Remco Campert Het Leven is Vurrukkulluk (niveau 3) H4

Remco Campert Het Leven is Vurrukkulluk (niveau 3)

Het verhaal begint op een zondagmorgen in het park. Mees en Boelie hebben daar een vijftienjarig meisje (Panda) ontmoet. Ze lopen een beetje rond, kijken naar de eendjes en ze kopen een ijsje. Dan gaan ze naar een uitspanning om een drankje te pakken. Panda gaat dan naar de dame (Rosa Overbeek) die daar toezicht houdt. Terwijl Mees en Boelie een drankje nuttigen komt er een oude grijsaard bij hen zitten. Zij praten wat, vooral over de jeugd van deze dagen. Als Panda zich dan weer bij hen voegt, besluiten ze naar het huis van Mees en Boelie aan de rand van het park te gaan. De grijsaard volgt hen en de drie raken van hem geïrriteerd en slaan hem neer. Ze pikken zelfs 200 gulden die de oude man bij zich had. Eenmaal in het huis aangekomen probeert Mees Panda te versieren en het bed mee in te krijgen. Daarvoor moet Boelie natuurlijk weg en Mees verzint dus allerlei smoezen voor hem. Het blijkt even later dat Boelie een afspraak had met de journalist Ernst-Jan Zoon om te praten over het leven van een dichter (Boelie is namelijk dichter). Boelie vertrekt en een paar momenten later ligt Mees met Panda in bed. Na de seks vertelt Mees uitgebreid over jeugd en zijn leven als jazzpianist in slechte kroegen. Ondertussen wordt Boelie dus geïnterviewd door Ernst-Jan Zoon. De twee kennen elkaar al redelijk en na afloop van het interview, wat trouwens één groot fantasieverhaal is geworden, vertelt Ernst-Jan aan Boelie dat hij zijn vrouw Etta ervan verdenkt vreemd te gaan. Ernst-Jan vraagt Boelie de zaak te onderzoeken en Boelie besluit met Ernst-Jan mee te gaan. Bij Ernst-Jan’s huis aangekomen gaat Ernst-Jan naar een voetbalwedstrijd luisteren terwijl Boelie Etta, die zich in de tuin bevindt, gezelschap gaat houden. Na een tijd probeert Boelie Etta te versieren, maar dan stelt Etta voor om naar het huis van de buren te gaan, die op dat moment toch hun wekelijkse autotochtje houden. Boelie gaat mee en bijna gaan ze met elkaar naar bed. Plotseling komen echter de buren thuis en Boelie verzint een smoes en uiteindelijk komen ze er mee weg. De grijsaard is inmiddels weer bij bewustzijn gekomen en merkt dat zijn geld weg is. Tjeerd Overbeek, die al een tijdje stond toe te kijken, stelt de grijsaard voor om er voor te zorgen dat hij zijn geld terugkrijgt. Daarvoor gaan ze naar Rosa Overbeek om advies. Rosa, Tjeerd’s tante, blijkt echter een oude klasgenoot van de grijsaard (die Kees heet) te zijn. Ze gaan dus oude herinneringen ophalen en Tjeerd merkt dat hij overbodig is geworden. Mees en Panda besluiten om van de tweehonderd gulden van Kees een feest te geven. Ze gaan daarvoor naar Jens om drank in te slaan. ’s Avonds als het feest van Mees en Panda in volle gang is, komt Tjeerd aan de deur. Hij weet niet precies wat hij moet doen, maar dan komt een dronken feestganger die hem mee naar binnen sleurt. Binnen is er Etta die ruzie heeft met Ernst-Jan die daaropvolgend met Boelie naar een bed op zolder gaat. Panda die bij Jens in de auto zit om de drank af te leveren, heeft geen zin meer in het feest en vraagt Jens haar thuis te brengen. Op het feest ziet Mees een jongen met een paraplu uit het zolderraam springen en veilig landen. Op dat moment voelt Mees zich voor het eerst in zijn leven echt gelukkig.

Herman Koch Het Diner (Niveau 3) H4

Het Diner  (Niveau 3) Herman Koch

Aperitief (ho 1-7)

Pul Lohman gaat op uitnodiging van zijn broer Serge Lohman (een bekend politicus van de oppositie maar waarschijnlijk de gedoodverfde nieuwe minister-president bij de volgende verkiezingen) met zijn echtgenote Claire en schoonzus Babette eten in een restaurant waarvan Paul liever de naam niet bekend wil maken. Het zou maar andere bezoekers trekken.
Hij gaat eerst met zijn vrouw Claire wat drinken in een naburig café. Daar vraagt ze hem of hij de laatste tijd iets aan hun zoon Michel heeft gemerkt. Paul moet dan terugdenken aan het bericht dat hij vlak voor ze weggingen op de mobiel van zijn zoon heeft gezien. Dat wekt spanning: er is blijkbaar in het verleden iets ergs gebeurd. Ze gaan dan naar het restaurant waar ze hebben afgesproken, want Serge wilde iets met hen bespreken. Serge heeft het imago van de “doe-maar-gewoon-politicus,” maar ook dat lijkt een aangeleerde pose. Serge heeft ook een vijftienjarige zoon Rick en bovendien heeft hij een zoon uit Burkina Faso geadopteerd, wat zijn imago als politicus heeft verbeterd. Ook aan deze Beau ergert Paul zich flink.
Ze drinken een aperitief: een roze champagne van maar liefst 10 € per glas. Ook dit wordt door Paul belachelijk gemaakt. Hij ziet bovendien dat Babette betraande ogen heeft.

Voorgerecht (ho 8-15)
De beide paren bestellen een voorgericht, dat ook al heel duur is. Paul ergert zich tijdens deze eerste fase aan van alles: de opzichtig acterende gerant met zijn culinaire praatjes over achterlijk kleine maar dure porties, de flauwe grappen die er verteld worden, de te dure chablis, de anekdote over het vakantiehuisje van Serge in de Dordogne, waar ze in het verleden een barbecue met andere Nederlanders organiseerden en Paul van mening is dat zijn broer en schoonzus “Frankrijkje speelden.” Paul wil even weg van tafel en hij gaat naar de wc waar hij een man ontmoet die aan hem vraagt of zijn dochter een foto zou mogen maken van de politicus. Paul denkt dat het wel mag. Wanneer hij terugkeert naar de tafel, ziet hij dat de vrouwen weg zijn gegaan. Serge zegt dat ze over hun kinderen moeten praten.

Hoofdgerecht (ho 16-35)
De vrouwen zijn nog steeds niet terug, maar het hoofdgerecht wordt door de gerant opgediend. Serge wil alvast aan zijn tournedos beginnen: aan hem is eigenlijk het dure eten niet besteed. Paul gaat vervolgens de vrouwen zoeken en hij denkt daarbij terug aan het fotomoment met de dochter van de wc-man. Serge is één en al voorkomendheid tegenover de man (vanwege zijn politieke aspiraties) maar wanneer de man blijft “plakken” wordt hij toch ongeduldig en wat onbeleefder. Hij doet dan net of hij mobiel wordt gebeld en breekt het gesprek af.

Dan gaat ineens ook een mobiel bij Paul af: het is die van Michel die hij per ongeluk in zijn zak heeft gestoken. Op het toilet bekijkt hij wie het is. Het is Michel zelf die zijn mobiel mist en hem graag wil terug hebben. Maar Paul bekijkt op het toilet nog een keer naar de mobiele video die erop staat en die hij al eerder die dag heeft gezien. Het is een opname van een vrouwelijke zwerver die bijna een jaar geleden door Rick en vooral Michel is afgetuigd. Ze lag in het hokje van een pinautomaat toen de beide jongens geld wilden pinnen om te gaan stappen. Ze gooien van alles naar de vrouw en op het laatst nog een lege jerrycan, waarin nog benzinedampen zaten. Een aansteker doet de rest. De vrouw is verbrand. Het filmpje is op “Opsporing verzocht” geweest met het commentaar van een verloederde samenleving. De beelden zijn niet zo erg helder geweest, waardoor Rick en Michel (Beau had zich ervan gedistantieerd) niet zo goed te herkennen waren geweest. Toch had Paul hen toen al herkend, en volgens hem zijn vrouw Claire niet.

Hij heeft zijn zoon in principe in bescherming genomen en hij herinnert zich dan een fraaie flashback van een voorval met Michel. Die had met voetballen een ruit van een naburige fietsenhandelaar ingeschopt en toen hij met Michel wilde gaan betalen was de man boos uitgevallen. Daarop had Paul een fietspomp gepakt en de man daarmee bedreigd. Toen was de handelaar bang geworden en Paul had tegen Michel gezegd dat het dreigen met de fietspomp een geheim tussen hen beiden moest blijven. Claire mocht niet weten wat er was gebeurd. Michel was toen acht jaar geweest en de schade was 200 gulden (Dan moet dat incident op zijn laatst in 2001 zijn voorgevallen)

Paul heeft de filmpjes van de brandende zwerfster recent op Internet nagekeken o.a. op You Tube en daar zijn nog meer beelden te zien geweest die met een mobiele telefoon zijn opgenomen. Zo is een sportschoen van Michel te zien: hij vreest nu dat de politie daderinformatie heeft achtergehouden. Michel wil zijn mobiel ophalen en hij zal naar het restaurant komen. Paul zal hem buiten opwachten. Het blijkt dat Michel wordt gechanteerd door Beau, die 3000 € wil hebben om te voorkomen dat hij hen zal aanklagen en de laatste beelden op Internet zal plaatsen. Er zal die avond iets gaan gebeuren waarvan Claire wel op de hoogte is en Paul niet. Blijkbaar heeft Claire ook alles vanaf het begin geweten. Michel komt inderdaad naar het restaurant waar Paul buiten op hem wacht. Hij wordt toch betrapt door Claire en dan zegt Paul dat Michel 50 € kwam ophalen die hij ooit van hem had geleend. Ze gaan samen weer terug naar de dinertafel.

Op dat moment wordt een nieuwe flashback ingebouwd. Paul is geschiedenisleraar geweest op een school voor voortgezet onderwijs. De naam van de school wil Paul liever niet noemen (vgl. de naam van het restaurant uit het hoofdstuk “Aperitief” )
Michel was toen nog vier jaar. Op een gegeven moment was Paul vreemde dingen gaan doen en onacceptabele dingen gaan verkondigen in de klas o.a. over oorlogsslachtoffers. Het was allemaal begonnen na een soloreisje naar Berlijn.
Hij wordt op het matje bij de rector geroepen die hem kapittelt en hij wordt doorverwezen naar de schoolpsycholoog. Die spreekt over een genetische afwijking en Paul is bang voor een tweede kind dat mogelijk zijn genetische eigenschappen zou kunnen erven.. Hij praat met Claire over een vruchtwaterpunctie, maar voordat dit alles zijn beslag krijgt wordt Claire ziek en verdwijnt in het ziekenhuis. De naam van het ziekenhuis wil Paul niet noemen (zie zijn eerder commentaar op het restaurant en de school) Nadat Claire een tijdje in het ziekenhuis heeft gelegen, komen Babette en Serge bij hem op bezoek. Hij is net macaroni aan het koken voor hem en Michel. Babette en Serge vinden dat ze tijdelijk op Michel moeten passen (het blijkt dat Claire dit achter zijn rug heeft gevraagd) Paul wordt woedend (hij krijgt weer zo’n driftaanval) en slaat de pan met macaroni op het hoofd van Serge. Die valt gewond neer. Einde hoofdstuk hoofdgerecht, maar er is heel wat informatie aan de lezer duidelijk gemaakt.

Nagerecht (ho 36-39)
Tijdens het nagerecht gedraagt Babette zich onfatsoenlijk. Ze doet kleinerend tegenover de gerant over haar gekozen nagerecht en wil dat hij het weghaalt. Serge krijgt gevoelens van plaatsvervangende schaamte, want de andere gasten kijken naar hen. Paul en Claire vinden het voorval wel vermakelijk. Ze heeft tijdens het diner enkele keren gebeld met Michel, zodat hij een alibi voor die avond heeft. Ze vraagt Babette nadrukkelijk naar de tijd, waarop ze belt. Maar Michel is helemaal niet thuis: hij moet die avond immers een “karweitje” opknappen.
Eindelijk komt het hoge woord op tafel. Serge wil praten over de gebeurtenis met Rick en Michel. Hij zegt dat Rick eronder lijdt en dat mag niet gebeuren. Bekennen van het eigen rechter spelen van zijn zoon zal inhouden dat het met de politieke carrière van Serge gedaan is. Hij wil zich een dag later tijdens een persconferentie terugtrekken als lijsttrekker voor de verkiezingen en dat betekent ook dat Babette geen “first lady” zal worden. Ze roept daarom de hulp in van Claire en Paul om dat te voorkomen. Claire ziet problemen voor haar zoontje Michel met wie ze een meer dan goede band heeft (lijkt bijna Oedipaal) wanneer ze zullen moeten bekennen en ze wil Serge overhalen zich niet terug te trekken. Dat heeft ze bovendien aan Babette beloofd toen ze van tafel waren weggegaan. Serge heeft echter alles al geregeld in het café waar Claire en Paul graag komen (zie begin) Hij is vastbesloten te stoppen in de politiek. Je zou kunnen stellen dat hij zich in dat opzicht integer opstelt.

Digestief (ho 40- 45)
In dit deel van het diner wordt begonnen met een flashback waarin Paul aangeeft dat Michel recent een werkstuk over de doodstraf had moeten maken voor school. Over zijn ideeën had hij met zijn vader gesproken: er was o.a. een gedachte in opgenomen over het eigen rechter spelen bij niet te verbeteren misdadigers. De rector roept Paul op en er ontstaat een heftige discussie over dit onderwerp. Ineens slaan de stoppen bij Paul door en hij slaat de rector hard in diens gezicht. Dan opent hij het raam en zwaait naar Michel op het schoolplein. De loyaliteit tussen ouders is hier de rode draad in het verhaal.

Serge en Babette gaan alvast naar het café waar de persconferentie zal worden gehouden, want hij moet nog een en ander regelen.
Claire zegt dat hij Serge moet weerhouden een persconferentie te houden door hem in zijn gezicht te slaan of zijn arm te breken. Hij wil dat niet en dan zegt ze dat hij een tijdlang zijn pillen al niet meer neemt. Dan besluit Claire dat zij het zal doen. Wanneer zij weggaat, wacht Paul nog even. Niet lang daarna ziet hij politieauto’s en ambulances rijden naar het bewuste café. Wanneer hij dichterbij komt, ziet hij dat Serge gewond geraakt is in zijn gezicht, dat Babette bij hem in de ambulance stapt en dat Claire wordt afgevoerd door de politie.

Fooi (ho 46)
Aan het begin van deze “epiloog” geeft Paul zijn idee over de vraag hoeveel fooi je aan een ober moet geven. Wanneer hij aan de ober vraagt om de rekening zegt deze dat de heer Lohman die al betaald heeft. Als fooi geeft Paul nu 450 € aan de gerant met de mededeling dat hij hem en zijn zoon nooit in de tuin van het restaurant heeft zien staan.
Dan volgt zijn opsomming van wat er is gebeurd. Serge heeft de verkiezingen niet gewonnen. Zijn steeds veranderende imago zal de oorzaak zijn geweest . Hij had zelfs een baard laten staan om zijn litteken te kunnen verbergen. Serge heeft geen aanklacht ingediend tegen Claire. Ook Beau was sinds die avond spoorloos verdwenen. Ze hadden nog lang naar hem gezocht. De media suggereren dat hij misschien naar zijn geboorteland is teruggegaan.
Maar Paul weet beter: op de avond van het diner was Michel thuisgekomen: hij zag er zelf enigszins beschadigd uit en had verteld dat de website van Men in Back waarop het filmpje was te zien geweest verwijderd was van het net en daarmee was ook Beau van het tonele verdwenen. Hij vertelt wat hij heeft gedaan aan zijn “Lieve pappa.”
Op die elfde avond even daarvoor was Paul erachter gekomen dat Claire voor de geboorte van Michel toch een vruchtwateronderzoek had ondergaan. Ze had de uitslag nooit tegen hem verteld. Op het formulier van het onderzoek had hij trouwens nog andere dingen gelezen. Was hij overigens wel de vader van Michel?

Karel Glastra van Loon De passievrucht roman (Niveau 2) H4

De passievrucht roman (Niveau 2)

Karel Glastra van Loon

 

Armin, de hoofdpersoon in de roman De passievrucht, aan tijdens zijn zoektocht naar de harde feiten over vruchtbaarheid, conceptie en de wegen der genen. Hij stort zich in het onderwerp sinds de dag dat een arts hem vertelde dat hij lijdt aan de ziekte van Klinefelter, een afwijking aan de geslachtschromosomen die tot totale onvruchtbaarheid leidt. ‘De kinderen die een vrouw gaat baren, lijken op degene die ze liefheeft. Als dat haar man is, dan lijken ze op haar man. Als dat een echtbreker is, dan lijken ze op die echtbreker’, leest hij in het voorwetenschappelijke Evangelie van Philippus. Ook die observatie geeft te denken: de 13-jarige Bo die hij al die tijd zijn zoon noemde, lijkt sprekend op hem. Natuurlijk, want Bo’s moeder, de tien jaar geleden overleden Monika, hield van hem.
Wat doet een man die na dertien jaar tot de verbijsterende ontdekking komt dat zijn kind zijn kind niet kan zijn? Dat het aanbiddelijke jongetje dat hij, de weduwnaar, elke dag koesterde, voorlas, in bad deed, met wie hij door de stad sjouwde, ging vissen en hagedissen zoeken, andermans zoon is? Dat zijn grote liefde een geheim meenam in haar graf, en hij bij zijn nieuwe vriendin nooit een kind zal kunnen verwekken? Zo’n man wil zich koste wat het kost wreken op de vader. ‘Op de dader’. De vijandelijke spermalegers mogen aan zijn lamme zaadcellen een makkie hebben gehad, de tegenstander dient alsnog vermorzeld te worden. Dit intrigerende gegeven koos Karel Glastra van Loon voor zijn tweede boek, opvolger van de verhalenbundel Vannacht is de wereld gek geworden uit 1997. En hij werkt het op sublieme wijze uit.

De roman is zorgvuldig opgebouwd. Het verbeten en systematische recherchewerk vormt de hoofdlijn in het verhaal. Armin maakt een lijst van verdachten. Hij zoekt hen op, confronteert de potentiële verwekkers met zijn waarheid, en moet de meeste weer doorstrepen op zijn lijst. Op een na, Niko, de softe versierder met wie Monika op een alternatief reisbureau werkte. Deze Niko noemde zijn officiële oudste zoon ook Bo, de schoft. In zijn familiealbum treft Armin, onder valse voorwendselen bij zijn echtgenote binnengedrongen, een foto van Monika aan. Vreemd is alleen dat zijn Bo, Monika’s Bo, geen steek lijkt op deze Niko.
Het hoofdverhaal wordt doorsneden met hoofdstukken die in het verleden spelen. Daarin wordt het verhaal verteld van drie liefdes. Armins vijf jaar durende, zeer gelukkige verhouding met Monika, die plotseling stierf aan een hersenvliesontsteking. Zijn grote liefde voor Bo, met wie hij ontredderd achterbleef en voor wie hij bleef zorgen toen hij zich na Monika’s dood onderdompelde in alcohol. En zijn liefde voor Ellen, Monika’s vriendin, die hem uit het moeras trok en met wie hij ging samenwonen. In de jaren na Monika’s dood stierven Armins moeder en vader. Sinds de komst van Monika had hij voor het eerst het gevoel dat zijn vader hem als zijn gelijke beschouwde, en niet langer als de mislukte zoon. Zijn vader was ‘een alleskunner’.

De roman eindigt met een klassieke catharsis. Tijdens een korte vakantie op Ameland, waar Armin met Bo naartoe is gegaan om tot rust te komen, barst zijn zelfbeheersing. Als hij de 14-jarige Bo ‘s ochtends in bed aantreft met een meisje, krijgen vader en zoon voor het eerst slaande ruzie. Armin, nog dronken van de nacht ervoor, schreeuwt dat hij zijn vader niet is. ‘Hoor je dat? Ik ben je vader niet, je vader is een of andere rokkenjager uit Haarlem die niet van je moeder kon afblijven. Daar kijk je van op he? Die lag ongetwijfeld ook al op zijn veertiende kleine meisjes te neuken!’ En dan, als het eenmaal gezegd is, en Armin er schuldbewust in berust dat hij de verwekker niet zal achterhalen, vindt hij hem. Bij toeval. Het is iemand die niet op zijn lijstje stond.
De passievrucht is geschreven in een hartstochtelijke, geladen stijl. De roman schiet vooruit als een springveer, verteld door een ik-figuur die zich hyperbewust is van zijn eigen, wonderlijke gedrag. Iemand die, woedend, jaloers en ontgoocheld als hij is, alle zintuigen op scherp heeft staan. Ieder uitgesproken zinnetje, iedere coïncidentie, iedere minieme verandering beschouwt hij als een aanwijzing. Door de uitgebalanceerde afwisseling van scènes uit verleden en heden word je als lezer gedwongen eigen hypothesen te ontwikkelen en te verwerpen. Kleine voorvallen uit het leven van zoon, vader en grootvader blijken onnadrukkelijk te ‘rijmen’ op elkaar. De schrijver heeft het geheel superieur in de hand.
Maar die superioriteit wordt niet met trots vertoond. Glastra van Loon laat zijn verteller door het slijk wentelen. Bovendien heeft hij de verkwikkende eigenschap ook de meest genante en kinderlijke gedachten, die iedereen het liefst snel wegduwt, gewoon op te schrijven. Zo zitten Armin, zijn vriendin Ellen en de begrafenisondernemer bij het lijk van zijn vader. ‘We bespreken de dingen die op zo’n moment besproken moeten worden, precies zo als twee jaar geleden. Het is zelfs dezelfde man. Alleen mijn vader neemt niet deel aan het gesprek. Hij zit met gesloten ogen in zijn stoel.’

Uiteindelijk vindt ieder in dit ingewikkelde kluwen van levens weer zijn plaats. De passievrucht, begonnen als een verbitterde speurtocht, eindigt als een roman over de genezende kracht van de liefde. Liefde tussen minnaars, vaders, broers en zonen. Een spannende, zeer ontroerende roman, met groot vakmanschap geschreven, waarin nurture uiteindelijk triomfeert over nature. De met blinde wetmatigheid opererende genen en chromosomen hebben in dit fascinerende gevecht tenslotte het nakijken. En dat is een geruststellende gedachte voor de vaders van een op de tien kinderen.

Willem De vos Reynaerde (niveau 3) H4

De vos Reynaerde (niveau 3)
Willem

De leeuw Nobel, koning van de dieren, had in zijn rijk bekend laten maken dat hij tijdens Pinksteren hofdag zou houden. Alle dieren verschenen, uitgezonderd Reinaert, ‘den fellen met den grijzen baarde’ (versregel 60): hij had al zoveel op zijn geweten dat hij aan het hof alleen nog kon rekenen op de steun van zijn neef Grimbeert de das. De wolf Isengrijn was de eerste die Reinaert beschuldigde van allerlei misdaden: de verkrachting van zijn vrouw Hersint en de mishandeling van twee van zijn kinderen. Het bekakte hondje Courtois beklaagde zich erover (in het Frans!) dat Reinaert tijdens een koude winter zijn enige worst ontstolen had. Tibeert de kater weerspreekt deze beschuldiging echter: hij, Tibeert, had die worst destijds bij een molenaar gestolen. Bever Pancer verhaalde hoe Reinaert de haas Cuwaert tot kapelaan zou opleiden; hij had het arme dier nog net van een wisse dood kunnen redden.

Toen Isengrijn erop aandrong Reinaert ter dood te brengen, sprong de das Grimbeert verontwaardigd op en hield een vurig pleidooi voor zijn oom: Isengrijn was ook niet zo’n brave Hendrik en bovendien was Reinaert kluizenaar geworden: hij droeg een haren boetekleed en raakte geen vlees meer aan. Hij was zijn leven drastisch aan het verbeteren, aldus Grimbeert. Op dat moment naderde een droevige stoet: op een lijkbaar gedragen door twee hennen en geflankeerd door twee hanen, lag de dode kip Coppe, dochter van de haan Cantecleer. Die vertelde hoe lelijk hij door Reinaert was beetgenomen: de vos had hem plechtig verzekerd, dat hij het wereldse leven voorgoed vaarwel had gezegd. In goed vertrouwen was Cantecleer toen met zijn kinderen buiten de bescherming van de hoenderhof gaan wandelen. Het gezelschap was nog maar nauwelijks buiten, of Reinaert stortte zich op de kippen. Zo had Cantecleer inmiddels nog maar vier van zijn vijftien kinderen over.

De koning was woedend en besloot Reinaert voor het hof te dagen. Na de plechtige begrafenisceremonie van Coppe stuurde hij de beer Bruun, een van zijn trouwe onderdanen, naar de burcht van Reinaert: Maupertuus, het sterkste kasteel van de sluwe vos. Omdat Reinaert van adellijke komaf was, had hij recht om drie keer gedagvaardigd te worden om bij de berechting aanwezig te zijn. Na een lange tocht kwam Bruun, die de waarschuwende woorden van koning Nobel in de wind had geslagen, bij het kasteel aan en eiste op hoge toon dat Reinaert met hem mee zou gaan. Die antwoordde dat hij dat graag zou doen, als hij niet zoveel gegeten had van ‘een vreemde, onbekende spijs’ (vers 558), namelijk honingraten, die hij eigenlijk niet verdragen kon. Hij vertelde de begerige Bruun tenslotte dat er honing te vinden was op het erf van boer Lamfroit. Deze honing bevond zich een door de lengte gespleten eik, opengehouden door wiggen. Ze gingen erheen en ondanks Reinaerts waarschuwingen matig te zijn, stak Bruun zijn kop en voorpoten in de gespleten boom, waarna de vos de wiggen eruit sloeg. Bruun zat als een rat in de val. Reinaert maakte hierover zo een spottend misbaar dat Lamfroit gewaarschuwd werd en met alle dorpelingen die hij maar kon optrommelen, gewapend met bezems, vlegels, harken en stokken, de beer eens ongenadig begon af te straffen. Ook de pastoor, zijn vrouw Julocke en de koster waren van de partij. Bruun werd verschrikkelijk afgetuigd, maar wist zich uiteindelijk uit de woedende menigte te ontsnappen. Lamfroit gaf hem echter nog zo’n harde dreun dat Bruun tussen een groepje vrouwen belandde en er vijf de rivier in stootte (onder wie Julocke). Toen ging alle aandacht naar de in nood zijnde vrouwen en Bruun zag zijn kans schoon om al zwemmend het hazenpad te kiezen. Toen hij een eind verderop aan land ging, werd hij nog door Reinaert bespot. Schuivend op zijn achterwerk en rollend, zijn voorpoten is hij door al het geweld half verloren, weet hij het hof van Nobel te bereiken.

De tweede bode die Nobel stuurde, de kater Tibeert, verging een zelfde lot. Hoewel hij de reputatie had wijs en voorzichtig te zijn, liep hij ook in de val die Reinaert opzette. De vos beloofde Tibeert dat hij de volgende dag mee zou gaan; de kat had daar geen bezwaar tegen. Reinaert stelt voor dat Tibeert blijft eten en overnachten. Reinaert beweert een plek te kennen waar het stikt van de vette muizen, Tibeert zal een lekkere maaltijd voorgeschoteld krijgen. Samen gingen ze naar de schuur van de pastoor waarin volgens Reinaert de muizen zouden zijn. Rondom de schuur ligt een wal van aangestampte aarde; ergens zit een gat waarvoor een strik gespannen is. Via dit gat had Reinaert namelijk twee dagen daarvoor een haan gestolen van de pastoor. Reinaert laat Tibeert via dit gat naar binnen kruipen, met als gevolg dat de kater vastzit in de strik. Tibeert maakte van angst zo’n kabaal, dat de bewoners in het huis gewekt werden. Ze gingen Tibeert te lijf en probeerden hem om zeep te helpen, maar zwaar gehavend wist de kat toch nog te ontkomen, nadat hij de pastoor aan zijn geslachtsdelen had verwond.
Als ook Tibeert zwaar gehavend het hof van de koning bereikt, is alleen Grimbeert nog bereid de vos voor de derde en laatste maal te gaan dagen. Hij slaagde erin Reinaert te overtuigen van de noodzaak om nu mee te gaan: dit is immers zijn laatste kans. Reinaert nam hartelijk afscheid van zijn vrouw Hermeline kinderen (Reynaerdine en Rossel) en begaf zich met zijn neef op weg. Tijdens de reis biechtte hij op huichelachtige wijze zijn wandaden en gemene streken op om zijn geweten zogenaamd te zuiveren: hij had Bruun en Tibeert te grazen genomen, Cantecleer van zijn kinderen beroofd en Isengrijn diverse keren gekweld. Hij toonde berouw, beloofde beterschap en vroeg of Grimbeert hem zijn zonden kon kwijtschelden en daarna de lekenbiecht kon afnemen. Grimbeert brak een twijgje af en gaf zijn oom veertig stokslagen als boetedoening. Daarna nam de das de lekenbiecht af. Toen ze echter langs een nonnenklooster kwamen waarvan Reinaert wist dat er veel ganzen en kippen in de buurt liepen, had Grimbeert de grootste moeite om zijn oom ervan te weerhouden opnieuw in de zonden te vallen.

Aan het hof werd Reinaert van alle kanten beschuldigd. De koning is overtuigd en veroordeelde de vos tot de galg. Grimbeert en Reinaerts naaste verwanten wilden de terechtstelling niet bijwonen en vertrokken. Isengrijn, Bruun en Tibeert, de grootste vijanden van de vos, gaan de galg in gereedheid brengen.
Nu komt het er op aan voor Reinaert. Na een in scène gezette schuldbekentenis vol zelfbeklag komt de sluwe vos met iets heel anders op de proppen. Hij vertelde de koning over een aanslag die Bruun, Isengrijn en Tibeert samen met zijn vader beraamd zouden hebben om de koning, Nobel, uit de weg te ruimen en de beer koning te maken. Het plan zou bekostigd worden met de schat van koning Ermerike, die door Reinaerts vader gevonden was. Reinaert maakte de koning wijs dat hij, na het geduldig observeren van de gangen van zijn vader, de schat gevonden had en ergens anders begraven had om het snode plan te verijdelen. De koning wilde meer weten over de schat, die zich volgens de vos bij de bron Kriekeputte in het bos Hulsterloo bevindt, en schold in ruil voor de schat Reinaerts zonden kwijt. (op aandringen van de koningin Gentel) Bruun en Isengrijn worden gevangen genomen. Reinaert verklaarde dat hij op pelgrimstocht naar Rome wil om de paus om vergiffenis te vragen, daarna zal hij de koning naar Kriekeputte leiden. Tussen neus en lippen door zegt Reinaert dat hij eigenlijk nog wel een tas en een paar extra schoenen kan gebruiken. Dit verzoek wordt meteen ingewilligd: de tas wordt vervaardigd van een stuk huid van Bruun, voor de schoenen wordt het vel van Isengrijns voorpoten en Hersints, zijn vrouw, achterpoten gestroopt. Voordat de vos op reis ging, zou hij eerst nog even langs huis gaan. Cuwaert de haas en Belijn zullen hem daarbij vergezellen, omdat dat ‘zulke oprechte dieren zijn’, Reinaert kan maar moeilijk afscheid van ze nemen.

Bij Maupertuus aangekomen, vraagt Reinaert of Cuwaert nog even mee naar binnen gaat om afscheid te nemen en zijn kroost te troosten. Ze waren nog maar nauwelijks binnen of de vos beet de haas de kop af.

Samen smulde het wolvengezin van ‘desen goeden vetten haze’. (versregel 3128) Tegen Hermeline, zijn vrouw, zei Reinaert dat Cuwaert een zoenoffer van de koning is, de haas zou hem als eerste vals beschuldigd hebben. Aan Belijn, die buiten had staan wachten, vertelde Reinaert dat Cuwaert nog wel een poosje zou blijven en dat de ram gerust terug kon gaan naar het hof. Belijn moest nog wel een brief namens Reinaert voor de koning mee brengen. Reinaert gaf hem de pelgrimstas, met daarin niet de brief, maar de kop van de gedode haas. Aan het hof gaf Nobel zijn klerk Botsaert de opdracht de tas te openen en brulde de koning het uit van woede toen hij merkte hoe bedrogen en bespot hij is. Op aanraden van het luipaard Firapeel werden Bruun en Isengrijn in ere hersteld. Belijn en Reinaert werden vogelvrij verklaard. De vos was echter al met zijn gezin naar veiligere wildernis vertrokken.

Edward van der vendel De Geluksvinder (niveau 2) H4

De Geluksvinder (niveau 2)

Edward van der vendel
Het speelt zich af in Afghanistan waar Hamayun met zijn familie woont in Mazar-e-sharif waar de Taliban de baas is. Hij woont daar in een huis met zijn vader, moeder, broer Bashir, Broertje Navind, en zijn zusje Roya en ook nog met zijn oma. Hamayun gaat daar gewoon met zijn vrienden naar school en leert daar over zijn geloof, geschiedenis en zijn taal. Het is van de grootste scholen die er zijn maar de lokalen zien er slecht uit, zonder ramen, veel vliegen en je moet op de grond zitten. Elke ochtend als Hamayun naar school gaat hij samen met zijn vader met de bus Een paar dagen later als Hamayun van school komt met zijn broer rijd er een Taliban busje met erachter een man die met een touw vast zit. Zijn voeten bloeden en hij schreeuwt. In de komende tijd komen er steeds meer Taliban strijders in Mazar en zo wordt het verboden om televisie te kijken, vrij te denken en je aan alle andere regels te houden van de Taliban. Het word dan ook steeds gevaarlijker om naar buiten te gaan omdat er gevochten word. Na een tijdje ontmoet Hamayun en jongen van zijn school hij heet Faisal en dat word later zijn beste vriend waar hij graag dingen mee deelt. Op een gegeven moment stormt de Taliban het huis binnen van Hamayun en ze zoeken zijn vader. Op het moment was zijn vader niet thuis maar even later wanneer hij arriveerde werd hij meteen meegenomen op gevangen gezet omdat hij een vrijdenker is. Bashir heeft op dat moment besloten om met Tashmir (een neef van hamayun) naar Iran te gaan en nog verder naar het westen omdat hij bang is dat hij misschien ook opgepakt kon worden door de Taliban omdat hij zelf ook een vrijdenker is en hij kon er dan ook voor zorgen dat de rest van de familie ook uiteindelijk via de zelfde route zou kunnen gaan. Terwijl zijn vader nog vastzit word er een broertje geboren genaamd Qasim. Later hebben ze de vader vrij weten te kopen en is hij na een paar maanden dus weer thuis.

Nu zijn vader weer thuis is hebben zijn ouders besloten om niet te blijven in Mazar en gaan ze naar Kandahar wat ook in Afghanistan ligt. De mensen die hun daarheen brengen heten bottendragers. Dat zijn mensen smokkelaars die ze naar andere landen probeert te brengen voor geld. Omdat de reis vermoeiend is en lang zal duren blijft Hamayuns broertje Qasim achter bij oma. De reis duurt lang en tijdens de reis zijn ze vaak misselijk. Later gaan ze naar Teheran dat de hoofdstad van Iran is. Vanuit deze stad hopen ze weer verder te kunnen gaan naar europa om daar vrij te kunnen gaan leven. Ze maken een pasport aan dat ook door de bottendrager word geleverd. Met de pasporten kunnen ze met het vliegtuig naar kazachstan waar ze woorden opgehaald met een busje en naar een verblijf plaats worden gebracht. Ze komen in een leegstaand huis met een paar matrassen en andere mensen die ook vluchten. Vanaf nu hebben zelf ook geen idee waar ze zijn, waar Bashir is en hoe het met Qasim is.

Na veel te hebben gereisd zijn ze uiteindelijk in Nederland aangekomen op het treinstation van Amersfoort, maar ze zelf nog steeds niet waar ze zijn. Na het gevraagd te hebben aan de security, worden ze met een bus naar een vreemdelingencentrum van Zevenaar gebracht waar ze zullen overnachten en worden ondervraagt. De volgende dag komen ze Bashir met Tashmir tegen en omhelzen elkaar. De dagen dat ze in Zevenaar zijn worden ze ondervraagt en word alles genoteerd. Hoewel ze dachten dat Nederland een vrij land was zien ze wel overal camera’s hangen en veel bewaking. Na 7 dagen worden ze naar azc gebracht waar ze zeker nog wel een jaar zullen blijven voordat er word bepaald of ze mogen blijven. Ze krijgen een kamer op de 9e verdieping met slaapkamer badkamer en een keuken. Na een paar maanden zijn ze al erg gewend en mag hamayun naar school waar hij weer nieuwe vrienden en vriendinnen leert kennen. Ook heeft hij af en toe contact met zijn oma om te weten hoe het met zijn broertje is. In de tijd dat ze er verblijven worden er andere families geplaats in Nederland maar ook mensen die weer terug moeten. Op een gegeven moment krijgen ze toch te horen dat ze het land moeten verlaten omdat ze geen goede reden hebben om te mogen verblijven. Nadat ze nog een keer een verzoek hebben ingediend krijgen ze weer te horen dat ze zijn afgewezen. Het komt voornamelijk door de rechtse politiek die minder vluchtelingen in het land willen. Daarna vechten ze het aan bij andere instanties die vluchtelingen helpen met een advocaat. Eerste keer lukt niet, maar ze hadden misschien de verkeerde advocaat. 2e keer ook niet en ze werden vriendelijk verzocht het land binnen 24 te verlaten. Maar ze blijven doorgaan en omdat ze het azc moeten verlaten gaan ze bij bashir in zijn appartement verblijven wat maar net gaat. In de tussen tijd is hamayun bezig om in een toneelstuk van school een rol te spelen. Het opvoeren van dat toneelstuk ging zo goed dat ze nog een toneelstuk gingen maken alleen was hamayun de regisseur en had het verhaallijn zelf bedacht. Het ging over wat hij allemaal had meegemaakt in de reis naar Nederland. Ook dit toneelstuk werd een succes. Hamayun kreeg ook nog een vriendin die hamayun had ontmoet in het restaurant waar hij een baantje had. Maar de verkering ging uit omdat hamayun maar weinig bij haar kon zijn van wegen het toneel en wat erom speelde. Op een dag kwam er politie aan de deur bij het appartement van bashir en ze kwamen vertellen dat het niet toegestaan is dat ze met zoveel in een appartement verblijven omdat er maar 1 persoon mag wonen daarom word de vader naar kamp Zeist gestuurd waar hij moet verblijven en weer word ondervraagt hoe alles zit. De toneel juf vond het elke keer maar raar dat ze zijn afgewezen en komt daarom ook in actie en schrijft brieven naar de burgemeester en andere organisaties. Ook hebben ze via de oma in Afghanistan een brief gekregen waarop staat dat wanneer ze terug komen dat de vader van hamayun weer zal worden opgepakt. Deze brief hadden ze al langer maar er stond geen stempel of van de Afghaanse regering waardoor hij nep kon zijn, maar nu hadden ze de brief vanuit Afghanistan gestempeld gekregen waardoor de situatie anders werd. Ze gingen nu met de brief en de 2e advocaat een laatste keer proberen en deze keer werden ze niet afgewezen en kregen ze een status en mochten ze dus verblijven in Nederland.

De hel

De hel

Boudewijn Büch

Korte samenvatting

Winkler Brockhaus gaat naar het gymnasium. Zijn broer Laroux zit al op die school. Volgens hem is de school vergelijkbaar met de hel, je krijgt op het gymnasium straf voor de meest rare dingen en de leraren schreeuwen naar je. Als Winkler voor het eerst naar school gaat fiets hij over het schoolplein en daar wordt hij op aangesproken door de conrecto. Hij heeft meteen al een slechte reputatie. Op school zijn de leraren erg discriminerend, ze behandelen de kinderen als beesten. Ook worden er vervelende opmerkingen gemaakt over zijn Joodse afkomst, hij besluit een brief naar zijn vader te schrijven. Als Winkler op een dag zijn vader over het schoolplein ziet lopen dan gaat hij naar de conrector, waar zijn vader ook is. Daar ziet hij zijn vader voor het eerst. Winkler vertelt over de vervelende opmerkingen die over zijn joodse afkomst zijn gemaakt.  Het gevolg is dat de conrector de twee leraren ontslaat. Winkler is op dat moment de held op school en hij kan alles doen wat hij wilt. Als de aandacht om hem heen een beetje weg zakt gooit hij een traangas bom in de klas maar dit zorgde ervoor dat hij van school werd gestuurd. Winkler gaat werken, maar na een tijdje gaat dit hem vervelen en volgt hij de avondschool, vervolgens studeert hij Nederlands.

 

Ongeveer 30 jaar later is er een reünie en Winkler is rijk en beroemd daar ziet hij hoe de school is veranderd en wat er van de leraren terecht is gekomen.

 

Mijn Mening

Het boek was leuk om te lezen omdat het makkelijk en snel te lezen.                          Omdat het boek dun is ben je er in een uur door heen en dat vind ik fijn aan dit boek.      Het is geen langdradig boek en je bent er zo mee klaar.

 

Aanrader?

Ik zou dit boek zeker aanraden aan klasgenoten, omdat het snel en makkelijk te lezen is. Zoals ik al zei je bent er binnen een uur mee klaar en je mag hem gebruiken  voor je mondeling.

Tonio

Tonio

A.F.Th van der Heijden

2011

Requiem roman

Korte samenvatting

Tonio is nog maar 21 jaar als hij op eerste pinksterdag 2010 in de vroege ochtend wordt geschept door een auto, hij wordt in kritieke toestand naar het AMC vervoerd waar hij diezelfde dag nog overlijd. A.F.Th van der Heijden kan vanaf dat moment alleen nog maar aantekeningen maken en herinneringen ophalen over Tonio. In dit boek beschrijft A.F.Th van der Heijden zijn herinneringen aan Tonio, probeert hij te ontdekken wat hij in zijn laatste uren deed en beschrijft hij het lijden van hem en zijn vrouw.

 

Mijn Mening

Deze Requiem Roman is geweldig geschreven. A.F. Th van der Heijden is in staat om een mooi verhaal over de laatste dagen en de maanden na de dood van zijn enige zoon te beschrijven. Je voelt het leed dat A.F.Th van der Heijden en zijn vrouw hebben, door de meer 600 pagina’s van het dikke boek heen. Ook kun je jezelf heel goed inbeelden dat het leven na 1e pinksterdag 2010 volledig is verandert. Het rouwproces is heel goed beschreven
Het is zoals gezegd een Prachtig boek om te lezen. Maar tegelijk ook deprimerend, als je meer dan 600 pagina’s moet lezen over het verdriet van een echtpaar. De stijl van A.F. Th van der Heijden is leuk, hij slaat doormiddel van flashbacks een aantal zijpaden in. Zelf vind ik dat het leuk dat hij die zijpaden in slaat maar dit maakt het wel een erg dik boek.

 
Aanrader?

Ik weet niet of jonge lezers het boek zouden willen lezen (de meeste jongeren lezen niet graag en lezen vaak dunnere boeken). Maar als er een jonge lezer is die van lezen houd dan raad ik dit boek zeker aan.

De Donkere Kamer van Damokles

Recensie de Donkere kamer van Damokles

Het boek de Donkere kamer van Damokles is een roman over de oorlog, Het is geschreven door Willem Frederik Hermans en het boek is voor het eerst uitgegeven in 1958. Het boek is recent weer in het nieuws gekomen omdat het voor leden van de meeste openbare bibliotheken gratis te verkrijgen is door de actie van Nederland Leest. Het boek gaat over het leven van Henri Osewoudt.

Korte samenvatting

Henri was pas twaalf jaar toen hij bij zijn oom en tante ging wonen omdat zijn vader was vermoord door zijn moeder. Toen Henri achttien jaar was trouwde hij met zijn nicht Ria, en ging hij werken in de sigarenwinkel van zijn vader.

Toen de tweede wereldoorlog begon ontmoette hij Dorbeck, een man die erg op Henri leek en hij vraagt hem om een film te ontwikkelen, maar dit lukte niet omdat Henri geen donkere kamer heeft. Tijdens de oorlog voert Henri allemaal verzetsopdrachten uit voor Dorbeck, maar wanneer de oorlog afgelopen is word Henri tot zijn grote verbazing in plaats van een verzetsheld als een landverrader aangezien. Henri wordt van vele dingen beschuldigt en de enige die kan aantonen dat Henri eigenlijk een verzetsheld is, is Dorbeck. Maar Dorbeck is spoorloos verdwenen.

 

De donkere kamer van Damokles word als één van de beste boeken van Willem Frederik Hermans gezien. In de tijd dat het dit boek uitkwam was het ook een controversieel boek vooral omdat de verzetshelden af werden geschilderd als een stelletje amateurs die alles in eigen belang deden in plaats van dat ze afgeschilderd werden als onverschrokken strijders die ver wilden gaan voor hun vaderland.

 

het boek gaat in grote lijnen over goed en slecht, dit wordt ook duidelijk benadrukt in de uitgave van Nederland leest met de twee verschillende kaften waarvan één kaft rood is met daarop de tekst “Wie dit leest is slecht” en de andere een groene kaft heeft met daarop de tekst “Wie dit leest is goed”

Ook is er in het boek de donkere kamer van Damokles een passage te lezen waarin een medegevangene Henri laat filosoferen “De warhoofdige filosofen die onze westerse beschaving gemaakt hebben, die dachten dat er een verschil was tussen schuld en onschuld. Maar ik zeg: in een wereld waar iedereen de doodstraf krijgt, daar kan er geen verschil tussen schuld en onschuld bestaan.” In deze passage komt de levensbeschouwing van Willem Frederik Hermans expliciet naar voren.

Ik vond de donkere kamer van Damokles in het begin saai, er gebeurde niet veel en het bleef maar doorgaan, Ik verwachte dat net zoals bij de meeste boeken die ik heb gelezen er wel weer een happy ending zou komen, maar toen ik bij het laatste gedeelte van het boek kwam begon ik het hele verhaal te begrijpen, en werd het dus ook veel leuker om te lezen.

Het boek steekt erg goed in elkaar, aan het einde weet je niet meer zeker of Dorbeck ooit heeft bestaan terwijl je in het begin van het boek er heilig van overtuigd bent dat Dorbeck echt bestaat. Wat erg sterk is aan het boek is dat bijna elk klein detail later in het verhaal terug komt. Na elke ontwikkeling komt er een nieuwe wending aan het verhaal. In het midden van het boek kreeg ik het gevoel dat ik de betekenis niet kon vinden maar na het uitlezen begrijp je in een keer het hele boek Al met al is de donkere kamer van Damokles een van de beste boeken die ik tot nu toe heb gelezen. Het is een meesterwerk van Willem Frederik Hermans.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leesdossier 4 Havo

De Geluksvinder (niveau 2)

Edward van der vendel
Het speelt zich af in Afghanistan waar Hamayun met zijn familie woont in Mazar-e-sharif waar de Taliban de baas is. Hij woont daar in een huis met zijn vader, moeder, broer Bashir, Broertje Navind, en zijn zusje Roya en ook nog met zijn oma. Hamayun gaat daar gewoon met zijn vrienden naar school en leert daar over zijn geloof, geschiedenis en zijn taal. Het is van de grootste scholen die er zijn maar de lokalen zien er slecht uit, zonder ramen, veel vliegen en je moet op de grond zitten. Elke ochtend als Hamayun naar school gaat hij samen met zijn vader met de bus Een paar dagen later als Hamayun van school komt met zijn broer rijd er een Taliban busje met erachter een man die met een touw vast zit. Zijn voeten bloeden en hij schreeuwt. In de komende tijd komen er steeds meer Taliban strijders in Mazar en zo wordt het verboden om televisie te kijken, vrij te denken en je aan alle andere regels te houden van de Taliban. Het word dan ook steeds gevaarlijker om naar buiten te gaan omdat er gevochten word. Na een tijdje ontmoet Hamayun en jongen van zijn school hij heet Faisal en dat word later zijn beste vriend waar hij graag dingen mee deelt. Op een gegeven moment stormt de Taliban het huis binnen van Hamayun en ze zoeken zijn vader. Op het moment was zijn vader niet thuis maar even later wanneer hij arriveerde werd hij meteen meegenomen op gevangen gezet omdat hij een vrijdenker is. Bashir heeft op dat moment besloten om met Tashmir (een neef van hamayun) naar Iran te gaan en nog verder naar het westen omdat hij bang is dat hij misschien ook opgepakt kon worden door de Taliban omdat hij zelf ook een vrijdenker is en hij kon er dan ook voor zorgen dat de rest van de familie ook uiteindelijk via de zelfde route zou kunnen gaan. Terwijl zijn vader nog vastzit word er een broertje geboren genaamd Qasim. Later hebben ze de vader vrij weten te kopen en is hij na een paar maanden dus weer thuis.

Nu zijn vader weer thuis is hebben zijn ouders besloten om niet te blijven in Mazar en gaan ze naar Kandahar wat ook in Afghanistan ligt. De mensen die hun daarheen brengen heten bottendragers. Dat zijn mensen smokkelaars die ze naar andere landen probeert te brengen voor geld. Omdat de reis vermoeiend is en lang zal duren blijft Hamayuns broertje Qasim achter bij oma. De reis duurt lang en tijdens de reis zijn ze vaak misselijk. Later gaan ze naar Teheran dat de hoofdstad van Iran is. Vanuit deze stad hopen ze weer verder te kunnen gaan naar europa om daar vrij te kunnen gaan leven. Ze maken een pasport aan dat ook door de bottendrager word geleverd. Met de pasporten kunnen ze met het vliegtuig naar kazachstan waar ze woorden opgehaald met een busje en naar een verblijf plaats worden gebracht. Ze komen in een leegstaand huis met een paar matrassen en andere mensen die ook vluchten. Vanaf nu hebben zelf ook geen idee waar ze zijn, waar Bashir is en hoe het met Qasim is.

Na veel te hebben gereisd zijn ze uiteindelijk in Nederland aangekomen op het treinstation van Amersfoort, maar ze zelf nog steeds niet waar ze zijn. Na het gevraagd te hebben aan de security, worden ze met een bus naar een vreemdelingencentrum van Zevenaar gebracht waar ze zullen overnachten en worden ondervraagt. De volgende dag komen ze Bashir met Tashmir tegen en omhelzen elkaar. De dagen dat ze in Zevenaar zijn worden ze ondervraagt en word alles genoteerd. Hoewel ze dachten dat Nederland een vrij land was zien ze wel overal camera’s hangen en veel bewaking. Na 7 dagen worden ze naar azc gebracht waar ze zeker nog wel een jaar zullen blijven voordat er word bepaald of ze mogen blijven. Ze krijgen een kamer op de 9e verdieping met slaapkamer badkamer en een keuken. Na een paar maanden zijn ze al erg gewend en mag hamayun naar school waar hij weer nieuwe vrienden en vriendinnen leert kennen. Ook heeft hij af en toe contact met zijn oma om te weten hoe het met zijn broertje is. In de tijd dat ze er verblijven worden er andere families geplaats in Nederland maar ook mensen die weer terug moeten. Op een gegeven moment krijgen ze toch te horen dat ze het land moeten verlaten omdat ze geen goede reden hebben om te mogen verblijven. Nadat ze nog een keer een verzoek hebben ingediend krijgen ze weer te horen dat ze zijn afgewezen. Het komt voornamelijk door de rechtse politiek die minder vluchtelingen in het land willen. Daarna vechten ze het aan bij andere instanties die vluchtelingen helpen met een advocaat. Eerste keer lukt niet, maar ze hadden misschien de verkeerde advocaat. 2e keer ook niet en ze werden vriendelijk verzocht het land binnen 24 te verlaten. Maar ze blijven doorgaan en omdat ze het azc moeten verlaten gaan ze bij bashir in zijn appartement verblijven wat maar net gaat. In de tussen tijd is hamayun bezig om in een toneelstuk van school een rol te spelen. Het opvoeren van dat toneelstuk ging zo goed dat ze nog een toneelstuk gingen maken alleen was hamayun de regisseur en had het verhaallijn zelf bedacht. Het ging over wat hij allemaal had meegemaakt in de reis naar Nederland. Ook dit toneelstuk werd een succes. Hamayun kreeg ook nog een vriendin die hamayun had ontmoet in het restaurant waar hij een baantje had. Maar de verkering ging uit omdat hamayun maar weinig bij haar kon zijn van wegen het toneel en wat erom speelde. Op een dag kwam er politie aan de deur bij het appartement van bashir en ze kwamen vertellen dat het niet toegestaan is dat ze met zoveel in een appartement verblijven omdat er maar 1 persoon mag wonen daarom word de vader naar kamp Zeist gestuurd waar hij moet verblijven en weer word ondervraagt hoe alles zit. De toneel juf vond het elke keer maar raar dat ze zijn afgewezen en komt daarom ook in actie en schrijft brieven naar de burgemeester en andere organisaties. Ook hebben ze via de oma in Afghanistan een brief gekregen waarop staat dat wanneer ze terug komen dat de vader van hamayun weer zal worden opgepakt. Deze brief hadden ze al langer maar er stond geen stempel of van de Afghaanse regering waardoor hij nep kon zijn, maar nu hadden ze de brief vanuit Afghanistan gestempeld gekregen waardoor de situatie anders werd. Ze gingen nu met de brief en de 2e advocaat een laatste keer proberen en deze keer werden ze niet afgewezen en kregen ze een status en mochten ze dus verblijven in Nederland.

 

 

De vos Reynaerde (niveau 3)

Willem

 

De leeuw Nobel, koning van de dieren, had in zijn rijk bekend laten maken dat hij tijdens Pinksteren hofdag zou houden. Alle dieren verschenen, uitgezonderd Reinaert, ‘den fellen met den grijzen baarde’ (versregel 60): hij had al zoveel op zijn geweten dat hij aan het hof alleen nog kon rekenen op de steun van zijn neef Grimbeert de das. De wolf Isengrijn was de eerste die Reinaert beschuldigde van allerlei misdaden: de verkrachting van zijn vrouw Hersint en de mishandeling van twee van zijn kinderen. Het bekakte hondje Courtois beklaagde zich erover (in het Frans!) dat Reinaert tijdens een koude winter zijn enige worst ontstolen had. Tibeert de kater weerspreekt deze beschuldiging echter: hij, Tibeert, had die worst destijds bij een molenaar gestolen. Bever Pancer verhaalde hoe Reinaert de haas Cuwaert tot kapelaan zou opleiden; hij had het arme dier nog net van een wisse dood kunnen redden.

Toen Isengrijn erop aandrong Reinaert ter dood te brengen, sprong de das Grimbeert verontwaardigd op en hield een vurig pleidooi voor zijn oom: Isengrijn was ook niet zo’n brave Hendrik en bovendien was Reinaert kluizenaar geworden: hij droeg een haren boetekleed en raakte geen vlees meer aan. Hij was zijn leven drastisch aan het verbeteren, aldus Grimbeert. Op dat moment naderde een droevige stoet: op een lijkbaar gedragen door twee hennen en geflankeerd door twee hanen, lag de dode kip Coppe, dochter van de haan Cantecleer. Die vertelde hoe lelijk hij door Reinaert was beetgenomen: de vos had hem plechtig verzekerd, dat hij het wereldse leven voorgoed vaarwel had gezegd. In goed vertrouwen was Cantecleer toen met zijn kinderen buiten de bescherming van de hoenderhof gaan wandelen. Het gezelschap was nog maar nauwelijks buiten, of Reinaert stortte zich op de kippen. Zo had Cantecleer inmiddels nog maar vier van zijn vijftien kinderen over.

De koning was woedend en besloot Reinaert voor het hof te dagen. Na de plechtige begrafenisceremonie van Coppe stuurde hij de beer Bruun, een van zijn trouwe onderdanen, naar de burcht van Reinaert: Maupertuus, het sterkste kasteel van de sluwe vos. Omdat Reinaert van adellijke komaf was, had hij recht om drie keer gedagvaardigd te worden om bij de berechting aanwezig te zijn. Na een lange tocht kwam Bruun, die de waarschuwende woorden van koning Nobel in de wind had geslagen, bij het kasteel aan en eiste op hoge toon dat Reinaert met hem mee zou gaan. Die antwoordde dat hij dat graag zou doen, als hij niet zoveel gegeten had van ‘een vreemde, onbekende spijs’ (vers 558), namelijk honingraten, die hij eigenlijk niet verdragen kon. Hij vertelde de begerige Bruun tenslotte dat er honing te vinden was op het erf van boer Lamfroit. Deze honing bevond zich een door de lengte gespleten eik, opengehouden door wiggen. Ze gingen erheen en ondanks Reinaerts waarschuwingen matig te zijn, stak Bruun zijn kop en voorpoten in de gespleten boom, waarna de vos de wiggen eruit sloeg. Bruun zat als een rat in de val. Reinaert maakte hierover zo een spottend misbaar dat Lamfroit gewaarschuwd werd en met alle dorpelingen die hij maar kon optrommelen, gewapend met bezems, vlegels, harken en stokken, de beer eens ongenadig begon af te straffen. Ook de pastoor, zijn vrouw Julocke en de koster waren van de partij. Bruun werd verschrikkelijk afgetuigd, maar wist zich uiteindelijk uit de woedende menigte te ontsnappen. Lamfroit gaf hem echter nog zo’n harde dreun dat Bruun tussen een groepje vrouwen belandde en er vijf de rivier in stootte (onder wie Julocke). Toen ging alle aandacht naar de in nood zijnde vrouwen en Bruun zag zijn kans schoon om al zwemmend het hazenpad te kiezen. Toen hij een eind verderop aan land ging, werd hij nog door Reinaert bespot. Schuivend op zijn achterwerk en rollend, zijn voorpoten is hij door al het geweld half verloren, weet hij het hof van Nobel te bereiken.

De tweede bode die Nobel stuurde, de kater Tibeert, verging een zelfde lot. Hoewel hij de reputatie had wijs en voorzichtig te zijn, liep hij ook in de val die Reinaert opzette. De vos beloofde Tibeert dat hij de volgende dag mee zou gaan; de kat had daar geen bezwaar tegen. Reinaert stelt voor dat Tibeert blijft eten en overnachten. Reinaert beweert een plek te kennen waar het stikt van de vette muizen, Tibeert zal een lekkere maaltijd voorgeschoteld krijgen. Samen gingen ze naar de schuur van de pastoor waarin volgens Reinaert de muizen zouden zijn. Rondom de schuur ligt een wal van aangestampte aarde; ergens zit een gat waarvoor een strik gespannen is. Via dit gat had Reinaert namelijk twee dagen daarvoor een haan gestolen van de pastoor. Reinaert laat Tibeert via dit gat naar binnen kruipen, met als gevolg dat de kater vastzit in de strik. Tibeert maakte van angst zo’n kabaal, dat de bewoners in het huis gewekt werden. Ze gingen Tibeert te lijf en probeerden hem om zeep te helpen, maar zwaar gehavend wist de kat toch nog te ontkomen, nadat hij de pastoor aan zijn geslachtsdelen had verwond.
Als ook Tibeert zwaar gehavend het hof van de koning bereikt, is alleen Grimbeert nog bereid de vos voor de derde en laatste maal te gaan dagen. Hij slaagde erin Reinaert te overtuigen van de noodzaak om nu mee te gaan: dit is immers zijn laatste kans. Reinaert nam hartelijk afscheid van zijn vrouw Hermeline kinderen (Reynaerdine en Rossel) en begaf zich met zijn neef op weg. Tijdens de reis biechtte hij op huichelachtige wijze zijn wandaden en gemene streken op om zijn geweten zogenaamd te zuiveren: hij had Bruun en Tibeert te grazen genomen, Cantecleer van zijn kinderen beroofd en Isengrijn diverse keren gekweld. Hij toonde berouw, beloofde beterschap en vroeg of Grimbeert hem zijn zonden kon kwijtschelden en daarna de lekenbiecht kon afnemen. Grimbeert brak een twijgje af en gaf zijn oom veertig stokslagen als boetedoening. Daarna nam de das de lekenbiecht af. Toen ze echter langs een nonnenklooster kwamen waarvan Reinaert wist dat er veel ganzen en kippen in de buurt liepen, had Grimbeert de grootste moeite om zijn oom ervan te weerhouden opnieuw in de zonden te vallen.

Aan het hof werd Reinaert van alle kanten beschuldigd. De koning is overtuigd en veroordeelde de vos tot de galg. Grimbeert en Reinaerts naaste verwanten wilden de terechtstelling niet bijwonen en vertrokken. Isengrijn, Bruun en Tibeert, de grootste vijanden van de vos, gaan de galg in gereedheid brengen.
Nu komt het er op aan voor Reinaert. Na een in scène gezette schuldbekentenis vol zelfbeklag komt de sluwe vos met iets heel anders op de proppen. Hij vertelde de koning over een aanslag die Bruun, Isengrijn en Tibeert samen met zijn vader beraamd zouden hebben om de koning, Nobel, uit de weg te ruimen en de beer koning te maken. Het plan zou bekostigd worden met de schat van koning Ermerike, die door Reinaerts vader gevonden was. Reinaert maakte de koning wijs dat hij, na het geduldig observeren van de gangen van zijn vader, de schat gevonden had en ergens anders begraven had om het snode plan te verijdelen. De koning wilde meer weten over de schat, die zich volgens de vos bij de bron Kriekeputte in het bos Hulsterloo bevindt, en schold in ruil voor de schat Reinaerts zonden kwijt. (op aandringen van de koningin Gentel) Bruun en Isengrijn worden gevangen genomen. Reinaert verklaarde dat hij op pelgrimstocht naar Rome wil om de paus om vergiffenis te vragen, daarna zal hij de koning naar Kriekeputte leiden. Tussen neus en lippen door zegt Reinaert dat hij eigenlijk nog wel een tas en een paar extra schoenen kan gebruiken. Dit verzoek wordt meteen ingewilligd: de tas wordt vervaardigd van een stuk huid van Bruun, voor de schoenen wordt het vel van Isengrijns voorpoten en Hersints, zijn vrouw, achterpoten gestroopt. Voordat de vos op reis ging, zou hij eerst nog even langs huis gaan. Cuwaert de haas en Belijn zullen hem daarbij vergezellen, omdat dat ‘zulke oprechte dieren zijn’, Reinaert kan maar moeilijk afscheid van ze nemen.

Bij Maupertuus aangekomen, vraagt Reinaert of Cuwaert nog even mee naar binnen gaat om afscheid te nemen en zijn kroost te troosten. Ze waren nog maar nauwelijks binnen of de vos beet de haas de kop af.

Samen smulde het wolvengezin van ‘desen goeden vetten haze’. (versregel 3128) Tegen Hermeline, zijn vrouw, zei Reinaert dat Cuwaert een zoenoffer van de koning is, de haas zou hem als eerste vals beschuldigd hebben. Aan Belijn, die buiten had staan wachten, vertelde Reinaert dat Cuwaert nog wel een poosje zou blijven en dat de ram gerust terug kon gaan naar het hof. Belijn moest nog wel een brief namens Reinaert voor de koning mee brengen. Reinaert gaf hem de pelgrimstas, met daarin niet de brief, maar de kop van de gedode haas. Aan het hof gaf Nobel zijn klerk Botsaert de opdracht de tas te openen en brulde de koning het uit van woede toen hij merkte hoe bedrogen en bespot hij is. Op aanraden van het luipaard Firapeel werden Bruun en Isengrijn in ere hersteld. Belijn en Reinaert werden vogelvrij verklaard. De vos was echter al met zijn gezin naar veiligere wildernis vertrokken.

 

De passievrucht roman (Niveau 2)

Karel Glastra van Loon

 

Armin, de hoofdpersoon in de roman De passievrucht, aan tijdens zijn zoektocht naar de harde feiten over vruchtbaarheid, conceptie en de wegen der genen. Hij stort zich in het onderwerp sinds de dag dat een arts hem vertelde dat hij lijdt aan de ziekte van Klinefelter, een afwijking aan de geslachtschromosomen die tot totale onvruchtbaarheid leidt. ‘De kinderen die een vrouw gaat baren, lijken op degene die ze liefheeft. Als dat haar man is, dan lijken ze op haar man. Als dat een echtbreker is, dan lijken ze op die echtbreker’, leest hij in het voorwetenschappelijke Evangelie van Philippus. Ook die observatie geeft te denken: de 13-jarige Bo die hij al die tijd zijn zoon noemde, lijkt sprekend op hem. Natuurlijk, want Bo’s moeder, de tien jaar geleden overleden Monika, hield van hem.
Wat doet een man die na dertien jaar tot de verbijsterende ontdekking komt dat zijn kind zijn kind niet kan zijn? Dat het aanbiddelijke jongetje dat hij, de weduwnaar, elke dag koesterde, voorlas, in bad deed, met wie hij door de stad sjouwde, ging vissen en hagedissen zoeken, andermans zoon is? Dat zijn grote liefde een geheim meenam in haar graf, en hij bij zijn nieuwe vriendin nooit een kind zal kunnen verwekken? Zo’n man wil zich koste wat het kost wreken op de vader. ‘Op de dader’. De vijandelijke spermalegers mogen aan zijn lamme zaadcellen een makkie hebben gehad, de tegenstander dient alsnog vermorzeld te worden. Dit intrigerende gegeven koos Karel Glastra van Loon voor zijn tweede boek, opvolger van de verhalenbundel Vannacht is de wereld gek geworden uit 1997. En hij werkt het op sublieme wijze uit.

De roman is zorgvuldig opgebouwd. Het verbeten en systematische recherchewerk vormt de hoofdlijn in het verhaal. Armin maakt een lijst van verdachten. Hij zoekt hen op, confronteert de potentiële verwekkers met zijn waarheid, en moet de meeste weer doorstrepen op zijn lijst. Op een na, Niko, de softe versierder met wie Monika op een alternatief reisbureau werkte. Deze Niko noemde zijn officiële oudste zoon ook Bo, de schoft. In zijn familiealbum treft Armin, onder valse voorwendselen bij zijn echtgenote binnengedrongen, een foto van Monika aan. Vreemd is alleen dat zijn Bo, Monika’s Bo, geen steek lijkt op deze Niko.
Het hoofdverhaal wordt doorsneden met hoofdstukken die in het verleden spelen. Daarin wordt het verhaal verteld van drie liefdes. Armins vijf jaar durende, zeer gelukkige verhouding met Monika, die plotseling stierf aan een hersenvliesontsteking. Zijn grote liefde voor Bo, met wie hij ontredderd achterbleef en voor wie hij bleef zorgen toen hij zich na Monika’s dood onderdompelde in alcohol. En zijn liefde voor Ellen, Monika’s vriendin, die hem uit het moeras trok en met wie hij ging samenwonen. In de jaren na Monika’s dood stierven Armins moeder en vader. Sinds de komst van Monika had hij voor het eerst het gevoel dat zijn vader hem als zijn gelijke beschouwde, en niet langer als de mislukte zoon. Zijn vader was ‘een alleskunner’.

De roman eindigt met een klassieke catharsis. Tijdens een korte vakantie op Ameland, waar Armin met Bo naartoe is gegaan om tot rust te komen, barst zijn zelfbeheersing. Als hij de 14-jarige Bo ‘s ochtends in bed aantreft met een meisje, krijgen vader en zoon voor het eerst slaande ruzie. Armin, nog dronken van de nacht ervoor, schreeuwt dat hij zijn vader niet is. ‘Hoor je dat? Ik ben je vader niet, je vader is een of andere rokkenjager uit Haarlem die niet van je moeder kon afblijven. Daar kijk je van op he? Die lag ongetwijfeld ook al op zijn veertiende kleine meisjes te neuken!’ En dan, als het eenmaal gezegd is, en Armin er schuldbewust in berust dat hij de verwekker niet zal achterhalen, vindt hij hem. Bij toeval. Het is iemand die niet op zijn lijstje stond.
De passievrucht is geschreven in een hartstochtelijke, geladen stijl. De roman schiet vooruit als een springveer, verteld door een ik-figuur die zich hyperbewust is van zijn eigen, wonderlijke gedrag. Iemand die, woedend, jaloers en ontgoocheld als hij is, alle zintuigen op scherp heeft staan. Ieder uitgesproken zinnetje, iedere coïncidentie, iedere minieme verandering beschouwt hij als een aanwijzing. Door de uitgebalanceerde afwisseling van scènes uit verleden en heden word je als lezer gedwongen eigen hypothesen te ontwikkelen en te verwerpen. Kleine voorvallen uit het leven van zoon, vader en grootvader blijken onnadrukkelijk te ‘rijmen’ op elkaar. De schrijver heeft het geheel superieur in de hand.
Maar die superioriteit wordt niet met trots vertoond. Glastra van Loon laat zijn verteller door het slijk wentelen. Bovendien heeft hij de verkwikkende eigenschap ook de meest genante en kinderlijke gedachten, die iedereen het liefst snel wegduwt, gewoon op te schrijven. Zo zitten Armin, zijn vriendin Ellen en de begrafenisondernemer bij het lijk van zijn vader. ‘We bespreken de dingen die op zo’n moment besproken moeten worden, precies zo als twee jaar geleden. Het is zelfs dezelfde man. Alleen mijn vader neemt niet deel aan het gesprek. Hij zit met gesloten ogen in zijn stoel.’

Uiteindelijk vindt ieder in dit ingewikkelde kluwen van levens weer zijn plaats. De passievrucht, begonnen als een verbitterde speurtocht, eindigt als een roman over de genezende kracht van de liefde. Liefde tussen minnaars, vaders, broers en zonen. Een spannende, zeer ontroerende roman, met groot vakmanschap geschreven, waarin nurture uiteindelijk triomfeert over nature. De met blinde wetmatigheid opererende genen en chromosomen hebben in dit fascinerende gevecht tenslotte het nakijken. En dat is een geruststellende gedachte voor de vaders van een op de tien kinderen.

 

Het Diner  (Niveau 3)

Herman Koch

 

Aperitief (ho 1-7)
Pul Lohman gaat op uitnodiging van zijn broer Serge Lohman (een bekend politicus van de oppositie maar waarschijnlijk de gedoodverfde nieuwe minister-president bij de volgende verkiezingen) met zijn echtgenote Claire en schoonzus Babette eten in een restaurant waarvan Paul liever de naam niet bekend wil maken. Het zou maar andere bezoekers trekken.
Hij gaat eerst met zijn vrouw Claire wat drinken in een naburig café. Daar vraagt ze hem of hij de laatste tijd iets aan hun zoon Michel heeft gemerkt. Paul moet dan terugdenken aan het bericht dat hij vlak voor ze weggingen op de mobiel van zijn zoon heeft gezien. Dat wekt spanning: er is blijkbaar in het verleden iets ergs gebeurd. Ze gaan dan naar het restaurant waar ze hebben afgesproken, want Serge wilde iets met hen bespreken. Serge heeft het imago van de “doe-maar-gewoon-politicus,” maar ook dat lijkt een aangeleerde pose. Serge heeft ook een vijftienjarige zoon Rick en bovendien heeft hij een zoon uit Burkina Faso geadopteerd, wat zijn imago als politicus heeft verbeterd. Ook aan deze Beau ergert Paul zich flink.
Ze drinken een aperitief: een roze champagne van maar liefst 10 € per glas. Ook dit wordt door Paul belachelijk gemaakt. Hij ziet bovendien dat Babette betraande ogen heeft.

Voorgerecht (ho 8-15)
De beide paren bestellen een voorgericht, dat ook al heel duur is. Paul ergert zich tijdens deze eerste fase aan van alles: de opzichtig acterende gerant met zijn culinaire praatjes over achterlijk kleine maar dure porties, de flauwe grappen die er verteld worden, de te dure chablis, de anekdote over het vakantiehuisje van Serge in de Dordogne, waar ze in het verleden een barbecue met andere Nederlanders organiseerden en Paul van mening is dat zijn broer en schoonzus “Frankrijkje speelden.” Paul wil even weg van tafel en hij gaat naar de wc waar hij een man ontmoet die aan hem vraagt of zijn dochter een foto zou mogen maken van de politicus. Paul denkt dat het wel mag. Wanneer hij terugkeert naar de tafel, ziet hij dat de vrouwen weg zijn gegaan. Serge zegt dat ze over hun kinderen moeten praten.

Hoofdgerecht (ho 16-35)
De vrouwen zijn nog steeds niet terug, maar het hoofdgerecht wordt door de gerant opgediend. Serge wil alvast aan zijn tournedos beginnen: aan hem is eigenlijk het dure eten niet besteed. Paul gaat vervolgens de vrouwen zoeken en hij denkt daarbij terug aan het fotomoment met de dochter van de wc-man. Serge is één en al voorkomendheid tegenover de man (vanwege zijn politieke aspiraties) maar wanneer de man blijft “plakken” wordt hij toch ongeduldig en wat onbeleefder. Hij doet dan net of hij mobiel wordt gebeld en breekt het gesprek af.

Dan gaat ineens ook een mobiel bij Paul af: het is die van Michel die hij per ongeluk in zijn zak heeft gestoken. Op het toilet bekijkt hij wie het is. Het is Michel zelf die zijn mobiel mist en hem graag wil terug hebben. Maar Paul bekijkt op het toilet nog een keer naar de mobiele video die erop staat en die hij al eerder die dag heeft gezien. Het is een opname van een vrouwelijke zwerver die bijna een jaar geleden door Rick en vooral Michel is afgetuigd. Ze lag in het hokje van een pinautomaat toen de beide jongens geld wilden pinnen om te gaan stappen. Ze gooien van alles naar de vrouw en op het laatst nog een lege jerrycan, waarin nog benzinedampen zaten. Een aansteker doet de rest. De vrouw is verbrand. Het filmpje is op “Opsporing verzocht” geweest met het commentaar van een verloederde samenleving. De beelden zijn niet zo erg helder geweest, waardoor Rick en Michel (Beau had zich ervan gedistantieerd) niet zo goed te herkennen waren geweest. Toch had Paul hen toen al herkend, en volgens hem zijn vrouw Claire niet.

Hij heeft zijn zoon in principe in bescherming genomen en hij herinnert zich dan een fraaie flashback van een voorval met Michel. Die had met voetballen een ruit van een naburige fietsenhandelaar ingeschopt en toen hij met Michel wilde gaan betalen was de man boos uitgevallen. Daarop had Paul een fietspomp gepakt en de man daarmee bedreigd. Toen was de handelaar bang geworden en Paul had tegen Michel gezegd dat het dreigen met de fietspomp een geheim tussen hen beiden moest blijven. Claire mocht niet weten wat er was gebeurd. Michel was toen acht jaar geweest en de schade was 200 gulden (Dan moet dat incident op zijn laatst in 2001 zijn voorgevallen)

Paul heeft de filmpjes van de brandende zwerfster recent op Internet nagekeken o.a. op You Tube en daar zijn nog meer beelden te zien geweest die met een mobiele telefoon zijn opgenomen. Zo is een sportschoen van Michel te zien: hij vreest nu dat de politie daderinformatie heeft achtergehouden. Michel wil zijn mobiel ophalen en hij zal naar het restaurant komen. Paul zal hem buiten opwachten. Het blijkt dat Michel wordt gechanteerd door Beau, die 3000 € wil hebben om te voorkomen dat hij hen zal aanklagen en de laatste beelden op Internet zal plaatsen. Er zal die avond iets gaan gebeuren waarvan Claire wel op de hoogte is en Paul niet. Blijkbaar heeft Claire ook alles vanaf het begin geweten. Michel komt inderdaad naar het restaurant waar Paul buiten op hem wacht. Hij wordt toch betrapt door Claire en dan zegt Paul dat Michel 50 € kwam ophalen die hij ooit van hem had geleend. Ze gaan samen weer terug naar de dinertafel.

Op dat moment wordt een nieuwe flashback ingebouwd. Paul is geschiedenisleraar geweest op een school voor voortgezet onderwijs. De naam van de school wil Paul liever niet noemen (vgl. de naam van het restaurant uit het hoofdstuk “Aperitief” )
Michel was toen nog vier jaar. Op een gegeven moment was Paul vreemde dingen gaan doen en onacceptabele dingen gaan verkondigen in de klas o.a. over oorlogsslachtoffers. Het was allemaal begonnen na een soloreisje naar Berlijn.
Hij wordt op het matje bij de rector geroepen die hem kapittelt en hij wordt doorverwezen naar de schoolpsycholoog. Die spreekt over een genetische afwijking en Paul is bang voor een tweede kind dat mogelijk zijn genetische eigenschappen zou kunnen erven.. Hij praat met Claire over een vruchtwaterpunctie, maar voordat dit alles zijn beslag krijgt wordt Claire ziek en verdwijnt in het ziekenhuis. De naam van het ziekenhuis wil Paul niet noemen (zie zijn eerder commentaar op het restaurant en de school) Nadat Claire een tijdje in het ziekenhuis heeft gelegen, komen Babette en Serge bij hem op bezoek. Hij is net macaroni aan het koken voor hem en Michel. Babette en Serge vinden dat ze tijdelijk op Michel moeten passen (het blijkt dat Claire dit achter zijn rug heeft gevraagd) Paul wordt woedend (hij krijgt weer zo’n driftaanval) en slaat de pan met macaroni op het hoofd van Serge. Die valt gewond neer. Einde hoofdstuk hoofdgerecht, maar er is heel wat informatie aan de lezer duidelijk gemaakt.

Nagerecht (ho 36-39)
Tijdens het nagerecht gedraagt Babette zich onfatsoenlijk. Ze doet kleinerend tegenover de gerant over haar gekozen nagerecht en wil dat hij het weghaalt. Serge krijgt gevoelens van plaatsvervangende schaamte, want de andere gasten kijken naar hen. Paul en Claire vinden het voorval wel vermakelijk. Ze heeft tijdens het diner enkele keren gebeld met Michel, zodat hij een alibi voor die avond heeft. Ze vraagt Babette nadrukkelijk naar de tijd, waarop ze belt. Maar Michel is helemaal niet thuis: hij moet die avond immers een “karweitje” opknappen.
Eindelijk komt het hoge woord op tafel. Serge wil praten over de gebeurtenis met Rick en Michel. Hij zegt dat Rick eronder lijdt en dat mag niet gebeuren. Bekennen van het eigen rechter spelen van zijn zoon zal inhouden dat het met de politieke carrière van Serge gedaan is. Hij wil zich een dag later tijdens een persconferentie terugtrekken als lijsttrekker voor de verkiezingen en dat betekent ook dat Babette geen “first lady” zal worden. Ze roept daarom de hulp in van Claire en Paul om dat te voorkomen. Claire ziet problemen voor haar zoontje Michel met wie ze een meer dan goede band heeft (lijkt bijna Oedipaal) wanneer ze zullen moeten bekennen en ze wil Serge overhalen zich niet terug te trekken. Dat heeft ze bovendien aan Babette beloofd toen ze van tafel waren weggegaan. Serge heeft echter alles al geregeld in het café waar Claire en Paul graag komen (zie begin) Hij is vastbesloten te stoppen in de politiek. Je zou kunnen stellen dat hij zich in dat opzicht integer opstelt.

Digestief (ho 40- 45)
In dit deel van het diner wordt begonnen met een flashback waarin Paul aangeeft dat Michel recent een werkstuk over de doodstraf had moeten maken voor school. Over zijn ideeën had hij met zijn vader gesproken: er was o.a. een gedachte in opgenomen over het eigen rechter spelen bij niet te verbeteren misdadigers. De rector roept Paul op en er ontstaat een heftige discussie over dit onderwerp. Ineens slaan de stoppen bij Paul door en hij slaat de rector hard in diens gezicht. Dan opent hij het raam en zwaait naar Michel op het schoolplein. De loyaliteit tussen ouders is hier de rode draad in het verhaal.

Serge en Babette gaan alvast naar het café waar de persconferentie zal worden gehouden, want hij moet nog een en ander regelen.
Claire zegt dat hij Serge moet weerhouden een persconferentie te houden door hem in zijn gezicht te slaan of zijn arm te breken. Hij wil dat niet en dan zegt ze dat hij een tijdlang zijn pillen al niet meer neemt. Dan besluit Claire dat zij het zal doen. Wanneer zij weggaat, wacht Paul nog even. Niet lang daarna ziet hij politieauto’s en ambulances rijden naar het bewuste café. Wanneer hij dichterbij komt, ziet hij dat Serge gewond geraakt is in zijn gezicht, dat Babette bij hem in de ambulance stapt en dat Claire wordt afgevoerd door de politie.

Fooi (ho 46)
Aan het begin van deze “epiloog” geeft Paul zijn idee over de vraag hoeveel fooi je aan een ober moet geven. Wanneer hij aan de ober vraagt om de rekening zegt deze dat de heer Lohman die al betaald heeft. Als fooi geeft Paul nu 450 € aan de gerant met de mededeling dat hij hem en zijn zoon nooit in de tuin van het restaurant heeft zien staan.
Dan volgt zijn opsomming van wat er is gebeurd. Serge heeft de verkiezingen niet gewonnen. Zijn steeds veranderende imago zal de oorzaak zijn geweest . Hij had zelfs een baard laten staan om zijn litteken te kunnen verbergen. Serge heeft geen aanklacht ingediend tegen Claire. Ook Beau was sinds die avond spoorloos verdwenen. Ze hadden nog lang naar hem gezocht. De media suggereren dat hij misschien naar zijn geboorteland is teruggegaan.
Maar Paul weet beter: op de avond van het diner was Michel thuisgekomen: hij zag er zelf enigszins beschadigd uit en had verteld dat de website van Men in Back waarop het filmpje was te zien geweest verwijderd was van het net en daarmee was ook Beau van het tonele verdwenen. Hij vertelt wat hij heeft gedaan aan zijn “Lieve pappa.”
Op die elfde avond even daarvoor was Paul erachter gekomen dat Claire voor de geboorte van Michel toch een vruchtwateronderzoek had ondergaan. Ze had de uitslag nooit tegen hem verteld. Op het formulier van het onderzoek had hij trouwens nog andere dingen gelezen. Was hij overigens wel de vader van Michel?

 

Het Leven is Vurrukkulluk (niveau 3)

Remco Campert

 

Het verhaal begint op een zondagmorgen in het park. Mees en Boelie hebben daar een vijftienjarig meisje (Panda) ontmoet. Ze lopen een beetje rond, kijken naar de eendjes en ze kopen een ijsje. Dan gaan ze naar een uitspanning om een drankje te pakken. Panda gaat dan naar de dame (Rosa Overbeek) die daar toezicht houdt. Terwijl Mees en Boelie een drankje nuttigen komt er een oude grijsaard bij hen zitten. Zij praten wat, vooral over de jeugd van deze dagen. Als Panda zich dan weer bij hen voegt, besluiten ze naar het huis van Mees en Boelie aan de rand van het park te gaan. De grijsaard volgt hen en de drie raken van hem geïrriteerd en slaan hem neer. Ze pikken zelfs 200 gulden die de oude man bij zich had. Eenmaal in het huis aangekomen probeert Mees Panda te versieren en het bed mee in te krijgen. Daarvoor moet Boelie natuurlijk weg en Mees verzint dus allerlei smoezen voor hem. Het blijkt even later dat Boelie een afspraak had met de journalist Ernst-Jan Zoon om te praten over het leven van een dichter (Boelie is namelijk dichter). Boelie vertrekt en een paar momenten later ligt Mees met Panda in bed. Na de seks vertelt Mees uitgebreid over jeugd en zijn leven als jazzpianist in slechte kroegen. Ondertussen wordt Boelie dus geïnterviewd door Ernst-Jan Zoon. De twee kennen elkaar al redelijk en na afloop van het interview, wat trouwens één groot fantasieverhaal is geworden, vertelt Ernst-Jan aan Boelie dat hij zijn vrouw Etta ervan verdenkt vreemd te gaan. Ernst-Jan vraagt Boelie de zaak te onderzoeken en Boelie besluit met Ernst-Jan mee te gaan. Bij Ernst-Jan’s huis aangekomen gaat Ernst-Jan naar een voetbalwedstrijd luisteren terwijl Boelie Etta, die zich in de tuin bevindt, gezelschap gaat houden. Na een tijd probeert Boelie Etta te versieren, maar dan stelt Etta voor om naar het huis van de buren te gaan, die op dat moment toch hun wekelijkse autotochtje houden. Boelie gaat mee en bijna gaan ze met elkaar naar bed. Plotseling komen echter de buren thuis en Boelie verzint een smoes en uiteindelijk komen ze er mee weg. De grijsaard is inmiddels weer bij bewustzijn gekomen en merkt dat zijn geld weg is. Tjeerd Overbeek, die al een tijdje stond toe te kijken, stelt de grijsaard voor om er voor te zorgen dat hij zijn geld terugkrijgt. Daarvoor gaan ze naar Rosa Overbeek om advies. Rosa, Tjeerd’s tante, blijkt echter een oude klasgenoot van de grijsaard (die Kees heet) te zijn. Ze gaan dus oude herinneringen ophalen en Tjeerd merkt dat hij overbodig is geworden. Mees en Panda besluiten om van de tweehonderd gulden van Kees een feest te geven. Ze gaan daarvoor naar Jens om drank in te slaan. ’s Avonds als het feest van Mees en Panda in volle gang is, komt Tjeerd aan de deur. Hij weet niet precies wat hij moet doen, maar dan komt een dronken feestganger die hem mee naar binnen sleurt. Binnen is er Etta die ruzie heeft met Ernst-Jan die daaropvolgend met Boelie naar een bed op zolder gaat. Panda die bij Jens in de auto zit om de drank af te leveren, heeft geen zin meer in het feest en vraagt Jens haar thuis te brengen. Op het feest ziet Mees een jongen met een paraplu uit het zolderraam springen en veilig landen. Op dat moment voelt Mees zich voor het eerst in zijn leven echt gelukkig.