Beatrijs

Dit is de achtste en laatste recensie van dit jaar en gaat over het boek Beatrijs

Algemene gegevens:

  • Titel: Beatrijs
  • Auteur: onbekend
  • Geschreven rond:1374
  • Uitgever: Noordhof uitgevers, Groningen
  • Druk: Onbekend
  • Pagina’s: 59 (gedicht zelf is 1040 regels)

Opbouw:

Het boek is uit het perspectief van de schrijver. Deze vertelt als een toeschouwer wat er precies gebeurd. Dit is het hij-perspectief, maar er zijn ook stukken waar de schrijver zegt: “Hem laat ik nu met rust” als hij van het ene personage naar de andere gaat. Als ware dat het verhaal wordt vertelt in plaats gelezen.

Het boek zelf bestaat uit een linkerbladzijde met de tekst in het oud-Nederlands en een rechterbladzijde vertaald naar het huidige Nederlands (hetzelfde als bij Van den vos Reynaerde, zie eerste recensie). De oude tekst is op rijm (als AA BB CC en zo door). Dit duid, samen met de manier van schrijven, dat het waarschijnlijk een verhaal is dat door minstrelen werd vertelt van hof naar hof.

Samenvatting:

Het gedicht begint ermee dat de schrijver vertelt dat het dichten hem weinig oplevert en men hem adviseert er geen tijd meer in moet stoppen. Maar dat hij met het verhaal de goedheid wil laten zien van Maria.

Het verhaal zelf begint ermee dat een non in het klooster (van wie je pas aan het eind te weten komt dat ze beatrijs heet, maar voor het gemak noem ik haar aan het begin ook zo) een vriend heeft met wie ze zou willen samenleven. Maar dat kan niet omdat Beatrijs in een klooster zit. Daarom legt ze haar Habijt (de dagelijkse kledij van een non) en haar sleutels op het altaar van Maria. Samen met haar geliefde gaan ze naar de grote stad.

In de stad leven ze een gelukkig leven en krijgen ze twee kinderen. Maar na zeven jaar is het geld op en verlaat haar man haar. Omdat ze blut achterblijft met haar twee kinderen en ze niets anders kan, is ze gedwongen de prostitutie in te gaan. Dit gaat een paar jaren door tot ze beseft dat ze een enorme zonde begaat. Daarom besluit ze om en zwerversbestaan te leiden samen met haar kinderen. Ondanks wat ze doet blijft ze bidden tot Maria.

Als ze na veertien jaar dicht bij het klooster komt zoekt ze onderdak bij een weduwe voor onderdak. Daar komt ze er achter dat niemand weet dat ze weg is. Als ze die nacht gaat slapen krijgt ze drie visioenen, waarbij ze erachter komt dat Maria haar plaats over heeft genomen in het klooster en daardoor niemand wist dat ze weg was. Ook kwam ze in het visoen te weten dat ze terug moet keren naar het klooster en dat haar kleding en sleutels op het altaar liggen.

De volgende avond gaat Beatrijs naar het klooster en ziet ze gewoon haar kleding liggen. Ze trekt dit aan en niemand heeft ooit gemerkt dat ze veertien jaar weg was. Haar kinderen heeft ze achtergelaten bij de weduwe, die steun krijgt van de kerk om de kinderen te onderhouden. Beatrijs wilt haar zonden met niemand delen. Maar zodra de abt komt voor zijn jaarlijkse bezoek biecht Beatrijs alles op. De abt vergeeft haar, met als voorwaarde dat hij het verhaal (zonder dat iemand weet dat zij het is) mag rond vertellen. Ook neem de abt haar kinderen onder zijn hoedde, die later monnik werden.

Mijn mening:

Ik vond het een goed boek. Er zijn veel verwijzingen (eigenlijk staat het er vol mee) naar geloof en god. Ondanks dat ik ongelovig ben en niet veel Bijbelkennis heb zijn die goed te herkennen. Zoals het visioen dat drie keer terugkomt, of de zeven jaar van voorspoed.

Al met al zou ik denk ik het boek wel aanraden, omdat een oud boek wel leuk is om te lezen, maar er gebeurd niet heel veel en het is ook niet veel om te lezen (natuurlijk anders zouden minstrelen het niet kunnen onthouden), waardoor je er wel snel door bent. Maar als je het aandachtig doorleest zie je de vele verwijzingen naar het geloof.

Reize door het Aapenland

Dit is de zevende recensie en gaat over het boek Reize door het Aapenland

Algemene gegevens:

  • Titel: Reize door het Aapenland
  • Auteur: Gerrit Paape (uitgebracht onder pseudoniem “J.A. Schasz”
  • Geschreven in: 1788
  • Uitgever: Vantilt
  • Druk: 3de druk
  • Pagina’s: 127

Opbouw:

Het boek wordt vertelt vanuit het ik-perspectief. De zinnen zijn niet heel lang en meestal goed te volgen, ware het niet dat het in ouder Nederlands is geschreven, waardoor het vrij moeilijk te lezen is. Er worden ook vaak zinspelingen en spreekwoorden gebruikt.

Samenvatting:

Het begint ermee dat er vijf “dingen” tegelijk in het water zijn gevallen; zijn vrouw, zijn dienstmaagd, zijn hond en zijn paard, het “ik-figuur” (waarvan de naam niet wordt genoemd) moet kiezen wie hij uit het water wil redden. Na lang nadenken komt hij erachter dat ze al lang allemaal zijn verdronken. Omdat hij daardoor wordt beschuldigd van moord vlucht hij, waardoor hij uiteindelijk terecht komt in het apenland. Hier leven allemaal apen. Deze kunnen praten en hebben zelfs een werkend politiek systeem. Eenmaal in een stad wordt hij omgedoopt tot “nummer 17″ omdat de apen geen namen hebben, maar nummers.

Doordat hij één van de raadsleden heeft ontmoet woont hij de een bespreking bij van de apenhoofden. Zij willen dat de apen als mensen gaan leven. Er wordt in de raad besproken hoe ze dat willen gaan doen. Aan de ene kant staat  nummer 1 (het raadslid die hij heeft ontmoet), die wil dat de apen zich qua gedrag aanpassen aan de mens en aan de andere kant nummer 5 die wil dat de aap qua uiterlijk op de mens lijkt door hun staart eraf te hakken.

Hierdoor ontstaan er dus twee groepen; de een aan de kant van nummer 1 en de ander aan de kant van nummer 5. Door intrige proberen zijde raadsleden de apensamenleving voor zich te winnen. Nummer 1 heeft een slim plan om nummer 5 dwars te bomen, maar nummer 5 heeft dit door en zorgt er juist voor dat het plan tegen hem werkt. Doordat nummer 5 daardoor de apenvrouwtjes voor zich heeft gewonnen komt de overwinning uiteindelijk aan zijn kant. Nummer 1 wilt eerst kijken of het afhakken van de staarten wel veilig is, maar nummer 5 weet dat te voorkomen door te zeggen dat dit een list van nummer 1 is.

Als eenmaal de grote dag is aangebroken waarop de staarten worden afgehakt (van iedereen behalve de raadsleden) moeten alle apen in kringen gaan zitten met een hakblok, een bijltje en een pleister. Zo hakt iedere aap de staart van zijn voorgang af en plakt er dan snel een pleister op. Doordat ieders staart zo tegelijk wordt afgehakt zou er volgens de bedenkers niets mis kunnen gaan. Behalve dan dat op het moment dat de staart wordt afgehakt de apen zo erg opschrikken dat ze wegrennen. Hierdoor ontstaat chaos waardoor het bloeden niet gestelpt kan worden en heel veel apen doodgaan. Er zijn maar weinig overlevenden. Nummer 1 en zijn aanhangers schieten te hulp en men ziet in dat hij gelijk had.

Nadat de hoofdpersoon de slachting had gezien en hij zich terugtrok om te gaan slapen wordt hij wakker en blijkt alles wat hij heeft meegemaakt een droom te zijn en is hij gewekt door zijn vrouw in zijn eigen huis.

Mijn mening:

Het boek bevatten veel grappen en was daarom soms wel grappig om te lezen, maar het grootste probleem was dat het in oud Nederlands is geschreven, waardoor het soms echt niet te begrijpen was. Wel stond er van sommige woorden de vertaling onderaan de pagina, maar dat was bij lange na niet genoeg. Zo was nummer “nommer” en blijkt “handtasting” gewoon een handdruk te zijn. Doordat het niet goed te lezen was gaan er veel grappen en passages aan je voorbij.

Het was ook lastig te lezen doordat er verwijzingen zijn naar gezegdes en gebeurtenissen van toen. Deze staan soms niet uitgelegd, waardoor je ook daar niet begrijpt waar ze het over hebben.

Al met al zou ik, ondanks dat het wel een grappig boek is, het niet aanraden. Puur omdat het, zoals ik al eerder zei, niet goed te lezen is en niet goed te begrijpen valt. Mocht er een naar het nieuwe Nederlands vertaalde versie bestaan, dan zou ik het wél aanraden.

Bint

Dit is de zesde recensie en gaat over het boek Bint

Algemene gegevens:

  • Titel: Bint
  • Auteur: F. Bordewijk
  • Geschreven in: 1834
  • Uitgever: Noordhof Uitgevers BV, Groningen/Houten
  • Druk: onbekend
  • Pagina’s: 93

Opbouw:

Het boek is vertelt vanuit het hij-perspectief en is chronologisch. De zinnen zijn vaak beknopt en bondig. Wel is het zo dat er veel beeldspraken en metaforen in voorkomen, wat het moeilijk maakt om het goed te volgen.

Samenvatting:

Het verhaal begint met dat De Bree, als een startende leeraar, zich meld bij de van van Bint. Hij moet gaan invallen voor een andere leeraar die is weggepest.

Bint heeft op de school een regime van tucht, de eerste klas die hij moet les geven (4D) is de ergste klas, die De Bree ook tot “de Hel” heeft gedoopt en beschrijft elke leerling ook als een monster. Hij verklaard “de oorlog” aan de klas, elke verslapping van zijn aandacht zou leiden tot opstand in de klas.

De andere drie klassen die De Bree moet lesgeven zijn niet zo erg, deze heeft hij “de bloemenklas”, “de bruinen” en “de grauwen genoemd”. Deze namen typeren de klassen, zo is de bruine klas erg leergierig en de grauwe ijverig maar kleurloos.

Na de kerstvakantie pleegt één van de leerlingen (Van Beek) zelfmoord om zijn slechte rapport. Dit wordt Bint en zijn regime aangerekend. Hierom komt bijna de hele school in opstand en gooit ramen in, behalve “de Hel”, deze slaat de opstand neer. De opstandelingen worden van school gestuurd, de aanstichter was één van leerlingen in “de bloemenklas”

Op het laatst gaat de Bree met de fiets op schoolreis met de helft van “de Hel”. Dit gaat aan het begin vrij goed, maar op het laatste rijden er twee leerlingen in de nacht van de groep weg, deze worden weer teruggevonden en gestraft door de Bree en door de Hel.

Ondanks dat de Bree het voornemen had om maar voor één jaar te blijven, besluit hij toch om het volgende jaar nog door te gaan. Maar Bint is weggegaan, door het “gedoe” rond Van Beek. Het jaar daarna vraagt “de Hel” om vrede, maar de Bree weigert dit.

Mijn mening

Het boek was op zich wel leuk, maar op sommige momenten lastig te begrijpen. Dit komt door de vele beeldspraken en doordat het van de hak op te tak gaat. Dit zorgt ervoor dat zodra je net begrijpt waar het precies over gaat, je al over een volgend stuk aan het lezen bent.

Verder zijn er ook (voor mij) “vreemde” gedachten over hoe een schoolregime zou moeten zijn en ook de gedacht die de Bree zelf heeft zijn raar. Hierdoor heb je niet door wat er precies bedoeld wordt.

Wel was het leuk om te zien hoe elke leerling, klas en leerling werd getypeerd. De leerlingen uit “de Hel” werden uitgebeeld als monsters (harpijen, gorillas, gieren etc.) zo krijg je een duidelijk beeld over hun uiterlijk en hun doen en laten.

Al met al zou ik het niet aanraden, omdat het vaak  vrij onduidelijk is, maar het verhaal zelf is wel interessant; over een schoolregime en het vallen of staan daarvan.

Een vlucht regenwulpen

Dit is de vijfde recensie en gaat over het boek Een vlucht regenwulpen.

Algemene gegevens:

  • Titel: Een vlucht regenwulpen
  • Auteur: Maarten ‘t Hart
  • Geschreven in: 1987
  • Uitgever: De Arbeiderspers, Amsterdam
  • Druk: 66e uitgave
  • Pagina’s: 163

Opbouw: 

Het boek bevat stukken die over de verhaallijn in het heden gaan en flashbacks. Deze flashbacks gaan vaak over hoe zijn jeugd was. Het verhaal is dus niet chronologisch. Het boek is geschreven vanuit het ik-perspecief.

Samenvatting:

Maarten is een dertigjarige hoogleraar celbiologie. Op de trouwerij van zijn enige vriend Jacob komt hij een meisje tegen die het zusje blijkt te zijn van zijn (onbereikbare) jeugdliefde Martha. Hij nodigt haar uit om over twee weken naar een klassiek concert te gaan, maar in de tussentijd moet hij nog naar een congres in Bern. Op de terugweg heeft hij de dwanggedachte dat hij binnen de twee weken zal overlijden.

De ontmoeting met het meisje brengt herinneringen omhoog van zijn jeugd, hij is opgegroeid apart van andere kinderen, pas op de basisschool kwam hij in contact met andere kinderen. Op de basisschool werd hij erg gepest. De leeraar zet hem apart, zodat  hij niet gestoord wordt met het werken door andere kinderen. Ook ontmoet hij daar Martha, hij spreekt maar een paar woorden met haar in zijn gehele schoolcarrière.

Hierna gaat hij naar de middelbare school en de universiteit en gaat daar celbiologie studeren. Door zijn ontdekkingen rond klonen en weefselkweek is hij al op zijn dertigste hoogleraar. Zijn ouders gaan vrij vroeg dood en vlak voordat hij zijn doctoraat krijgt sterft zijn moeder. Op het sterftebed van zijn  (gelovige) moeder bekend zij een paar “zonden” aan twee ouderlingen (een kerkelijk ambt). Zij zeggen dat deze onvergeeflijk zijn, Maarten is hier zo boos over dat de twee het huis letterlijk uitgeschopt werden.

Op het congres in Bern ontmoet hij collega celbiologen Adriënne en Ernst, in de tijd die hij met Adriënne doorbrengt voelt hij zich verlieft worden op haar. Maar zodra de drie een bergwandeling maken merkt hij dat Ernst en Adriënne steeds meer naar elkaar toegroeien. Op het moment dat Maarten bij een afdaling uitglijd en zich nog maar net aan een richel kan vastpakken had hij het gevoel dat zijn dwanggedachte bijna was uitgekomen. Daarna besluit hij dat hij  niemand met zijn abnormaalheid wil opschepen en stuurt een kaart naar de zus van Martha om de afspraak af te zeggen. Aan het eind besluit hij om niet de (onbereikbare) liefde na te streven.

Mening:

Het boek was op het eerste gezicht niet echt een boek die ik zou lezen, maar toen ik eenmaal begon was het best leuk. Maartens jeugd was niet fijn en zwaar, maar hij heeft het alsnog heel erg ver kunnen brengen als hoogleraar en celbioloog. Het was interessant om te zien hoe hij zich door zijn jeugd heen werkte.

Ook ging het boek over afstand doen van het geloof, Maartens ouders waren beide gelovig, maar Maarten niet. De zonde die zijn moeder op haar sterftebed opbiechtte was die van geloofsafval (het afstand doen van religie). Dit zou, volgens Jezus, de enige onvergetelijke zonde.

Ik zou het boek aanraden, omdat het best leuk is om te lezen en er ook wel grappige stukken in zitten, maar sommige stukken zijn wel verwarrend, omdat de tijd steeds verspringt.