Het leven uit een dag

Dit is de twaalfde en laatste recensie en gaat over het boek Het leven uit een dag.

Algemene informatie:

  • Titel: Het leven uit een dag
  • Auteur: A.F.Th. van der Heijden
  • Geschreven in: 1988
  • Uitgever: Querido
  • Druk: Eerste, tweede en derde druk (staat letterlijk in het boek).

Opbouw: 

Het boek is volledig chronologisch opgebouwd. Er zijn geen flashbacks, maar er worden wel grote delen weggelaten van zijn leven. Sinds het leven op aarde zich in een dag afspeelt is een stap van een uur eigenlijk erg groot. Daardoor ontwikkeld de hoofdpersoon (Benny Wult) zich er snel.

Het boek bestaat zowel uit snelle dialogen als lange beschrijvingen. Vooral seksuele (getinte) gebeurtenissen worden erg uitgebreid beschreven, tot wel 18 pagina’s lang. Verder is er weinig sprake van moeilijke woorden.

Samenvatting:

Benny Wult groeit op in een wereld waarin ieder mensenleven slechts één dag duurt en alles ook maar één keer kan gebeuren. Men kan maar één keer dronken worden (een tweede keer dronken worden betekend de dood), geslachtsgemeenschap kan maar één keer geschieden (daarna sterven de geslachtsdelen af), een vrouw kan maar één keer zwanger worden, je kan kleren maar één keer dragen en je groeit letterlijk uit je kleren. Alleen eten herhaald zich; drie keer op de dag. De eerste maaltijd is borstvoeding.

Benny wordt geboren, krijgt de borst en moet al bijna meteen naar school. Het grootste deel van de ochtend wordt op school doorgebracht. Daar krijgen ze onder andere te leren dat de hemel een plek is van een kortstondig genot en de hel een plek van eindeloze herhaling. Daarna krijgen de jongeren meteen hun diploma en kunnen ze gaan werken. Benny gaat naar de luchtmacht en ontmoet in een bar Gini. Ze worden verliefd op elkaar en hebben seks. Ze vinden dit zo lekker dat ze het vaker willen doen, maar dat kan niet daar. Gini is zwanger geworden en hun lichaam zijn begonnen met aftakelen.

Omdat ze de ‘daad’ willen herhalen en de enige plaats waar dat mogelijk is de hel is, hopen Gini en Benny naar de hel gestuurd worden. Benny bedenkt een plan daarvoor door een blinde man dood te steken en daarvoor dan de doodstraf te krijgen. Om zeker van de elektrische stoel te zijn proberen ze zo onsympathiek over te komen. Omdat Gini zwanger is moet de rechtszitting onderbroken worden door de bevalling, waardoor Gini en Benny uit elkaar gaan.

Na zijn executie ontwaakt Benny in de hel. In eerste instantie denkt hij nog op aarde te zijn, dat er iets is misgegaan met de executie, omdat de hel erg op aarde lijkt. In de hel verouderen mensen nauwelijks merkbaar en kunnen alles herhalen. (dus eigenlijk de wereld waar wij in leven). Benny zoekt naar Gini maar die is nergens te vinden. De oude, blinde man die ze vermoord hebben is er wel. Hij raadt Benny aan te werken en zo komt Benny in de prostitutie terecht.

Het leven van Benny begint nu een sleur te worden voor hem. Gini is nog steeds niet te vinden en de voortdurende seks begint hem tegen te staan. Uiteindelijk blijkt Gini in de hemel terecht zijn gekomen, omdat Benny het plan had bedacht om de blinde man te vermoorden. Daarna blijkt dat de blinde man zich expres heeft laten vermoorden om Gini en Benny uit elkaar te drijven.

Persoonlijke mening:

Ik vond het op zich een leuk boek om te lezen. Een wereld waar alles maar één keer gebeurd is een origineel onderwerp voor een boek. Het is niet te snel en ook niet te langzaam vertelt. Al waren er sommige stukken die naar mijn mening wel iets minder… expliciet konden zijn.

Al verlangde Benny noch zo erg naar herhaling van ‘de daad’, uiteindelijk staat het hem heel erg tegen. Maar hij kan niet ontsnappen uit het leven van de hel. De boodschap uit het boek is ook (wat op de derde pagina van het boek staat); “L’enfer c’est la répétition” ofwel; De hel, dat is de herhaling.

Al met al zou ik het boek aanraden, het is best leuk om te lezen en het is een origineel concept (het leven dat maar uit één dag bestaat).

Knorrende beesten

Dit is de elfde recensie en gaat over het boek Knorrende beesten.

Algemene informatie:

  • Titel: Knorrende Beesten
  • Auteur: F. Bordewijk
  • Geschreven in: 1933
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Druk: 32e druk

Opbouw:

Waar Blokken een geval apart was, is Knorrende beesten dat ook. De hoofdpersonen in het boek zijn de “knorrende beesten” zelf; de auto’s. Deze worden beschreven als echte levende wezens in plaats van dode, levenloze machines zonder enige vorm van intelligentie. “De beesten waren smetteloos gereinigd. Ze hadden zich volgezogen met moedermelk van hun nafta, hun olie en weer. Hun hart werd beproefd. Het had geen zenuwen.” Je ziet duidelijk dat hier de auto’s worden beschreven als levende wezens.

Daarnaast is de schrijfstijl van dit anders dan die van de andere twee boeken van Bordewijk. Hier wordt alles poëtisch beschreven, waar normaal er hele korte zinnen waren. “De ondergaande zon der hondsdagen zette de kust in een machtig rood. Het rijkelijk bluswater der zee doofde dit trots tafereel. De nachthitte hing op het land, en de dikke zilte geur van de zee, het parfum van een zware vrouw die ruist in ondergoed van zij.” . Het was vooral dit soort bloemrijke vertellingen wat het boek opvulde.

Het boek is net zoals Bint en Blokken geheel chronologisch vertelt. Geen flashbacks of iets dergelijks, maar puur de gebeurtenissen op een rij.

Samenvatting:

Vlakbij een pier, tussen de kleine bars aan de parade bevindt zich een parkeerplaats. Overdag komen veel mensen naar de pier met hun ‘knorrende beesten’, kleine stille dieren en weeldedieren. Parkwachter Bobsien let op zulke dagen op de ‘knorrende beesten’ en als er iets mis mee is gaan ze naar de garage bij de ingang van het park. Als het slecht weer is komen de ‘knorrende beesten’ niet en dan is er geen werk voor Bobsien en zijn vriendin Sofia Eufemia. Maar als er dan op een dag rennen worden gehouden bij de parade is het een drukte van belang. Veel mensen gaan de pier op om de auto’s tegen elkaar te zien strijden en velen beesten sneuvelen. De tweede dag van de beesten worden de beesten versierd met bloemen en wordt er weer een wedstrijd gehouden en iedereen vergeet voor even zijn dagelijks leven. Daarna gaan de beesten weer weg en het wordt stil; het seizoen loopt ten einde.

Mening:

Van de drie boeken van Bordewijk die ik heb gelezen vind ik deze het minst leuk om te lezen. De tekst was bloemrijk, tot overdreven toe. Het maakt dat je nauwelijks meer er iets bij kan voorstellen. Het maakt het boek lastig te lezen. Daarnaast ligt het onderwerp me ook niet. Om eerlijk te zijn heb ik niets met auto’s.

Verder gaat het verhaal ook eigenlijk nergens over. Waar Blokken een beschrijving van een totalitaire staat is, Bint een verhaal is over een school waar stalen tucht heerst, is Knorrende beesten een boek over het parkeerseizoen? Het gaat over dat auto’s op een parkeerplaats komen en over de beheerder van die parkeerplaats. Er vindt geen ontwikkeling plaats en houd geen aandacht vast. Het gaat maar door over nieuwe voertuigen die er komen.

Kortom, ik zou dit boek niet aanraden om te lezen. Van alle werken die ik van Bordewijk heb gelezen vind ik deze het minste.

Blokken

Dit is de tiende recensie en gaat over het boek Blokken

Algemene informatie:

  • Titel: Blokken
  • Auteur: F. Bordewijk
  • Geschreven in 1931
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Druk: 32e druk

Opbouw:

Waar er boeken zijn die uit het ik-perspectief of vanuit het hij-perspectief, is dit boek in geen van deze perspectieven geschreven. Het kan eerder gezien worden als een men-perspectief. Er komt geen apart persoon of hoofdpersoon in voor, maar het wordt geschreven vanuit het perspectief van een alwetende verteller. “In andere wijken maakte men gevangen. Enkelen, bekent als aanstichters, werden behoedzaam gegrepen gelijk kostbare pelsdieren. Men schond hun pels niet.”

Waar het boek gaat over een totalitaire staat waar alles bestaat in de vorm van blokken, is het boek ook te zien als in blokken opgedeeld. Het boek is erg geordend, net als de staat die in Blokken wordt beschreven. Het is opgedeeld in 10 hoofdstukken en het boek bestaat uit twee delen (het eerste als een goed werkende totalitaire staat en het tweede deel over een opstand). Elk deel deel bestaat uit 5 hoofdstukken.

Daarnaast is het boek zo geschreven dat het lijkt of het boek ver van de lezer afstaat. Het is zeer onpersoonlijk, zoals de maatschappij waar het verhaal zich in afspeelt. Sinds er halverwege een opstand komt en het dus van een perfect staat naar een onrustige staat gaat, veranderd het taalgebruik ook. De zinnen worden langer (alsnog niet heel lang) en er komen vergelijkingen. Daarvoor waren de zinnen erg kort en beknopt, wat overeen komt met Bordewijk’s schrijfstijl.

Er wordt eigenlijk geen verhaal vertelt, maar er wordt eerdere een situatie beschreven van een totalitaire staat. Er zijn daarom ook geen flashbacks en alles is volledige chronologisch.

Samenvatting:

Het boek beschrijft een maatschappij, de ‘Staat’ genaamd. Het begint met het landen van een vliegtuig. Daarna wordt de staat beschreven; de vierkante architectuur, de kleding, de kalender en de verdere regels. Daarna wordt ook het bestuursorgaan van de Staat de ‘Raad’ beschreven. Waar bijna de hele Staat bestaat bestaat uit blokken en vierkanten is het centrum vanuit vroeger bewaard. Dit gedeelte dient als museum van de kapitalistische staat. s’Nachts is de stadskern verboden gebied, al zijn er mensen die zich in dit gebied laten insluiten en er een schaduwleven leiden.

Later komt ‘groep A’ ter sprake. De Raad wil deze opstandelingen opruimen. Daarna wordt een bijeenkomst van de ‘groep A’ besproken, maar deze groep wordt opgepakt, geëxecuteerd en de opstand wordt neergeslagen. De stadskern wordt daarop vernietigd en er komt het kernplein voor in de plaats. De Raad maakt er een nationale feestdag van waar er drie evenementen plaatsvinden; het lanceren van een ruimteschip, het mijnen van een meteoriet en een kunstmatige luchtspiegeling.

Daarna wordt het economische stelsel van De Staat beschreven. Er bestaat, ondanks dat het verboden is, nog steeds ‘ondeugden’ als geld, juwelen, drank en prostitutie. Deze gebeuren in lege verkeerstunnels. Het boek eindigt met de beschrijving van een militaire parade en De Raad kijkt vanuit een luchtschip erop neer. Het blijkt dat er nog steeds wanorde is, sinds de legeronderdelen niet in de vastgestelde formaties bewegen. Na deze parade heerst er onrust in de stad.

Persoonlijke mening:

Ik vond het een vreemd boek om te lezen. Het is niet een “doornee” boek. Een rare manier van schrijven die ook al is voorgekomen in Bint. Korte zinnen, niet veel bijvoeglijk naamwoorden maar erg kortaf. Dit maakt de zinnen zelf makkelijk te lezen, maar het geheel moeilijk te begrijpen. Het lezen over een totalitair regime was wel erg interessant. Er zijn veel van dit soort dystopische verhalen en elk hebben een andere kijk op een dictatorisch regime in de toekomst. Hier is het dat alles vierkant en uniform moet zijn.

De afstandelijke schrijfstijl zonder hoofdpersonen maakt dat je het lastig een leuk boek kan vinden. Er zijn geen emoties van hoofdpersonen of hoofdpersonen waar je je in kan inleven. Puur een beschrijving van een situatie.

Dit maakt dat ik het niet zou aanraden om te lezen, maar als je geïnteresseerd bent in dystopische boeken, is het wel een boek waar je naar zou moeten kijken.

Het verrotte leven van Floortje Bloem

(Recensie van de literatuur-magazine opdracht)

Het (zeer) verrotte leven van Floortje Bloem

Titels van boeken bestaan uit twee verschillende soorten: Titels die een diepe betekenis hebben en titels die samenvatten waarover het gaat. Dit boek is duidelijk de laatste categorie. Het gaat over een kind; Floortje Bloem, die een zeer verrot leven heeft. Bijna niets gaat goed. Zelfs als iets goed lijkt te gaan, eindigt dat in ramp.

Het begint al bij haar geboorte. Haar moeder is bij haar tante Gerda ingetrokken samen met haar zusje Beppie. Een ander kind kan de moeder niet aan. Daarom wordt Floortje afgestaan. Eerst komt ze in een redelijk rijk pleeggezin, maar daar werd ze erg vrijgelaten. Ze raakte erg gehecht aan haar pleegvader, maar toen die overleed in een auto-ongeluk kon haar pleegmoeder het niet meer aan. Haar nieuwe pleeggezin had het niet zo ruim en was goed streng. Floortje was alleen niet meer te houden. Ze was erg vies, kleverig en brutaal. Ook dit pleeggezin kon het niet meer aan en stuurden haar naar een observatiehuis.

Hier heeft ze een grote mond en heeft ze overal iets over te zeggen. Ze gaat naar een ander tehuis, maar ook hier ligt ze buiten de groep. Elk lichtpuntje in haar leven wordt zo uitgedoofd doordat er weer iets misgaat. Ze komt bij een gezin waar ze voor de vakanties en weekenden mag blijven, maar de jongste zoon van dat gezin rand haar aan, waarna ze daar niet meer terug wil komen. Als ze uiteindelijk haar natuurlijke familie ontmoet lijkt het goed te gaan, maar ze ontmoet samen met een vriendin van school een pedofiel, die ze naar zijn flat neemt en op schoot laat zitten. Na een tijdje wordt de pedofiel opgepakt en het nog erger met Floortje. Ze gaat van tehuis naar tehuis en gaat uiteindelijk aan de drugs. Haar zoektocht naar haar zus, waar ze sinds het ontmoeten van haar natuurlijke familie goed mee kan vinden, brengt haar naar Rotterdam, waar Floortje in de prostitutie beland om haar drugs te betalen en te kunnen leven. Zodra Floortje haar zus heeft gevonden lijken de problemen een stuk minder te zijn geworden, maar het gaat alleen maar bergafwaarts en aan het eind is haar dierbaarste bezit (haar knuffelkonijn) uit het raam gegooid en in de bosjes beland waarna Floortjes zus al haar geld stal.

Yvonne Keuls heeft knap werk gedaan door een boek te schrijven die gebaseerd is op waargebeurde verhalen en realistisch is. Ook is het geschreven uit verschillende perspectieven, aangegeven door sterretjes. Zo zie je het verhaal van verschillende gezichtspunten, bijvoorbeeld uit die van Sjon (een vriend van Floortje, Beppie, Floortjes moeder en tante Gerda. Dit geeft het boek niet een eenzijdig perspectief, waarbij je alleen de gedachten van de hoofdpersoon kan zien. Door het verhaal van verschillende kanten te belichten geeft het een sterke belevenis van de werkelijkheid. Het verhaal is geheel in het ik-perspectief geschreven, zowel het perspectief vanuit Floortje als van de andere personages. Zo ontstaat een helder beeld van de persoonlijkheid van de personages, welk goed zijn uitgewerkt en door het boek heen niet erg veranderen.

Naast de verschillende perspectieven om het boek realistisch te maken, helpt haar schrijfstijl ook erg. De gedachten van Floortje komen dicht bij hoe echte gedachten zijn; een beetje warrig. Waar veel boeken alleen gedachtestappen laten zien die zo snel mogelijk naar een volgende actie leiden, gaat Keuls hier dieper op het personage in. Gedachten die opkomen als iets gebeurd worden opgeschreven alsof ze echt uit iemands hoofd komen. De manier waarop de gedachten zijn opgeschreven zijn typerend voor het karakter van Floortje. Korte zinnen, met snel opeenvolgende emoties maakt Floortje tot wie ze is. “ ‘Ik heb helemaal niemand,’ huilde ik en dat was heel gek, want ik hoefde niet meer te doen alsof. Ik had het oortje van mijn konijn tegen mijn neus geduwd en stond écht te huilen. ‘mijn zusje is weggegaan, mijn tante daar kan ik niet meer naar toe, bij mijn moeder mag ik alleen terugkomen als ik clean ben… Joh, wat heeft het voor zin dat ik nog blijf leven?’ “. Naast de stijl van de gedachten, trekt door de stijl het boek je ook mee in Floortjes verhaal. Je voelt je betrokken bij haar lot en kunt je voor je hoofd slaan als ze voor de zoveelste keer een fout maakt.

De tijd waarin het boek zich afspeelt is niet letterlijk genoemd. Omdat het boek is gepubliceerd in 1982, speelt het zich waarschijnlijk ook rond die tijd af. Je ziet dit terugkomen in de context van het verhaal. Technologische ontwikkeling was nog niet zo ver als het nu is. Wat ook leid tot het verpest worden van Floortje haar leven. Dezer tijden is er een betere opvang voor kinderen met een probleem en worden ze niet zo aan hun lot overgelaten als toen. Dit statement wilde Keuls ook met haar boek maken. Aandacht voor de zogenaamde heroïnehoertjes. Deze konden geen kant op, ook al wouden ze afkicken. “Ik zou best willen afkicken, ik ben nou vijftien jaar en ik wil best kappen met dit verrotte leven. Maar ik ben als de dood dat ze mij dan met een KZ-verklaring in een gekkenhuis gaan stoppen Want ze kunnen toch niets anders? Heroïnehoertjes passen nergens bij en er is toch niks b voor meiden als ik?” Dit zijn woorden van Klaartje, een meisje waar Keuls tijdens en voor het schrijven van haar boek contact mee heeft gehad. Keuls had als doel om deze meisjes een kans te geven om hun leven weer op de rails te krijgen, dit door men de verrotte waarheid te laten zien van zo’n iemand. En of het nou mede door dit boek komt of niet, het is al een stuk beter geregeld met instanties die mensen zoals Klaartje helpen.

Na het lezen van het boek kun je gerust concluderen dat het boek zijn beoogde doel, lezers alert maken op het probleem dat “heroïnehoertjes” hebben, niet heeft gemist. Het boek is een opsomming van ellende; Ze heeft een pleeggezin, pleegvader gaat dood. Heeft een gezin om in de vakantie en weekenden naartoe te gaan, wordt aangerand. Komt eindelijk bij haar natuurlijke familie terecht, wordt verslaafd hoertje, om even wat te noemen.

Het is een interessant boek om te lezen en je te laten beseffen dat jij als lezer nog wel een goed leven hebt. Maar om nou te zeggen dat het boek leuk is om te lezen? Nee. Deprimerend en jammer genoeg reëel, al helemaal in de tijd dat het is gepubliceerd. Als je even lekker een boek wil lezen, raad ik niet aan om hier aan te beginnen. Als je mij nu zou vragen of ik het boek zou aanraden? Ja. Niet omdat het leuk is om te lezen, maar interessant. Het geeft je een ander beeld van hoe boeken geschreven kunnen worden.

Kortom, een opsomming van ellende in een verrot leven van een heroïne verslaafd hoertje dat zijn sterke boodschap goed overbrengt en aan te raden is om te lezen, puur om het feit dat het interessant is om te zien hoe de stijl en de boodschap van het boek je aan het denken laat zetten en concluderen dat jij het wel goed hebt, in je stoel, een boek lezend, bij de haard, met in je andere hand een kop koffie.

Beatrijs

Dit is de achtste en laatste recensie van dit jaar en gaat over het boek Beatrijs

Algemene gegevens:

  • Titel: Beatrijs
  • Auteur: onbekend
  • Geschreven rond:1374
  • Uitgever: Noordhof uitgevers, Groningen
  • Druk: Onbekend
  • Pagina’s: 59 (gedicht zelf is 1040 regels)

Opbouw:

Het boek is uit het perspectief van de schrijver. Deze vertelt als een toeschouwer wat er precies gebeurd. Dit is het hij-perspectief, maar er zijn ook stukken waar de schrijver zegt: “Hem laat ik nu met rust” als hij van het ene personage naar de andere gaat. Als ware dat het verhaal wordt vertelt in plaats gelezen.

Het boek zelf bestaat uit een linkerbladzijde met de tekst in het oud-Nederlands en een rechterbladzijde vertaald naar het huidige Nederlands (hetzelfde als bij Van den vos Reynaerde, zie eerste recensie). De oude tekst is op rijm (als AA BB CC en zo door). Dit duid, samen met de manier van schrijven, dat het waarschijnlijk een verhaal is dat door minstrelen werd vertelt van hof naar hof.

Samenvatting:

Het gedicht begint ermee dat de schrijver vertelt dat het dichten hem weinig oplevert en men hem adviseert er geen tijd meer in moet stoppen. Maar dat hij met het verhaal de goedheid wil laten zien van Maria.

Het verhaal zelf begint ermee dat een non in het klooster (van wie je pas aan het eind te weten komt dat ze beatrijs heet, maar voor het gemak noem ik haar aan het begin ook zo) een vriend heeft met wie ze zou willen samenleven. Maar dat kan niet omdat Beatrijs in een klooster zit. Daarom legt ze haar Habijt (de dagelijkse kledij van een non) en haar sleutels op het altaar van Maria. Samen met haar geliefde gaan ze naar de grote stad.

In de stad leven ze een gelukkig leven en krijgen ze twee kinderen. Maar na zeven jaar is het geld op en verlaat haar man haar. Omdat ze blut achterblijft met haar twee kinderen en ze niets anders kan, is ze gedwongen de prostitutie in te gaan. Dit gaat een paar jaren door tot ze beseft dat ze een enorme zonde begaat. Daarom besluit ze om en zwerversbestaan te leiden samen met haar kinderen. Ondanks wat ze doet blijft ze bidden tot Maria.

Als ze na veertien jaar dicht bij het klooster komt zoekt ze onderdak bij een weduwe voor onderdak. Daar komt ze er achter dat niemand weet dat ze weg is. Als ze die nacht gaat slapen krijgt ze drie visioenen, waarbij ze erachter komt dat Maria haar plaats over heeft genomen in het klooster en daardoor niemand wist dat ze weg was. Ook kwam ze in het visoen te weten dat ze terug moet keren naar het klooster en dat haar kleding en sleutels op het altaar liggen.

De volgende avond gaat Beatrijs naar het klooster en ziet ze gewoon haar kleding liggen. Ze trekt dit aan en niemand heeft ooit gemerkt dat ze veertien jaar weg was. Haar kinderen heeft ze achtergelaten bij de weduwe, die steun krijgt van de kerk om de kinderen te onderhouden. Beatrijs wilt haar zonden met niemand delen. Maar zodra de abt komt voor zijn jaarlijkse bezoek biecht Beatrijs alles op. De abt vergeeft haar, met als voorwaarde dat hij het verhaal (zonder dat iemand weet dat zij het is) mag rond vertellen. Ook neem de abt haar kinderen onder zijn hoedde, die later monnik werden.

Mijn mening:

Ik vond het een goed boek. Er zijn veel verwijzingen (eigenlijk staat het er vol mee) naar geloof en god. Ondanks dat ik ongelovig ben en niet veel Bijbelkennis heb zijn die goed te herkennen. Zoals het visioen dat drie keer terugkomt, of de zeven jaar van voorspoed.

Al met al zou ik denk ik het boek wel aanraden, omdat een oud boek wel leuk is om te lezen, maar er gebeurd niet heel veel en het is ook niet veel om te lezen (natuurlijk anders zouden minstrelen het niet kunnen onthouden), waardoor je er wel snel door bent. Maar als je het aandachtig doorleest zie je de vele verwijzingen naar het geloof.

Reize door het Aapenland

Dit is de zevende recensie en gaat over het boek Reize door het Aapenland

Algemene gegevens:

  • Titel: Reize door het Aapenland
  • Auteur: Gerrit Paape (uitgebracht onder pseudoniem “J.A. Schasz”
  • Geschreven in: 1788
  • Uitgever: Vantilt
  • Druk: 3de druk
  • Pagina’s: 127

Opbouw:

Het boek wordt vertelt vanuit het ik-perspectief. De zinnen zijn niet heel lang en meestal goed te volgen, ware het niet dat het in ouder Nederlands is geschreven, waardoor het vrij moeilijk te lezen is. Er worden ook vaak zinspelingen en spreekwoorden gebruikt.

Samenvatting:

Het begint ermee dat er vijf “dingen” tegelijk in het water zijn gevallen; zijn vrouw, zijn dienstmaagd, zijn hond en zijn paard, het “ik-figuur” (waarvan de naam niet wordt genoemd) moet kiezen wie hij uit het water wil redden. Na lang nadenken komt hij erachter dat ze al lang allemaal zijn verdronken. Omdat hij daardoor wordt beschuldigd van moord vlucht hij, waardoor hij uiteindelijk terecht komt in het apenland. Hier leven allemaal apen. Deze kunnen praten en hebben zelfs een werkend politiek systeem. Eenmaal in een stad wordt hij omgedoopt tot “nummer 17″ omdat de apen geen namen hebben, maar nummers.

Doordat hij één van de raadsleden heeft ontmoet woont hij de een bespreking bij van de apenhoofden. Zij willen dat de apen als mensen gaan leven. Er wordt in de raad besproken hoe ze dat willen gaan doen. Aan de ene kant staat  nummer 1 (het raadslid die hij heeft ontmoet), die wil dat de apen zich qua gedrag aanpassen aan de mens en aan de andere kant nummer 5 die wil dat de aap qua uiterlijk op de mens lijkt door hun staart eraf te hakken.

Hierdoor ontstaan er dus twee groepen; de een aan de kant van nummer 1 en de ander aan de kant van nummer 5. Door intrige proberen zijde raadsleden de apensamenleving voor zich te winnen. Nummer 1 heeft een slim plan om nummer 5 dwars te bomen, maar nummer 5 heeft dit door en zorgt er juist voor dat het plan tegen hem werkt. Doordat nummer 5 daardoor de apenvrouwtjes voor zich heeft gewonnen komt de overwinning uiteindelijk aan zijn kant. Nummer 1 wilt eerst kijken of het afhakken van de staarten wel veilig is, maar nummer 5 weet dat te voorkomen door te zeggen dat dit een list van nummer 1 is.

Als eenmaal de grote dag is aangebroken waarop de staarten worden afgehakt (van iedereen behalve de raadsleden) moeten alle apen in kringen gaan zitten met een hakblok, een bijltje en een pleister. Zo hakt iedere aap de staart van zijn voorgang af en plakt er dan snel een pleister op. Doordat ieders staart zo tegelijk wordt afgehakt zou er volgens de bedenkers niets mis kunnen gaan. Behalve dan dat op het moment dat de staart wordt afgehakt de apen zo erg opschrikken dat ze wegrennen. Hierdoor ontstaat chaos waardoor het bloeden niet gestelpt kan worden en heel veel apen doodgaan. Er zijn maar weinig overlevenden. Nummer 1 en zijn aanhangers schieten te hulp en men ziet in dat hij gelijk had.

Nadat de hoofdpersoon de slachting had gezien en hij zich terugtrok om te gaan slapen wordt hij wakker en blijkt alles wat hij heeft meegemaakt een droom te zijn en is hij gewekt door zijn vrouw in zijn eigen huis.

Mijn mening:

Het boek bevatten veel grappen en was daarom soms wel grappig om te lezen, maar het grootste probleem was dat het in oud Nederlands is geschreven, waardoor het soms echt niet te begrijpen was. Wel stond er van sommige woorden de vertaling onderaan de pagina, maar dat was bij lange na niet genoeg. Zo was nummer “nommer” en blijkt “handtasting” gewoon een handdruk te zijn. Doordat het niet goed te lezen was gaan er veel grappen en passages aan je voorbij.

Het was ook lastig te lezen doordat er verwijzingen zijn naar gezegdes en gebeurtenissen van toen. Deze staan soms niet uitgelegd, waardoor je ook daar niet begrijpt waar ze het over hebben.

Al met al zou ik, ondanks dat het wel een grappig boek is, het niet aanraden. Puur omdat het, zoals ik al eerder zei, niet goed te lezen is en niet goed te begrijpen valt. Mocht er een naar het nieuwe Nederlands vertaalde versie bestaan, dan zou ik het wél aanraden.

Bint

Dit is de zesde recensie en gaat over het boek Bint

Algemene gegevens:

  • Titel: Bint
  • Auteur: F. Bordewijk
  • Geschreven in: 1834
  • Uitgever: Noordhof Uitgevers BV, Groningen/Houten
  • Druk: onbekend
  • Pagina’s: 93

Opbouw:

Het boek is vertelt vanuit het hij-perspectief en is chronologisch. De zinnen zijn vaak beknopt en bondig. Wel is het zo dat er veel beeldspraken en metaforen in voorkomen, wat het moeilijk maakt om het goed te volgen.

Samenvatting:

Het verhaal begint met dat De Bree, als een startende leeraar, zich meld bij de van van Bint. Hij moet gaan invallen voor een andere leeraar die is weggepest.

Bint heeft op de school een regime van tucht, de eerste klas die hij moet les geven (4D) is de ergste klas, die De Bree ook tot “de Hel” heeft gedoopt en beschrijft elke leerling ook als een monster. Hij verklaard “de oorlog” aan de klas, elke verslapping van zijn aandacht zou leiden tot opstand in de klas.

De andere drie klassen die De Bree moet lesgeven zijn niet zo erg, deze heeft hij “de bloemenklas”, “de bruinen” en “de grauwen genoemd”. Deze namen typeren de klassen, zo is de bruine klas erg leergierig en de grauwe ijverig maar kleurloos.

Na de kerstvakantie pleegt één van de leerlingen (Van Beek) zelfmoord om zijn slechte rapport. Dit wordt Bint en zijn regime aangerekend. Hierom komt bijna de hele school in opstand en gooit ramen in, behalve “de Hel”, deze slaat de opstand neer. De opstandelingen worden van school gestuurd, de aanstichter was één van leerlingen in “de bloemenklas”

Op het laatst gaat de Bree met de fiets op schoolreis met de helft van “de Hel”. Dit gaat aan het begin vrij goed, maar op het laatste rijden er twee leerlingen in de nacht van de groep weg, deze worden weer teruggevonden en gestraft door de Bree en door de Hel.

Ondanks dat de Bree het voornemen had om maar voor één jaar te blijven, besluit hij toch om het volgende jaar nog door te gaan. Maar Bint is weggegaan, door het “gedoe” rond Van Beek. Het jaar daarna vraagt “de Hel” om vrede, maar de Bree weigert dit.

Mijn mening

Het boek was op zich wel leuk, maar op sommige momenten lastig te begrijpen. Dit komt door de vele beeldspraken en doordat het van de hak op te tak gaat. Dit zorgt ervoor dat zodra je net begrijpt waar het precies over gaat, je al over een volgend stuk aan het lezen bent.

Verder zijn er ook (voor mij) “vreemde” gedachten over hoe een schoolregime zou moeten zijn en ook de gedacht die de Bree zelf heeft zijn raar. Hierdoor heb je niet door wat er precies bedoeld wordt.

Wel was het leuk om te zien hoe elke leerling, klas en leerling werd getypeerd. De leerlingen uit “de Hel” werden uitgebeeld als monsters (harpijen, gorillas, gieren etc.) zo krijg je een duidelijk beeld over hun uiterlijk en hun doen en laten.

Al met al zou ik het niet aanraden, omdat het vaak  vrij onduidelijk is, maar het verhaal zelf is wel interessant; over een schoolregime en het vallen of staan daarvan.

Een vlucht regenwulpen

Dit is de vijfde recensie en gaat over het boek Een vlucht regenwulpen.

Algemene gegevens:

  • Titel: Een vlucht regenwulpen
  • Auteur: Maarten ‘t Hart
  • Geschreven in: 1987
  • Uitgever: De Arbeiderspers, Amsterdam
  • Druk: 66e uitgave
  • Pagina’s: 163

Opbouw: 

Het boek bevat stukken die over de verhaallijn in het heden gaan en flashbacks. Deze flashbacks gaan vaak over hoe zijn jeugd was. Het verhaal is dus niet chronologisch. Het boek is geschreven vanuit het ik-perspecief.

Samenvatting:

Maarten is een dertigjarige hoogleraar celbiologie. Op de trouwerij van zijn enige vriend Jacob komt hij een meisje tegen die het zusje blijkt te zijn van zijn (onbereikbare) jeugdliefde Martha. Hij nodigt haar uit om over twee weken naar een klassiek concert te gaan, maar in de tussentijd moet hij nog naar een congres in Bern. Op de terugweg heeft hij de dwanggedachte dat hij binnen de twee weken zal overlijden.

De ontmoeting met het meisje brengt herinneringen omhoog van zijn jeugd, hij is opgegroeid apart van andere kinderen, pas op de basisschool kwam hij in contact met andere kinderen. Op de basisschool werd hij erg gepest. De leeraar zet hem apart, zodat  hij niet gestoord wordt met het werken door andere kinderen. Ook ontmoet hij daar Martha, hij spreekt maar een paar woorden met haar in zijn gehele schoolcarrière.

Hierna gaat hij naar de middelbare school en de universiteit en gaat daar celbiologie studeren. Door zijn ontdekkingen rond klonen en weefselkweek is hij al op zijn dertigste hoogleraar. Zijn ouders gaan vrij vroeg dood en vlak voordat hij zijn doctoraat krijgt sterft zijn moeder. Op het sterftebed van zijn  (gelovige) moeder bekend zij een paar “zonden” aan twee ouderlingen (een kerkelijk ambt). Zij zeggen dat deze onvergeeflijk zijn, Maarten is hier zo boos over dat de twee het huis letterlijk uitgeschopt werden.

Op het congres in Bern ontmoet hij collega celbiologen Adriënne en Ernst, in de tijd die hij met Adriënne doorbrengt voelt hij zich verlieft worden op haar. Maar zodra de drie een bergwandeling maken merkt hij dat Ernst en Adriënne steeds meer naar elkaar toegroeien. Op het moment dat Maarten bij een afdaling uitglijd en zich nog maar net aan een richel kan vastpakken had hij het gevoel dat zijn dwanggedachte bijna was uitgekomen. Daarna besluit hij dat hij  niemand met zijn abnormaalheid wil opschepen en stuurt een kaart naar de zus van Martha om de afspraak af te zeggen. Aan het eind besluit hij om niet de (onbereikbare) liefde na te streven.

Mening:

Het boek was op het eerste gezicht niet echt een boek die ik zou lezen, maar toen ik eenmaal begon was het best leuk. Maartens jeugd was niet fijn en zwaar, maar hij heeft het alsnog heel erg ver kunnen brengen als hoogleraar en celbioloog. Het was interessant om te zien hoe hij zich door zijn jeugd heen werkte.

Ook ging het boek over afstand doen van het geloof, Maartens ouders waren beide gelovig, maar Maarten niet. De zonde die zijn moeder op haar sterftebed opbiechtte was die van geloofsafval (het afstand doen van religie). Dit zou, volgens Jezus, de enige onvergetelijke zonde.

Ik zou het boek aanraden, omdat het best leuk is om te lezen en er ook wel grappige stukken in zitten, maar sommige stukken zijn wel verwarrend, omdat de tijd steeds verspringt.

Erik of het klein insectenboek, Godfried Bomans

Dit is de vierde recensie en gaat over het boek Erik of het klein insectenboek.

Algemene gegevens: 

  • Titel: Erik of het klein insectenboek
  • Auteur: Godfried Bomans
  • Geschreven in: 1940
  • Uitgever: Het spectrum, Utrecht
  • Druk: 58e uitgave
  • Pagina’s: 143

Samenvatting:

De jonge Erik wil gaan slapen, maar hij heeft het gevoel dat er iets gaat gebeuren. Dus hij pakt het insecten boek die hij moet kennen voor een toets van morgen en gaat lezen. Opeens komen de schilderijen in zijn kamer tot leven en komt hij terecht in één van die schilderijen, de door hem gedoopte Wollewei.

Binnen in dat schilderij komt hij allemaal verschillende insecten tegen. Eerst de bekakte familie vliesvleugel. Deze familie van wespen kijken neer op de bijen. Door een loflied over een bij te zingen wekt hij het ongenoegen van de familie en wordt hij weggestuurd.

Daarna ontmoet hij een hommel, die hem naar een hotel brengt, dat in een slakkenhuis zit en wordt gerund door een slak. Door zijn geleerde insectenkennis te bespreken met de inwoners van het hotel probeert elk aanwezig insect precies te doen zoals het in zijn leerboek staat en is bang om iets fout te doen. Uiteindelijk ontsnapt hij uit het hotel met een vlinder, die hij aan een vriendin helpt.

Nadat de vlinder weg is wordt hij aangevallen door een spin. Een doodgraver vindt hem en brengt hem naar zijn huis, deze zegt dat hij het belangrijkste insect is, maar de familie van de doodgravers wordt vervolgens opgegeten door een mol. Hierna vindt Erik een regenworm, die ook beweerd het belangrijkste insect te zijn. Maar de regenworm raakt in de knoop en als Erik hulp wilt gaan halen, stuit hij op een mier, die hem brengt naar een mierenkolonie. Op weg daarnaartoe merkt hij dat hij heel beroemd onder de insecten. Geen van de insecten durft meer iets te doen zonder zeker te weten dat het zo in het boek staat. Omdat anders alles in de war loopt, adviseert Erik de insecten om te doen wat ze van plan waren te doen en niet na te denken.

Eenmaal bij de mierenkolonie aangekomen verlangt Erik terug naar de gewone wereld en gaat met behulp van de mierenkolonie naar de rand van het schilderij, daar stuiten ze op een mierenleger en komt er een gevecht. Uiteindelijk wordt Erik wakker en verlangt hij terug naar de Wollewei. Tijdens de toets baseert hij zijn antwoorden op zijn ervaringen in het schilderij en haalt hij alsnog een onvoldoende.

Vertelperspectief:

Het boek wordt vertelt vanuit de schrijver

Tijdlijn:

Het boek is helemaal chronologisch, het boek speelt zich af in een tijdsbestek van een avond.

Mening:

Ik vond het een grappig boek. Het was niet een heel moeilijk boek om te lezen. Het leuk om het insectenleven uit een ander, verzonnen, perspectief te zien. Je ziet insecten afgebeeld als wezens die hetzelfde denken als mensen. Ook zie je dat de verschillende soorten insecten verschillende soorten mensen voorstellen. Dit besefte ik pas aan het eind van het boek.

Ik zou het boek aanraden om te lezen, maar het heeft niet de hoogste moeilijkheidsgraad. Voor sommige mensen is het dus meer schikt dan voor anderen, maar alsnog de moeite waard om te lezen.

Het schnitzel paradijs, Khalid Boudou

Dit is de derde recensie en gaat over het boek Het schnitzel paradijs.

Algemene gegevens:

  • Titel: Het schnitzel paradijs
  • Auteur: Khalid Boudou
  • Geschreven in: 2001
  • Uitgeverij: Vassallucci
  • Uitgave: 9de druk
  • Pagina’s: 290

Samenvatting

Na twee jaar te hebben geslapen (niets te hebben gedaan) wilde Nordip zijn leven verbeteren en gaan werken, dit doet hij in het restaurant “De Blauwe Gier” (à la Van Der Valk). Hij werkt daar vrijwillig als afwashulp, hij wordt ook wel “sopkop” genoemd. In zijn pannenhoekje komen de medewerkers hun hart uitstorten als ze problemen hadden. De restaurantbaas is een man genaamd “Meerman” die tegen hem zegt bij zijn aanmelding dat hij het zogenaamde spel niet hoeft te spelen.

Er werken veel verschillende personages in het restaurant en het loopt niet altijd gesmeerd tussen deze personages. De neef van Nordip die daar ook werkt; Krimo, wordt verlieft op het dienstmeisje; Agnes, die tevens het nichtje is van de restaurantbaas. Ook is er de chefkok, Willem genaamd, die Nordip vaak afbrand.

Na het loop van het verhaal valt de FIOD binnen, omdat ze dachten dat er gefraudeerd werd. Veel mensen werkten er illegaal en werden meegenomen, waaronder meerman. Door het gebrek aan mankracht ging de kwaliteit van het restaurant achteruit en gingen nog meer mensen weg.

Nadat Meerman is vrijgelaten zegt hij dat Nordip het spel moet gaan spelen, wat een “simpel” potje dammen blijkt te zijn tegen de chefkok Wilhelm. De uitkomst van het spel bepaald je rang in de keuken. Als je won zou je eerste kok worden. Eerst was Nordip aan de verliezende hand, maar daarna had hij alsnog gewonnen. Twee andere koks waren het er niet mee eens, toen Nordip die dag naar huis ging staken zij het restaurant in brand.

Vertelperspecitef:

Het verhaal wordt vertelt vanuit het oogpunt van de ik-figuur; Nordip.

Tijdlijn:

De verhaallijn van het boek loopt door elkaar, je hebt het “hoofdverhaal” en Nordip vertelt er veel andere verhalen over zijn verleden.Soms is het een op zichzelfstaand stuk, maar soms gaat het verderop in het boek weer door. Deze verhalen zijn niet altijd chronologisch vertelt, maar het hoofdverhaal is het wel. Het speelt zich af in een tijdsbestek van ongeveer twee jaar.

Mening:

Ik vond het een grappig boek, maar wel vaag. Er komen vermengde Nederlandse woorden/gezegdes in voor, wat duid op dat Nordip moeite heeft met de taal, ook komen er zelf verzonnen woorden in voor. Soms gaat Nordip, zoals hij dat noemt, “Salamiseren”; hij droomt weg en denkt aan vanalles en nog wat. Dit is soms lastig te volgen maar wel  grappig. Het woordgebruik lijkt veel op straattaal en geïmproviseerde Nederlandse woorden.

Het is soms ook moeilijk om te volgen waar en wanneer je in het boek bent, het gaat zo van de ene plaats en tijd naar de andere (dus een ander stukje verhaal). Maar de verhalen verduidelijken zijn situatie en zit meestal wel iets grappigs in.

Het is ook leuk om de kleine keuken maatschappij te zien met haar rangorde. De ene kan wel wat over de ander zeggen zonder gevolg, maar Nordip moet als pannenlapper wel op zijn woorden letten.

Ik zou al met al het boek aanraden aan anderen. Het is heel grappig en leuk op te lezen, maar soms wel verwarrend, het is belangrijk om je aandacht bij het lezen te houden, anders is het moeilijk om te begrijpen waar het over gaat.