Erik of het klein insectenboek, Godfried Bomans

Dit is de vierde recensie en gaat over het boek Erik of het klein insectenboek.

Algemene gegevens: 

  • Titel: Erik of het klein insectenboek
  • Auteur: Godfried Bomans
  • Geschreven in: 1940
  • Uitgever: Het spectrum, Utrecht
  • Druk: 58e uitgave
  • Pagina’s: 143

Samenvatting:

De jonge Erik wil gaan slapen, maar hij heeft het gevoel dat er iets gaat gebeuren. Dus hij pakt het insecten boek die hij moet kennen voor een toets van morgen en gaat lezen. Opeens komen de schilderijen in zijn kamer tot leven en komt hij terecht in één van die schilderijen, de door hem gedoopte Wollewei.

Binnen in dat schilderij komt hij allemaal verschillende insecten tegen. Eerst de bekakte familie vliesvleugel. Deze familie van wespen kijken neer op de bijen. Door een loflied over een bij te zingen wekt hij het ongenoegen van de familie en wordt hij weggestuurd.

Daarna ontmoet hij een hommel, die hem naar een hotel brengt, dat in een slakkenhuis zit en wordt gerund door een slak. Door zijn geleerde insectenkennis te bespreken met de inwoners van het hotel probeert elk aanwezig insect precies te doen zoals het in zijn leerboek staat en is bang om iets fout te doen. Uiteindelijk ontsnapt hij uit het hotel met een vlinder, die hij aan een vriendin helpt.

Nadat de vlinder weg is wordt hij aangevallen door een spin. Een doodgraver vindt hem en brengt hem naar zijn huis, deze zegt dat hij het belangrijkste insect is, maar de familie van de doodgravers wordt vervolgens opgegeten door een mol. Hierna vindt Erik een regenworm, die ook beweerd het belangrijkste insect te zijn. Maar de regenworm raakt in de knoop en als Erik hulp wilt gaan halen, stuit hij op een mier, die hem brengt naar een mierenkolonie. Op weg daarnaartoe merkt hij dat hij heel beroemd onder de insecten. Geen van de insecten durft meer iets te doen zonder zeker te weten dat het zo in het boek staat. Omdat anders alles in de war loopt, adviseert Erik de insecten om te doen wat ze van plan waren te doen en niet na te denken.

Eenmaal bij de mierenkolonie aangekomen verlangt Erik terug naar de gewone wereld en gaat met behulp van de mierenkolonie naar de rand van het schilderij, daar stuiten ze op een mierenleger en komt er een gevecht. Uiteindelijk wordt Erik wakker en verlangt hij terug naar de Wollewei. Tijdens de toets baseert hij zijn antwoorden op zijn ervaringen in het schilderij en haalt hij alsnog een onvoldoende.

Vertelperspectief:

Het boek wordt vertelt vanuit de schrijver

Tijdlijn:

Het boek is helemaal chronologisch, het boek speelt zich af in een tijdsbestek van een avond.

Mening:

Ik vond het een grappig boek. Het was niet een heel moeilijk boek om te lezen. Het leuk om het insectenleven uit een ander, verzonnen, perspectief te zien. Je ziet insecten afgebeeld als wezens die hetzelfde denken als mensen. Ook zie je dat de verschillende soorten insecten verschillende soorten mensen voorstellen. Dit besefte ik pas aan het eind van het boek.

Ik zou het boek aanraden om te lezen, maar het heeft niet de hoogste moeilijkheidsgraad. Voor sommige mensen is het dus meer schikt dan voor anderen, maar alsnog de moeite waard om te lezen.

Het schnitzel paradijs, Khalid Boudou

Dit is de derde recensie en gaat over het boek Het schnitzel paradijs.

Algemene gegevens:

  • Titel: Het schnitzel paradijs
  • Auteur: Khalid Boudou
  • Geschreven in: 2001
  • Uitgeverij: Vassallucci
  • Uitgave: 9de druk
  • Pagina’s: 290

Samenvatting

Na twee jaar te hebben geslapen (niets te hebben gedaan) wilde Nordip zijn leven verbeteren en gaan werken, dit doet hij in het restaurant “De Blauwe Gier” (à la Van Der Valk). Hij werkt daar vrijwillig als afwashulp, hij wordt ook wel “sopkop” genoemd. In zijn pannenhoekje komen de medewerkers hun hart uitstorten als ze problemen hadden. De restaurantbaas is een man genaamd “Meerman” die tegen hem zegt bij zijn aanmelding dat hij het zogenaamde spel niet hoeft te spelen.

Er werken veel verschillende personages in het restaurant en het loopt niet altijd gesmeerd tussen deze personages. De neef van Nordip die daar ook werkt; Krimo, wordt verlieft op het dienstmeisje; Agnes, die tevens het nichtje is van de restaurantbaas. Ook is er de chefkok, Willem genaamd, die Nordip vaak afbrand.

Na het loop van het verhaal valt de FIOD binnen, omdat ze dachten dat er gefraudeerd werd. Veel mensen werkten er illegaal en werden meegenomen, waaronder meerman. Door het gebrek aan mankracht ging de kwaliteit van het restaurant achteruit en gingen nog meer mensen weg.

Nadat Meerman is vrijgelaten zegt hij dat Nordip het spel moet gaan spelen, wat een “simpel” potje dammen blijkt te zijn tegen de chefkok Wilhelm. De uitkomst van het spel bepaald je rang in de keuken. Als je won zou je eerste kok worden. Eerst was Nordip aan de verliezende hand, maar daarna had hij alsnog gewonnen. Twee andere koks waren het er niet mee eens, toen Nordip die dag naar huis ging staken zij het restaurant in brand.

Vertelperspecitef:

Het verhaal wordt vertelt vanuit het oogpunt van de ik-figuur; Nordip.

Tijdlijn:

De verhaallijn van het boek loopt door elkaar, je hebt het “hoofdverhaal” en Nordip vertelt er veel andere verhalen over zijn verleden.Soms is het een op zichzelfstaand stuk, maar soms gaat het verderop in het boek weer door. Deze verhalen zijn niet altijd chronologisch vertelt, maar het hoofdverhaal is het wel. Het speelt zich af in een tijdsbestek van ongeveer twee jaar.

Mening:

Ik vond het een grappig boek, maar wel vaag. Er komen vermengde Nederlandse woorden/gezegdes in voor, wat duid op dat Nordip moeite heeft met de taal, ook komen er zelf verzonnen woorden in voor. Soms gaat Nordip, zoals hij dat noemt, “Salamiseren”; hij droomt weg en denkt aan vanalles en nog wat. Dit is soms lastig te volgen maar wel  grappig. Het woordgebruik lijkt veel op straattaal en geïmproviseerde Nederlandse woorden.

Het is soms ook moeilijk om te volgen waar en wanneer je in het boek bent, het gaat zo van de ene plaats en tijd naar de andere (dus een ander stukje verhaal). Maar de verhalen verduidelijken zijn situatie en zit meestal wel iets grappigs in.

Het is ook leuk om de kleine keuken maatschappij te zien met haar rangorde. De ene kan wel wat over de ander zeggen zonder gevolg, maar Nordip moet als pannenlapper wel op zijn woorden letten.

Ik zou al met al het boek aanraden aan anderen. Het is heel grappig en leuk op te lezen, maar soms wel verwarrend, het is belangrijk om je aandacht bij het lezen te houden, anders is het moeilijk om te begrijpen waar het over gaat.

Nooit meer slapen, Willem Frederik Hermans

Dit is de tweede recensie en gaat over het boek nooit meer slapen.

Algemene gegevens:

  • Titel: Nooit meer slapen
  • Auteur: Willem Frederik Hermans
  • Geschreven in: 1966
  • Uitgever: Wolters-Noordhof, Groningen
  • Pagina’s: 302

Samenvatting:

Het verhaal gaat over de 25-jarige Alfred Issendorf, die geologie studeert. Voor zijn promotieonderzoek gaat hij naar Lapland om de theorie van zijn promotor, professor Sibbelee te bewijzen. Deze theorie houd in dat de ronde gaten die te vinden zijn in het gebied veroorzaakt zijn door meteoriet inslagen.

Het boek begint ermee dat hij bij een oude vriend van professor Sibbelee langs gaat; professor Nummedal, omdat hij luchtfoto’s wilt hebben voor zijn expeditie. Alfred twijfelt er niet aan dat het gaat lukken, door de promotie zou hij in de voetsporen treden van zijn vader, die bioloog was, maar omgekomen tijdens een expeditie. Ondanks dat hij erg is opgehouden door de professor, heeft Nummerdal de luchtfoto’s niet en wordt Alfred doorverwezen naar het geologisch instituut, waar de luchtfoto’s ook niet liggen.

Alfred gaat zonder de luchtfoto’s naar het expeditiegebied, samen met drie Noorse studenten die ook willen promoveren, waarvan hij er al één kent; Arne. De tocht naar de plek die ze willen onderzoeken is vol muggen, rivieren en hoogteverschillen. De Noorse studenten zijn dit gewend en kost het ogenschijnlijk geen moeite, maar voor Alfred is het een aftakeling. Hij kan niet slapen door de talloze muggen die hem prikken (vandaar de naam van het boek).

Uiteindelijk bij de plek aangekomen komt Alfred erachter dat één van de andere Noorse studenten, Mikkelsen, de luchtfoto’s wél bij zich heeft, terwijl deze “onvindbaar” waren. Alfred wordt hierdoor achterdochtig en een beetje paranoïde. Hij bedenkt allemaal complottheorieën, die blijven terugkomen daarna.

Uiteindelijk splits de groep zich, Alfred gaat met Arne mee en Mikkelsen met de andere Noorse student. Na een tijdje werkt Alfred’s kompas  niet meer goed en loopt hij eigenwijs de verkeerde kant op, Arne achterlatend. In de poging Arne terug te vinden raakt hij zijn nu weer goed werkende kompas kwijt en daarmee ook de weg kwijt. Na verloop van tijd vindt hij Arne terug, dood, uitgegleden op een steen. Alfred keert terug naar de bewoonde wereld, om Arnes lichaam op te laten halen. Hij is gewond, uitgehongerd en vooral uitgeput. Op de reis terug slaat er een meteoriet in, maar het maakt hem allemaal niets meer uit. Eenmaal thuis krijgt hij van zijn moeder manchetknopen gemaakt van een half stukje meteoriet, maar ook dat maakt hem niets meer uit, zijn onderzoek heeft gefaald.

Vertelperspectief: 

Het verhaal wordt vertelt vanuit het oogpunt van de ik-figuur; Alfred.

Verdere personages:

  • Arne: Vriend van Alfred, kent hem door een vroegere expeditie. Is met hem mee gegaan voor zijn eigen promotie onderzoek, maar gaat uiteindelijk dood.
  • Qvigstad: Derde expeditielid, ook mee voor zijn promotieonderzoek. Is vrij onbeschaamd en vaak discussies met Mikkelsen.
  • Mikkelsen: Laatste expeditielid, doet ook promotieonderzoek. Is meer op zichzelf en wordt vaak in de maling genomen door Qvigstad.
  • De sterke man: Een man die tot hun verblijfplaats het merendeel van hun spullen draagt en is inderdaad sterk.

Tijdlijn:

De verhaallijn van het boek is vrijwel helemaal chronologisch, met soms herinneringen van vroeger die Alfred af en toe aanhaalt. Het boek speelt zich af in een tijdsbestek van ongeveer twee maanden.

Mening:

Toen ik het boek uitzocht sprak het me erg aan, maar toen ik eenmaal begon te lezen bleek het erg langdradig te zijn. Er word op een gegeven moment zelfs gezegd op welke trede van de trapp wat wordt gezegd; “… De dertiende trede van de tweede trap. Misschien zeg ik. Och, begrijpt u, in…. … Wij zijn de trap nog niet af, maar hij blijft stil staan. Zo’n land als Holland…”. Dit soort stukken zijn, vind ik, overbodig en maken het boek saai. Ook wordt er veel te uitgebreid beschreven, wat op zich niet erg is, maar uiteindelijk is het wel te veel. Ook worden er veel onnodige dingen vertelt, dat  niets toevoegt aan het verhaal. Al met al is het heel langdradig dus.

Verder zijn er wel grappige passages en gedachten van Alfred. Zoals toen hij in zijn tent lag, bedacht wat de muggen zouden zeggen. Ook sprak het wetenschappelijke van het boek me aan.

Al met al, ondanks dat er wel grappige passages in zitten, zou ik het boek niet aan mensen aanraden. Het is gewoon té langdradig, wat het lezen niet prettig maakt.