Sonny boy

S A M E N V A T T I N G

Als de jonge rooms-katholieke Rika van der Lans en de protestantse Willem Hagenaar in 1911 trouwen tegen de wil van hun families, is het schandaal niet te overzien. Toch begint de toenadering met de bloedverwanten snel en wonen Rika, haar man en hun vier kinderen binnen enkele jaren gelukkig samen in Den Bosch. De sfeer slaat echter om als Willem voor zijn werk moet verhuizen naar het dorp Goeree. Rika kwijnt er weg van verveling en mist de zwierigheid van de grote stad. Als haar man, niet wetende wat hij met zijn steeds opstandigere vrouw aanmoet, zijn handen niet meer thuis kan houden pakt ze in 1926 haar spullen en vertrekt naar Den Haag. Hier woont ze enige tijd onder primitieve omstandigheden samen met haar kinderen. Ondanks de moeilijke tijden stemt Rika er in toe Waldemar Nods in huis te nemen, een Surinaamse jongen die voor het grote geld naar het rijke Nederland is gekomen. Ondanks het leeftijdsverschil van ongeveer twintig jaar bloeit snel er iets tussen het tweetal en het duurt niet lang voor Rika merkt dat ze zwanger is. Haar kinderen vatten dit nieuws minder blij op dan gehoopt. Haar oudste zoon Wim loopt samen met zijn broertje Jan zelfs weg, terug naar hun vader. Willem, nog steeds onwillig de scheidingswens van zijn vrouw te accepteren, barst na het aanhoren van het verhaal van jaloezie. Rika is ondertussen om haar relatie met een zwarte man compleet verstoten door haar omgeving, en ondanks de pijn die het doet ziet ze zich snel genoodzaakt haar overige twee kinderen, Bertha en Henk, ook naar hun vader te sturen. Deze verbiedt hun vervolgens echter elk contact met hun moeder.
Vol verdriet over het “verlies” van haar kindjes verhuist Rika met Waldemar en hun zoontje Waldy naar Scheveningen, waar het haar ondanks de crisisjaren dertig lukt een goedlopend pension te starten. Eind jaren dertig treedt het paar in het huwelijk en begint het contact met Rika’s kinderen langzaam weer redelijk op gang te komen.
Als de Tweede Wereldoorlog begint komt Rika snel in de LO terecht, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Het opvangwerk zet ze door, ook nadat het gezin door de Duitse evacuatie van Scheveningen opnieuw terug moet verhuizen naar Den Haag. De Duitse overheersing begint steeds een grimmigere omvang aan te nemen. Maar door stom toedoen van een van haar onderduikers, de SS-deserteur Gerard van Haringen, wordt haar gezin januari 1944 verraden en worden al haar Joodse gasten op de trein gezet. Rika, Waldy en Waldemar worden opgesloten in een gevangenis voor mensen uit het verzet, het Oranjehotel in Scheveningen. Waldy is snel vrij en wordt in afwachting van de vrijlating van zijn ouders opgevangen door verschillende gezinnen.
Door haar verbeten koppigheid wordt Rika gedurende haar verblijf in het Oranjehotel sterk mishandeld door haar woedende ondervragers. Waldemar wordt snel naar het werkkamp in Vught gestuurd en ook Rika verhuist daar na enkele maanden heen. Hun wegen worden echter opnieuw gescheiden als Waldemar naar het concentratiekamp Neuengamme wordt verplaatst. Door zijn kennis van de Duitse taal weet hij daar een baantje in de kampadministratie te bemachtigen, waardoor hij het er naar omstandigheden redelijk heeft. Rika wordt later op transport gezet naar het vrouwenkamp Ravensbrück. Hier overlijdt ze februari 1945 aan de gevolgen van dysenterie.
Ook Waldemar overleeft uiteindelijk de oorlog niet. Na de bevrijding van zijn kamp worden de overlevenden opgevangen op het schip “Cap Arcona” aan de Oostzee. De Britse veiligheidsdienst vermoedt echter dat de haven vol SS’ers zit en bombardeert de plaats 3 mei 1945. Duizenden van de zwaar ondervoede ex-kampleden weten het slechts enkele minuten uit te houden in het ijskoude water. Waldemar lukt het zwemmend de kust te halen, maar hij wordt op het strand neergeschoten door Duitse soldaten.

Via ooggetuigen van de dood van zijn ouders weet Waldy na de bevrijding snel dat zoeken geen zin heeft. Hij krijgt het zeer moeilijk met het verlies en tot grote opluchting van de familie van Rika nemen naar Nederland geëmigreerde familieleden van Waldemar de opstandige jongen in huis. Om zijn worsteling te doorbreken probeert Waldy na vijftig jaar zijn leven op papier te zetten, maar zonder bevredigend resultaat. Het heeft hem zonder meer geholpen dat uiteindelijk Annejet van der Zijl het verhaal reconstrueerde.

 T H E M A T I E K

Krachtige liefde in oorlogstijd

T I T E L V E R K L A R I N G

“Sonny Boy” is een liedje van Al Jolson en de bijnaam die Waldemar en Rika liefkozend aan Waldy gaven. Hij is het bewijs van hun verboden maar krachtige liefde.
Het Liedje is tevens is een van de twee motto’s van het boek
Hier de eerste drie regels:

When there are grey skies
I don’t mind the grey skies
You make them blue, Sonny Boy

Een mooie omschrijving voor het gezin Nods- Van de Lans. Hoeveel tegenslagen ze ook te verduren kregen, hun liefde maakte alles meer dan voldoende mooi.

Ook citeert Van der Zijl de historicus Sebastian Haffner.

‘Wie iets van een bepaalde tijd wil begrijpen, moet biografieën lezen, en dan niet die van staatslieden, maar de in aantal veel te schaarse biografieën van onbekende burgers.’

Niet leiders bepalen een oorlog, burgers beleven hem.

B E O O R D E L I N G

Ik geef dit boek de beoordeling: ★★★☆☆. Ik vond het een heftig, maar tegelijkertijd ook een raar verhaal. Het was niet vervelend om te lezen, maar ook niet heel leuk. Daarom geeft ik het een matige 3 sterren.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Warenar

S A M E N V A T T I N G

Voorrede
Mildheid heeft zich voorgenomen de macht over te nemen in het huis van Warenar, waar haar doodsvijand Gierigheidt regeerde vanaf de tijd dat Warenars grootvader er woonde en in de haard een pot met goudstukken verborg. De vrek Warenar heeft op een dat die pot teruggevonden. Zijn dochter Klaertje verwacht een kind, maar er kan alleen van een huwelijk sprake zijn als Gierigheidt verdwijnt. Als deze met tegenzin de woning verlaten heeft, vertelt Mildheid dat het spel Pottery zal heten en dat zij de plaats inneemt van de huisgod, die bij plautus de voorrede uitspreekt.

Eerste bedrijf
Warenar, die iedereen wantrouwt, jaagt zijn dienstmeid Reym de deur uit, omdat hij vreest dat ze zal merken dat hij een pot met goud in huis heeft. Reym snapt er niets van: wel tien keer per dag wordt ze het huis uitgejaagd en ‘s nachts staat Warenar wel vijftig keer op. Ze maakt zich zorgen, vooral ook omdat Klaertje, Warenars ongetrouwde dochter, een kind verwacht. Warenar kijkt of zijn pot er nog staat, laat Reym weer binnenkomen en gaat een boodschap doen.
De buren van Warenar, Rijckert en Geertruyd (broer en zus) praten over trouwen. Geertruyd vindt dat de welgestelde vrijgezel Rijckert maar eens moet trouwen en zij weet wel iemand: de veertigjarige Lobberich, weduwe van Klaesje Klik. Maar haar broer moet niets van dat ‘kreng’ hebben; wel heeft hij belangstelling voor hun achttienjarig buurmeisje Klaertje. Volgens Geertruyd komt die echter uit een veel te eenvoudig milieu.
Rijckert wil eens met Warenar gaan praten. Na een inleidend praatje vraagt hij om de hand van Klaertje. Warenar stemt toe en kijkt dan eerst nog even snel of de pot er nog is. Hij zegt dat hij zijn dochter geen bruidschat kan meegeven, maar Rijckert vindt dat niet erg. Warenar verbaast zich erover dat Rijckert zo snel toehapt. Hij geeft Reym opdracht het huis in orde te maken, want ‘s avonds zal er ter gelegenheid van het huwelijk een maaltijd gehouden worden, op kosten van Rijckert. Reym maakt zich zorgen over Klaertje, want het kind kan elk moment geboren worden.

Tweede bedrijf
Rijckert stuurt zijn knecht Lekker erop uit om alles voor de bruiloft in gereedheid te brengen. Hoewel Teeuwes de kok en Casper de hofmeester het erg druk hebben, zijn ze toch bereid Rijckerts bruiloftsmaal te verzorgen. Ze verbazen zich erover dat de bruidegom voor de kosten moet opdraaien en vertellen enkele staaltjes van Warenars gierigheid (zeil over de schoorsteen leggen om geen warmte te verliezen, drie dagen gevast omdat hij bij Trijn ging eten, afgeknipte nagels bewaart enzovoort.) Lekker begeleidt hen naar Warenars woning. Warenar zelf is naar de vismarkt en vleeshal om inkopen te doen, maar alles is hem veel te duur. Net als hij thuiskomt, hoort hij Teeuwes zeggen: ‘deze pot is te klein’ en dan jaagt hij de ‘dieven met een stok de deur uit.

Derde bedrijf.
Warenar merkt al gauw dat hij Casper en Teeuwes ten onrechte heeft verdacht. Hij doet nu alsof hij zich bedreigd heeft gevoeld door het lange koksmes. Warenar denkt dat Rijckert de kerels ingehuurd heeft om zijn pot te stelen. Maar dan komt Rijckert op bezoek; hij prijst uitvoerig de zuinigheid en veroordeelt pronkende en verkwistende vrouwen. Dat stelt Warenar wat gerust en wekt zijn Sympathie op. Als Rijckert echter vragen begint te stellen over Warenars bruiloftskleding en de bruiloftswijn, komt zijn achterdocht weer terug: Rijckert weet natuurlijk waar de pot is, zal hem dronken voeren en de pot stelen! Hij besluit dan de pot met geld op het kerkhof van de ‘ellendigen’ te gaan begraven.

Vierde bedrijf
In een monoloog vertelt Lekker, dat hij Ritsert, de neef van Rijckert, van het aanstaande huwelijk van zijn oom en Klaertje op de hoogte heeft gesteld. Ritsert is daar erg van geschrokken, want hij heeft Klaertje na een feestje in het huis van Warenar zwanger gemaakt. Lekker komt langs het kerkhof en ziet daar Warenar (die de pot net onder de grond heeft gestopt) rondscharrelen. Als Warenar wegloopt bedenkt hij dat er misschien wel iemand door het raam stond te kijken. Daarom gaat hij terug. Hij ontdekt Lekker. Hij denkt dat Lekker de pot al gevonden heeft, ranselt hem af, scheldt hem uit voor dief, fouilleert hem en vindt nog geld ook. Lekker beweert dat hij dat geld als kassier bij zijn baas Rijckert verdiend heeft. Als hij wegloopt, bedenkt hij dat Warenar weleens ergens geld verborgen kan hebben. Dat zou hij best kunnen gebruiken, want hij heeft de kas voor zo’n vijfhonderd gulden bestolen. Hij besluit Warenar stiekem te volgen.
Geertruyd roept haar zoon Ritsert ter verantwoording. Hij bekent wat hij gedaan heeft en verklaart dat hij bereid is met Klaertje te trouwen, hoewel Geertruyd lieven een meisje met geld had gezien, bijvoorbeeld Jannetjen Joosten of Weyntje Wispeltuers. Ritsert wil hier echter niets van weten. Een probleem is echter hoe de zaak met oom Rijckert geregeld moet worden.
Lekker heeft intussen de pot met goud gevonden, die Warenar onder een steiger bij de molenwerf begraven had. Als Warenar ontdekt dat zijn geld verdwenen is, begint hij luid te jammeren. Ritsert hoort dat en denkt dat hij zo te keer gaat vanwege Klaertje. Ritsert bekent dat hij de schuldige is, wat Warenar opvat als een bekentenis van de diefstal. Het misverstand wordt na een hevige scheldpartij van Warenars kant duidelijk en opgelost. Ritsert vraagt om de hand van Klaertje; zijn oom wil van het huwelijk afzien. Warenar gaat zijn huis binnen om zich te overtuigen van de waarheid van Ritserts woorden. Ritsert belooft hem te helpen zoeken naar de pot en gaat een straatje om.

Vijfde bedrijf
Ritsert ontmoet Lekker, die tevergeefs probeert de pot me geld onder zijn mantel te verbergen. Ritsert zegt dat het geld van Warenar is, licht hem in over het aanstaande huwelijk en dwingt hem mee te gaan naar Warenar. Reym moet snel Geertruyd gaan halen om bij de bevalling te assisteren, die verhaast is, doordat Klaertje danig geschrokken is van het plan om haar met Rijckert te laten trouwen. Reym prijst uitvoerig de goede eigenschappen van Klaertje.
Ritsert en Lekker komen bij Warenar. Lekker geeft de pot met geld terug en Warenar is dolgelukkig. Maar hij heeft zijn lesje geleerd: hij geeft het geld als huwelijksgeschenk aan Ritsert. Dan komen Reym en Geertruyd met de pasgeboren zoon, een wolk van een jongen. Lekker maakt handig van de situatie gebruik door vijfhonderd gulden aan Ritsert te vragen om het kastekort aan te zuiveren en hij krijgt ze. Ritsert gaat naar de kraamvrouw kijken en Lekker besluit het stuk met een verzoek om applaus.

 T H E M A T I E K

Alles draait in het verhaal om de pot met goud en de gierigheid van de hoofdpersoon. Het toneelstuk laat zien wat de gevolgen van gierigheid kunnen zijn en wat dit voor invloed heeft op de omgeving. Zo wordt iedereen in de omgeving door de gierigaard uitgescholden uit gewantrouwd. Hij heeft zelfs niet in de gaten dat zijn dochter zwanger is. Dit is toch wel een belangrijke gebeurtenis, die je niet zomaar mist. Ook zie je de effecten van gierigheid op de gierigaard zelf. Hij wordt heel erg achterdochtig.

T I T E L V E R K L A R I N G

De titel spreekt voor zich; het gaat in het verhaal over de hoofdpersoon Warenar.

B E O O R D E L I N G

Ik geef dit boek de beoordeling: ★★★★☆. Ik vond het een erg leuk verhaal en de plot twist op het laatst is natuurlijk ook wel erg grappig. Je ziet het een beetje aankomen, maar het is toch een leuk einde. Er zit een goede boodschap achter, ondanks dat het een relatief oud verhaal is.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Karel ende Elegast

S A M E N V A T T I N G

Koning Karel ligt ’s avonds in bed in zijn Kasteel wanneer hij via een engel een boodschap van God krijgt: “Ga uit stelen of je verliest je leven.” Karel gaat hier niet op in omdat hij denkt dat hij misschien wel misleid wordt. Maar wanneer de engel driemaal aan hem is verschenen met dezelfde boodschap, besluit hij er toch naar te handelen. Hij trekt erop uit en wanneer hij in het donkere woud loopt denkt hij aan Elegast, een vazal die hij uit zijn land heeft verbannen. Op dat moment komt hij een compleet in het zwart geklede ridder tegen die zich niet kenbaar wil maken. Ze raken in een gevecht dat Karel wint en waarna de ridder zich bekend maakt als Elegast. Elegast is door omstandigheden gedwongen om dief te worden en Karel ziet hier zijn kans. Hij stelt zich voor als Adelbrecht, ook dief van beroep. Hij stelt voor om koning Karel – zichzelf – te gaan bestelen. Elegast ziet dit niet zitten omdat hij, ondanks zijn verbanning, nog steeds trouw is aan zijn koning. In plaats daarvan stelt hij voor om Eggeric, de kwaadaardige zwager van Karel, te bestelen. Ze gaan op weg naar het kasteel van Eggeric en onderweg vindt Adelbrecht (Karel dus) een ploegschaar. Hij stelt voor om deze mee te nemen om te gebruiken tijdens het inbreken, maar daarop begint Elegast te lachen; om in te kunnen breken heb je niks aan een ploegschaar.

Eenmaal aangekomen bij het kasteel van Eggeric gaat Elegast als eerst naar binnen. Binnen wordt hij gewaarschuwd door een haan, die zegt hem dat koning Karel in de buurt is. Hij kan deze haan verstaan door magische kruiden. Elegast keert hierna weer naar buiten en wil niet langer inbreken bij Eggeric. Adelbrecht haalt hem over om de operatie toch door te zetten. Elegast brengt alle bewoners van het kasteel in een diepe slaap met behulp van een toverspreuk. Alle sloten worden geopend en de buit wordt naar buiten gebracht. Karel vindt het zo wel mooi geweest en wil weer naar huis gaan, maar Elegast wil nog een heel kostbaar zadel stelen en gaat dus weer naar binnen. Dit zadel bevindt zich in de slaapkamer van Eggeric en door de geluiden die Elegast per ongeluk maakt wordt Eggeric wakker. Hij maakt zijn vrouw wakker maar die verzekert hem ervan dat er niets aan de hand is. Ze vraagt haar man wat hij van plan is en hij vertelt eerlijk dat hij zijn zwager, koning Karel, wil doden. Zij wordt hier woedend om, Karel is ten slotte haar broer. Eggeric smoort deze woede in de kiem door zijn vrouw een klap in haar gezicht te verkopen.

Ondertussen ligt Elegast onder het bed en hoort dit gesprek. Hij vangt het bloed van de bloedneus van de vrouw in zijn handschoen en keert terug naar buiten. Hij vertelt Adelbrecht over het plan van Eggeric en laat het bloed op zijn handschoen zien. Hij wil direct actie ondernemen en Eggeric om het leven brengen. Karel beseft waarom God hem de opdracht heeft gegeven om te gaan stelen. Hij stelt voor dat Elegast naar koning Karel gaat om hem te waarschuwen, maar dit wil Elegast niet omdat hij verbannen is. Adelbrecht biedt vervolgens aan om zelf de koning te gaan waarschuwen en Karel vertrekt dus weer naar zijn eigen kasteel.

De volgende dag wordt er hof gehouden en koning Karel geeft de verraders een warm ontvangst. Vervolgens beschuldigt hij ze van het samenzweren tegen hem, wat zij natuurlijk ontkennen. Koning Karel laat Elegast aan zijn hof verschijnen die met het bloed aan zijn handschoen kan tonen dat Eggeric schuldig is. Uiteindelijk wordt besloten dat Eggeric gedood zal worden door Elegast. Hij wordt weer in ere hersteld en trouwt met de weduwe van Eggeric, Karels zus.

 T H E M A T I E K

Het belangrijkste thema is het boek is trouw/ontrouw. Elegast blijft Karel trouw ondanks dat hij hem ten onrechte heeft verbannen, Elegast wordt hiervoor goed beloond. Hierbij blijft de leenman trouw aan zijn leenheer. Eggeric van Egghermonde bleef de koning (zijn leenheer) niet trouw en wordt hiervoor gestraft. De trouw aan god komt ook vaak in het boek naar voren. Denk maar aan het begin waarin Karel uiteindelijk doet wat God hem opdraagt al vindt hij het een schande voor zichzelf. Hij wilde niet stelen, maar hij doet het toch, omdat het van God moet.

T I T E L V E R K L A R I N G

De titel spreekt voor zich; het gaat in het boekje over koning Karel en ridder Elegast. Koning Karel trekt op rovers tocht met Elegast, hij komt dan tot de ontdekking dat zijn zwager op de hofdag hem wil doden en zo kan hij dat voorkomen.

B E O O R D E L I N G

Ik geef dit boek de beoordeling: ★★★★☆. Tot m’n eigen verbazing, vond ik het eigenlijk best een leuk boekje. Het was natuurlijk een beetje moeilijk, omdat het in het oud Nederlands is geschreven, maar daarnaast was het eigenlijk echt best wel leuk om te lezen. Op een gegeven moment was ook nog eens spannend. Het was wel heel erg naar God gericht, wat ik jammer vond. Maar in die tijd was dat heel normaal en moest het als een soort ‘opvoedende’ rol spelen. Maar rekening houdend met het feit dat dit verhaal met overwegend religieuze intenties is geschreven en niet het doel heeft om mensen te amuseren vind ik het zeker zo slecht nog niet.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Gouden Ei

S A M E N V A T T I N G

Rex Hofman en Saskia Ehlvest, een stelletje, zijn onderweg naar een vakantiehuisje in de heuvels boven de Middellandse Zee bij Hyères. Omdat de kilometerteller al een tijdje kapot is, moet de kilometerstand met de hand bijgehouden worden, zodat Saskia en Rex weten wanneer ze moeten tanken, dit om te voorkomen dat ze ergens langs de weg zonder benzine komen te staan. Ook deze reis is dit weer het geval, en na de kilometerstand een tijdje bijgehouden te hebben vindt Saskia het tijd om weer te gaan tanken. Ze wil het tenslotte niet nog een keer meemaken om alleen zonder benzine langs de kant te staan, terwijl Rex lopend naar een ver benzinestation moet.

Als ze bij een TOTAL-benzinestation zijn, gaan ze tanken en daarna vindt Saskia het tijd om te ontspannen. Daarom gaat ze wat drankjes halen en besluit om haar angst daarna te overwinnen: zij gaat de rest van de rit rijden zodat Rex wat kan rusten. Nadat ze haar rijbewijs heeft gehaald heeft ze nooit meer gereden, dus ze vindt het eng om te gaan rijden.

Als ze drankjes gaat halen in het benzinestation komt ze niet meer terug. Rex gaat haar zoeken maar nergens in het benzinestation is ze te vinden. Daarom besluit hij om naar binnen te gaan en aan het personeel te vragen of ze haar gezien hebben.

Ze hebben haar wel gezien en ze is zelfs met drankjes uit het benzinestation gelopen, maar daarna hebben ze haar niet meer gezien. Rondom het benzinestation is Saskia ook niet te vinden en als Rex met de chef gepraat heeft en weer terug naar de auto gaat ziet hij iets opmerkelijks: de fietsen zijn van het dak van de auto weg.

Acht jaar later is Rex met Lieneke op vakantie, een vrouw die één jaar jonger is dan Saskia. Ze vinden elkaar wel leuk en praten veel over gevoelens en ook daar komt Saskia weer naar boven. Ze is nog steeds kwijt en niemand weet wat er met haar aan de hand is en waar Saskia op dat moment is.

Na een tijdje meldt iemand zich bij Rex thuis: een Frans sprekende man die beweert dat hij Raymond Lemorne heet. Hij vertelt aan Rex dat hij meer weet over de verdwijning van Saskia en hij vraagt of Rex mee wil gaan, zodat hij aan Rex uit kan leggen wat er is gebeurd. Dan krijgt Rex te horen dat Saskia dood is en dat hij de rest alleen te weten krijgt als hij hetzelfde ondergaat. Omdat Rex graag wil weten wat er is gebeurd, besluit hij om mee te gaan.

Bij het TOTAL-benzinestation blijkt dat Saskia daar in de auto is gegaan. Meer krijgt Rex niet te weten, want hij krijgt een slaapmiddel en wordt een tijd later ergens alleen wakker. Het blijkt dat hij ergens alleen onder de grond op een matras ligt. En dan beseft hij het zich: Saskia is levend begraven.

Lieneke hoort verder helemaal niks meer van Rex en voor iedereen zijn Rex en Saskia voor altijd verdwenen.

Uiteindelijk blijkt dat Lemorne de ontvoerder en moordenaar is. Hij probeerde al een tijdje vrouwen te kidnappen en heeft op allerlei manieren geprobeerd om vrouwen mee te krijgen. Op een dag kwam hij bij het TOTAL-tankstation en daar zag hij Saskia: een vrouw die hem aan zijn dochter deed denken. Nadat ze wat gepraat hadden over geld wisselen, zag Saskia zijn sleutelhanger van zijn autosleutels en ze vond deze zo mooi dat ze er ook eentje wilde hebben.

Lemorne beweerde dat hij handelde in zulke sleutelhangers en vroeg of ze mee naar zijn auto wilde om er eentje van hem over te nemen. Toen ze bij zijn auto was kreeg ze een klap waardoor ze op de achterbank viel en gelijk meegenomen kon worden.

 T H E M A T I E K

Een belangrijk thema in het boek is vermissing. Saskia wordt vermist en Rex die probeert hij terug te vinden. Een ander thema is ‘de dood van een geliefde’. Rex komt er op een gegeven moment achter dat Saskia is vermoord en op het moment dat hij erachter komt, is hij zelf ook stervende.

T I T E L V E R K L A R I N G

De titel ‘Gouden Ei’ slaat op een droom van Saskia. Toen ze klein was droomde ze dat ze opgesloten zat in een gouden ei, dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd moeten zitten en ze kon niet doodgaan.

Dit slaat op de eenzaamheid die ze toen in haar droom voelde en ook het ‘opgesloten’ zitten in bepaalde gedachtes of gevoelens. In dit boek voelt Rex zich ook wel eens zo: als Saskia niet meer bij hem is voelt hij zich alleen en weet hij niet meer wat hij moet doen. Het liefste wil hij weten wat er met Saskia aan de hand is. In het verhaal wordt dan ook een aantal keer terug verwezen naar de droom over het gouden ei van Saskia.

B E O O R D E L I N G

Ik geef dit boek de beoordeling: ★★★★☆. Het is een súper makkelijk en kort boekje om te lezen. Je bent er binnen no-time doorheen en het verhaal is ook nog een spannend. Wat wil je nog meer? Het heeft alleen niet heel veel diepgang, maar dat was ook niet te verwachten bij zo’n klein boekje. Het is het lezen waard, want het is gewoon een leuk boekje om te lezen, waar weinig inspanning voor nodig is. Je hebt ‘m zo uit.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen