Scooter Dagboek

Het tweede boek dat ik heb gelezen is het Scooter Dagboek, van Ingmar Heytze. Het gaat over een dichter met reisangst. Zelf noemt hij dit reiswee. Hij durft sinds een paar jaar niet verder te reizen dan zijn ‘groot Utrecht’. Hij noemt dit zo, omdat hij en in Utrecht woont en dit het gebied is waarin hij kan reizen. Als hij zijn motorrijbewijs heeft gehaald koopt hij een scooter die hij het Zwarte Schaap noemt. Op het Zwarte Schaap maakt hij elke dag ritten om zijn Groot Utrecht uit te breiden. Zijn doel is om de zee te bereiken. Het boek is echt geschreven als een dagboek. Bij elke dag staat ook het aantal kilometers dat hij heeft gereden. Het boek eindigt dat hij de haven van Muiden bereikt. Hij heeft dus nog niet de zee bereikt, maar is goed op weg.

 Ik vind het een erg grappig verhaal. De manier waarop hij zijn ritten beschrijft is erg komisch. Ook zijn beschrijving van het motorrijden is leuk. Het Zwarte Schaap is namelijk een combinatie tussen een scooter en een motor. Op de weg wordt hij altijd genegeerd door andere motorrijders. Als zijn scooter op een dag gestolen wordt, mag hij een paar dagen verschillende motoren uitproberen, totdat hij een nieuwe scooter heeft. Het is erg grappig hoe hij die motors beschrijft en dat hij nu op de weg ook gegroet wordt.

Het hele verhaal speelt zich af in en rondom Utrecht. Ik heb zelf acht jaar in Utrecht gewoon, waardoor ik de plaatsen die in het boek genoemd worden allemaal herken.

Het boek is in redelijk eenvoudig taalgebruik geschreven, waardoor het erg makkelijk leest. Doordat het boek is opgedeeld in dagen en niet in hoofdstukken kan je eigenlijk op elk stuk wel stoppen. Meestal wordt een dag namelijk beschreven in ongeveer twee bladzijden. Dit is erg fijn, want je hoeft niet telkens weer te bedenken waar je nou was in het verhaal.

Ik beveel dit boek eigenlijk aan iedereen aan. Het leest makkelijk, is erg grappig en het is interessant om over zijn reiswee te lezen.