Scooter Dagboek

Het tweede boek dat ik heb gelezen is het Scooter Dagboek, van Ingmar Heytze. Het gaat over een dichter met reisangst. Zelf noemt hij dit reiswee. Hij durft sinds een paar jaar niet verder te reizen dan zijn ‘groot Utrecht’. Hij noemt dit zo, omdat hij en in Utrecht woont en dit het gebied is waarin hij kan reizen. Als hij zijn motorrijbewijs heeft gehaald koopt hij een scooter die hij het Zwarte Schaap noemt. Op het Zwarte Schaap maakt hij elke dag ritten om zijn Groot Utrecht uit te breiden. Zijn doel is om de zee te bereiken. Het boek is echt geschreven als een dagboek. Bij elke dag staat ook het aantal kilometers dat hij heeft gereden. Het boek eindigt dat hij de haven van Muiden bereikt. Hij heeft dus nog niet de zee bereikt, maar is goed op weg.

 Ik vind het een erg grappig verhaal. De manier waarop hij zijn ritten beschrijft is erg komisch. Ook zijn beschrijving van het motorrijden is leuk. Het Zwarte Schaap is namelijk een combinatie tussen een scooter en een motor. Op de weg wordt hij altijd genegeerd door andere motorrijders. Als zijn scooter op een dag gestolen wordt, mag hij een paar dagen verschillende motoren uitproberen, totdat hij een nieuwe scooter heeft. Het is erg grappig hoe hij die motors beschrijft en dat hij nu op de weg ook gegroet wordt.

Het hele verhaal speelt zich af in en rondom Utrecht. Ik heb zelf acht jaar in Utrecht gewoon, waardoor ik de plaatsen die in het boek genoemd worden allemaal herken.

Het boek is in redelijk eenvoudig taalgebruik geschreven, waardoor het erg makkelijk leest. Doordat het boek is opgedeeld in dagen en niet in hoofdstukken kan je eigenlijk op elk stuk wel stoppen. Meestal wordt een dag namelijk beschreven in ongeveer twee bladzijden. Dit is erg fijn, want je hoeft niet telkens weer te bedenken waar je nou was in het verhaal.

Ik beveel dit boek eigenlijk aan iedereen aan. Het leest makkelijk, is erg grappig en het is interessant om over zijn reiswee te lezen.

De kleine Johannes

Het eerste boek dat ik heb gelezen is De kleine Johannes, van Frederik van Eeden. Het komt uit 1887 en is niveau vier. Het gaat over een jongetje, Johannes genaamd. Johannes houdt erg veel van dieren en de buitenwereld. Op een dag ontmoet hij het elfje Windekind. Windekind neemt hem ’s nachts mee naar de dierenwereld. Johannes vindt deze wereld zo prachtig, dat hij niet terug wilt naar de mensenwereld. Windekind leert Johannes van alles over een wereld waar hij het bestaan niet eens van kende. Als Johannes meer weet over de dierenwereld, laat Windekind hem ook die mensenwereld zien. Johannes ervaart nu hoe wreed en slecht mensen eigenlijk zijn. Op een dag neemt Windekind Johannes mee naar de wijze kabouter Wistik. Wistik verteld Johannes verhalen waarvan hij niet gelukkig wordt. Hierdoor begint Johannes te twijfelen aan Windekind. Na vele ervaringen met de mensenwereld komt Johannes uiteindelijk voor een keuze te staan die de rest van zijn leven zal beïnvloeden.

De kleine Johannes is nou niet het leukste boek dat ik ooit heb gelezen. Het verhaal zelf was niet echt heel bijzonder. Ik vond het erg raar met hoe Johannes de mensenwereld ging haten en de manier waarop hij over dingen  dacht. Johannes was altijd bezig te beschrijven hoe mooi dingen wel niet waren. Op een gegeven moment kwam Johannes in aanraking met een bijbel. In het boek was hij toen zo geschokt over de ‘leugens’ die daarin stonden, dat hij er niks mee te maken wilde hebben. Dit vind ik erg vreemd, omdat in die tijd het geloof behoorlijk belangrijk was. Voordat hij Windekind ontmoette, zat Johannes gewoon op school. Hij zou dus op zijn minst van het bestaan van de bijbel af moeten weten.

Ook waren de gebeurtenissen erg onvoorspelbaar, waardoor het verhaal opeens een hele rare wending kreeg. Ontmoetingen met personen/wezens die erg belangrijk waren, zag je niet van tevoren aankomen. Hierdoor werd het verhaal nog gecompliceerder en had je af en toe het gevoel dat je een paar bladzijden had overgeslagen.

Wat ik wel mooi vond was de manier waarop Johannes de wereld beschreef. Vanuit zijn opzicht leken zelf de normaalste dingen heel bijzonder en dingen waar je nooit over na zou denken, werden nu uitgebreid besproken.

De manier waarop het is geschreven is erg vermoeiend. Ik vond het moeilijk om het verhaal goed te begrijpen, omdat het af en toe heel snel ging en dan opeens weer heel langzaam. Hierdoor was je na een paar bladzijden opeens een jaar verder, terwijl andere gebeurtenissen heel uitgebreid werden beschreven. Dit was erg verwarrend en ik moest me echt concentreren om het verhaal te kunnen begrijpen.

De manier waarop het is geschreven was voor mij erg lastig te begrijpen. Het is oud Nederlands, waardoor bepaalde zinnen heel raar zijn geformuleerd. Van sommige woorden moest ik eerst de betekenis opzoeken om ze te kunnen begrijpen. Ook moest ik wennen aan de nette manier waarop de mensen en dieren met elkaar omgingen. In elke gesproken zin kwam je de beleefdheid van vroeger tegen.

Mijn ervaring met dit boek is een beetje apart. Het is een heel ander soort boek dan ik de boeken die ik normaal lees. Ik ben niet erg gemotiveerd om nog meer boeken van deze schrijver te lezen.

Ik zou dit boek aanraden aan mensen die eens iets anders willen lezen dan avontuurboeken. Het is namelijk een erg rustig verhaal, waarbij je je goed moet concentreren. Ook als je geïnteresseerd bent in oude boeken raad ik je aan om dit te lezen. Het is aan de manier van schrijven en aan het verhaal zelf duidelijk dat het niet in de afgelopen decennia is geschreven.

.

Dit jaar denk ik te gaan lezen…

Ik weet nog niet precies wat ik dit jaar en de komende jaren allemaal wil gaan lezen, maar ik heb al wel een paar titels in gedachten.

Ik zat te denken aan Een soort familie, van Kees van Beijnum. Dit boek viel mij op omdat de voorkant er wel gaaf uitzag. Toen ben ik de achterkant gaan lezen en het lijkt mij wel leuk.

Ook ben ik van plan om dit jaar De kleine Johannes, van Frederik van Eden te lezen. De eerste druk van dit boek was in 1887. Het niet een heel dik boek, dus daarom lijkt het mij een goed begin voor een boek van voor 1900. Dit boek is niveau vier. Dit is een niveau hoger dan ik volgens de test heb.

Het lijkt mij ook leuk om Karel ende Eldegast te lezen. Dit boek is rond 1270 geschreven. De schrijver is onbekend. Ik ben erg benieuwd hoe het is om een boek te lezen wat al zo lang bestaat. Dit boek is niveau 3

Nog een boek dat ik wil lezen is Alleen maar nette mensen, van Robert Vuijsje. Ik heb de verfilming van dit boek vorig jaar met Nederlands gezien en het lijkt mij erg leuk om het boek te lezen. Dit boek is niveau 3

leesautobiografie

Ik hou best veel van lezen. Ik lees niet alleen voor school, maar ook gewoon voor mezelf. Elke avond voor ik ga slapen lees ik een paar bladzijden en in de vakantie kan ik zomaar een paar uur achter elkaar lezen. Ik hou erg van fantasie- en avonturenboeken zoals the Mortal Instruments (de kronieken van de onderwereld) van Cassandra Clare en tot voor kort las ik ook nog de Grijze jager en Broederband van John Flanagan.

Vroeger werd ik veel voorgelezen door mijn ouders. Dit heeft er voor gezorgd dat ik nu ook veel lees. Op die manier heb ik kennis gemaakt met mooie verhalen en geleerd hoe rustgevend een goed boek is. Als ik lees kan ik helemaal opgaan in het verhaal en ik krijg dan allemaal beelden van het verhaal. Als ik dan later de verfilming van dat boek zie ben ik vaak teleurgesteld, omdat ik een heel ander beeld heb als ik lees.

Ik lees nog niet echt literatuur, maar vooral jeugdboeken. Dit komt omdat ik van literatuur verwacht dat het erg langdradig. Ik heb aan het eind van de derde voor het eerst een boek uit de Nederlandse literatuur gelezen. Dit was het Gym van Karin Amatmoekrim. Ik vond het eigenlijk wel meevallen. Het was wel een iets serieuzer verhaal dan de boeken die ik normaal lees en het was meer een verhaal over het echte leven en niet een fantasieverhaal met een held en een missie… Het Gym was niveau 2. Volgens de test is mijn leesniveau net niveau 3.