Extra voor Nederlands

3. Ik kan een onderzoeksvraag met deelvragen stellen?

Dit heb ik gedaan doordat ik het kopje over onderzoeksvragen en deelvragen heb doorgelezen en dit kopje heb ik ook uitgeschreven.

In het verslag vind ik de onderzoeksvraag niet goed omdat het geen vraag is, er staat namelijk: “Met dit practicum proberen wij erachter te komen, of de weerstand van een gloeilampje constant is met toenemende spanning”. Dit zou ik veranderen naar: is de weerstand van een gloeilampje constant met een toenemende spanning?

Bij dit verslag vroeg ik mezelf geen deelvragen af maar ik kan het wel. Dat kan ik bewijzen doordat ik een voorbeeld geef met een andere onderzoeksvraag. Onderzoeksvraag: wat zijn de verschillen tussen het meubels maken van vroeger en nu?

Deelvragen zijn vragen waarmee je kleine stukjes van de onderzoeksvraag kan beantwoorden. Een paar deelvragen zouden kunnen zijn:

  • Welke technieken werden er voeger en nu gebruikt?
  • Welke materialen werden er vroeger en nu gebruikt?
  • Door wie en waar werden de meubels van vroeger en nu gemaakt?
  • Hoe duur waren de meubels vroeger en hoe duur zijn ze nu?

4. Ik kan bepalen of een bron bruikbaar is

Ik heb het verslag als bron gebruikt. Ik wist dat de bron bruikbaar was doordat:

  • Het voor mij een deskundig verslag is.
  • Het een redelijk actueel verslag is.

Ook heb ik eerst informatie over het onderwerp opgezocht zodat ik eisen kon stellen waaraan mijn bron moest voldoen.

 

7. Ik kan de regels van werkwoordspelling toepassen

Ik ga dit doen door het werkwoordschema op te zoeken en door te nemen daarna maak ik opdracht 35 van hoofdstuk 1. In het verslag zorg ik dat alle werkwoorden goed gespeld staan.

 

10. Ik kan hoofdletters en interpunctie gebruiken

Ik ga zorgen dat in mijn hele verslag de hoofdletters en interpunctie zo goed mogelijk zijn toegepast.

Stap 1: de regels van hoofdletters en interpunctie gebruiken doornemen.

Stap 2: opdracht: 34 t/m 9 en 35 maken.

 

11. Ik kan bijvoeglijke naamwoorden spellen

Ik heb uitgezocht hoe je een bijvoeglijk naamwoord moet spellen en opdracht 31 gemaakt. Ook zijn alle bijvoeglijke naamwoorden in mijn verslag juist gespeld.

Voorbeeld:

Er ontstaat een lineaire lijn.

Omdat het bijvoeglijk naamwoord lineair een het-woord is, komt er in het enkelvoud     een –e achter. Omdat er een voor staat wordt het bijvoeglijk naamwoord niet verbogen.

 

 

Geplaatst in Het extra deel voor Nederlands | Een reactie plaatsen

Verbeterde practicum wet van Ohm

De weerstand van een gloeilampje

Verslag van een natuurkunde practicum

 

 

Onderzoeksvraag:

Is de weerstand van een bepaalde weerstand constant met een gelijk toenemende spanning?

 

Hypothese:

Wij verwachten dat de weerstand zich gedraagt als een zogenaamde Ohmse weerstand. Dit wil zeggen dat de weerstand constant is en dus niet afhangt van bijvoorbeeld de temperatuur van het draad in een lamp. Het bijbehorende U-I diagram zal dus een lineair verband moeten laten zien tussen de spanning en de stroomsterkte.

Werkplan:

Benodigde materialen:

  • • Weerstand;
  • • 5 meetsnoeren;
  • • Ampèremeter;
  • • Spanningsmeter;
  • • Variabele spanningsbron.

 

Opstelling:

Figuur 1: schakelschema van de practicumopstelling.

 

Werkwijze:

  1.  Beginnend bij 0 Volt wordt telkens de spanning met 1 Volt verhoogd. Dit is de spanning over de weerstand en niet de bronspanning!
  2. • Steeds wordt de stroomsterkte bepaald.
  3.  De gegevens worden genoteerd in een tabel.
  4. • Met behulp van de gegevens in de tabel wordt een zgn. U-I diagram gemaakt.

 

 

Onderzoeksresultaten:

In tabel 1 zijn de gemeten spanning en stroomsterkte alsmede de berekende weerstand vermeld. De weerstand is berekend met behulp van de wet van Ohm:

Spanning U (V):          Stroomsterkte I (A):     Weerstand R (Ω):

0                                                      0                                             –

1,05                                                  0,050                                       2,1 x 101

1,99                                                  0,098                                       2,031 x 101

2,99                                                  0,152                                       1,967 x 101

3,9                                                    0,2                                          1,95 x 101

5,0                                                    0,255                                      1,96 x 101

5,9                                                    0,35                                         1,69 x 101

 

Tabel 1: meetgegevens.

In figuur 2 zijn de gegevens uit tabel 1 verwerkt tot een U-I diagram. 

 Figuur 2: U-I diagram gloeilampje.

 

Hellingsgetal:
Het hellingsgetal kan je berekenen door:

Optrede : aantrede= hellingsgetal

X-as= aantrede

Y-as= optrede

 

Punt 1:

Optrede= 0,050

Aantrede= 1,05

1,05:0,050= 21

Hellingsgetal= 21

 

Punt 6:

Optrede= 0,35

Aantrede= 5,9

5,9 : 0,35= 16,9

Hellingsgetal= 16,9

 

Gemiddelde hellingsgetal:

21+16,9= 37,9

37,9:2=18,95

Gemiddelde hellingsgetal= 18,95

 

Conclusie:

Uit het U-I diagram blijkt dat de weerstand zich gedraagt als een zogenaamde Ohmse weerstand. De wet van Ohm geldt hier de stroomsterkte is dus recht evenredig met de spanning, waardoor er een lineaire lijn ontstaat. Dat betekent dat wanneer de spanning 2x zo groot wordt, de stroomsterkte ook 2x zo groot wordt.

Doordat we een paar afleesfouten hebben gemaakt valt het laatste punt in de grafiek buiten de lineaire lijn toch kun je een lineaire lijn trekken. Het hellingsgetal van de lineaire is 18,95.

 

Discussie:

Het experiment is goed verlopen de hypothese klopte dus.  Het verslag dat ik van internet heb gehaald, heb ik aangepast. De gegevens klopte namelijk niet met de gegevens die wij hebben gevonden. Tijdens het verwerken van de informatie kwamen we er achter dat de zogenaamde Ohmse weerstand bij ons wel geldt maar in het verslag van internet gold de wet van Ohm niet.

Bijlage:1

Verklaring gebruikte symbolen:

 

Bijlage: 2

Gebruikte bronnen:

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Practica wet van Ohm van internet

De weerstand van een gloeilampje

Verslag van een natuurkunde practicum

 

Onderzoeksvraag:

Met dit practicum proberen wij erachter te komen of de weerstand van een gloeilampje konstant is met toenemende spanning.

 

Hypothese:

Wij verwachten dat het gloeilampje zich gedraagt als een zogenaamde Ohmse weerstand. Dit wil zeggen dat de weerstand constant is en dus niet afhangt van bijvoorbeeld de temperatuur van het draad. Het bijbehorende U-I diagram zal dus een lineair verband moeten laten zien tussen de spanning en de stroomsterkte.

 

Werkplan:

  • Benodigde materialen:
  • • Gloeilampje (6V, 0,5A) met fitting;
  • • 5 meetsnoeren;
  • • Ampèremeter;
  • • Spanningsmeter;
  • • Variabele spanningsbron.

 

Opstelling:

De bovenstaande onderdeling worden geschakeld zoals in figuur 1 is aangegeven.

Figuur 1: schakelschema van de practicumopstelling.

 

Werkwijze:

  1. • Beginnend bij 0 Volt wordt telkens de spanning met 1 Volt verhoogd. Dit is de spanning over het lampje en niet de bronspanning!
  2. • Steeds wordt de stroomsterkte bepaald.
  3. • De gegevens worden genoteerd in een tabel.
  4. • Met behulp van de gegevens in de tabel wordt een zgn. U-I diagram gemaakt.

 

Onderzoeksresultaten:

In tabel 1 zijn de gemeten spanning en stroomsterkte alsmede de

berekende weerstand vermeld. De weerstand is berekend met behulp van

de wet van Ohm.

Spanning U (V):          Stroomsterkte I (A):     Weerstand R (Ω):

0,0                                                    0,00                                          –

1,0                                                    0,23                                         4,3

2,0                                                    0,32                                          6,3

3,0                                                    0,40                                          7,5

4,0                                                    0,45                                         8,9

5,0                                                    0,48                                         10,4

6,0                                                    0,49                                         12,2

Tabel 1: meetgegevens.

In figuur 2 zijn de gegevens uit tabel 1 verwerkt tot een U-I diagram.

 

Figuur 2: U-I diagram gloeilampje.

 

Conclusies:

Uit het U-I diagram blijkt duidelijk dat het gloeilampje zich niet gedraagt als een zogenaamde Ohmse weerstand. Uit de grafiek is af te leiden dat de stroomsterkte niet rechtevenredig is met de spanning. De stroomsterkte neemt langzamer toe als gevolg van toenemende weerstand.

Deze toename van de weerstand is waarschijnlijk het gevolg van de toegenomen temperatuur van de gloeidraad. De moleculen zijn heviger aan het trillen en zullen de stroom minder makkelijk geleiden.

 

Discussie:

Het experiment is goed verlopen ondanks het feit dat de hypothese verworpen moest worden. De door ons gegeven verklaring (toegenomen weerstand door toename temperatuur van de gloeidraad) zou verder onderzocht moeten worden. Gedacht kan worden: aan het bepalen van de temperatuur van de gloeidraad tijdens het experiment, of aan het doen van weerstandsmetingen van de gloeidraad  bij toenemende temperatuur, zonder dat er stroom doorheen gaat (bijvoorbeeld in een oven).

 

Bijlage:1

Verklaring gebruikte symbolen:

 

Bijlage: 2

Gebruikte bronnen:

  •  • Pulsar Nask ½ voor vmbo;
  • • Physics. Cutnell & Johnson.

 

Geplaatst in Practica wet van Ohm van internet | Een reactie plaatsen

Gegevens practica

Onderzoeksresultaten:

 

In tabel 1 zijn de gemeten spanning en stroomsterkte alsmede de

berekende weerstand vermeld. De weerstand is berekend met behulp van

de wet van Ohm:

 

Spanning U (V):          Stroomsterkte I (A):     Weerstand R (Ω):

0                                                      0                                             –

1,05                                                  0,050                                       2 x101

1,99                                                  0,098                                       20,31

2,99                                                  0,152                                       19,67

3,9                                                    0,2                                          19,5

5,0                                                    0,255                                      19,6

5,9                                                    0,35                                         16,9

 

Tabel 1: meetgegevens

 

In figuur 2 zijn de gegevens uit tabel 1 verwerkt tot een U-I diagram.

 

 

 

Figuur 2: U-I diagram gloeilampje

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vraag van het bord

Gegeven:

Serieschakeling: R1,R2,R3

Parallelschakeling: R1,R2,R3

R1=3 Ohm

R2=6 Ohm

R3=9 Ohm

U bron = 12 Volt

? I=Stroom in Ampère

 

Serie:

RV=R1+R2+R3

Rv=3+6+9

Antw. = Rv=18 Ohm

U/Rv=I  12V/18Ω=2/3A

 

 

Parallel:

1:RV=1/R1+1/R2+1/R3

1:RV=1/3+1/6+1/9

1:RV=6/18+3/18+2/18

1:RV=11/18

RV:1=18/11 = 1  7/11

Antw. = RV=18/11 Ohm = ongeveer 1.63 Ohm

U/Rv=It  12V/18/11Ω=7  1/3A

U/R1=I1  12V/3Ω=4A

U/R2=I2  12V/6Ω=2A

U/R3=I3  12V/9Ω=1  1/3A

I1+I2+I3= It     4A+2A+1  1/3A= 7  1/3A

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Diagnostische toetsvraag

Dit is mijn zelfbedachte diagnostische toetsvraag:

Hoe werkt een elektriche spoel?

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Opdracht 1:

Je hebt 2 lampjes je wilt ze zo hard mogelijk laten branden hoe doe je dat?

Je hebt 2 schakelingen:

  1. Parallel schakeling

Bij een parallel schakeling krijgt elk lampje evenveel stroom als dat de energie bron in de schakeling stopt. Dus wanneer de bron 6 volt geeft branden allebei de lichtjes op 6 volt. Wanneer er 1 kapot gaat blijft de ander branden.

2. Serie schakeling

Bij een serieschakeling krijgen de lampjes niet zoveel stroom als dat een energie bron geeft de energie word verdeeld. Bijv. als een batterij in een serie schakeling van 2 lampjes 6 volt geeft krijgt elk lampje 3 volt. Wanneer er 1 kapot gaat gaat de rest ook uit.

Door middel van een parallel schakeling laat je 2 lampjes zo hard mogelijk branden. Ook kan je energie produceren zonder accu, batterij of stopkontact. Dit kan doormiddel van de zuil van Volta en werkt als volgd: Je hebt verschillende elkementen en die bestaan uit 1 rondje alleminium folie 1 rondje papier geweekt in zoutzuur en een 5cent muntje. (de rondjes zijn evengroot als het muntje.) Hoe meer elementen hoe meer energie dus hoe harder het lampje brandt. Het zoutzuur verbinden de 2 metalen met elkaar en ontstaat er energie. (Het muntje moet altijd bovenop liggen)

Wat is elektriciteit?

Bewegingsenergie: hierdoor kun je elektriciteit maken. Deze energie is energie die gemaakt word doormiddel van beweging, hoe sneller de beweging hoe meer energie. De elektronen(-) bewegen heen en weer in een stroomkring. Een elektrische stroom ontstaat doordat er in een kring van atomen steeds een elektron teveel bij word gestopt. Hierdoor is de molecuul niet meer neutraal (even veel – als + ) en moet er dus een elektron weer doorgeven om neutraal te blijven. Maar die moet het dan ook weer doorgeven zo ontstaat een elektrische stroom.

                      elektron = rood bolletje

                                    Stroom naar links

Metalen geleiden zo gemakkelijk omdat er bij een metaal een extra elektron net buiten de wolk is hierdoor kan die makkelijker weggetikt worden dan bij andere stoffen die dat niet hebben.`

Grootheid: Eenheid: Afkorting:
Stroom Ampère A
Spanning Volt V
Geplaatst in Natuurkunde Trimester 2 | 1 reactie

Welkom!

Beste bezoekers,

op deze blogs zijn vooral mijn samenvattingen en opdrachten van school te vinden.

Gr. Sanne

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen