Een Goede Dag voor de Ezel

Auteur:                                       Tim Krabbé
Titel:                                           Een Goede Dag voor de Ezel
uitgever:                                     Prometheus
Plaats uitgever:                           Amsterdam
Jaar van uitgave:                       2005
taal:                                            Nederlands

Samenvatting:
Mischa is een man wiens relatie is stuk gelopen. Hij vindt zijn ex verschrikkelijk en de haat voor haar die door zijn lichaam raast, brengt hem in het stadium haar te willen vermoorden. Hij koopt een pistool. Eerst is hij er bang voor, maar toch gaat hij naar een bos om te oefenen.
In zijn hoofd ziet hij zichzelf al voor zijn ex, Lydie, staan, met zijn pistool getrokken. Haar angst groeiend, bang voor wat komen gaat, bang voor de dood…
In het bos schiet hij op een boom en daar schrikt hij zo van dat hij stopt met oefenen en naar het dorp gaat om een gele muts te kopen en nieuwe schoenen, als vervanging voor zijn doorweekte paar.
In de bus naar huis stappen ook een stel scholieren in. Mischa hoort er twee zeer onbeschoft taalgebruik gebruiken, over wat je eigenlijk met ‘nikkers’ zou moeten doen, enzovoorts. Hij merkt dat ook anderen in de bus zich ergeren aan de praat van de jongens. Maar allen zijn ze laf en zeggen ze niets. Dan begint één van de jongens, Bart Meeuwse, over ‘Viskutje’ te praten. Even later vraagt hij aan een meisje iets voor hen hoe ze ook weer heet en hij zegt dat ze ‘Viskutje’ moet zeggen. Dat doet ze.
Mischa voelt zich ellendig. Om een meisje zo te vernederen, waar anderen bij zijn. Gewoon, in het openbaar… Het was zijn vriendin, dat merkte Mischa.
Wanneer de jongen uitstapt bij een halte volgt Mischa hem en hij volgt hem tot in de straat waar een boerderij, het huis van Bart Meeuwse, staat. Daar spreekt hij Bart aan.
Na een gesprek waarin Mischa zijn pistool uit zijn binnenzak heeft gehaald en waarin Bart dat pistool gezien heeft, schiet Mischa de jongen één keer. Dan hangt hij over hem heen en schiet hij nog eens. Wanneer hij Bart aan de kant duwt, lijkt hij zich vast te grijpen, maar na nog twee schoten glijdt hij de sloot in. Nu hij de moord gepleegd heeft, voelt hij geen haat meer voor Lydie en besluit hij haar niet te vermoorden.

Wybren Fechter krijgt in twee dagen op zijn kantoor twee anonieme briefjes. De één beschreven met de woorden ‘Iedereen neukt Viskutje’. De ander; ‘Viskutje vind het lekker’ (dat staat echt zo in het boek, en ik merkte het op als spellingsfout, het hoort namelijk ‘vindt’ te zijn). Wybren vraagt zich af wie er neukt. Zijn dochter? Zou zijn dochter ontmaagd zijn? Hij bedenkt al allerlei volwassen gesprekken die hij daarover met zijn dochter zou kunnen voeren, als twee gelijken. Maar Viskutje… werd zijn dochter zo genoemd? En dat iedereen?
Hij besluit het haar te vragen, ’s avonds bij het avondmaal, maar ze zegt zo niet genoemd te worden.
De dag erna komt Esther Fechter overstuur thuis. Wanneer Wybren vraagt wat er is zegt ze dat ze wel Viskutje is. Ze huilt en braakt. Wybren troost en huilt mee. Na gedoucht te hebben, vertelt Esther alles. Dat ze het met haar vriend Bart gedaan had. Meerdere keren. En dat hij op een gegeven moment jongens geld had laten betalen om op de zolder door kijkgaten konden bekijken hoe Bart en Esther het deden.
Toen Esther daarachter kwam, maakte ze het uit met hem. Hij wilde echter dat ze bij hem thuis dan die gaten zou komen aanwijzen en dat ze het uit zouden praten. Dat deed Esther, maar de gaten in het plafond waren er niet.
Nadat ze gepraat hadden, wilde Bart het nog een laatste keer doen. Waarna hij vervolgens iets riep en er kwamen toen een paar jongens binnen. Ze deden het allemaal met Esther, om de beurt.
Esther durfde niet te schreeuwen en niet bij Bart weg te blijven, en zo kwam het dat ze meerdere malen door verschillende jongens verkracht werd.
Wybren weet niet wat hij moet doen. Ja, verhuizen, dat sowieso… maar misschien zou hij met Esther een wereldreis kunnen maken. Weg van hier. Weg van Bart en zijn misdrijven.

Mischa is verhuisd naar Sidney, Australië. Daar leeft hij met Lynda, zijn nieuwe vriendin. Wanneer hij op een dag met haar een wandeling maakt, geeft hij een menselijk standbeeld in de vorm van een ezel honderd dollar. Het voelt goed en het voelt tevens als compensatie voor wat hij denkt te gaan vertellen tegen Lynda. Over de moord. Vanmiddag zal hij het haar vertellen, na haar werk.Hij gaat op een terrasje zitten als zij naar haar werk is.

Na al een hoop landen te hebben bezocht tijdens hun wereldreis, zijn Wybren en Esther nu in Sydney, Australië. De laatste dag dat ze daar zijn, wil Eshter het menselijke standbeeld, vermomt als ezel tien dollar geven. Wanneer Wybren zijn dochter wat tijd voor zichzelf gunt, gaat hij zelf op een terras zitten. Hij zit naast een andere Nederlander.Esther komt na een hele tijd weer terug en Wybren wil dan gaan afrekenen. Esther herkent de Nederlander ze kent de Nederlander. Het is de Man met de Gele IJsmuts, de man die Bart om het leven bracht. Ze bedankt hem daarvoor en ze voelt zich vredig, omdat ze hem eindelijk ontmoet heeft.

Mischa voelt zich opgelucht. Hij hoeft het zijn vriendin Lynda niet te vertellen, van de moord. Esther, heeft hem zelf bedankt. Het is goed zo. Hij sluit het af.

Mening:

Ik vond het een tragisch boek, maar wel duidelijk geschreven, zonder onnodige omschrijvingen die nergens op slaan. Het boek zelf is niet erg tragisch geschreven, meer feitelijk en meelevend. Het verhaal is echter wel tragisch, vooral het punt dat Esther verkracht is en ze maar verhuizen i.p.v die jongen op te zoeken en aan te geven/doden/in elkaar slaan. Ik had niet erg het idee dat de vader er erg agressief van werd (wat ik wel had verwacht).

Daarom vind ik het ook een mooi einde, dat die jongen die door Mischa in het begin vermoord is die Bart blijkt te zijn en dat alle twee de gezinnen achteraf gelukkig hun leven leven.

 

De Dagen Van De Bluegrassliefde

Titel:                                                          De dagen van de bluegrassliefde
Auteur:                                                      Edward van de Vendel.
Jaar van uitgave:                                      1999
uitgever:                                                    Querido
Plaats Uitgever:                                         Amsterdam
Taal:                                                           Nederlands

Samenvatting:

Tycho Zeling is een Nederlandse jongen van 18 jaar. Hij heeft net zijn eindexamen achter de rug. Hij is klaar met school en wil een keertje alleen weg, niet naar de camping met zijn ouders. Hij kijkt rond op het internet en uiteindelijk vindt hij wat hem wel leuk lijkt. Een zomerkamp in Amerika, genaamd ‘The Little World’. Hij geeft zich ervoor op.

Als Tycho op Schiphol aangekomen is, maakt hij kennis met Oliver Kjelsberg, hij komt uit Noorwegen. Hij gaat ook naar het zomerkamp. Tycho voelt zich op zijn gemak bij Oliver en ze gaan naast elkaar zitten in het vliegtuig. Ze worden al meteen goede vrienden.

Aangekomen in Amerika, worden ze opgewacht door kampleider John. Ze rijden naar het kamp. Ze leren er twee andere junior leiders kennen. Het zijn twee meiden, genaamd Donna en Sherylen. Oliver en Tycho slapen bij elkaar in de voorraadkast. Tycho en Oliver noemen het daardoor een slaapkast. Er waren niet genoeg slaapplaatsen.

Ze kunnen goed opschieten met elkaar en ze gaan zwemmen. Er wordt een gemene opmerking gemaakt over Oliver, en hij loopt het zwembad uit naar de douches. Tycho volgt Oliver en ziet hem naakt douchen. Hij merkt dat hij verliefd is op Oliver.

Een paar dagen later moesten alle leiders in een grote bak met water en zeep springen. Het moest met twee personen tegelijk. Een jongen en een meisje. Toen die gezellige avond voorbij was gingen Tycho en Oliver samen naar hun kamer en ze kleedden zich uit. Ze komen naar elkaar toe en raken elkaar aan. Ze kussen elkaar. Het ging sneller dan verwacht. Ze gaan op bed liggen en de nacht begon. Ze hadden geweldige seks. Versnelling 1, versnelling 2, versnelling 5. Tempo. Salsa!

De dag erna besloten ze dat niemand het hoefde te weten van hun relatie. Maar Donna en Sherelyn merken het. Alle junior leiders gaan samen naar een stad in de buurt. Ze gaan met de auto, Oliver en Tycho zitten in verschillende auto’s. Er speelt een Bluegrass band. Het is een soort country muziek. Oliver en Tycho dansen erg close en klef bij elkaar. Te close en te klef. Vèèl te close en te klef. Ze hadden alcohol op, ze merkten niet dat anderen het op zouden merken.
Terug op het kamp spreekt kampleider John Oliver en Tycho aan over hun gedrag. Ze moeten hun homoseksualiteit niet zo opvallend uiten. Hij legt ze uit dat niet iedereen in het kamp het accepteert zoals hij. Na een tijdje heeft Oliver geen zin meer om al het gezeur aan te horen. Hij wil samen met Tycho weg van het kamp. Even helemaal alleen zijn. Bij elkaar.

Die nacht sluipen ze het kamp uit en gaan ze buiten slapen, op een plek daar ze mooi uitzicht hebben. Ze vallen in slaap. Knus tegen elkaar aan, Tycho’s hoofd op Olivers borst. Even helemaal alleen.
Als Tycho wakker wordt ziet hij een agent naast zijn slaapzak staan samen met Oliver. Ze moeten terug naar het kamp samen met de agent en moeten hun paspoorten laten zien.

Volgens de regels van het kamp moeten Oliver en Tycho naar huis gestuurd worden. Want in het reglement staat dat je niet in aanraking mag komen met de politie, en dat is nu dus wel gebeurt. Oliver en Tycho zijn van plan samen naar Noorwegen te gaan, waar Oliver woont. Ze zijn alleen thuis dan, want de moeder van Oliver is nog zeker een hele maand in Afrika.

Aangekomen in Noorwegen. Oliver wil niet dat Tycho in contact komt met de buitenwereld. Hij wil de relatie geheim houden omdat hij daar in Noorwegen iedereen kent. Dat maakt Tycho ongelukkig.

Drie dagen later is Tycho even alleen bij Oliver thuis. De trainer van Oliver staat aan de deur om te vragen of Oliver mee wil doen met de Norway Cup. Dat is een heel belangrijke voetbalwedstrijd in Oslo. Tycho geeft het door aan Oliver en hij doet mee. Hij laat Tycho alleen thuis. Nadat Oliver weg is pakt Tycho ook de trein naar Oslo. Hij zoekt Oliver op. Oliver wil nog steeds dat niemand te weten komt van de relatie. Tycho is er erg boos over, maar hij blijft toch iedere wedstrijd kijken. Iemand raakt geblesseerd tijdens het voetbal, en Tycho moet invallen. Dat had hij niet verwacht. Hij kan niet eens goed voetballen. Tycho maakt een goal en duikt boven op Oliver en kust hem. Het is nu overduidelijk dat ze homoseksueel zijn. De trainer stuurt Tycho het veld af. Tycho gaat de stad in, en laat een tatoeage zetten. Een vliegtuigje. Om de tijd samen met Oliver nooit meer te vergeten.

Tycho moet weer weg. Oliver komt afscheid nemen van Tycho op het vliegveld. Oliver is ook van plan om een vliegtuigje om zijn arm te laten tatoeëren. De geweldige tijd met zijn vriend is voorbij.

Mening:

Ik vond het boek leuk om te lezen, het taalgebruik is simpel en duidelijk. Het verhaal zit chronologisch in elkaar en word niet erg om dingen heen gepraat en veel beschreven.Dit maakt het boek makkelijk leesbaar, waardoor het weer snel weg leest.

Wel maakt Tycho soms aparte vergelijkingen als hij Oliver beschrijft. Ook het idee dat hij en Oliver een front moeten vormen alsof iedereen tegen hen is. Maakt hem zelf erg afhankelijk van Olivers ideeën, terwijl Oliver zelf niet zoveel van Tycho laat afhangen.

Het boek heeft ook een apart einde, Tycho gaat terug naar Nederland en daarna is er niets meer, alsof het hele avontuur daarna niet meer bestaat en ze elkaar nooit meer zullen zien.

Bint

Auteur:                                                   Ferdinand Bordewijk
Uitgeverij:                                              Wolters-Noordhoff, uitgegeven met een licentie van                                                                 Nijgh &  Van Ditmar, Amsterdam.
Plaats van uitgever:                               Groningen.
Jaar van uitgave:                                   1998.
Eerste jaar van uitgave:                         1934.
Druk:                                                      staat niet vermeld.
ISBN:                                                      9001 55019 3.

Samenvatting: 
De Bree is een leraar Nederlands, die vanaf november les gaat geven op de school van Bint. Hij werkt thuis aan een studie over Anna Maria van Schuurman, en gaat naar de school voor afleiding en om meer met de werkelijkheid in contact te komen.
De favoriete klas van Bint, 4D, had namelijk de vorige leraar Nederlands, Van Fleer, weggepest. Er heerst een streng regime of de school van Bint, orde en tucht zijn belangrijk.
De Bree krijgt vier klassen die hij ziet als wezens. Hij noemt ze “de grauwe”, “de bruine”, “de bloemenklas” en “de hel”.
Aan klas 4D, “de hel” verklaart De Bree direct de oorlog, om zo problemen te voorkomen. Met andere klassen heeft hij die niet. Zijn tactiek werkt inderdaad, want met de korte bevelen die hij geeft werkt de klas het beste. Tegen de kerstvakantie kwam de klas via woordvoerder Steijd vragen of hij vrede wilde, maar zijn antwoord was nee.
Als de rapportvergadering plaatsvindt hebben de leraren het over Van Beek. De jongen verdient een onvoldoende, omdat hij niet genoeg presteert, maar hij had gedreigd dat als hij een slecht cijfer zou halen, hij zichzelf van kant zou maken. De leraren zijn niet onder de indruk en geven hem het slechte cijfer, waardoor Van Beek radeloos in de gracht springt en in een gasthuis aan pneumonie overlijdt. Bint voorspelt de leraren na de vakantie moeilijkheden omtrent Van Beek.
Na de kerstvakantie breekt er inderdaad een opstand uit onder de leerlingen, aangezet door Jérôme Fléau en m.b.v. de conciërge. De opzet wordt neergeslagen door “de hel”. Dit had Bint namelijk met “de hel” afgesproken. De conciërge wordt ontslagen, Fléau van school verwijderd en “de hel” wordt beloond.
Tijdens het jaarlijkse reisje dat met Pasen gemaakt wordt, is “de hel” verdeeld over Remigius en Nox. Het toeval zorgt er echter voor dat Remigius vervroegd vader wordt en dat De Bree mee gaat met een helft van “de hel”. Ze gaan via Bergen op zoom naar België en dan door naar Noord-Frankrijk. Tijdens de reis wordt Te Wigchel ziek, hij hoest de longen a.h.w. uit zijn lijf, en twee leerlingen Heiligenleven en Punselie verdwijnen een dag spoorloos. Ze hebben de originele route gefietst, die gepland stond, maar waar vanwege de hoest van Te Wigchel van afgeweken was.
Er waren examens op school voor de 5e klassen. Tijdens de examenuitreiking wankelt Bint even (De Bree zag het opeens. Bint stond doodstil, hij schommelde even naar voren, naar achteren. Hij was een blad, overgevoelig voor de zwakke luchtstroom, die de mens ontgaat. Een stalen wil, maar geen stalen lijf. Pag. 66).
De Bree weigert in eerste instantie een herbenoeming, omdat het de bedoeling was geweest om slechts dit schooljaar vol te maken. Later denkt hij nog eens terug over het afgelopen jaar en bedenkt zich dan. Hij stuurt een briefje naar Bint waarin hij meldt nog een jaar op zijn school vol te maken. Bij het begin van het nieuwe jaar is Bint verdwenen en staat Donkers op zijn plaats als directeur. Bints’ vertrek had te maken met de dood van Van Beek. Of de spanningen hem te veel zijn geworden, of de druk van een of andere arbeidsinspectie wordt niet geheel duidelijk.
“De hel”, de voormalige 4D is nu 5C geworden. Door te zien wat voor een volwassen kerels (met uitzondering van Schattenkeinder, een lomp maar volwassen meisje) het waren geworden, doet De Bree zo goed dat hij met Bints’ systeem wil blijven werken.
De Bree probeert tot twee maal toe Bint te spreken te krijgen, maar slaagt hier niet in. Dan wordt hem duidelijk dat Bint wil dat de school door moet gaan zoals het voorgaande jaren ging met zijn ziel in de school, en De Bree gaat met nog meer wilskracht dan anders al vroeg op weg naar school.

Mening:

Het boek is al even geleden geschreven en het taalgebruik is door de jaren iets veranderd, daarom moest ik even wennen aan de manier van schrijven in Bint.

Het communistische verhaal achter Bint is interessant om te lezen. Bint heeft zijn eigen mening over elke leerling en dat zie je ook duidelijk terug in de cijfers die hij leerlingen geeft. Opmerkelijk is ook dat alle leraren hem geweldig vinden en hem overal in volgen en steunen al is het bij sommige ook meer uit angst voor Bint.

Het meeste word uit het oogpunt van de Bree bekeken. de Bree word gedurende het schooljaar een steeds grotere aanhanger van Bint.

Ik vond het boek niet erg leuk om te lezen, maar aan de andere kant zag ik er ook niet tegenop om het te gaan lezen. Zelf ben ik het ook niet mee eens hoe Bint de school regeert, misschien ook wel omdat ik niet in zo’n communistische omgeving ben opgegroeid.

 

Fabriekskinderen

Auteur:                                            J.J. Cremer
Jaar uitgave:                                  1863
Uitgeverij:                                        Thieme
Plaats Uitgeverij:                             Arnhem
Taal:                                                Nederlands

Samenvatting
De arme familie Zwarte leeft in een mooi, maar bouwvallig huis in Leiden. Het is hartje winter. De kinderen Evert, Sander en Saartje moeten ’s ochtends vroeg uit bed om te gaan werken in de Wolfabriek in Leiden. Saartje is al enkele dagen ziek. Sander is zò moe dat hij onderweg op de stoep in slaap valt. Evert en Saartje zetten hun tocht naar de fabriek voort, bang om ontslagen te worden en het geld mis te lopen. Saartje gaat ziek aan het werk.
Willem baron van Hogenstad (jurist aan de Leidsche Academie) woont in een van de bovenkamers van de melkboer. Toen hij terugkwam van zijn vriend Koenraad zag hij onderweg Sander slapend op de stoep liggen en neemt hem mee naar huis. De echtgenote van de melkboer is het hier helemaal niet mee eens. Willem trekt zich er niets van aan en laat het kind lekker warm slapen. Als hij wakker wordt geeft Willem hem eten en ze beginnen te praten. Willem is verbaasd over de armoede van zijn familie. En hoe weinig Sander weet, hij gaat niet naar school. Willem steekt Sander in de nieuwe kleren en verzorgt hem verder.
Bij de familie zwarte thuis ligt Saartje erg ziek op bed en loopt te kermen om water met een brandende keel. Ze heeft een onbeschrijflijke dorst. Haar moeder stopt haar nog wat beter toe en ziet de ernst van de situatie verder niet in. Die nacht blaast Saartje haar laatste adem uit… Ze is vermoord door de wetgeving

Mijn Mening:

Door het verouderde taalgebruik was het boek soms lastig te begrijpen. Ondanks was de essentie er meestal wel goed uit te halen en is het boek prima te lezen.

Ik vind het is een kort en krachtig geschreven verhaal. Door middel van een klein verhaal word de tijd waarin het boek geschreven mooi weergeven uit het oogpunt van de kinderen. En als het beter gaat met het kind (toen Sander werd meegenomen door de baron en de baron voor hem zorgde) merk je dat terug in het taalgebruik van het boek. De schrijver schrijft minder droevig en meer verzorgend. Je krijgt meer de indruk dat het goed komt.

Het boek is lastig geschreven en vooral aan het begin met je eraan wennen, toch is het verhaal niet lang en als je rustig leest is het te begrijpen. Ik raad het boek daarom aan om op je boekenlijst te kunnen zetten.

 

 

De Houdgreep

Schrijver:                                Zwagerman, Joost
Titel:                                       De houdgreep
Jaar van uitgave:                    1986
Bron:                                      Het Parool
Publicatiedatum:                    17-10-1986
Recensent:                             Lucas Ligtenberg
Recensietitel:                         Werkelijkheid onder de duim van Zwagerman
Taal:                                       Nederlands
Samenvatting.
Adriënne, een Nederlands meisje, is au-pair bij het gezin Rafferty, die in Londen wonen. Om haar opvallende verveling te doorbreken stelt meneer Rafferty voor op een vereniging te gaan. Ze kiest een fotografiecursus uit, wat goed bevalt. Dan ontmoet ze Ingmar Booy. Ze trekken steeds meer met elkaar op en er ontstaat een liefdesrelatie. Ingmars broer, Siewald, is een succesvolle maker van promotiefilmpjes van popmusici. De verhouding tussen Ingmar en Adriënne fascineert hem zo, dat hij ze in zijn nieuwe project wil; een metaalblauwe videoclip. Omdat Ingmar over twee weken weer naar Nederland terugmoet, is Adriënne niet zo enthousiast, maar ze laat zich toch overhalen. Adriënne krijgt last van nachtmerries over haar buik die opzwelt, ze houdt erg van haar lichaam. Ze zit niet lekker meer in haar vel en vertelt het Ingmar. Nadat Ingmar vertrokken is naar Nederland, worden liefdesbrieven uitgewisseld. Ze voelen beide een groot gemis. Als de clip in premiere gaat ziet Adriënne zichzelf met een opzwellende bui. Ze krijgt er door de telefoon ruzie over met Ingmar, die haar geheim aan Siewald heeft verteld. Siewald heeft aan de clip gesleuteld en allebei willen ze naar elkaar toe om het uit te praten, maar dat is niet mogelijk.
Literom recensie:
Ingmar Bergman en Ingmar Booy. De eerste is een bekend Zweeds filmer, de tweede is de hoofdpersoon in de roman De houdgreep van Joost Zwagerman. Zij hebben hun voornaam gemeen en het lijkt me dat de schrijver hier niet zonder reden voor heeft gekozen. De naam Ingmar Booy is echter het zoveelste monstrum in de Nederlandse romanliteratuur, die al gezegend is met Arend Barend Dreverhaven, Frits Schotel de Bie en vele anderen. Zwagerman publiceerde verhalen en gedichten in Optima en een aantal andere literaire bladen. Zijn romandebuut De houdgreep speelt zich af in Londen. De Nederlandse student Ingmar Booy verblijft gedurende de zomervakantie bij zijn broer Siewald, een succesvol videoclipmaker. Op een zondagochtend ontmoet Ingmar het Nederlandse au-pairmeisje Adriënne in Hyde Park Corner en er ontspint zich een romance tussen de twee. Ze brengen veel tijd samen door met als thuishaven de woning van Siewald.
Deze komt op het idee een videoclip te maken waarin Ingmar en Adriënne gaan figureren. Kort nadat die is voltooid moet Ingmar weer naar Nederland en valt Adriënne terug in haar eentonige au-pairbestaan. Is hiermee een doodgewone vakantieliefde ten einde? De houdgreep is een goed geschreven roman en de schrijver is op een prettige manier pretentieus. Er is een door de schrijver geschapen verteller aan het woord die voortdurend laat merken dat hij aanwezig is. Dit kan gemakkelijk tot oubolligheid leiden maar Zwagerman weet het in de hand te houden. De lezer krijgt les in het vermijden van clichés: “Ze had veel van zijn boeken verslonden (nee, er is geen ander woord dan het doorkookte “verslinden” voor haar leesgedrag).” We komen het vaker tegen en het effect is niet onaardig. Het meisje Adriënne heeft als hobby fotograferen en Ingmars broer maakt videoclips. En Ingmar Booy zelf, is dat een filmer?
Nee, merkwaardig genoeg is hij voortdurend het onderwerp van foto en clip alsof hij een spel speelt met de werkelijkheid, die de anderen zo hardnekkig onder de duim proberen te krijgen, ofte wel: in een houdgreep proberen te nemen. De schrijver wil duidelijk laten merken dat hij niet van de straat is. Na een motto dat ontleend is aan Kundera’s Ondraaglijke lichtheid volgen verwijzingen naar Rhijnvis Feit, Emily Brontë en Oek de Jong. Voor een goed begrip van een verhaal is bekendheid met die wereldliteratuur niet noodzakelijk. We kunnen het misschien beter beschouwen als een probleem van de schrijver: erudiet zijn is heus geen pretje. De enige interessante verwijzing naar de literatuur betreft Het seksuele bolwerk van Mulisch. In dit boek wordt over een van Freuds leerlingen, Wilhelm Reich, een literaire biografie geschreven. Op een boeiende manier weet Mulisch van de biografische stukjes een literaire legpuzzel te maken waarin alles zijn plaats heeft. De figuur Wilhelm Reich, geen romanheld maar een historisch figuur, is voor Siewald Booy interessant genoeg om in een videoclip te verwerken.
De persoon van Siewald kunnen we beschouwen als een tegenhanger van de literaire Reich bij Mulisch. Zoals Reich in zijn jeugd een ingrijpende ervaring had doordat hij zijn huisleraar met zijn moeder zag neuken, zo ziet Siewald zijn broertje Ingmar en Adriënne samen in bed. Het sleutelgat waardoor de jonge Reich naar de moeder en de leraar keek wordt overeenkomstig de eisen van deze tijd de zoeker van Siewalds camera. En dat brengt hem op het idee die videoclip met Ingmar en Adriënne te maken. Nog een aardigheidje: het adres van Siewald luidt Aberton Place “vlak bij Abbey road”. Verderop in het boek heet het opeens Abercorn Place, en dat moet het volgens de plattegrond van Londen in werkelijkheid zijn. Als Zwagerman zijn metaforen weet te doseren en zijn eruditie weet te kanaliseren ben ik zeer benieuwd naar nieuwe verhalen en romans.
Mee eens en niet mee eens:
Mee eens: “merkwaardig genoeg is hij voortdurend het onderwerp van foto en clip alsof hij een spel speelt met de werkelijkheid, die de anderen zo hardnekkig onder de duim proberen te krijgen, ofte wel: in een houdgreep proberen te nemen.”
Ik ben het hier mee eens omdat ik dit ook dacht. Adriënne is i.p.v. de omgeving constant Ingmar Booy aan het vast leggen op foto. Alsof ze hem in haar camera wil opsluiten. Aan de andere kan probeert Siewald hetzelfde maar dan met zijn film camera.

 

Niet mee eens: “Er is een door de schrijver geschapen verteller aan het woord die voortdurend laat merken dat hij aanwezig is.”
Ik ben het hier niet mee eens omdat ik meer het idee heb dat er geen verteller is. Je leest het vanuit de gedachten van Ingmar Booy of Adriënne zonder dat er al te veel emotie in voorkomt.
Mijn mening:
Ik vond het een moeilijk boek om te lezen, vooral het uitleggen van de foto artistiek en de titel verklaring vind ik best ingewikkeld.

 

Desalniettemin is het een leuk verhaal om te lezen. Hoewel ik me er wel tot moet aan zetten om het te lezen. Er zit nauwelijks tot geen spanning in het verhaal en gebeurt eigenlijk niets actiefs. Het gaat puur alleen maar om Ingmar en Adriënne.
Doordat ik sommige stukken moeilijk en saai vind om te lezen, leest het boek niet lekker. Ik kan me dan ook moeilijk inleven in het hoofdpersonen. Ik voel niet met ze mee.

 

Robinson

Schrijver:                                            Meijsing, Doeschka
Titel:                                                   Robinson
Jaar van uitgave:                               1976
Bron:                                                  Dagblad De Limburger
Publicatiedatum:                               05-06-1976
Recensent:                                         Alfred Kossmann
Recensietitel:                                     Doeschka Meijsing en Nicolaas Matsier
Taal:                                                   Nederlands
Samenvatting
Robinson is net met haar moeder verhuisd naar een kleine provinciestad. Het is zomervakantie. Na de vakantie zal ze in de 5e beginnen. In de les valt haar een jongen op, Daniel Bierwolf. Hij verlaat het lokaal omdat hij de godsdienstles onzinnig vindt. Daniel is het neefje van de rector, ook hij is nieuw op school. Hij zit hier op school, omdat hij zich op andere scholen misdroeg.

In de herfstvakantie ontvangt Robinson een kaart van Daniel. Haar moeder denkt dat Robinson verliefd is en belt de rector. Robinson wordt bij de rector geroepen endaar treft ze een ruziende rector en Duitse lerares aan. De lerares is Johanna Freida. Daniel en Robinson zijn door haar gefascineerd.

Op een schoolfeest, die door Johanna Freida is georganiseerd, verpest Daniel de avond door zijn oom belachelijk te maken met een liedjeen door een vrouw na te doen. De volgende ochtend gaan Robinson en Daniel naar Johanna Freida toe.

De vader van Robinson is terug voor de feestdagen. Hij gaat schaatsen met Robinson en komt Johanna Freida tegen op de schaatsbaan. De vader en Johanna Freida worden aan elkaar voorgesteld en het is liefde op het eerste gezicht.

Op nieuwjaarsdag ontdekt Robinson’s moeder een muts in de jas van haar vader en vraagt van wie die is. Robinson zegt dat die van haar is, maar hij is van Johanna Freida. Robinson verdenkt haar vader van een relatie met Johanna.

Robinson volgt Johanna en komt erachter dat ze een verhouding heeft met haar vader. Robinson zelf gaat op een zondagmiddag met Daniel naar bed.

De lente begint. Robinson krijgt steeds een grotere hekel aan Daniel. Hij heeft het alleen nog maar over de duivel, heksen en het kwaad. In de paasvakantie maken Robinson, Daniel, vader en Johanna een boottocht. Daniel blijft aan een stuk door praten en wanneer Johanna vraagt of die nou eindelijk eens een keer stil wil zijn, maakt hij een enorme scene. Johanna slaat hem en hij valt over-boord.

Het is zomervakantie. Robinson moet herexamen doen, ze denkt dat ze het niet haalt. Daniel is blijven zitten en moet van school, hij vertrekt naar familie in Zwitserland. Daniel heeft Robinson haar moeder op de hoogte gebracht van de geheime relatie en haar moeder zorgt ervoor via de oudercommisie dat Johanna Freida van school weggaat.

Literom recensie:
Het zal mij niet verbazen wanneer Doeschka Meijsing over tien jaar blijkt een knap essayist te zijn geworden. Zij heeft tot nu toe haar onmiskenbare talent geoefend in verhalen (”De hanen”) en een korte roman ”Robinson”. Die roman is kort geleden bij Querido verschenen (f 16.9O).
De schrijfster vertelt over een meisje, Robinson geheten, dat op haar zeventiende naar de vijfde klas van een nieuwe school gaat. Zij woont bij haar moeder in een zojuist betrokken woning in een provinciestad, Haarlem waarschijnlijk. Haar vader is kapitein ter koopvaardij en enkel zo nu en dan thuis.
Verhouding
Met de nieuwe school kan het meisje zich wel verzoenen, maar er is een jongen in haar klas, Daniël, die iets demonisch heeft en raisoneert over duivels, later over heksen. De lerares Duits is een erg oorspronkelijke persoon. De vader van Robinson begint, na een middag van schaatsen, een verhouding met die lerares. De moeder van Robinson is vooral keurig, elegant en overheersend. Het slot van de roman is dat Robinson alles heeft afgestaan wat zij bezat, een gevoel en inzicht, en totaal vervreemd tegen het mislukken van twee herexamens aankijkt.
Symbolen
Wat Doeschka Meijsing niet wil of niet kan is het min of meer geloofwaardig maken van haar personages. Die lerares Duits is blijkbaar een zeer krachtige persoonlijkheid, maar de schrijfster doet niet de minste moeite om iets over haar te vertellen. Die vader is een zeeman volgens de legende, sterk zijn eigen weg volgend. Die moeder is een dame volgens de legende, geobsedeerd door sociale betrekkingen. De jongen Daniël had wat briljanter moeten zijn bij het duivels theoretiseren, maar hij krijgt tenminste iets van leven. En Robinson zelf? Zij is enkel interessant wanneer zij haar gevoelens tot symbolen maakt. Haar emotionele verwerking van een natuurkunde-les over water en ijs is bijzonder boeiend.
Later in het boek vervaagt ze, enkel slachtoffer en Doeschka Meijsing vlucht in pseudo-poëtisch proza dat mij althans weinig zegt.
Mee eens en niet mee eens:
Mee eens: “Die lerares Duits is blijkbaar een zeer krachtige persoonlijkheid, maar de schrijfster doet niet de minste moeite om iets over haar te vertellen.”
Ik ben het hier mee eens omdat ik me eigenlijk helemaal geen voorstelling kan maken van Johanna Freida (de Duits docent).
Een keer werd beschreven hoe ze tegen het schoolhoofd tekeer ging en het schoolhoofd uitschold. Vandaar de opvatting voor een sterke persoonlijkheid, maar daar blijft het dan ook bij.
Niet mee eens: “En Robinson zelf? Zij is enkel interessant wanneer zij haar gevoelens tot symbolen maakt.”
Ik ben het er niet mee een omdat Robinson haar gevoelens niet hoeft om te zetten in symbolen om interessant te zijn en om met haar mee te kunnen leven.
In het verhaal komt namelijk heel duidelijk naar voren dat Robinson eigenlijk de hele tijd alleen is. Ze zoekt continu naar aandacht en in het begin van het verhaal kreeg ze dit van haar vader. Daarom was ze elke keer ook zo blij als hij thuis kwam.
Haar moeder geeft haar ook wel aandacht, maar op sommige momenten geeft ze Robinson sterk het gevoel alsof ze niks voorstelt. Dit is vaak het geval als haar moeder over de naam “Robinson” begint en uitlegt waarom Robinson zo heet.
Mijn mening:
Ik vond het boek niet verkeerd om te lezen. Het las makkelijk weg, was niet te dik en er zat redelijk wat vaart in het verhaal, hoewel dit in het begin wat minder was.
Zo af en toe zaten er ook wat grappige momenten in die Daniël meestal veroorzaakte.

 

Opzich vind ik het een interessant verhaal, hoewel ik erg lang over na heb gedacht, zoals bij het boek “vals licht”.

 

Aan het einde van het verhaal kon ik wel met Robinson mee leven. Smachtend naar aandacht en vrienden, het gevoel gewaardeerd te worden. Maar ze blijft met lege handen achter, met nog minder dan dat ze begon. Dit vind ik toch wel sneu voor haar.
Ik had niet verwacht dat Robinson eigenlijk nog ongelukkiger zou zijn aan het einde van het verhaal dan dat ze aan het begin al was.

 

Het verhaal was niet spannend, maar de kleine nieuwsgierigheid naar hoe het nu verder zou gaan met Robinson hield me toch wel aan het lezen.
De opbouw was mooi in elkaar gezet. Je begon bij het begin. Wanneer Robinson net is verhuist en naar haar nieuw school gaat en je eindigt bij de laatste dag van het schooljaar.
Het heeft dus een duidelijke chronologische verhaal lijn.

 

Ik denk dat de seks scene tussen Robinson en Daniël het meest indruk op me heeft gemaakt. Vooral omdat het stuk nergens opsloeg. Naar mijn mening past het totaal niet in het verhaal. Alsof er een spannend stuk in moest met een beetje pagina opvulling zodat het verhaal niet te kort zou zijn.

Vals licht

Schrijver:                                            Zwagerman, Joost
Titel:                                                   Vals licht
Jaar van uitgave:                               1991
Bron :                                                 Provinciale Zeeuwse Courant
Publicatiedatum :                              15-11-1991
Recensent:                                         Alfred Kossmann
Recensietitel:                                     Zwagerman is een brave verslaggever
Taal:                                                   Nederlands
Samenvatting
Simon Prins is dertien als hij voor het eerst naar de Achterdam, in Alkmaar zijn woonplaats, gaat met Johnie een jongen uit de buurt. Sinds die keer gaat hij iedere vrijdagmiddag naar de Achterdam om snel over de straat te lopen en schielijk opzij te kijken. Simon raakt geobsedeerd door de prostitutie. Simon was vijftien toen hij voor hert eerst overwoog om stiekem geld te sparen. Het koste vijftig gulden om op de Achterdam een prostituee te bezoeken.

Simon wil weg uit Alkmaar daarom gaat hij in Amsterdam wonen voor zijn studie Nederlands. Simon huurt een etage vlakbij de rosse Reysdaelkade. In Amsterdam krijgt hij voor het eerst vrienden omdat hij doet alsof hij een populaire student is. Toch gaat hij 1 of 2 keer per week nog naar de hoerenbuurt om er snel doorheen te lopen hij is dan niet meer Simon de student. Dan op een keer vraagt hij naar de prijs van een hoer en gaat bij haar naar binnen. Simon had gedacht dat er iets heiligs zou gaar gebeuren, maar er gebeurt niks. Hij vertelt niet zijn eigen naam maar een schuilnaam net als de hoeren niet hun eigen naam vertellen.

Op 1 van zijn tochten ziet hij het boek nooit meer slapen liggen, het hoertje komt terug en hij denkt dat zij bijzonder is omdat ze geen dames romannetjes en de telegraaf leest. Later blijkt dit niet zo te zijn maar dit is wel het begin van de relatie tussen Lizzie Rosenfeld, zoals zij zich voorgesteld heeft, en Simon. Zij zegt dat zijn Nijmegen studeert en tegen de beroepscode in neemt zij hem mee naar haar huis, de onderwaterkamer, het is Lizzie’s kamer maar het lijkt op de kamer van een tiener. Door Lizzie komt hij steeds meer over de prostitutie te weten. Ze ontmoeten elkaar vaak omdat Simon haar vaak bezoekt en wordt verliefd op haar. Simon wil veel over Lizzie weten, maar Lizzie laat niet veel los over haar hoerenleven en jeugd, dit maakt Simon nieuwsgierig. Zij nieuwsgierigheid word erger omdat zij dagen kan leven zonder slaap, ook leeft zij op vitaminepillen en snoep en hij snapt niet waar al haar geld naar toe gaat. Hij begrijpt dit allemaal niet. Dan is er ook nog de mosgroene Opel die Lizzie dag en nacht achtervolgd. Lizzie zegt dat dit een lastige klant is maar toch blijft Simon nieuwsgierig.

Als Simon foto’s vind met haar eerdere vriendjes en vraagt of Lizzie ooit eerder vriendjes heeft gehad verteld Lizzie dat ze al eens eerder twee vriendjes heeft gehad, Jasper en Wesley. Met Jasper is ze zelfs getrouwd geweest. Als Simon hier achter komt, wil hij haar om uitleg vragen en gaat naar haar toe op haar werkplek. Ze is dan net ziek. Haar collega en vriendin Tanja verteld dan dat ze niet in Nijmegen studeert. En Simon komt erachter dat zij veel meer niet heeft verteld. Hij vraagt om uitleg en dan komt het hele verhaal van dat ze bij de seksclub Yab Yum werkt van haar ouders, echt alles verteld ze. Lizzie en Simon krijgen ruzie over alle leugens die Lizzie dus verteld heeft.

Dan besluit Lizzie te stoppen met al haar escortwerk alleen blijft ze nog achter het raam werken. Voor Simon maakt het niks uit want ze zat voor hem alleen achter het raam en zit hier nog steeds achter, van het escortwerk wist hij niets. Later besluit ze volledig te stoppen met haar werk ook achter het raam.
Toch blijft Simon twijfelen en hij besluit haar te schaduwen. Als ze een gebouw uitkomt besluit Simon omdat hij nieuwsgierig is naar binnen te gaan als Lizzie het gebouw uitging. Hij vindt uit dat Lizzie bij het CAD (Centrum voor Alcohol en Drugs) loopt, omdat ze aan de drugs verslaafd is geweest. Ze gaat hier iedere week heen voor controle dat ze niet meer gebruikt.

Ze moeten gaan samenwonen omdat sinds Lizzie niet meer werkt ze haar huur niet kan betalen. Ze gaan samen in Simon’s appartement wonen en Simon gaat vaak mee naar Lizzie’s therapie. Op een van die sessies zegt Lizzie’s therapeut dat Simon gewoon zijn eigen leven weer moet oppakken. Hij gaat weer naar zijn studie en kan Lizzie zo niet meer voortdurend in de gaten houden. Zij krijgt weer contact met Jasper haar ex en daar gaat het fout. Ze krijgen ruzie en Simon moet haar helpen. Zelfs de politie komt eraan te pas. Simon gaat opzoek naar Wesley omdat hij Lizzie nog negenduizend gulden verschuldigd is en Lizzie zegt dat hij zomaar verdwenen is. Wesley zegt precies het omgekeerde en Simon maakt een afspraak. Lizzie krijgt het geld en betaald het aan schuldeisers waar Simon niks van weet. Dat was stom want nu denken ze weer dat ze hoereert en gaan ze haar weer achtervolgen. Ze besluit onder te duiken. Simon mist haar en gaat op zoek. Hij gaat weer naar het CAD waar Lizzie onder behandeling was. Hier wordt hem verteld dat Lizzie aan ‘pseudo logica fantasia’ lijdt, een ziekelijke liegzucht. Ze is dus nooit verslaafd geweest. Simon is boos en gooit Lizzie bij het weerzien alles voor de voeten wat haar psycholoog hem ten sterkste ontraden had. Ze geeft alles toe. De schulden komen doordat ze een keer is beetgenomen toen ze in drugs handelde. Ze moet zelf voor de schulden opdraaien want zij was de tussenhandelaar. Ze gaat hoereren om de rest van de schuld terug te betalen en daarna gaat ze naar Nijmegen naar haar tante. Ze bouwen beide een nieuw leven op. Simon krijgt een nieuwe vriendin Josje op wiens huis hij gepast heeft toen hij niet thuis kon zijn omdat alles hem aan Lizzie herinnert. Lizzie haalt als hij er niet meer woont al haar spullen weg en laat het huis achter zoals het was voordat zij kwam. Na een paar maanden bezoekt Simon Lizzie in Nijmegen. Ze heeft haar leven weer op de rails. Ze studeert nu echt Nederlands in Nijmegen en heeft een nieuwe vriend. De relatie tussen haar en Simon is over, omdat ze nooit zal kunnen vergeten hoe ze hem heeft ontmoet en ze wil haar verleden juist vergeten.

Literom recensie:
Voor zover Vals Licht gaat over een grote, onmogelijke liefde is het een mooi boek. Joost Zwagerman (1963) vertelt dat de 21-jarige student Nederlands Simon Prins hoerenloopt in Amsterdam en verliefd raakt op Lizzie Rosenfeld, iets ouder dan hij, een hoer die hij één keer voor haar diensten betaalt en met wie hij een verhouding van vriendschap en liefde begint. Hij komt bij haar thuis, in de kamer waar zij woont, niet werkt, en na enige tijd trekt zij bij hem in, op zijn etage in de Pijp. Hij schikt zich naar haar. En zij schikt zich naar hem: met haar werk houd zij op. Vals licht Door dat werk is ze gefrustreerd geraakt, niet meer in staat tot sexueel verkeer. Prachtig vertelt Zwagerman hoe de frustratie zich oplost. Door kinderlijk gedrag, door veel zinloos praten, door trage zachtheid vinden de twee elkaar lichamelijk. Voor Simon wordt het een pseudo-religieuze ervaring om met haar te vrijen. Wat hij nastreeft is vereenzelviging met haar. Hij houdt van haar kamer waar alles groen is, de gordijnen altijd gesloten zijn, waxine-lichtjes branden en hij accepteert later dat zijn eigen etage evenzeer tot een ‘onderwater’-ruimte wordt gemaakt. Haar voorkeur voor prullaria, haar schoolmeisjes-smaak, hij maakt het haar niet moeilijk. De relatie is uiterst gecompliceerd. Lizzie doet alsof ze aan het afkicken is van de heroïne, heel overtuigend, blijkt nooit heroïne gebruikt te hebben, lijdt volgens een psycholoog die haar behandelt aan ziekelijke liegzucht, pseudo-logica fantastica, en dat is ook niet waar want ze wordt afgeperst door drugsdealers met wie ze vanwege handel in contact is geraakt. Het doet er niets toe voor de lezer die zich concentreert op de liefde van Simon en Lizzie. Hij wil eventueel een praktische verklaring van Lizzie’s uitzonderlijke gedrag maar is in de omstandigheden niet bijster geïnteresseerd. Dat de hoerenloper en de hoer het per slot niet met elkaar uithouden, om het verleden, lijkt hem plausibel. Tragisch afscheid van wat een grootse liefde had kunnen zijn. Het boek telt 276 bladzijden. Dat zijn er dunkt me 176 teveel. Zwagerman heeft de romantische, larmoyante novelle die hij had kunnen schrijven, om door een nazaat van Verdi op muziek te worden gezet, gepast in een psychologisch-realistische roman. Simon is enig kind van allervriendelijkste ouders, die zowel redelijk rooms zijn als leden van de NVSH, en hij wordt al in vroege jaren, in Alkmaar, gefascineerd door prostitutie. In Amsterdam begint hij aan het hoerenlopen, niet uit genotzucht, en daarmee houdt hij op als hij Lizzie heeft ontmoet. De gegevens over Simons kindertijd zijn van geen belang voor de geschiedenis. Peeskamertje Over Lizzie’s vroege leven wordt in hoofdstuk elf bericht. En hoe! Enig kind van een lerarenechtpaar, mallotig mishandeld, van huis weggelopen, in handen gevallen van een akelige jongen die haar de baan op stuurt. Succes in het bordeel Yab Yum in Amsterdam, een peeskamertje aan de Ruysdaelkade in Amsterdam. Je leest het verhaal zoals je het verslag van een hulpverlener of een reportage in de krant zou lezen, om geïnformeerd te raken. En krijgt er nog wat sentiment à la de Zangeres zonder Naam of verontwaardiging à la Yvonne Keuls bij. Even knullig is de manier waarop ons onthuld wordt waarom Lizzie zo vreselijk gelogen heeft. Drie mannen, de een met een basketbal-pet op, de tweede schilferig van huid, de derde om andere reden eng, zitten haar op de hielen. Nou ja, ze willen veertigduizend gulden van haar hebben. Steeds weer dreigt hun groene Opel. Zo gaat dat in de wereld van de drugs-handel, we lezen er vaak over in de krant. Zwagerman vertelt het verhaal vanuit de zienswijze van Simon. Hij kan dus Simons samenzijn met Lizzie in scène zetten, en op die manier Lizzie zichtbaar maken. Lizzie zonder Simon is voor hem uit zicht. Hij komt over haar niet meer te weten dan Simon te weten komt, door wat zij vertelt, door wat anderen aan Simon over haar vertellen. Voor een novelle, lyrisch getint, zou dat genoeg zijn geweest. Voor deze roman blijkt het een verkeerde techniek. Die gruwelijke kindertijd, die ervaringen van hoer, dat gedoe met drugshandel, we hebben het net als Simon alleen van horen zeggen. En Zwagerman maakt zich ervan af. Hij laat niet Lizzie aan het woord, in lange monologen, pratend met Simon, hij vat in losse hoofdstukken samen wat zij aan Simon broksgewijs heeft bekend. Vandaar die brave verslaggeverstoon, met enige retoriek opgesmukt. Naar pikanterie hoeft de lezer niet op zoek te gaan. De geschiedenis speelt zich voor een deel af in de praktijk van de prostitutie maar het is daar even interessant als in een tandartsenpraktijk. Liefhebbers van Albert Mols ‘Wat zien ik?’ zullen teleurgesteld zijn. Dat Lizzie in haar werk te doen heeft met een beroemde popster, met name genoemd, en met een beroemde tv-presentator, herkenbaar, maakt het verhaal niet actueler of sensationeler.
Mee eens en niet mee eens:
Mee eens: “Dat de hoerenloper en de hoer het per slot niet met elkaar uithouden, om het verleden, lijkt hem plausibel.”
Al vrij snel werd in het begin van het boek gezegd dat Simon aan niemand mocht doorvertellen dat Lizzie een hoer was als beroep. Hierdoor begon hun relatie al met vele leugens. Leugen werd op leugen gestapeld. Ik ben het er dan ook mee eens dat je al snel zag aankomen dat de relatie niet voor altijd stand zou houden.

 

Niet mee eens: “Hij komt over haar niet meer te weten dan Simon te weten komt, door wat zij vertelt, door wat anderen aan Simon over haar vertellen. Voor een novelle, lyrisch getint, zou dat genoeg zijn geweest. Voor deze roman blijkt het een verkeerde techniek.”
Door alleen vanuit Simons oogpunt te vertellen hou je het verhaal spannend. Hierdoor komt er een mysterieuze wolk rond Lizzie te hangen die de lezer nieuwsgierig houd om verder te lezen. Ik vind het daarom wel een goede techniek, hierdoor is liefde die simon voor Lizzie voelt bijna voelbaar.

 

Mijn mening:
Ik vond het een erg mooi boek. Door het taalgebruik las het vlot weg en er zat voor mij voldoende actie in om niet af te dwalen.
De spanning in het boek is niet groot, maar door alle leugens van Lizzie en de mysterieuze wolk die dat met zich mee brengt, blijft er een spanning in het verhaal hangen.

 

Het verhaal zet me ook aan het denken, wat nou als Lizzie het anders had aangepakt. Wat nou als Lizzie de waarheid had verteld en deze niet verdoezelde omdat ze bang te verliezen waar ze het meeste van hield, Simon Prins.
Door de vele leugens die moesten voorkomend dat Simon bij haar weg zou gaan, heeft ze per leugen elke keer de kloof tussen haar en Simon een stukje groter gemaakt.

 

Het verhaal is niet grappig, niet moeilijk en niet erg indrukwekkend. Toch heeft het mij best ontroerd. Je ziet dat Simon en Lizzie elkaar aan het einde van het verhaal nog even leuk vinden als aan het begin. Maar de vele gebeurtenissen verhinderen het om samen gelukkig te worden.

 

Ik weet niet of het verhaal realistisch in de zin dat een jonge zoveel geduld met een meisje kan hebben. Toch vond ik wel realistisch geschreven.

 

In het begin vond ik de opbouw een beetje verwarrend doordat er steeds tussen verleden en heden werd gewisseld. Ook het stuk waarin Simons verleden werd beschreven vond ik en een beetje saai, maar dit komt vooral doordat ik wilde weten wat er nu met Lizzie Rozenfelt aan de hand was.

 

Het einde heeft wel veel indruk op me gemaakt, ook had ik het einde niet echt verwacht. Het feit dat ze elkaar nog steeds leuk vinden, maar niet bij elkaar kunnen leven. Uiteindelijk hebben ze alle twee iemand anders gevonden en toch houden ze alle twee minder van die persoon dan dat ze van elkaar hielden.

Bor

Schrijver:                                Moens, Joris
Titel:                                       Bor
Jaar van uitgave:                    1993
Bron:                                      Leesideeën Off Line
Publicatiedatum:                    31-12-2001
Recensent:                             Michel de Koning
Recensietitel:                         Bor
Taal:                                       Nederlands
Samenvatting
Bor is het unieke en fantastische verhaal over (een deel van) het leven van Bor. Het boek in ingedeeld in weekdagen en iedere dag maakt de lezer de gebeurtenissen, denk- en handelswijze van Bor mee. Bor is een zeer asociale, 16-jarige puber die op de Havo zit, maar zich zogezegd “tegen zijn stand in” gedraagt. Ondanks dat Bor goed kan leren gaat hij het liefst de stad in (alleen of met vrienden) om hier een beetje rond te hangen en om andere mensen lastig te vallen of te aanschouwen. Het verhaal rond deze asociale etter speelt zich geheel af in Amsterdam en begint met een flashback:

 

Zo wordt als eerste verteld dat Bor en zijn drie beste vrienden (Toon, Dick en John) een groepje Mormonen in elkaar schoppen omdat ze er, volgens hun, lelijk uitzien en kutkoppen hebben. Bor zorgt uiteindelijk dat ze niet al te ver gaan in het gevecht, wat getuigd van Bor’s uitzonderlijke, hoogbegaafde intelligentie. Deze gedachte wordt verteld terwijl Bor in de tram zit. Het is zijn favoriete en bovendien gratis vervoersmiddel. Ook is het nog eens uitstekend geschikt om andere mensen te bekijken en om ze lastig te vallen. Zijn gedachten krijgen hier de vrije loop!
Het gehele boek worden mensen, al dan niet bekenden van Bor, beschreven zoals Bor ze ziet. Dit gebeurt op een meestal zeer harde, en vaak ook respectloze manier. Als mensen Bor niet bevallen laat hij dit merken door een of andere rare actie uit te halen of door ze uit te schelden. Vooral jonge vrouwen en vreemde mannetjes zijn het slachtoffer. Bor wijst ze voortdurend, en soms letterlijk, op hun mankementen!

Als Bor thuiskomt (na de tramreis) moet hij, tegen zijn wil in, een potje Monopoly spelen met vader en moeder. Tijdens en na dit “incident” beschrijft Bor op respectloze wijze de leef/woon-situatie thuis en daarnaast op dezelfde manier zijn familie (=vader, moeder en broer “Peter”). Alleen voor zijn pa kan Bor uit medelijden nog een grijntje respect opbrengen. Verder heeft Bor schijt aan alles en beleeft hij zoals gewoonlijk weer een saaie dag. Hij besluit om maar weer even met zijn verrekijker naar “lekkere wijven” te gaan kijken vanuit zijn slaapkamer. De tramhalte is namelijk voor zijn huis. Wanneer Bor dit zat is gaat hij maar slapen.

 

De volgende dag verveelt Bor zich op school, zoals altijd. Ondertussen legt hij zijn gedachten uit over de mensen in zijn (nieuwe) klas, die allemaal een voor een aan de beurt komen. Bor (oftewel de schrijver) heeft voor iedereeen aparte benamingen en zijn grote woordenschat omschrijft vele, dubieuze, figuren in zijn omgeving. Niemand op school is zijn vriend (ook niet nodig) en ook ontbreekt het er aan lekkere wijven: een kut-klas dus. Goed leren en een verder “netjes” leven gaan voor onze Bor niet samen!

‘S avonds maakt Bor dan iets raars mee. Na zijn voetbaltraining gaat hij bij zijn pa langs. Deze is op een feestje voor oud-collega’s en Bor ontmoet de bloedmooie secretaresse van het bedrijf, Claudia genaamd. Naarmate de avond vorderd wordt het steeds gezelliger tussen de twee en het komt bijna tot seks. Bor slaat dit af en neemt z’n (stomdronken) pa mee naar huis. Het was een rare ervaring voor Bor, maar uiteindelijk is er niets gebeurt en weer is een dag ten einde.
De volgende ochtend, woensdag, probeert Bor de oude Kawasaki van zijn vader/broer te repareren. Dit lukt echter niet en Bor gaat samen met John de stad in om hier een beetje rond te slenteren en om mensen in de zeik te nemen. Tijdens deze “activiteiten” beschrijft Bor voortdurend de voorwerpen en mensen die hij tegenkomt en dit altijd weer op een geheel eigenwijze en respectloze manier. Dit kenmerkt het boek en maakt het zo uniek! Zo wordt er gefantaseerd over mooie en lelijke vrouwen, waarbij geen enkel lichaamsdeel onbesproken wordt gelaten. Dit leidt tot komische en soms smerige effecten. Asociaal en puberaal inzicht is de hoofdlijn! De verdere dag is overigens saai en verdwijnt in het niets.

Het is alweer donderdag als eindelijk de motor (Kawa) is gemaakt. Bor start het ding en hij rijdt erop weg. Na 2 minuten wordt hij gepakt door de politie (po-li-tie= grieks voor kankerlijers) en Bor is zijn voertuig kwijt. Hij pikt hieropvolgend dan maar een fiets. Bor is het allemaal gewend en trekt zich er niets van aan. Verder die dag valt Bor nog wat mensen lastig in de supermarkt, waar hij ook zijn vriend John tegenkomt. John heeft hier een “vakkenvul-baan” en Bor en John spreken af om zondagavond voetbal te gaan kijken. Dit was het wel zo’n beetje voor wat de donderdag betreft.

Op Vrijdag neemt Bor actie tegen 2 meisjes die hem constant achtervolgen sinds hij op de Havo zit. Bor kan hier niet tegen en hij roept de 2 meisjes (VWO-ers) bij zich. Terwijl ze hem stikverlegen naderen trekt hij z’n broek naar beneden en de meisjes rennen geschrokken weg. Bor denkt nu van de kwelgeesten af te zijn, maar dit blijkt ‘s avonds echter niet het geval te zijn.

Er is namelijk een schoolfeest en Bor is er toch, onverwachts, heengegaan. Het is saai en hij verveeld zich (zoals gewoonlijk). Een van de meisjes van vanmiddag stapt naar hem toe en maakt haar excuses voor de achtervolging. Bovendien stelt ze zich ook nog eens voor: Ruth de Kleine is de naam. Bor laat duidelijk merken dat hij niks van haar wil weten, maar de domme koe schijnt dit niet te begrijpen. Bor danst nog wat (en bekritiseerd nog wat onaangename mensen) en gaat daarna maar naar huis aan. De rest van het weekend rust Bor wat uit. Verder slentert hij door de welbekende stad en dringt hij wat biertjes. Constant laat de gedachtengang Bor’s visie op de wereld zien en vele mensen zijn hiervan het slachtoffer. Toch gaan Bor’s vrienden vaak wat verder met hun acties dan Bor. Bor accepteerd dit en wijdt dit toe aan intelligentie. Wat kan hem trouwens ook schelen allemaal!

Tot zondagavond klooit Bor maar wat aan en om 7 uur gaat de TV aan voor Studio Sport. Feyenoord wint met 3-0 van Ajax en na de wedstrijd gaan Bor en zijn vrienden weer de stad in om bier te drinken en om wat wiet te roken. Bor’ s plannen kruisen met die van de rest en Bor gaat uiteindelijk alleen naar een discotheek. Hier geilt hij op wat snollen en al gauw merkt hij dat er een smerig mokkel hem heel de tijd staat te bestuderen. Als hij het genoeg vind, loopt hij op d’r af en vertelt hij haar wat hij van d’r vindt (geen details). Hij stuurt haar daarna naar huis met de bedoeling dat ze zichzelf maar moet gaan vingeren. Het kind zegt niks meer en Bor is gelukkig van d’r af! Later krijgt Bor nog een klap van een uitsmijter en weer even later trapt hij nog een junk in elkaar. Hij pikt zijn fiets en gaat toch maar naar huis. Weer is een weekend roemloos voorbijgegleden.

Het is alweer maandag en Bor merkt een vreemde sfeer in huis op. Hij komt er al snel achter dat Peter (zijn broer) komt eten met zijn nieuwe vriendin. Bor mag de formele heks (Daphne) niet en hij betrapt haar op het ene na het andere mankement. De studeer-kut vindt zichzelf heel wat en merkt wat aan op de familie, volgens Bor. Uiteindelijk pakt hij de trut bij d’r schaamlippen en hij ritst de feeks open tot op het middenrif. Verder gluurt hij nog wat met zijn verrekijker naar de nog jonge (en nu naakte) overbuurvrouw, die vrolijk terugzwaaid. De dag eindigt met een door sperma vervuild dekbedlaken: de troep is voor ma!

Dinsdag komt Bor Ruth weer tegen en deze zeikt Bor de oren van zijn kop d.m.v. saaie verhalen en voorstellen. Ze vertelt hem ook dat ze morgen jarig en ze nodigt Bor uit voor haar feestje. Bor reageert nauwelijks en zet Ruth voor lul door gewoon weg te lopen. Hij ziet het er natuurlijk niet van komen dat hij naar haar feestje gaat en is het eigenlijk alweer bijna vergeten!
Bor brengt een bezoek aan Toon, ze hebben elkaar immers al lang niet gezien. Bor heeft veel respect voor Toon’s moeder, die altijd vrolijk en behoedzaam is. Toon’s moeder is dus een uitzonderlijk persoon in Bor’s leven! Hij praat en drinkt nog wat met Toon en pleurt daarna ook weer op. Er is weer een hoop afgezeken deze dag, maar er gebeurde eigenlijk (weer) niets. Bor fantaseert nog wat overt seks en valt daarna in een diepe, droomloze slaap.

De volgende dag, woensdag, scheurt Bor weer met de brommer naar school. Hij heeft een nieuwe, gejatte, Kawa gekregen van John. John is hier erg handig in en Bor geniet van zijn vrijheid op het ding. Na schooltijd hoort Bor van zijn moeder dat z’n vrienden zijn opgepakt. Hij gaat uit van het “Mormoon-incident”, maar vindt het gek dat hijzelf nog steeds vrij rondloopt. Bor wacht af en gaat de stad in. Hij irriteerd wat onschuldige mensen totdat hij een bekende, Mickey, tegenkomt. Via haar komt hij terecht in een oud, vies “punk-pand” waar hij overigens snel is opgerot, rare mensen.

Die avond komt het echte verhaal los wanneer Bor toch besluit om naar Ruthmekut’s feestje te gaan. Chique mensen in een nog veel chiquere wijk bepalen het uiterlijk van het feest. Eenmaal binnen zuipt Bor zich de pleurus en hij jat wat voorwerpen. Als Ruth even later naar hem toekomt gaan ze samen een kamer in. Hier drinken ze nog wat en uiteindelijk worden ze zo geil dat Bor’s eerste keer een feit lijkt te worden! Van beide kanten is er geen houwen aan en alles lijkt goed te gaan totdat het moment daar is. Dan begint Ruth opeens onbegrijpelijk te schreeuwen en stroomt er familie de kamer binnen. Wat nu en waarom?

 

Bor begrijpt er geen tering van, maar hij wordt wel (stomdronken) afgeleverd op het politiebureau, aanklacht: aanranding! Dan gebeuren er opeens nog meer rare dingen in het verhaal: zijn vrienden (ook gearresteerd) blijken niet vast te zitten vanwege de Mormonen, maar vanwege een zaakje waar ze Bor buiten hebben gehouden. Lekker is dat! Als klapper op de vuurpijl blijken ook zijn ouders, zijn broer en vele andere “vertrouwde” bekenden hem aangegeven te hebben. Dit vanwege zijn (vermeend) frequent ejaculatiepatroon. Zijn gedrag breekt hem dus op en alles lijkt als een puzzel in elkaar te vallen….alle mensen samenwerkend, met als doel: Bor kapot maken. Het verhaal heeft op het laatst nog een snelle en tevens onverwachte wending gekregen! Wie had dat kunnen denken. Bor staat er nu alleen voor en heeft niemand meer. Iedereen ken de tering krijgen en ook zijn familie kan doodvallen. Bor blijft voorlopig lekker in de cel zitten en het zal hem ook niks schelen. Krijg de pest!

Literom recensie:

Met deze opzienbarende roman maakte Joris Moens, arts en journalist, zijn debuut. In “Bor” is een intelligente jongen (16 jaar) uit een sociaal zwak milieu aan het woord. Zijn wereld is niet de middelbare school die hij met tegenzin bezoekt, maar de straat, waar hij zich met zijn leeftijdgenoten uitleeft: mensen pesten, vechten, straatroof en diefstal in warenhuizen zijn hun criminele activiteiten. Het onvergetelijke van dit boek is het taalgebruik: de keiharde, schokkende, ronduit stuitende groepstaal van criminele randjongeren. Door zijn intelligentie is de hoofdfiguur zich bewust van het hachelijke leven dat hij leidt. Zijn noodlot is dat hij zichzelf niet in de hand heeft en dat goed beseft. Hij raakt in een ernstig isolement en evolueert van kwaad tot erger. Voer voor psychologen en geslaagde literatuur, deze eigentijdse, verontrustende levensschets. Ook jongeren zullen ongetwijfeld aangesproken worden door dit boek.
Mee eens en niet mee eens:
Mee eens: “Door zijn intelligentie is de hoofdfiguur zich bewust van het hachelijke leven dat hij leidt.”
Bor is erg intelligent, hij stijgt dan ook boven zijn leeftijdsgenoten uit als het gaat om de opnamen van informatie. De leraren zien veel potentie in hem. Het enige probleem is dat bor zelf niet wilt. Hij wilt alleen maar de straat op om rond te hangen met zijn vrienden.
Ik ben het er dan ook mee eens dat Bor een hachelijk leven lijd en dit ook beseft. Alleen zelf hij niks anders.

 

Niet mee eens: “Ook jongeren zullen ongetwijfeld aangesproken worden door dit boek.”
Zelf behoor ik tot de jongeren groep, maar ik voel me dus totaal niet aangesproken tot dit boek. Dit komt voor een groot deel door het taal gebruik. Het is grof, eentonig en vaak slaat het nergens op. Vooral bij meiden heeft Bor het steeds over neuken en dat ze een keer een lesje geleerd moet worden, maar zelf heeft hij het nog nooit gedaan en wilt het ook niet doen.

Mijn mening:

Dit boek vind ik erg grof geschreven. Bor heeft voor niemand respect en als ik het verhaal zo lees snap ik eindelijk wat sommige mensen tegen jongeren hebben.

 

Het boek zelf is niet spannend, maar ook niet saai. Het verhaal verteld vlot waardoor het lekker weg leest. De woord keus is niet te moeilijk en er word ook niet veel van de omgeving omschreven. Gelukkig ben ik wel eens in Amsterdam geweest anders zou ik niet weten hoe het eruit zou zien.
Wel word er veel van de medemens omschreven. Hoe iedereen eruit ziet en vooral wat Bor ervan vind. Dit vind ik redelijk irritant, omdat ik niet de namen van alle kledingstukken weet. Maar ook vooral omdat Bor iedereen loopt af te kraken alsof hij het zo goed weet.
Ik heb dan ook meer medeleven voor alle bij figuren waar Bor en zijn vrienden op lopen te fitten dan voor Bor (de hoofdpersoon) zelf.
Zelf denk ik wel dat het een redelijk echt verhaal is. Ik kan me na het lezen en alle comotie in het nieuws best voorstellen dat echt zulke jongeren in Nederland leven.
Het verhaal is chronologisch geschreven, het is eigenlijk een klein stukje van het leven van Bor op papier gezet. Alsof je een stukje uit een film knipt en alleen dat laat zien met de nodige ondersteunende informatie.

Ivoren wachters

Schrijver:                               Vestdijk, S.
Titel:                                      Ivoren wachters
Jaar van uitgave:                  1951
Bron:                                      NRC Handelsblad
Publicatiedatum:                  07-01-1995
Recensent:                             H.Br. Corstius
Recensietitel:                         Twee moorden, wegens twee beledigingen
Taal:                                       Nederlands
Samenvatting:
Philip Corvage koopt op een septemberdag, voor de dag dat de school weer begint, okkernoten, die hijzelf hersenvoedsel noemt. Hij kraakt deze noten met zijn tanden, wat hij beter niet kan doen gezien de al miserabele staat van zijn gebit. Terwijl hij een stuk kies uitspuugt, ontmoet hij twee vrienden van en een klasgenote, Elly Temminck. Hij wordt door een aanval van kiespijn overvallen en Elly haalt hem over om naar een tandarts te gaan. Omdat de oom en voogd van Philip weigert om de tandartsenrekeningen te betalen, schrijft Philip het gedicht ‘Ivoren wachters’. De tandarts L.P. Brandt accepteert het sonnet als betaling, maar noteert wel naam en adres van Philip’s voogd. De tandarts vult dan de pijnlijke kies zonder verdoving.

 

‘s Avonds eet de zus van Philip’s voogd, oom Selhorst mee. Oom moppert op Philip. Hij is een luiwammes, strooit alleen maar met Latijnse citaten in het rond en vernielt opzettelijk zijn gebit. Selhorst vergelijkt Philip met zijn vader, die hem vroeger ooit heeft opgelicht. Vroeger was Selhorst dol op Philip, maar dat is nu heel anders. Onder het eten wordt hij woedend op Philip en stuurt hem naar zijn kamertje, waar de trouwe dienstbode Nel hem zijn avondeten brengt. Philip bekijkt oude foto’s, van zijn moeder die overleed toen hij zeven jaar oud was en van zijn vader die vier jaar geleden is overleden.
De volgende dag, een maandagmorgen, wandelt de zich werkelijk briljant voelende, net afgestudeerde leraar Nederlands, Frits Schotel de Bie met zijn verloofde, bibliothecaresse Lida Feldkamp, naar het lyceum, waar hij voor het eerst les moet gaan geven. Lida is erg nieuwsgierig naar alles wat met school te maken heeft, maar Schotel de Bie weigert haar wat te laten zien en stuurt haar weg. Heel zelfverzekerd komt hij de lerarenkamer binnen waar hij op de hak wordt genomen door twee leraressen, Lenstra en van Leeuwen. Zij voeren een absurd dialoog en leraar Fernaud doet zo goed mogelijk mee. Schotel de Bie is zwaar geïrriteerd, maar de eerste les aan klas 6A verloopt toch redelijk goed. Totdat op een gegeven moment zijn blik valt op het ‘afgebrande kerkhof’ van Philip. Hij schiet uit zijn slof en valt uit tegen Philip. Omdat Schotel de Bie toch wel het idee heeft dat hij te ver is gegaan, overlegt hij dit geval eerst met Karsten, een vroegere studievriend, en later met de rector. Hij hoort van hen, dat Philip een intelligente, gevoelige jongen is, die zelfs gedichten schrijft.
De leerlingen voelen zich zwaar beledigd omwille van Philip en zien graag dat Philip excuus eist van Schotel de Bie. Philip voelt zich echter allerminst beledigd door deze aanval, alleen wel door het cliché van de uitspraak, hij had wat beters verwacht van een leraar Nederlands.
Na schooltijd verteld Schotel de Bie aan Lida, zijn verloofde, van zijn alles verslaande succes als leraar. Karsten die er ook bij is, roert het onderwerp ‘de dichter’ aan, wat Schotel de Bie uit zijn humeur brengt. Lida constateert dat hij een gebrek aan humor heeft.
‘s Avonds bij Philip thuis heeft Selhorst een bijzonder goede bui. Hij heeft Nel Philip’s kamer op laten ruimen, wat hij eerst verboden had, en oom beloofd dat, als het kerstrapport van Philip goed is, hij dan wat aan zijn gebit mag laten doen.
Philip gaat na het eten met een smoes op weg naar het huis waar hij ‘s middags Schotel de Bie naar binnen heeft zien gaan. Het blijkt het huis van Lida te zijn. Als ze samen naar de kamer van Schotel de Bie lopen, krijgt Lida het verhaal van het ‘afgebrande kerkhof’ te horen. Lida is zeer geschokt en vind het redelijk dat Philip excuses eist van Schotel de Bie. Deze weigert echter Philip te ontvangen. Lida kiest partij voor Philip en samen wandelen ze terug. Ondertussen vertelt Philip dat hij zich niet eens beledigd voelt, en dat hij de ruzie van Lida en Schotel de Bie een prachtige mop vind. Lida voelt zich beledigd, maar toch praten ze heel prettig met elkaar. Als Philip het een en ander over zijn thuis heeft verteld, over zijn opvliegerige oom die hem uitscheld voor oplichter, laat Lida Philip beloven, dat nooit meer te nemen. Ze nemen afscheid met een lange kus, waar Philip erg van overhoop is omdat hij nog nooit gezoend heeft. Hij schaamde zich voor zijn dentistische puinhopen.
Als Philip thuiskomt moet hij direct naar zijn oom komen. Selhorst heeft een brief gekregen van de tandarts L.P. Brandt. Het sonnetverhaal wordt uit de doeken gedaan, en Selhorst barst van woede. Als oom Philip’s vader weer eens uitmaakt voor oplichter, kan Philip zich niet langer inhouden en valt hem aan. Hij probeert hem te wurgen. Nel komt de kamer binnen op het lawaai dat ontstaat en verzekert Philip dat hij oom niet vermoord heeft, hoewel hij er wat vreemd bijligt op de grond. Hij heeft gewoon weer een beroerte gehad.
Philip verlaat daarop het huis om zijn tante en de dokter te waarschuwen. Hij voelt zich de hoofdrol speler in een klassiek tragedie. Daarna gaat hij naar het huis van Lida en stelt haar voor om met hem te vluchten. Immers, had zij hem niet gekust, had hij nooit de moed gehad om zijn oom aan te vallen. Zij echter lacht hem uit. Philip voelt zich op zijn hart getrapt en gaat weg. Philip loopt nu naar het huis van Nel, die inmiddels thuis is. Nel vertelt hem dat de dokter geen sporen van wurging heeft ontdekt. Ze omhelzen elkaar stevig. Dan komt Piet, man van Nel, thuis. Ze drinken gedrieën wat en als Philip dronken is, zal Piet hem thuisbrengen. Buiten verteld Piet dat de politie achter Philip aanzit. Als ze langs een kanaal rijden, mindert Piet vaart en duwt Philip uit de auto het kanaal in.
Dinsdagmorgen hoort Schotel de Bie dat Philip Corvage zelfmoord heeft gepleegd. Philip’s oom is juist van schrik overleden. Schotel de Bie is behoorlijk overstuur. Na de pauze biedt hij zijn excuses aan aan klas 6A, wat hij als een ware heldendaad ziet. Lida denkt hier heel anders over. Als Schotel de Bie na schooltijd bij haar langs wil gaan, is ze vertrokken. Ze heeft een lange brief geschreven waarin ze schrijft alsnog te gaan studeren en dat Schotel de Bie niet bij haar past. Philip zal altijd tussen hen in blijven staan.
In de epiloog wordt de teloorgang van Schotel de Bie getekend. Alles mislukt, in niets is hij meer goed. Fernaud oppert het idee dat er totaal geen sprake was van zelfmoord, maar van een dubbele moord. Men besluit de zaak verder maar te laten rusten.
Literom recensie:
Een gebergte in de Nederlandse literatuur Is het oeuvre van S. Vestdijk wel genoemd. Van zijn tweeënvijftig romans horen er heel wat tot de pieken in dat gebergte. H.Br. Corstius en Maarten ”t Hart herlezen er ieder zesentwintig en doen om beurten verslag van hun ervaring. Vandaag: Ivoren Wachters (1951) In een roman snijden twee levenswegen elkaar. In deze roman duurt die snijding maar 50 minuten, één schooluur. Er wordt maar één zin uitgesproken, namelijk: “Zeg, hé, hou je afgebrande kerkhof ”n beetje voor je, zeg!” Dat is al. Na dit schooluur en na deze zin zien de twee hoofdpersonen elkaar niet meer. De bezitter van het afgebrande kerkhof is de 19-jarige gymnasiast Philip. De haag zijner tanden is geheel verrot en hij kan dan ook nooit zijn mond houden. Hij is een orator, vol Latijnse citaten (zoals Kees van Kooten in zijn creatie van leraar Oude Talen; de leraar Nederlands in dit boek heet De Bie) en een dichter, van het sonnet ”Ivoren wachters van ”t maagdarmkanaal” dat hij ter betaling aan een tandarts aanbiedt. Philip woont bij een oude Zegger van het ”afgebrande kerkhof is de pas beginnende leraar Nederlands, die voor zijn eerste les in de zesde klas een prachtig college heeft voorbereid, waarin hij wordt gestoord door de openhangende fietsenstalling van Philip. Hij weet dat hij met dat kerkhof te ver is gegaan. Hij praat er met de rector over. Maar hij verdomt het om, zoals zijn verloofde vraagt, de leerling zijn excuus aan te bieden. Philip is niet echt beledigd, maar hij gaat de leraar zoeken en vindt diens verloofde. Zij komt aan zijn kant te staan en ziet haar besnorde verloofde in een ander licht. Een brief van de tandarts die met het sonnet geen genoegen neemt, maakt Philips oom razend. Hij zegt de volzin die Philip wel beledigt: “Je vader was ”n oplichter.” Neef slaat oom. Die krijgt een beroerte. De dienstmeid, die dit zag, stuurt Philip om de dokter en geeft voor alle zekerheid haar nare oude baas nog een mep met zijn eigen wandelstok. Deze sterft. Philip heeft die nacht een tweede ontmoeting met de verloofde van zijn leraar. Driemaal wordt Philip dat etmaal gezoend. Een keer door een schoolvriendinnetje. Een keer door de verloofde. Een keer door de dienstmeid, die hij bij haar thuis opzoekt. Haar echtgenoot gooit de gymnasiast, uit jaloezie en om de ware toedracht van ooms dood te verhullen, in het water. Philip verdrinkt. Dit wordt als zelfmoord gezien. De leraar probeert een mooie rol te spelen door bij de klas zijn excuses aan te bieden voor zijn belediging. Zijn verloofde verbreekt de verloving en we zien de leraar zachtjes maar zeker naar zijn ondergang dalen. Een drakig verhaal, zult u zeggen. Twee dooien, vanwege twee beledigingen. Maar het levert een prachtroman, een van de ontspannendste die Vestdijk schreef. Na zijn gijzelaarschap en een depressie schreef hij de roman in mei en juni van 1944 “om er weer in te komen”. Het gebit is het hele boek door het thema. Op elke pagina vind je een tand, een kies, een kaak. een kauw, een mond. In gedrukt Nederlands komt het woord mond één keer voor op de 6.600 woorden. In romans komt mond één keer op de 2.400 woorden voor. In dit boek één keer op de 600. En daarnaast nog: bek, kakement, smoel, muilkorf en ”het dubbele amfitheater der tanden”. Voor elke tandarts, tandepeuter, kiezentrekker, tandenfrik, tandsteenhouwer, cementbediende is de roman vakliteratuur. Voor latinisten (gelukkig staan de Latijnse citaten achterin vertaald) en Neerlandici (Van Boendale is de vrouwenhatende Vlaam waar de leraar op wil promoveren, plus sporen van Tollens, Bilderdijk, Bordewijk, Van Effen) ook, maat voor iedere lezer is het een genot om te zien hoe Vestdijk in dit tussendoortje de twee sferen van een scholier tot snijding brengt: zijn ooms huis met de dienstmeid, de tante en de herinneringen aan zijn ouders, en de schoolwereld, met de rector de leraren en de klas. De verloofde is eindelijk een sympathieke vrouw in een moderne Vestdijk-roman. Zoals Caligula in De nadagen van Pilatus, zoals de landheer in Iersche Nachten, zoals de verlopen Britse aristocraat in Puriteinen en Piraten, zoals de duivel in De kelner en de levenden, zo houdt Philip aan het einde van het boek, en aan het eind van zijn leven, een briljante, superieure speech, die door de toehoorders van dat moment niet geheel op prijs wordt gesteld. In zijn tientallen treffende observaties, zoals deze over het effect van een groet: “Na een groet kijkt men koel en bevreemd, strak monumentaal een tikje opgelucht, de dwaze figuur, die iedere groet in wezen is, herstellend en tot evenwicht brengend; in deze randzone der groetloosheid, deze dode ruimte, deze fading van de radiogolven der omgangsvormen, stond hij nu.” De waarheid over de dood van de oom en de dood van de neef komt officieel niet aan het licht. Maar in de leraarskamer geeft een leraar precies aan hoe het volgens hem gegaan moet zijn. Hij gist dat de dienstmeid een tik met de stok heeft gegeven en dat haar man Philip heeft verdronken. Waarom heb je dat niet aan de politie verteld? vraagt de rector. Zouden we de jongen daarmee terughebben? Al had je tien moordenaars achter de tralies gestopt, die jongen bleef dood, antwoordt de leraar. “Da”s waar”, glimlachte de rector, “maar het is wel erg eenzijdig geredeneerd. Je mag de res publica niet uit ”t oog verliezen.” De rector mag ook graag een Latijns woord laten vallen.

Mee eens en niet mee eens:

Mee eens: “Twee dooien, vanwege twee beledigingen.”
Philip is twee keer beledigd. Het grappige is dat de eerste belediging hem niks uitmaakte en toch is hij er aan dood gegaan. Doordat meneer de Bie hem beledigd had is hij met de vrouw van meneer de Bie in contact gekomen. Die heeft hem gezegd dat Philip zich niet zo moest laten behandelen door zijn oom. Hierdoor heeft hij zijn oom een klap gegeven toen deze hem echt beledigden.
Ik ben het dus met de uitspraak eens.

 

Niet mee eens: “zo houdt Philip aan het einde van het boek, en aan het eind van zijn leven, een briljante, superieure speech,”
Ik ben het hier niet mee een omdat ik het geen mooie speech vond. Het was gewoon weer een van zijn gedichten. Ik vond het gedicht niet goed omdat hij eigenlijk steeds hetzelfde zegt maar dan steeds met andere woorden of hij gebruikt synoniemen. Er zat helemaal geen vaart in.
Mijn mening:
Om te beginnen vond ik het boek vreselijk om te lezen.
Eerlijk gezegd vind ik lezen best leuk en heb ik tot nu toe nog nooit meegemaakt dat ik me echt verplicht door een boek heen moest worstelen.

 

Wanneer er actie in het verhaal zat (er gebeurde dingen of gesprekken werden gevoerd) vond ik het boek best te lezen. Vooral het stuk dat Corvage naar Lida gaat om te vertellen dat zijn oom een hartaanval heeft gekregen vond ik boeiend om te lezen vergeleken met de rest van het verhaal. Omdat er iets gebeurde en af en toe zat er nog humor in dat gesprek.

 

De stukken waarin Philip Corvage het over zijn dichtwerk heeft of over iets anders persoonlijks verteld laat me ijs koud. Ook aan het latijn ergerde ik me vreselijk. Die stukken waren vooral langdradig en vreselijk moeilijk om te lezen en te begrijpen waar hij het überhaupt over heeft. Ik vond het oninteressant om te lezen.

 

Het het viel me op dat Philip veel slimmer en bij de hanter is dan zijn leeftijdsgenoten. Hij praat veel op het niveau van een volwassenen en handelt soms met de verstandigheid van een volwassenen (vooral als zijn oom tegen hem tekeer gaat.) Ook laat het hem koud wat mensen over hem denken.
Dit brengt een hoge woordenschat teweeg in het verhaal waarbij het soms lijkt alsof ik een engels boek lees (zoveel woorden die ik niet begrijp). Dit maakt het verhaal erg moeilijk om te lezen.

 

Ik vond het op zich geen spannend verhaal. Doordat de moeilijke stukken en het latijn, het plezier van het lezen weg haalde. Ik was veel te veel bezig met me aandacht erbij houden en te bedenken wat Philip of Schotel de Bi bedoelde.
Wel vond ik het verhaal realistisch, het gedrag van sommige leraren en leerlingen in het boek herken ik ook terug in mijn school leven.

 

De gebeurtenissen op het eind van het boek, had ik niet verwacht. Ik vind het een aparte afloop en sneu voor Philip Corvage. De makkelijkheid waarmee de Piet, de man van Nel, philip in het kanaal duwt heeft wel indruk op me gemaakt.
Hierdoor heeft het verhaal wel een gesloten eind doordat er aan het leven van Philip een eind is gemaakt.
Zelf vond ik Philip met zijn gedichten en taalgebruik te irritant om met hem mee te kunnen leven.

 

Het verhaal verteld ook over schotel de Bi. Ik vind hem een vreselijke leraar waar geen flexibiliteit in zit. Ook uit de andere leraren blijkt dat ze hem niet aardig vinden.
Hij is erg met zichzelf ingenomen,  vind zichzelf enorm goed en denkt dat hij alles voor elkaar heeft. Hierdoor begaat hij langzaam de ene vergissing na de andere in een poging zijn waardigheid te behouden. Deze vergissingen leiden er alleen maar toe dat hij zijn waardigheid verliest.
Nadat hij hoorde dat Philip vermoedelijk zelfmoord heeft gepleegd dezelfde dag dat hij Philip voor ‘afgebrand kerkhof‘ had uitgescholden en hoort dat zijn echtgenote hem verlaat stort hij emotioneel helemaal in elkaar.

 

Ik vond het erg laaghartig hoe hij met zijn medemensen omgaat waardoor ik ook met hem niet erg meeleef.

Ex-Drummer

Schrijver:                                Brusselmans, Herman
Titel:                                       Ex drummer
Jaar van uitgave:                    1994
Bron:                                      Open Boeken
Publicatiedatum:                    01-11-2001
Recensent:                             Luc De Geyter
Recensietitel:                         Ex-drummer
Taal:                                       Nederlands

Samenvatting
Het ik-personage wordt door drie gehandicapte mannen gevraagd om samen met hen een rockgroep te beginnen en deel te nemen aan een prijskamp. Ze noemen hun band « The Feminists », een groep waarin alle leden een handicap hebben. De bassist heeft een stijve arm, de zanger slist, de tweede gitarist is bijna doof en het ik-personage is de drummer, zijn handicap is dat hij niet kan drummen. Als ze bekend maken welke liedjes ze gaan spelen, blijkt één liedje dezelfde titel te hebben als dat van een concurrerende band, en die willen hun lied niet veranderen. Als het ik-personage met de leider van die groep gaat praten, schrijft hij ineens voor hen een nieuw lied, waarna iedereen tevreden is. Behalve het hoofdpersonage zelf dan, want later in het verhaal komt dit lied in de top dertig. Voor ze aan de prijskamp kunnen beginnen wisselen ze regelmatig van roadie, want telkens weer bleek het een homo te zijn, en het ik-personage wou met homo’s zo weinig mogelijk te maken hebben. Als ze dan eindelijk deelnemen winen ze nog ook. Maar als de anderen van de groep door willen gaan met concerten geven, besluit het hoofdpersonage op te stappen. Het ik-personage is geen drummer meer, De Geyter en de moeder van Vanderbeeck sterven. Verder wordt de groep die eerst nogal wat succes had, na het verdwijnen van de drummer niets meer
Literom recensie:
De grootste levende Vlaamse schrijver krijgt bezoek van een vreemd trio met een nog vreemder verzoek. Zij willen dat hij drummer wordt van de band die ze gaan oprichten en die heel bijzonder zal zijn omdat elk lid een handicap heeft. De zanger slist, de bassist heeft een stijve arm, de gitarist is potdoof. De enige die niet voor de vuist weg een handicap kan geven is de verteller zelf, maar gelukkig stemmen de anderen ermee in dat niet kunnen drummen een ernstige tekortkoming voor een drummer is. De band wil bovendien in alles een unicum hebben: de zanger heeft in de gevangenis gezeten wegens geweldpleging tegen vrouwen, de bassist is homo, de gitarist getrouwd en vader. Het feit dat de verteller beroemd is, maakt ook hem uniek binnen de bandleden. Wat hem ook tamelijk exclusief maakt is dat zijn vrouw Lio ongelooflijk mooi en aantrekkelijk is en dat zij heel veel van elkaar houden. Zo raakt de minister van Hygiëne, zelf met een niet onaardige dame gehuwd, helemaal in de ban van Lio en hij wil absoluut een afspraakje met haar maken. En al heeft het glorieuze koppel geen bezwaren tegen triootjes, ze voelen er weinig voor om zich met de minister in te laten.
De eerste repetities van The Feminists (lichtelijk ironisch gekozen naam voor de groep) verlopen bijzonder vlotjes, hoewel de drums niet slecht genoeg waren. De moeder van de bassist komt zich steeds met de band bemoeien en zal zich uiteindelijk opwerpen tot manager van de groep. Wanneer het verwaarloosde dochtertje van de gitarist doodgaat, stort die in en belandt hij in een afkickcentrum. Een vervanger wordt het nieuwe vriendje van de bassist die niet slecht op de gitaar speelt. Het hoogtepunt voor The Feminists wordt het allereerste rockconcours georganiseerd in Sleidinge. Binnen de filosofie van de groep zal het ook hun enige optreden worden. Wellicht tot niemands verbazing winnen zij de wedstrijd, omdat ze alle andere deelnemers moeiteloos overklassen. De enige band waarvan nog enige concurrentie te vrezen valt heet ‘Harry Mulisch’, waarvan de zanger Dikke Lul zijn naam letterlijk noch figuurlijk heeft gestolen. Het exhibitionistische gedrag van de vocalist breekt hem zuur en vooral pijnlijk op als hij bij het dichtritsen van zijn broek het tweede deel van zijn naam tussen de tanden van de rits klemt. De gevolgen zijn desastreus, want zijn monsterlijke lid wordt daarna nog groter omdat er wild vlees begint te groeien op de wonde. In al zijn behulpzaamheid weet de verteller echter een oplossing die zowel hem als Dikke Lul ten goede zal komen. Een van de meisjes waarmee hij en Lio wel eens de lakens deelden, blijft hem opbellen. Zij maakt een scriptie over collectief verdriet, maar het valt haar niet makkelijk om mensen te laten antwoorden op de vraag wat ze dachten toen ze hoorden dat koning Boudewijn overleden was. Hij vertelt haar het gefantaseerde verhaal over de koning van Siam, uitvinder van het cynisme. Die koning is een bijzonder mens, maar heeft een ongelukkig liefdesleven omdat hij zo bijzonder groot geschapen is en wanneer de verteller Kristien voorstelt om haar te introduceren bij de koning van Siam, hapt ze onmiddellijk toe. Hij neemt haar mee naar Dikke Lul, die haar verkracht. Kristien belandt eerst in het ziekenhuis, daarna in de psychiatrie.
Ook het hoofdstuk The Feminists blijkt niet afgesloten, want na het succes in Sleidinge wil de groep verder gaan. Dat bevalt de verteller niet, maar zijn plaats wordt onmiddellijk ingenomen door nog een ander vriendje van de bassist. De zanger van de groep, Koen De Geyter, heeft een verhouding gehad met de moeder van de bassist (Verbeeck), maar die is afgelopen. Zij was de enige vrouw die hij niet mishandelde – zijn afwijking was psychologisch en ingegeven door televisiebeelden van concentratiekampen, waardoor hij naakte vrouwen steeds ging associëren met geweld op die vrouwen -, omdat ze hem deed denken aan de kampbewakers en ze zelfs de aangepaste uniformen daarvoor had. Haar man, een ex-sergeant en schietinstructeur, werd door het leger met rust gestuurd omdat er steeds op hem geschoten werd. Nu is hij de gevangene van zijn vrouw, die hem voortdurend in een dwangbuis opgesloten houdt. De Geyter is ook zijn plaats in de groep kwijt.
De verteller roept de hulp in van De Geyter om wraak te nemen op moeder Verbeeck. Ze bevrijden de man uit zijn dwangbuis en de verteller steekt De Geyter in de rug, “omdat ik iets heb tegen kale klootzakken”. Wanneer Verbeeck en zijn moeder thuiskomen, wacht de vader hen op en schiet hij zijn echtgenote en zichzelf dood. Intussen loopt de minister van Hygiëne nog ongestraft rond, de verteller en Lio beramen een plannetje. Zij zal met hem gaan dineren en zich laten meetronen naar zijn huis, maar ze draagt een microfoon met zendertje. Op het cruciale moment valt de verteller binnen en verbrijzelt de minsteriële voet met een koevoet. Sabine, de gekwelde echtgenote van de minister, zoekt zelf het gezelschap van het schitterende paar op en na een geweldig partijtje vrijen met zijn drieën en een gesprek waaruit ook de afwijkende seksuele voorkeuren van haar echtgenoot blijken, besluit men de kerel een koekje van zijn eigen deeg te geven. Hij houdt van een variant van wurgseks, waar plastic zakjes bij te pas komen, maar zal zelf stikken als Sabine vertikt de zak tijdig los te maken. Officieel overlijdt hij aan een hartstilstand.
Het verhaal eindigt zoals het begonnen is: de verteller en Lio kijken geboeid naar Het Rad van Fortuin en liggen daarna samen in bed.

 

Bespreking
Het cynisme uit de vorige delen van de ‘ex’-trilogie wordt hier gewoon voort gezet. “Ik ben zo cynisch omdat ik zo geboren ben, denk ik. [...] Niet cynisch zijn lijkt me trouwens een geestelijke toestand waar je op den duur gek van wordt.” Voor dat cynisme geeft hij ook een uitleg aan het meisje Kristien, voor wie hij het verhaal van de koning van Siam verzint en permanent uitbreidt. De uitleg voor het ontstaan van het cynisme baseert hij op een bijzonder kromme redenering, maar omdat het wicht het niet aandurft te twijfelen aan de beweringen van de verteller, slikt ze het verhaal als zoete koek. Cynisch is ook de vaststelling dat de losers die de band vormen, allemaal werkloze universitairen zijn. Twee van hen hebben psychologie gestudeerd en liggen danig met zichzelf en hun seksualiteit in de knoop. Echt goed komt het trouwens niet met die psychologen, alleen de dove Van Dorpe heeft aan het einde van de roman betere perspectieven, omdat hij, nadat hij afgekickt is, als enige van de bende door de verteller gesteund wordt. Weliswaar is hij op dat ogenblik én zijn vrouw én zijn dochtertje kwijt. Dat eerste lijkt een goede zaak, want Van Dorpes vrouw behoort tot het slag dat de verteller niet aantrekkelijk vindt. Cynischer is dat de dood van het kind door de verteller ook als niet slecht wordt ervaren, omdat het toch geen liefde kreeg. Hij had trouwens al gesuggereerd dat hij het meisje had kunnen helpen door het te wurgen.
Meten met een dubbele standaard behoort ook tot de geplogenheden van de verteller. Even kort op een rijtje: de minister is een smeerlap, want hij begluurt Lio en “leek per se te willen ontdekken of ze wel of niet een slipje droeg”. Twee bladzijden eerder verklaart de verteller zelf: “Ik vergat na te gaan of ze een slipje aanhad of niet. Soms vergeet ik het.” De triootjes die Lio en hij met andere vrouwen hebben, zijn normaal; wanneer Sabine (de ministersvrouw) zegt dat haar man anderen mee naar huis nam, is dat verwerpelijk. Als het op geweld aankomt, dan is dat altijd verkeerd, behalve wanneer het door de verteller wordt gepleegd. De deelnemers aan het Rad van Fortuin zijn debielen, de verteller en Lio zeer trouwe kijkers. Zelfs in de relatie moeder-zoon heerst die dubbelzinnigheid. Over de eigen (overleden) moeder valt geen kwaad woord, maar twee van de andere bandleden hebben hun handicap precies aan de dominantie van hun moeder te wijten. Bij hen leidde de moederbinding onmiskenbaar tot frustraties, want Van Dorpe is pas doof geworden nadat hij aan de slaapkamerdeur van zijn moeder luisterde terwijl zij zich in bed bevond met een
andere man. Verbeeck koestert bewondering voor zijn moeder die in zijn plaats beslissingen neemt, maar hij mijdt andere vrouwen en zoekt seksuele bevrediging bij andere mannen. Zijn stijve arm dateert van het ogenblik dat zijn moeder hem betrapte bij het masturberen. Wanneer je de lijn doortrekt, kan je ook de schuld voor de dood van Van Dorpes kind aan de moeder toeschrijven.
De obligate herhalingen ontbreken niet in ‘Ex-drummer’. De vrouwen die bekend zijn evenmin: “Phoebe, Gloria, mijn moeder, de drie godinnen van mijn leven”. De band ‘Harry Mulisch’ wordt reeds vermeld in ‘Ex-minnaar’. Een zichzelf voortdurend herhalend thema is ook het Werk van Herman Brusselmans en de verwijzingen daarnaar zijn legio. Overal waar de verteller zich vertoont wordt hij aangeklampt door mensen die zijn boeken gelezen hebben en hem daar op attent willen maken. Men herkent hem ook van de televisie en zoals het een BV betaamt, ergert hij zich daaraan en pretendeert hij daarom een ander te zijn. Leuk is wel dat Brusselmans de titels van zijn vorige meesterwerken hier ook vervat in de nummers van een andere deelnemende band aan de rockwedstrijd van Sleidinge. Lets Kuttekrap speelt volgende nummers: Gorgeous Eyes, Diary of a Tired Egoist, Fly For Me, The Senseless Sailing en The Beautiful Puking Girl. Ze hebben helemaal geen succes, integendeel. Niet iedereen kan van zulke titels meesterwerken maken.
De drie delen van de ‘ex-trilogie’ apart beschouwend, valt de stilistische verscheidenheid wel op. In ‘Ex-schrijver’ wordt op een bijna overdreven manier beschreven, zodat de stijlfout ‘woordovertolligheid’ verheven wordt tot stijlfiguur. In ‘Ex-minnaar’ val je binnen het gewone Brusselmansproza, d.w.z. de gekende plastische taal die hem zo eigen is, aangevuld met de noodzakelijke oneliners. In ‘Ex-drummer’ worden de hoofdstukken in korte scènes gehakt, zodat het ritme verandert. Oneliners leveren soms stof tot nadenken, al vinden veel recensenten de diepzinnigheden die Brusselmans poneert nogal oppervlakkig.

Mee eens en niet mee eens:

Mee eens: “Cynisch is ook de vaststelling dat de losers die de band vormen, allemaal werkloze universitairen zijn.”
Ik ben het hier mee eens omdat iedereen in de band gestoord is. twee hebben psychologie gestudeerd maar hebben zelf grote psychologische problemen. Door hun manier van doen wekken allemaal de indruk dat het niet goed zal komen aan het eind van het verhaal
Niet mee eens: “De uitleg voor het ontstaan van het cynisme baseert hij op een bijzonder kromme redenering”.
Ik ben het hier niet mee een omdat de uitleg geen “kromme redenering” is.
Er zit namelijk niet eens een redenering achter. De verteller verzint het allemaal en doet zo alsof er een redenering achter zit. In werkelijkheid is het bijna een losstaand verhaal opzich.

Mijn mening:

Om te beginnen vind ik het een apart boek. Ik vond het een vervelend psygologisch boek en vooral de stukken waarbij hij over de koning van siam vertelde aan Kristien waren erg langdradig. Veel spanning zat er ook niet in.

 

Wat me duidelijk opviel was dat de ik-persoon en zijn vrouw Lio iedereen een klootzak vinden. Maar zelf is de ik-persoon de grootste klootzak.
Zelf ben ik gelukkig nog nooit met dat soort mensen in aanraking gekomen maar ze zullen er ongetwijfeld zijn, daarom denk ik dat het verhaal redelijk realistisch is geschreven.

 

De uitbarstingen (zoals toen hij zijn eigen drumstel kapot sloeg toen hij hoorde dat de bent doorging maar hij niet door wilde) verrassen me wel.  Ik vind ze onrechtvaardig.

 

Ik kon niet met de ik-persoon (hoofdpersoon) meeleven. Ook kon ik zijn gedachtegang niet echt volgen. Ik vond het moeilijk om me in de hoofdpersoon te verplaatsen.

 

Het taalgebruik was erg grof. Er word bijna op elke pagina wel één of twee keer gescholden of gevloekt.

 

Het stuk dat ze de minister van hygiëne gingen terug pakken heeft wel indruk op me gemaakt. Daarbij vond ik de klap met de koevoet op zijn voet het minste wat hij verdiende.
Ook het stuk waarbij hij samen met de Geyter inbrak in het huis van verbeek en zijn vader bevrijde uit de dwangbuis. Waarna de ik-persoon een mes in de rug van de geyter stak.
Later hoorde de ik-persoon dat de vader van Verbeek (die ze hadden bevrijd) zichzelf en de moeder van Verbeek dood schoot op die zelfde dag.

 

Het verhaal was niet moeilijk om te lezen maar een leuk verhaal was het niet. Er zit weinig gevoel en de afloop is niet erg spannend. Het enige waar de ik-persoon om geeft is zijn vrouw en zichzelf.