Beschouwing

Mijn leeslijst:

  1. Het diner
  2. Fabriekskinderen
  3. Ex-drummer
  4. De gelukvinder
  5. Cel
  6. De kleine blonde dood
  7. Klaas
  8. Bint
  9. Alles wat er was
  10. Beatrijs
  11. Dorst
  12. Held van beroep

 

In de laatste paar jaren van lezen is mijn mening hierover niet heel erg verandert, zeker niet als het gaat om Nederlandstalige boeken. Ik heb nooit echt veel interesse gehad voor Nederlandse literatuur en dat is nog steeds zo al ben ik wel wat meer geïnteresseerd geraakt in werken zoals die van Murakami en Orwell. Vooral 1984 vind ik een heel goed boek door de uitbundige omschrijvingen van de omgeving en de sfeer. Deze uitbundige omschrijving is vaak terug te zien in mijn lijst in boeken zoals ‘Alles wat er was’ en ‘Bint’. Hiernaast is ook mijn gebrek aan interesse voor Nederlandse literatuur te zien aan het boek ‘Klaas’ in mijn lijst omdat dit eigenlijk een verzameling van korte stellingen is waar ik toch heel erg van heb genoten. ‘Klaas‘ is dan ook  de nummer één in mijn top 3 van deze lijst, van begin tot eind was het een en al lachen. Op nummer twee staat Ex-drummer omdat dit zo’n belachelijk verhaal op een zeer meeslepende manier kon vertellen, hiernaast was de schrijver niet bang om grof taalgebruik te verwerken in zijn boek. Op nummer drie zet ik ‘Alles wat er was’ omdat dit boek een zeer mysterieuze sfeer met zich mee brengt en zoals hiervoor genoemd zijn er ook uitbundige omschrijvingen van de omgeving en situatie, waar ik erg van geniet. Een boek moet mij bezig houden, niet alleen doormiddel van een spannend en meeslepend verhaal maar ook juist met het beelden van een omgeving of een persoonlijkheid. Het helpt ook als het boek niet al te lang is. Niet alle boeken op mijn lijst voldoen aan deze eisen maar het is dan ook waar dat niet iedereen de zelfde eisen stelt. Ik denk dat er altijd mensen zullen zijn die boeken lezen en hier heel veel plezier mee zullen beleven, al ben ik er niet een van.

 

Onderwerpen die ik graag wil bespreken zijn:

  1. Het boek ‘Klaas’
  2. De verandering in mijn boekenvoorkeur.
  3. De samenhang in mijn lijst.
  4. Mijn top 3 boeken.

 

 

Held van beroep

Sam Fittipaldi is 15 jaar. Hij heeft drie zussen, een vader en een zieke moeder. Sam houdt van zwemmen en doet dat vaak.
Hij ziet eens dat zijn moeder met een ambulance weggebracht wordt en hij hoort dat hij dat niet mag weten. Sam gaat dan naar Dixie, de secretaresse van zijn vader. Daar woont Do ook, het meisje waarmee Dixie een relatie heeft. Sam blijft bij hen tot hij hoort dat zijn moeder overleden is. Dan gaat hij terug naar huis.
Zijn vader wil Sam’s moeder in zee gooien, omdat ze elkaar daar ontmoet hebben. Ze leggen haar in een skibox met stenen en nemen haar op de auto mee. ’s Nachts gooien ze haar vanaf de veerboot in zee.
Als ze weer thuis zijn, loopt Sam voor de tweede keer weg. Hij verblijft eerst bij zijn demente oma en gaat daarna naar het huis van zijn andere, overleden oma.
Daar ontmoet hij Do weer. Ze is de dochter van de buren. Hij komt erachter dat zijn oma overleden is, doordat ze schrok van Do, die stiekem in haar huis was. Hij vertelt dit Do niet. Nadat hij een paar dagen met Do in zijn oma’s huis geweest is, gaat hij weer naar huis.

Ik koos er voor om dit boek te lezen omdat ik me af vroeg waar “Held van beroep” voor stond. Toen ik er achter kwam dat dit Sam zijn omschrijving was van een man die het strand schoon stond te maken moest ik bijna hardop lachen. Hiernaast vind ik het niet zo’n goed boek omdat ik me slecht kon identificeren met Sam.

Dorst

Dorst gaat over de relatie tussen Coco en haar moeder Elisabeth. Het verhaal wordt verteld in korte hoofdstukken, afwisselend vanuit Elisabeth en Coco. Elisabeth en Coco zien elkaar bijna nooit en komen elkaar op een dag bij toeval tegen. Elisabeth vertelt haar dochter dan dat ze niet lang meer te leven heeft. Coco vindt dat ze haar moeder moet helpen en trekt bij haar in, hoewel haar moeder daar juist niets van moet hebben. Elisabeth heeft haar werk in een lijstenmakerij altijd heel goed gedaan, maar is als moeder tekortgeschoten.  Coco is gestrand in haar studie Russisch. Hans, haar vriend van middelbare leeftijd die ze bij toeval heeft ontmoet in een wasserette, staat op het punt om haar te verlaten. Coco verliest zich in grensoverschrijdend gedrag. Ze drinkt veel te veel en heeft seks met wildvreemde mannen. Uiteindelijk nadert de dochter de moeder wonderlijk genoeg dichter dan ooit.

Ondanks dat dit boek een zeer interessant hoofdpersoon heeft met veelbewogen relaties, stond dit boek mij niet aan. Ik kon me slecht identificeren met Coco waardoor het af en toe lastig was om door te komen.

Beatrijs

Een jonge vrouw, Beatrijs, is kosteres in een klooster. Uit liefde voor een jeugdvriend verlaat ze op een nacht stiekem het klooster. Zeven jaar lang leven Beatrijs en haar lief in rijkdom en ze krijgen twee kinderen. Maar wanneer het geld op  is, gaat hij ervandoor. Beatrijs staat er alleen voor.

Gedurende zeven jaar verdient ze de kost als prostituee, maar uiteindelijk krijgt ze berouw en besluit ze om terug te keren naar het klooster. Nadat ze haar kinderen heeft achtergelaten bij een weduwe die voor hen zal zorgen, gaat ze heimelijk terug naar het klooster dat ze veertien jaar eerder heeft verlaten. Tot haar verrassing merkt ze dat Maria, tot wie ze was blijven bidden, al die jaren haar plaats als kosteres heeft ingenomen. Niemand in het klooster heeft Beatrijs’ afwezigheid gemerkt. Vanaf nu is zij weer kosteres. Toch wordt ze nog gekweld door schuldgevoelens. Ze biecht alles op aan een abt die het klooster bezoekt. Hij scheldt haar alle zonden kwijt. Wel vertelt hij het verhaal, als een leerzaam voorbeeld, in een preek, maar zo dat niemand weet dat het over Beatrijs gaat.

Dit vond ik een zeer oninteressant boek, gelukkig was het kort.

Alles wat er was

Het verhaal gaat over Merel, een tv redactrice die samen met haar collega Barry en presentator Leo een wetenschappelijk programma gaat opnemen over het erg slimme wiskunde kind, de 8 jarige Joeri. Plotseling horen ze buiten een enorme knal. Ze krijgen berichten van de autoriteiten die zeggen dat ze moeten blijven waar ze zijn, ramen en gordijnen dicht moeten doen en niet in de buurt van de ramen of deuren komen. Het water doet het nog, net als de elektriciteit, en er zijn veel boeken aanwezig. Ze beslissen dus te blijven. De eerste paar nachten sliepen ze allemaal in de gymzaal, maar na een tijdje hadden ze de kamers verdeeld.  Ze hebben geen contact meer met de buitenwereld. Joeri brengt de boel een beetje tot leven, hij zorgt er voor dat iedereen speelt, en vrolijker wordt. Dan vindt Merel een pillenkoker, en gaat op onderzoek uit. Ondertussen voelt Joeri zich buitengesloten door zijn moeder en Kasper, zijn leraar, doordat die twee vaak de nachten samen doorbrengen. Hij vlucht naar Merel voor aandacht, en om zijn moeder jaloers te maken. Maar als Merel en Joeri een spel spelen waarbij ze met een mat van de trap af moeten glijden, gaat het mis. Joeri is ernstig gewond en Natalie woedend. En Merel, die zich schuldig voelt, gaat het bloed van de trap halen, en vindt weer een pillenkokertje. Natalie en Kasper besluiten de school te verlaten, met Joeri in een draagzak. Maar de andere vermoeden dat Joeri al dood is, aangezien hij veel te koud aanvoelde. Merel en Leo hebben een dag later voor het eerst seks. Maar Merel gaat iedere nacht terug naar haar eigen kamer, omdat ze niet wilt dat de rest het weet. En als ze dan de vierde nacht het wilt overslaan, hoort ze Barry en Leo samen, die nu ook seks hebben. De dagen beginnen heel snel te gaan, en Merel heeft steeds meer last van buikpijn. Barry, die Leo wilde veroveren, ziet in dat hij dit niet kan, en ziet geen doel meer in zijn leven. Hij had een brief geschreven naar Merel en naar Leo, maar die van Leo mocht Merel niet lezen. Toen ze deze stiekem las, zag ze dat Barry zegt dat hij verliefd is op Leo, maar dat hij snapt dat Leo voor Merel kiest. En nu wilt hij niet meer leven. Dan kom je er achter dat Merel zwanger is, en nu schrijft Merel ook naar een persoon, waarschijnlijk het ongeboren kind, in plaats van tot de lezer. Barry sterft, en Kaylem had hem hierbij geholpen. Dan beginnen Leo en Kaylem Barry’s lichaam op te eten. Later wurgt Merel Kaylem als wraak voor Barry, ook al wilde Barry het zelf. Hierna eten ze Kaylem ook op. In een van de laatste hoofdstukken geeft Leo toe dat de pillen van hem waren. Dan zegt Leo dat hij hulp moet gaan halen voor Merel en de baby, omdat ze het anders niet overleven. In het laatste hoofdstuk vertelt Merel dat Leo al 8 dagen weg was, terwijl hij er maar 3 weg zou zijn. Nu vertelt ze over de reis naar North Dakota waar ze met haar ongeboren baby heen wilt gaan. Dan geeft ze toe dat ze nog een hele koker pillen op heeft, en hierna sterft ze waarschijnlijk.

Ik vond het behoorlijk interessant om te lezen over deze hopeloze situatie. De manier waarop de gedachten van Merel worden omschreven is behoorlijk meeslepend en ik vond dit dan ook een goed boek.

Bint

De Bree is leraar. Hij vervangt een leraar op de school van Bint. Op de eerste dag is zijn eerste klas 4D, de hel genaamd. Dit is een verschrikkelijke klas, wat ook al blijkt uit de namen: Neutebeum, De Moraatz. De ‘kinderen’ worden beschreven als beesten: “Daar was de ontzaglijke, bruine sprinkhaan Neutebeum”. De Bree verklaart de klas meteen de oorlog: dit is manier om de klas in de hand te houden.. De Bree gaat naar zijn volgende klas. Dit is een redelijk normale klas, maar toch heeft De Bree meteen een hekel aan één van de leerlingen: Jérome Fléau. Op de eerste strafdag, uiteraard voor leerlingen uit de hel, weet De Bree al dat hij ook een hekel heeft aan de conciërge en de werkster. Hij vraagt zich af waarom Bint deze hier nog laat werken. De Bree hoort van Remigius, een andere leraar, dat Bint zijn systeem 5 jaar geleden heeft ingevoerd. Hij riep toen alle leraren bijeen en vertelde hen dat hij vanaf nu ‘stalen tucht’ eiste. De nieuwe leraren werden sindsdien zorgvuldig door Bint uitgekozen en gevormd.

Er is een rapportenvergadering: alleen het eerste cijfer telt voor Bint. Er wordt een cijfer gegeven voor de algemene indruk. In één van De Bree’s klassen, de grauwe klas, is er iemand met een onvoldoende schoolcijfer die zichzelf dreigt te doden: Van Beek. Bint maakt hen allen duidelijk dat het hem niets kan schelen. Ook het geval Fléau wordt besproken. Bint wil hem van school hebben, omdat hij al lang onrust stookt. Van Beek pleegt inderdaad zelfmoord en er komt een oproer. De hel slaat de oproer neer; Bint is trots op hen. Fléau is van school af, evenals de conciërge (hij had meegeholpen met de oproer) en de werkster.

Er komt een klassereis en De Bree neemt de helft van de hel mee naar België. De Bree vindt dit duidelijk prachtig om te doen. Op een gegeven moment moeten ze een kortere weg nemen, omdat één van de leerlingen een langere toch niet aankan. Twee leerlingen nemen stiekem toch de langere weg: ze houden vast aan Bints plannen. De Bree gaat de school verlaten, maar Bint vraagt hem of hij niet nog langer wil blijven. De Bree wijst dit in eerste instantie af, maar thuis schrijft hij Bint een briefje waarin hij zegt dat hij de baan toch accepteert.

Op de eerste dag van het volgende jaar hoort De Bree dat Bint zijn ontslag heeft genomen. Iedereen weet dat Van Beek de oorzaak is. De Bree gaat vervolgens verder met 5C, de hel. Deze klas is nog niets veranderd. De Bree gaat nog langs bij Bint, maar hij wordt aan de deur geweigerd.

Ondanks dat er bijzonder weinig gebeurt in dit boek vind het toch interessant om te lezen. De omgevingen worden uitbundig beschreven waardoor er toch altijd een soort spanning hangt. Zeer leuk boek en zeker een aanrader. 

Klaas

Klaas is een verzameling van Nico Dijkshoorn zijn tweets over ene Klaas, dit kunnen dingen zijn zoals:
Klaas leerde ons neuken, voor als de oorlog uitbrak.

of:
Klaas rook naar zoethout. Wij ruiken. Heerlijk.

of:
Klaas herkende een pinguïn op twee meter afstand. Hoe, wist niemand.

Er is geen verhaal aan te knopen maar het is zeker heel vermakelijk en zeker een aanrader voor iedereen die een beetje van flauwe humor houdt.

De kleine blonde dood

In het boek zijn er twee verhaallijnen. De eerste gaat over de vader van Boudewijn. De tweede gaat over zijn zoontje, Micky, op hem slaat de titel van het boek.
In de eerste verhaallijn heeft de vader van Boudewijn, een Joodse held uit de tweede wereldoorlog, een trauma overgehouden aan de oorlog. Hij voelt zich schuldig omdat hij, als enige van een aantal kinderen de oorlog heeft overleefd. Hij heeft zeer wisselende buien. Hij vernielt soms het huisraad en slaat en schopt zijn zoontje dan. Na zo’n woede uitbarsting probeert Boudewijns moeder(Italiaans) hem steeds weer te kalmeren. Na bijna een jaar in een inrichting te hebben gezeten komt Boudewijn weer thuis waar hij heel erg ziek wordt. Hij heeft een buikvliesontsteking en raakt in coma. Als hij weer wakker wordt, krijgt hij van zijn vader veel mooie cadeaus. In dit deel blijkt dat ondanks zijn uitbarstingen Boudewijn erg tegen zijn vader opkijkt en dat zijn vader veel van Boudewijn houdt. Een tijdje later scheiden zijn ouders.
Vele jaren later bezoekt hij zijn vader die dan getrouwd is met een achttienjarige Deense vrouw, Astrid. Hij vertelt aan zijn vader dat een vrouw van hem in verwachting is, maar dat hij eigenlijk homo is. Ook vertelt hij dat hij hasj rookt en betrapt is door de politie. Hij wil hiermee wraak nemen op zijn slecht jeugd. Astrid wordt woedend en slaat hem. Een tijdje later krijgt hij bericht dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd. Twee weken later krijgt hij diens afscheidsbrief. Boudewijn typt de brief gedeeltelijk over en verscheurt en verbrandt die. Hij denkt: ”nu kan ik gelukkig worden.”
De tweede verhaallijn gaat over Boudewijns zoon Micky. Micky’s moeder(Mieke), die ooit lerares was van Boudewijn, is meestal dronken. Daarom zorgt Boudewijn voor Micky.
Boudewijn en Micky zijn dikke maatjes. Op een keer gaat Boudewijn met wat vrienden naar Parijs. Hij laat Micky logeren bij Gerda, Miekes beste vriendin. Ondanks dat Boudewijn tegen Gerda heeft gezegd dat ze Micky absoluut niet aan Mieke mee mag geven, doet ze dat toch. Als Micky bij Mieke is, knapt er iets in zijn hersenen en valt hij van de trap. Hij ligt in coma. Als Boudewijn uit Parijs terug komt gaat hij naar het ziekenhuis. Daar hoort hij dat het gezwel in zijn hoofd is geknapt en Micky klinisch dood is.
Boudewijn staat voor een moeilijke beslissing, hij geeft uiteindelijk de dokter toestemming de behandeling te staken. Hij laat Micky cremeren om zichzelf te straffen, er mag geen spoor van Micky op aarde blijven bestaan. Hij is de enige op de crematie, dat wil hij zelf. Ze draaien het nummer van de Rolling Stones, “Out of Time”, dat was Micky’s favoriete nummer. Zes maanden na zijn vader, was ook zijn zoon gestorven, dit was de kleine blonde dood.

Ik heb, ondanks dat het een heel naar verhaal is, echt genoten van dit boek. De manier waarop het verhaal verteld wordt is erg meeslepend en brengt wat spanning in het verhaal.

Cel

Michael Bellicher is op weg naar een afspraak als de auto voor hem een zwaar ongeluk krijgt. De twee inzittenden zijn op slag dood. Michael belt 112 en hulpdiensten zijn onderweg. Hij pakt een pen op die bij het ongeluk ligt. De politie ondervraagt hem en als ze zijn naam opzoeken, blijkt dat Michael wordt gezocht. Hij wordt naar het politiebureau gebracht, maar hij weet nog steeds niet waarom. Eenmaal daar aangekomen, beweert de politie dat een BMW 5 die op Michael’s naam stond, een fietser heeft aangereden. Michael zegt dat hij in Den Haag was op weg naar Binnenlandse Zaken maar hij kan het niet bewijzen. Hij krijgt een advocate, Guusje van Donnee. Michael zit twee nachten in de cel en wanneer hij vrijkomt, krijgt hij te horen dat Bas Hoogeman en zijn chauffeur in de auto zaten. Bas Hoogeman kwam vaak op tv en was een publiekstrekker. Hij had ook vijanden en het ongeluk is waarschijnlijk een misdrijf geweest. Michael gaat ook naar de politie om aangifte te doen van identiteitsfraude. Michael’s vriend, Gijs, geeft hem een hele goede advocaat  en zorgt er ook voor dat zijn neef, Richard, altijd bij Michael is, om voor een alibi te zorgen.
Vervolgens wordt Michael verdacht van een ramkraak in een Santa Fe maar dit keer heeft hij een alibi.
Een paar dagen later wordt Michael gebeld door de bank. Hij zou een huis van 3 miljoen euro hebben gekocht in Monster een paar maanden eerder. Hij heeft nu dus een schuld bij de bank en moet twee hypotheken afbetalen omdat hij zelf ook gaat verhuizen, maar dan binnen Amsterdam. Richard en Michael gaan naar Monster om te kijken wat hij zogenaamd gekocht zou hebben. Onderweg ziet Richard een verdachte auto aankomen de twee mannen in die auto achtervolgen hen. Door Richard’s behendig rijden raken ze de achtervolgers kwijt.
Langzamerhand ontrafelt Michael met zijn vrienden wie zijn identiteit heeft gestolen en wie al deze misdaden hebben gepleegd op zijn naam.

Het was een heel spannend boek waarin veel vragen gesteld en uiteindelijk beantwoord werden. De schrijfstijl was echter niet heel aantrekkelijk voor mij en af en toe zelfs een beetje saai.

 

De gelukvinder

Hamayun is 15. Hij wil graag filmregisseur worden. Maar zijn toekomst als politiek vluchteling in Nederland is erg onzeker. Terwijl Hamayun en zijn familie bang afwachten of hun asielverzoek opnieuw wordt afgewezen, blikt hij terug op zijn verleden in Afghanistan. Als de Taliban aan de macht komen, verandert Hamayuns kindertijd in een nachtmerrie. De hele familie draagt haar lot over aan de ‘bottendragers’, mensensmokkelaars, en vertrekt op een lange, slopende vlucht naar Europa. Hamayun moet zijn oma, zijn broertje, zijn beste vriend en alles wat hem lief en vertrouwd is voorgoed in Afghanistan achterlaten. In ruil voor een toekomst in een land dat hem en zijn familie liever kwijt dan rijk is…
Je leest over Hamayun’s vrienden, huis en het leven in een AZC, waar hij soms ziet dat mensen hun huis uitgesleurd worden om uitgezet te worden.
Hij schrijft samen met zijn docente Nederlands, mevrouw Levanti een toneelstuk; strippenkaart. Het toneelstuk gaat over zijn reis en leven.

Dit is een hartverscheurend boek om te lezen, de verschrikkingen die worden beschreven zijn bijna te erg om te geloven, bijna. Ondanks dat het zo’n impact heeft werd ik er niet echt in mee geslepen en heb ik af en toe moeite gehad om er doorheen te komen.