Wet van Ohm.

Als je de totale weerstand (R) wilt weten, moet je dat met een serie- & parralelschakeling anders doen.

 

Serieschakeling:  Dan is de totale weerstand hetzelfde als weerstand lampje 1 + weerstand lampje 2 etc.

Als je dat als ‘formule’ op zou schrijven dan is dat: Rv = R1 + R2 + …

 

Parallel: Dit is wat lastiger dan een serieschakeling. Dit gaat als volgt: je doet 1: totale weerstand = 1 : lampje 1 + 1 : lampje 2 etc.

Uitgetypt: 1:Rv = 1: R1 + 1:R2 + …

alles :1 is datgene dat je deelt door 1, dus dan wordt het niet 1:Rv, maar Rv:1. Dus je draait de deler en de noemer om. Als je dat bij de weerstand van de lampjes, kom je op het antwoord van de totale weerstand.

 

 

De vraag van Karel:

Bereken de spanning van de serieschakeling & parallelschakeling.

Serieschakeling: Gegeven is: U: 12 volt & R1: 2 ohm.

Je moet de totale weerstand weten om de spanning uit te kunnen rekenen.

Je hebt 4 lampjes, en 1 lampje is 2 ohm. Bij een serieschakeling tel je gewoon alles bij elkaar op: Rv= R1 + R2 + R3 +R4: Rv = 2+2+2+2. Rv = 8.

De formule voor spanning is : I = U:R. U= 12, R = 8. dus I= 12:8. I=1,5 ampere.

 

Parallelschakeling:

Gegeven: U: 12 volt & R1: 2 ohm.

Je moet eerst de totale weerstand berekenen.

1:Rv = 1: R1 +1:R2 + 1:R3 + 1:R4: 1:Rv =1:2 +1:2 +1:2 +1:2. Dit is dus 4:2.

Omdat je alles wat :1 doet, op hetzelfde uitkomt. Kun je dus de deler en de noemer omdraaien.

omdat je alles kan omdraaien wordt het dus 2:4

2/4 is hetzelfde als 1/2, dus Rv=0.5.

 

De formule van spanning is: I = U:R. U= 12, R = 0,5. dus I=12:0,5, I = 24 ampere.