Ivoren wachters

Schrijver:                               Vestdijk, S.
Titel:                                      Ivoren wachters
Jaar van uitgave:                  1951
Bron:                                      NRC Handelsblad
Publicatiedatum:                  07-01-1995
Recensent:                             H.Br. Corstius
Recensietitel:                         Twee moorden, wegens twee beledigingen
Taal:                                       Nederlands
Samenvatting:
Philip Corvage koopt op een septemberdag, voor de dag dat de school weer begint, okkernoten, die hijzelf hersenvoedsel noemt. Hij kraakt deze noten met zijn tanden, wat hij beter niet kan doen gezien de al miserabele staat van zijn gebit. Terwijl hij een stuk kies uitspuugt, ontmoet hij twee vrienden van en een klasgenote, Elly Temminck. Hij wordt door een aanval van kiespijn overvallen en Elly haalt hem over om naar een tandarts te gaan. Omdat de oom en voogd van Philip weigert om de tandartsenrekeningen te betalen, schrijft Philip het gedicht ‘Ivoren wachters’. De tandarts L.P. Brandt accepteert het sonnet als betaling, maar noteert wel naam en adres van Philip’s voogd. De tandarts vult dan de pijnlijke kies zonder verdoving.

 

‘s Avonds eet de zus van Philip’s voogd, oom Selhorst mee. Oom moppert op Philip. Hij is een luiwammes, strooit alleen maar met Latijnse citaten in het rond en vernielt opzettelijk zijn gebit. Selhorst vergelijkt Philip met zijn vader, die hem vroeger ooit heeft opgelicht. Vroeger was Selhorst dol op Philip, maar dat is nu heel anders. Onder het eten wordt hij woedend op Philip en stuurt hem naar zijn kamertje, waar de trouwe dienstbode Nel hem zijn avondeten brengt. Philip bekijkt oude foto’s, van zijn moeder die overleed toen hij zeven jaar oud was en van zijn vader die vier jaar geleden is overleden.
De volgende dag, een maandagmorgen, wandelt de zich werkelijk briljant voelende, net afgestudeerde leraar Nederlands, Frits Schotel de Bie met zijn verloofde, bibliothecaresse Lida Feldkamp, naar het lyceum, waar hij voor het eerst les moet gaan geven. Lida is erg nieuwsgierig naar alles wat met school te maken heeft, maar Schotel de Bie weigert haar wat te laten zien en stuurt haar weg. Heel zelfverzekerd komt hij de lerarenkamer binnen waar hij op de hak wordt genomen door twee leraressen, Lenstra en van Leeuwen. Zij voeren een absurd dialoog en leraar Fernaud doet zo goed mogelijk mee. Schotel de Bie is zwaar geïrriteerd, maar de eerste les aan klas 6A verloopt toch redelijk goed. Totdat op een gegeven moment zijn blik valt op het ‘afgebrande kerkhof’ van Philip. Hij schiet uit zijn slof en valt uit tegen Philip. Omdat Schotel de Bie toch wel het idee heeft dat hij te ver is gegaan, overlegt hij dit geval eerst met Karsten, een vroegere studievriend, en later met de rector. Hij hoort van hen, dat Philip een intelligente, gevoelige jongen is, die zelfs gedichten schrijft.
De leerlingen voelen zich zwaar beledigd omwille van Philip en zien graag dat Philip excuus eist van Schotel de Bie. Philip voelt zich echter allerminst beledigd door deze aanval, alleen wel door het cliché van de uitspraak, hij had wat beters verwacht van een leraar Nederlands.
Na schooltijd verteld Schotel de Bie aan Lida, zijn verloofde, van zijn alles verslaande succes als leraar. Karsten die er ook bij is, roert het onderwerp ‘de dichter’ aan, wat Schotel de Bie uit zijn humeur brengt. Lida constateert dat hij een gebrek aan humor heeft.
‘s Avonds bij Philip thuis heeft Selhorst een bijzonder goede bui. Hij heeft Nel Philip’s kamer op laten ruimen, wat hij eerst verboden had, en oom beloofd dat, als het kerstrapport van Philip goed is, hij dan wat aan zijn gebit mag laten doen.
Philip gaat na het eten met een smoes op weg naar het huis waar hij ‘s middags Schotel de Bie naar binnen heeft zien gaan. Het blijkt het huis van Lida te zijn. Als ze samen naar de kamer van Schotel de Bie lopen, krijgt Lida het verhaal van het ‘afgebrande kerkhof’ te horen. Lida is zeer geschokt en vind het redelijk dat Philip excuses eist van Schotel de Bie. Deze weigert echter Philip te ontvangen. Lida kiest partij voor Philip en samen wandelen ze terug. Ondertussen vertelt Philip dat hij zich niet eens beledigd voelt, en dat hij de ruzie van Lida en Schotel de Bie een prachtige mop vind. Lida voelt zich beledigd, maar toch praten ze heel prettig met elkaar. Als Philip het een en ander over zijn thuis heeft verteld, over zijn opvliegerige oom die hem uitscheld voor oplichter, laat Lida Philip beloven, dat nooit meer te nemen. Ze nemen afscheid met een lange kus, waar Philip erg van overhoop is omdat hij nog nooit gezoend heeft. Hij schaamde zich voor zijn dentistische puinhopen.
Als Philip thuiskomt moet hij direct naar zijn oom komen. Selhorst heeft een brief gekregen van de tandarts L.P. Brandt. Het sonnetverhaal wordt uit de doeken gedaan, en Selhorst barst van woede. Als oom Philip’s vader weer eens uitmaakt voor oplichter, kan Philip zich niet langer inhouden en valt hem aan. Hij probeert hem te wurgen. Nel komt de kamer binnen op het lawaai dat ontstaat en verzekert Philip dat hij oom niet vermoord heeft, hoewel hij er wat vreemd bijligt op de grond. Hij heeft gewoon weer een beroerte gehad.
Philip verlaat daarop het huis om zijn tante en de dokter te waarschuwen. Hij voelt zich de hoofdrol speler in een klassiek tragedie. Daarna gaat hij naar het huis van Lida en stelt haar voor om met hem te vluchten. Immers, had zij hem niet gekust, had hij nooit de moed gehad om zijn oom aan te vallen. Zij echter lacht hem uit. Philip voelt zich op zijn hart getrapt en gaat weg. Philip loopt nu naar het huis van Nel, die inmiddels thuis is. Nel vertelt hem dat de dokter geen sporen van wurging heeft ontdekt. Ze omhelzen elkaar stevig. Dan komt Piet, man van Nel, thuis. Ze drinken gedrieën wat en als Philip dronken is, zal Piet hem thuisbrengen. Buiten verteld Piet dat de politie achter Philip aanzit. Als ze langs een kanaal rijden, mindert Piet vaart en duwt Philip uit de auto het kanaal in.
Dinsdagmorgen hoort Schotel de Bie dat Philip Corvage zelfmoord heeft gepleegd. Philip’s oom is juist van schrik overleden. Schotel de Bie is behoorlijk overstuur. Na de pauze biedt hij zijn excuses aan aan klas 6A, wat hij als een ware heldendaad ziet. Lida denkt hier heel anders over. Als Schotel de Bie na schooltijd bij haar langs wil gaan, is ze vertrokken. Ze heeft een lange brief geschreven waarin ze schrijft alsnog te gaan studeren en dat Schotel de Bie niet bij haar past. Philip zal altijd tussen hen in blijven staan.
In de epiloog wordt de teloorgang van Schotel de Bie getekend. Alles mislukt, in niets is hij meer goed. Fernaud oppert het idee dat er totaal geen sprake was van zelfmoord, maar van een dubbele moord. Men besluit de zaak verder maar te laten rusten.
Literom recensie:
Een gebergte in de Nederlandse literatuur Is het oeuvre van S. Vestdijk wel genoemd. Van zijn tweeënvijftig romans horen er heel wat tot de pieken in dat gebergte. H.Br. Corstius en Maarten ”t Hart herlezen er ieder zesentwintig en doen om beurten verslag van hun ervaring. Vandaag: Ivoren Wachters (1951) In een roman snijden twee levenswegen elkaar. In deze roman duurt die snijding maar 50 minuten, één schooluur. Er wordt maar één zin uitgesproken, namelijk: “Zeg, hé, hou je afgebrande kerkhof ”n beetje voor je, zeg!” Dat is al. Na dit schooluur en na deze zin zien de twee hoofdpersonen elkaar niet meer. De bezitter van het afgebrande kerkhof is de 19-jarige gymnasiast Philip. De haag zijner tanden is geheel verrot en hij kan dan ook nooit zijn mond houden. Hij is een orator, vol Latijnse citaten (zoals Kees van Kooten in zijn creatie van leraar Oude Talen; de leraar Nederlands in dit boek heet De Bie) en een dichter, van het sonnet ”Ivoren wachters van ”t maagdarmkanaal” dat hij ter betaling aan een tandarts aanbiedt. Philip woont bij een oude Zegger van het ”afgebrande kerkhof is de pas beginnende leraar Nederlands, die voor zijn eerste les in de zesde klas een prachtig college heeft voorbereid, waarin hij wordt gestoord door de openhangende fietsenstalling van Philip. Hij weet dat hij met dat kerkhof te ver is gegaan. Hij praat er met de rector over. Maar hij verdomt het om, zoals zijn verloofde vraagt, de leerling zijn excuus aan te bieden. Philip is niet echt beledigd, maar hij gaat de leraar zoeken en vindt diens verloofde. Zij komt aan zijn kant te staan en ziet haar besnorde verloofde in een ander licht. Een brief van de tandarts die met het sonnet geen genoegen neemt, maakt Philips oom razend. Hij zegt de volzin die Philip wel beledigt: “Je vader was ”n oplichter.” Neef slaat oom. Die krijgt een beroerte. De dienstmeid, die dit zag, stuurt Philip om de dokter en geeft voor alle zekerheid haar nare oude baas nog een mep met zijn eigen wandelstok. Deze sterft. Philip heeft die nacht een tweede ontmoeting met de verloofde van zijn leraar. Driemaal wordt Philip dat etmaal gezoend. Een keer door een schoolvriendinnetje. Een keer door de verloofde. Een keer door de dienstmeid, die hij bij haar thuis opzoekt. Haar echtgenoot gooit de gymnasiast, uit jaloezie en om de ware toedracht van ooms dood te verhullen, in het water. Philip verdrinkt. Dit wordt als zelfmoord gezien. De leraar probeert een mooie rol te spelen door bij de klas zijn excuses aan te bieden voor zijn belediging. Zijn verloofde verbreekt de verloving en we zien de leraar zachtjes maar zeker naar zijn ondergang dalen. Een drakig verhaal, zult u zeggen. Twee dooien, vanwege twee beledigingen. Maar het levert een prachtroman, een van de ontspannendste die Vestdijk schreef. Na zijn gijzelaarschap en een depressie schreef hij de roman in mei en juni van 1944 “om er weer in te komen”. Het gebit is het hele boek door het thema. Op elke pagina vind je een tand, een kies, een kaak. een kauw, een mond. In gedrukt Nederlands komt het woord mond één keer voor op de 6.600 woorden. In romans komt mond één keer op de 2.400 woorden voor. In dit boek één keer op de 600. En daarnaast nog: bek, kakement, smoel, muilkorf en ”het dubbele amfitheater der tanden”. Voor elke tandarts, tandepeuter, kiezentrekker, tandenfrik, tandsteenhouwer, cementbediende is de roman vakliteratuur. Voor latinisten (gelukkig staan de Latijnse citaten achterin vertaald) en Neerlandici (Van Boendale is de vrouwenhatende Vlaam waar de leraar op wil promoveren, plus sporen van Tollens, Bilderdijk, Bordewijk, Van Effen) ook, maat voor iedere lezer is het een genot om te zien hoe Vestdijk in dit tussendoortje de twee sferen van een scholier tot snijding brengt: zijn ooms huis met de dienstmeid, de tante en de herinneringen aan zijn ouders, en de schoolwereld, met de rector de leraren en de klas. De verloofde is eindelijk een sympathieke vrouw in een moderne Vestdijk-roman. Zoals Caligula in De nadagen van Pilatus, zoals de landheer in Iersche Nachten, zoals de verlopen Britse aristocraat in Puriteinen en Piraten, zoals de duivel in De kelner en de levenden, zo houdt Philip aan het einde van het boek, en aan het eind van zijn leven, een briljante, superieure speech, die door de toehoorders van dat moment niet geheel op prijs wordt gesteld. In zijn tientallen treffende observaties, zoals deze over het effect van een groet: “Na een groet kijkt men koel en bevreemd, strak monumentaal een tikje opgelucht, de dwaze figuur, die iedere groet in wezen is, herstellend en tot evenwicht brengend; in deze randzone der groetloosheid, deze dode ruimte, deze fading van de radiogolven der omgangsvormen, stond hij nu.” De waarheid over de dood van de oom en de dood van de neef komt officieel niet aan het licht. Maar in de leraarskamer geeft een leraar precies aan hoe het volgens hem gegaan moet zijn. Hij gist dat de dienstmeid een tik met de stok heeft gegeven en dat haar man Philip heeft verdronken. Waarom heb je dat niet aan de politie verteld? vraagt de rector. Zouden we de jongen daarmee terughebben? Al had je tien moordenaars achter de tralies gestopt, die jongen bleef dood, antwoordt de leraar. “Da”s waar”, glimlachte de rector, “maar het is wel erg eenzijdig geredeneerd. Je mag de res publica niet uit ”t oog verliezen.” De rector mag ook graag een Latijns woord laten vallen.

Mee eens en niet mee eens:

Mee eens: “Twee dooien, vanwege twee beledigingen.”
Philip is twee keer beledigd. Het grappige is dat de eerste belediging hem niks uitmaakte en toch is hij er aan dood gegaan. Doordat meneer de Bie hem beledigd had is hij met de vrouw van meneer de Bie in contact gekomen. Die heeft hem gezegd dat Philip zich niet zo moest laten behandelen door zijn oom. Hierdoor heeft hij zijn oom een klap gegeven toen deze hem echt beledigden.
Ik ben het dus met de uitspraak eens.

 

Niet mee eens: “zo houdt Philip aan het einde van het boek, en aan het eind van zijn leven, een briljante, superieure speech,”
Ik ben het hier niet mee een omdat ik het geen mooie speech vond. Het was gewoon weer een van zijn gedichten. Ik vond het gedicht niet goed omdat hij eigenlijk steeds hetzelfde zegt maar dan steeds met andere woorden of hij gebruikt synoniemen. Er zat helemaal geen vaart in.
Mijn mening:
Om te beginnen vond ik het boek vreselijk om te lezen.
Eerlijk gezegd vind ik lezen best leuk en heb ik tot nu toe nog nooit meegemaakt dat ik me echt verplicht door een boek heen moest worstelen.

 

Wanneer er actie in het verhaal zat (er gebeurde dingen of gesprekken werden gevoerd) vond ik het boek best te lezen. Vooral het stuk dat Corvage naar Lida gaat om te vertellen dat zijn oom een hartaanval heeft gekregen vond ik boeiend om te lezen vergeleken met de rest van het verhaal. Omdat er iets gebeurde en af en toe zat er nog humor in dat gesprek.

 

De stukken waarin Philip Corvage het over zijn dichtwerk heeft of over iets anders persoonlijks verteld laat me ijs koud. Ook aan het latijn ergerde ik me vreselijk. Die stukken waren vooral langdradig en vreselijk moeilijk om te lezen en te begrijpen waar hij het überhaupt over heeft. Ik vond het oninteressant om te lezen.

 

Het het viel me op dat Philip veel slimmer en bij de hanter is dan zijn leeftijdsgenoten. Hij praat veel op het niveau van een volwassenen en handelt soms met de verstandigheid van een volwassenen (vooral als zijn oom tegen hem tekeer gaat.) Ook laat het hem koud wat mensen over hem denken.
Dit brengt een hoge woordenschat teweeg in het verhaal waarbij het soms lijkt alsof ik een engels boek lees (zoveel woorden die ik niet begrijp). Dit maakt het verhaal erg moeilijk om te lezen.

 

Ik vond het op zich geen spannend verhaal. Doordat de moeilijke stukken en het latijn, het plezier van het lezen weg haalde. Ik was veel te veel bezig met me aandacht erbij houden en te bedenken wat Philip of Schotel de Bi bedoelde.
Wel vond ik het verhaal realistisch, het gedrag van sommige leraren en leerlingen in het boek herken ik ook terug in mijn school leven.

 

De gebeurtenissen op het eind van het boek, had ik niet verwacht. Ik vind het een aparte afloop en sneu voor Philip Corvage. De makkelijkheid waarmee de Piet, de man van Nel, philip in het kanaal duwt heeft wel indruk op me gemaakt.
Hierdoor heeft het verhaal wel een gesloten eind doordat er aan het leven van Philip een eind is gemaakt.
Zelf vond ik Philip met zijn gedichten en taalgebruik te irritant om met hem mee te kunnen leven.

 

Het verhaal verteld ook over schotel de Bi. Ik vind hem een vreselijke leraar waar geen flexibiliteit in zit. Ook uit de andere leraren blijkt dat ze hem niet aardig vinden.
Hij is erg met zichzelf ingenomen,  vind zichzelf enorm goed en denkt dat hij alles voor elkaar heeft. Hierdoor begaat hij langzaam de ene vergissing na de andere in een poging zijn waardigheid te behouden. Deze vergissingen leiden er alleen maar toe dat hij zijn waardigheid verliest.
Nadat hij hoorde dat Philip vermoedelijk zelfmoord heeft gepleegd dezelfde dag dat hij Philip voor ‘afgebrand kerkhof‘ had uitgescholden en hoort dat zijn echtgenote hem verlaat stort hij emotioneel helemaal in elkaar.

 

Ik vond het erg laaghartig hoe hij met zijn medemensen omgaat waardoor ik ook met hem niet erg meeleef.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>