijn vrouw heeft een kamer in een hotel gereserveerd als cadeau voor zijn veertigste verjaardag. Hij is een bekende schrijven dus om in alle rust te kunnen schrijven schrijft die zich in onder de naam, l’écrivain. Hij heeft echter geen inspiratie waardoor die eigenlijk alleen nog maar de titel van het verhaal heeft bedacht terwijl die voor de rest alleen leuke dingen doet. Hij besluit om te gaan fietsen. Onderweg word hij bijna aangereden door een autorijschoolhoudster die hij eerder die dag al had gezien. Hij vind haar erg aantrekkelijk en besluit om een afspraak met haar te maken voor rijlessen, ondanks dat die zijn rijbewijs al heeft. Als hij eerlijk opbiecht dat hij zijn rijbewijs al heeft en de afspraak alleen had gemaakt, omdat hij op haar aantrekkelijk vind wil ze niks meer met hem te maken hebben en vertrekt Kees van Kooten weer naar huis naar vrouw en kinderen, hij kan niet zonder ze.

Prostatitis
Van Kooten reist naar Franeker om een lezing te geven. Als hij net zijn lezing wilt beginnen  krijgt hij last van een onweerstaanbare plasdrang, waardoor die steeds weer opnieuw naar het toilet moet rennen om het niet in zijn broek te doen. Zijn plas brand en hij vreest dat hij een geslachtsziekte heeft. Hij besluit de volgende dag, na de compleet mislukte lezing, naar een dokter te gaan. De dokter vertelt hem, na een niet zo prettig onderzoek, dat hij een ontstoken prostaat heeft, een veel voorkomende ziekte bij mannen tussen de vijfendertig en vijfenveertig jaar. Hierna verlaat van Kooten de dokterspraktijk met medicijnen en een opgelucht gevoel. Hij kan weer verder met zijn leven, ouder worden en z’n familie.

Willem
Willem is een herdershond die al bij drie families is geweest voordat ze bij de van Kooten’s kwam. De hond heeft hij van zijn moeder gekregen en ondanks dat het een teefje is krijgt ze de naam Willem wat volgens de moeder op de een of andere manier gewoon bij de hond past. Willem maakt het grootste deel van zijn leven mee bij de familie Van Kooten. Onder andere de geboorte van de kinderen van Kees van Kooten, een verhuizing en de komst van een nieuwe hond genaamd Lucia (ook een teefje). Willem speelt ook veel mee in televisie-uitzendingen van Kees van Kooten, waarin hij duidelijk zijn eigen wil toont. Na 13 jaar krijgt de hond ouderdomsklachten en sterft de hond. De kinderen van Kees van Kooten huilen het uit en Kees en zijn dochter besluiten Willem te begraven in hun tuin.

Ik vind het boek Veertig. Drie Verhalen een realistisch, ontroerend en leuk boek. Ik vind Veertig. Drie Verhalen een realistisch boek, omdat het boek is geschreven naar het leven van de schrijver. Je kan het eigenlijk zien als een uitgebreide autobiografie over drie korte gebeurtenissen uit het leven van Kees van Kooten. Ik vind het boek een ontroerend boek, omdat er veel zielige momenten in voor komen (vooral in het laatste verhaal), bijvoorbeeld de zoon en de dochter van Kees van Kooten huilen het uit als hun hond Willem dood gaat, maar ook bijvoorbeeld als de opa van Kees van Kooten huilend thuis komt, omdat hij denkt dat die Willem heeft laten verdrinken.  Ik vind het boek  hiernaast een leuk boek, omdat het makkelijk geschreven was en ik gemakkelijk het hele verhaal goed kon volgen, hiernaast waren er ook grappige momenten terug te vinden in het boek, zoals toen hij een lezing moest geven hij steeds opnieuw naar de dames toilet moest vluchten om het niet in zijn broek te doen.

Veertig. Drie Verhalen is dus samengevat een realistisch, ontroerend en leuk boek wat je zeker is een keer gelezen moet hebben om is goed een kijkje te kunnen nemen in het leven van een schrijver als Kees van Kooten.

Bronnen:

Recensie Boek: De renner van Tim krabbé

Wielrennen is leiden

Boekrecensie De Renner

Het boek De Renner  is geschreven door Tim Krabbé (volledige naam: Hans Maarten Timotheus Krabbé), geboren 13 april 1943 in Amsterdam. Dit boek is voor het eerst uitgegeven in 1978 door de uitgeverij Rap in het plaatsje Baarn. De Renner is een fictioneel boek en staat geheel in het genre van sport met name wielrennen. Tim krabbé geeft een volledig verslag vanuit de ogen van een wielrenner van de 137 kilometer lange bergwielerwedstrijd in Zuid-Frankrijk: de Ronde van de Mont Aigoual. Met als hoofdpersoon: Tim krabbé. Hiernaast worden er nog verschillende wedstrijden in het kort samengevat en vertelt hoe Tim Krabbé een echte wielrenner is geworden.

Op 26 juni 1977 doet Tim Krabbé mee aan een wielrennerwedstrijd in Zuid-Frankrijk. Het is de ronde van de Mont Aigoual, die start en finisht in Meyrueis. Het is een wedstrijd van 137 kilometer met vier verschillende cols, die hij samen met zijn trainingsmaat Kléber heeft verkent. Zo heeft Krabbé een heel plan gemaakt en bekeken waar hij als eerste moet rijden en waar hij moet gaan demarreren1.  Krabbé rijdt voor de ploeg Anduze en zijn ploegleider is Stephan, een oud-wielrenner. Krabbé wil de wedstrijd graag winnen. Dit is zijn dag! Tijdens de wedstrijd zijn er veel demarrages. Zo gaat Despuech er al na 1 km vandoor. Niemand volgt hem: het is veel te vroeg om te gaan demarreren, Despeuch rijd naar z’n eigen zelfmoord. Er ontsnappen meer renners waarin Krabbé mee moet om de winst nog te kunnen behalen, zo ontstaat er geleidelijk een kopgroep. Despeuch word gelost en na 70 km ontstaat er de kopgroep van Lebusque, Reilhan, Krabbé, Teissonniere Kléber, Barthelemy en de renner van Cycles Goff. Alleen deze renners maken nog een kans op de overwinning, de rest is gelost en zal ze nooit meer inhalen. De renners lossen elkaar steeds af zodat ze allemaal even veel tegenwind moeten doorstaan, alleen Barthelemy verzaakt zijn plicht en fietst nooit vooraan. Later in de kopgroep zijn er veel demarrages waardoor verschillende renners het niet meer kunnen bijhouden en gaan achterlopen op de kopgroep. Als er na enige tijd nog een kopgroep van vijf man is demarreert Krabbé. Hij kijkt na enige tijd achterom, daar is Kléber, alles gaat volgens plan hij en zijn trainingsmaat rijden vooraan. Even later komt Reilhan na een grote achterstand weer terug. Knap van hem, dat moet Krabbé hem nageven. Dan demarreert Kléber, er ontstaat een groot gat wat Reilhan niet gaat opvullen en als hij denkt dat Krabbé dat doet heeft die het mis. Op een gegeven moment zegt Krabbé: ’ik laat dit niet zomaar gebeuren’, hij zet zich schrap en wil het gat dichtrijden, maar op dat moment knapt er iets en moet die z’n fiets repareren. Reilhan profiteert hiervan en sprint weg. Tegen de tijd dat Krabbé weer fietst is die gesloopt, hij kan niet meer, hij leidt tot op het bot. Dan komt de Lesbusque langfietsen en zegt dat die mee moet gaan. Krabbé verzwakt een aantal keer en heeft er geen zin in maar even later, 200 meter voor zich, ziet hij Kléber en Reilhan weer. Krabbé krijgt weer zin: hij kan nog winnen! Zeven kilometer voor het einde zijn er nog vier wielrenners over: Krabbé, Reilhan, Lesbusque en Kléber. Krabbé is bang voor een eindsprint, Reilhan is de beste sprinter, hoe moet hij nog vooraan komen en winnen? De laatste kilometer trekt Lebusque de sprint aan waarna Krabbé en Reilhan wegsprinten. In de laatste paar meter schiet Krabbé in de laatste bocht voorop en stuift weg. Reilhan wacht nog even en gaat hem dan achterna. Lesbusque en Kléber zullen niet meer winnen: het gaat tussen Krabbé en Reilhan. Reilhan komt steeds dichterbij en met nog drie stappen voor de finish haalt Reilhan Krabbé in. Reilhan wint van Krabbé met een voorsprong van maar tien centimeter. Na de  wedstrijd meet Krabbé de achterstanden van de geloste renners. Ondertussen komt er een man naar hem toe die hem aanspreekt en zegt dat hij 50 meter te vroeg was weggegaan. Als hij nog 50 meter had gewacht had hij gewonnen.

Ik vind het boek De Renner een realistisch, spannend en leuk boek. Ik vind De renner een realistisch boek, omdat je een wielrennerwedstrijd door de ogen van een echter wielrenner meemaakt. Als je op televisie is een wielrennerwedstrijd kijkt zie je dit allemaal niet. Je weet niet wat er in de hoofden van wielrenners omgaat. Dit boek geeft duidelijk weer hoe de wielrenners denken. Ik vind De Renner daarnaast spannend boek, omdat er een en al spanning in voor komt. De Ronde van de Mont Aigoual is echt een race en tot op het laatste moment is het nog niet beslist wie er gaat winnen. Dit zie je terug in de laatste paar meter van de race als Krabbé en Reilhan strijden om de eerste plaats. Ik hou niet van wielrennen en als ik een wielrenner zie vind ik het er maar stom uitzien, maar toch vind ik De Renner een leuk boek. Ik vind dit omdat in het boek er word geracet, er blijft spanning in het verhaal. In het begin vond ik het wel saai, maar naarmate het verhaal doorliep kon ik niet stoppen met lezen: ik wilde weten wie er ging winnen. Hiernaast vond ik het boek leuk, omdat het makkelijk geschreven was en ik gemakkelijk het hele verhaal goed kon volgen.

De Renner is dus samengevat een realistisch, spannend en leuk boek wat je zeker is een keer gelezen moet hebben om wielrennen en de wielrenners helemaal te snappen.

Primaire bron(nen):

Secundaire bron(nen):

1: ontsnappen, wegsprinten, uitlopen

Verwachte boeken

Voor nu ga ik de volgende boeken lezen:                                                                       De renner / de marathonloper.

Ik heb nog geen idee welke andere 2 boeken ik ga lezen, omdat het onderwerp mij niet zoveel uitmaakt, echter hou ik van een boek waarin een mysterie word opgelost. Daarentegen ga ik proberen zo kort mogelijke boeken te lezen binnen/buiten mijn leesniveau: dus leesniveau 2/3.

Leesautobiografie

Ik haat lezen en heb het nooit leuk gevonden, maar door school ben ik toch met lezen in aanraking gekomen. Sinds de basisschool heb ik er al een hekel aan. Op mijn bassisschool heb ik ongeveer 6 boeken gelezen en op de middelbare school ongeveer 13, maar het is nooit leuker geworden. Het liefst zoek ik een zo kort mogelijk boek. Het maakt mij niet echt uit of het dan een stom of leuk boek is. Als het boek leuk is, is dit leuk meegenomen. Ik vind komische boeken of boeken waarin een mysterie moet worden opgelost leuk, maar als deze te lang zijn vind ik er al niks meer aan en ga ik het dus ook niet lezen. Echter vind ik sommige boeken zo goed geschreven dat ik het verhaal leuk vind en het boek graag wil uitlezen, maar dit gebeurt vrijwel nooit. Omdat ik dus vrijwel niet van lezen houd is mijn leesniveau 2.