(Lees eerst de bladzijden 49 tm 63 van het boek de telduivel.)

 

Vegen.

Nee, niet met de bezem, maar met getallen! Schrijf op een blaadje de getallen 2 tot en met 1000 op. Neem het getal twee. Streep alle volgende getallen die deelbaar zijn door 2 door.  We noemen dit vegen. Neem nu getal 3. Streep alle volgende getallen die deelbaar zijn door 3 door. Nu het getal 5 en vervolgens het getal 7. Doe dit tot je bent aangekomen bij getal 31. Veeg alle veelvouden van 31 nu ook weg. Je hebt nu een lijst met getallen die allemaal  een zelfde eigenschap hebben. Kun jij ontdekken welke?

Hoe noemen we zulke getallen?

Met 37 hoefde je niet te vegen. Hoe komt het dat je niet verder hoefde te gaan dan 31?

Kun je een poster maken waarop je de oefening op een bijzondere manier laat zien?